Voor er een al te hypermoderne definitie uit het debatje hier rolt, brainbloggen is niets nieuws. Dé proto-brainbloggers waren George Seldes en I.F. Stone. Beiden gaven in hun eentje wekelijks verschijnende kranten uit. Had het internet destijds bestaan, dan hadden hun kranten ongetwijfeld de vorm van weblogs aangenomen; maar we praten over de jaren veertig tot zeventig, en dus over papier.
Seldes’ krant heette In Fact, bestond tussen 1940 en 1950 en had op het hoogtepunt van haar roem een oplage van 176.000 exemplaren. Seldes had links-politieke ideeën, was begonnen bij de Chicago Tribune waar hij o.a. over het fascisme in Italië, de gevaren van roken, het wangedrag van Amerikaanse bedrijven in Mexico schreef, werd daar in toenemende mate gecensureerd, kon het er niet langer uithouden en begon voor zichzelf. Met opmerkelijk succes.
Nog beroemder werd natuurlijk I.F. Stone. Zijn van 1953 tot 1971 verschenen I.F. Stone’s Weekly werd gespeld in politieke en journalistieke kringen in Washington en had een oplage van 70.000 exemplaren.
Geen objectief sausje
Waarom je Seldes en Stone brainbloggers zou kunnen noemen? Onafhankelijkheid ging hen boven alles (“Independence is always important, in any society, to combat the establishment mind”, vond Stone), ze brachten feiten die de gewone pers over het hoofd zag of verzweeg, checkten en hercheckten die feiten, maar deden geen moeite er bij de presentatie een objectief sausje overheen te gieten. Hun (in dit geval: linkse) opvattingen mocht, nee móest de lezer kennen; zolang er op de feiten maar niets viel af te dingen. Vooral Stone’s werkwijze wordt in de VS gezien als een recept voor de moderne brainblogger. Men vestige zich als dappere eenling (of als collectief), neme informatie die, zonder dat de meeste mensen het weten, al ergens voorhanden is (Stone vond die meestal in openbare regeringsarchieven), voegt er door eigen research wat meerwaarde aan toe, roert het allemaal dooreen en brengt het terug in de openbaarheid, zodat iedereen erover kan meedenken en discussiëren.
Seldes en Stone hebben school gemaakt. Moderne navolgers op het web zijn bij voorbeeld Josh Marshall (o.a. over politiek) en Rebecca McKinnon (o.a. over Noord-Korea). Je hoeft geen Char te heten om te voorspellen dat er ook op het Nederlandse web meer op dit vlak zal gebeuren, al geeft McKinnon aan dat er nog geen businessmodel onder dit type weblog past. Haar NKzone moet het voorlopig van subsidies en giften hebben.