Ombudsman Volkskrant ergert zich aan bloggers
Heeft de Volkskrant met het starten van een weblogdienst voor lezers het Paard van Troje binnengehaald? Volgens de ombudsman van de Volkskrant, Thom Meens, is er op de blogs van de krant veel (onterechte) kritiek op de krant en op redactieleden. “Vorige week werd op mijn eigen weblog de redactie al doodgewenst, nu zag ik dat de correspondent in Frankrijk moet worden ontslagen naar aanleiding van zijn berichtgeving over de rellen in de voorsteden”, schrijft Meens.
De ombudsman noemt de kritiek aan het adres van de Volkskrant-redacteuren ‘allemaal betwistbaar en allemaal zonder weerwoord van de betrokkenen’. “Want het journalistieke adagium van hoor en wederhoor, geldt kennelijk niet voor bloggers. Van sommigen weet ik niet eens wie ze zijn. Wie verschuilt zich achter het blog dagboek MP? De auteur wil zijn gegevens niet kenbaar maken. Stuur maar een e-mail. Fijne openheid. Moeten niet ook bloggers met open vizier strijden, net zoals al die journalisten die ze zo graag publiek de les lezen?”
Echt kwaad maakt Meens zich over een blogger die de rubriek met rectificaties op internet doorplaatst, ‘liefst met de naam erbij van de journalist die in de fout ging’. “Wat is daarvan in vredesnaam het nut”, vraagt de ombudsman zich af. “Zullen we de redactie nog even verder in de stront trappen?”
Ter geruststelling van Meens: het (al dan niet ongefundeerd) bekritiseren van de ‘traditionele’ media is voor een deel van de internetpopulatie een favoriet tijdverdrijf. Niet alleen de Volkskrant heeft daar onder te lijden. Met name na de moord op Pim Fortuijn kregen veel Nederlandse media (het NOS Journaal!) onder uit de zak op internet. Ook in het buitenland houden veel internetters zich onledig met het ‘kritisch volgen’ van journalisten. Zo maakte een zekere Ira Stoll enkele jaren geleden een dagelijkse (!) nieuwsbrief, The Smarter Times geheten, met daarin een opsomming van de (vermeende) tekortkomingen van The New York Times van die dag. Stoll ergerde zich naar eigen zeggen wild aan de ‘te linkse en inaccurate berichtgeving’ van The New York Times.
Meens kan zich verder troosten met de gedachte dat het bezoek aan het ‘gewone’ deel van de Volkskrant-site nog altijd veel hoger ligt dan het bezoek aan de Volkskrant-blogs. Volgens cijfers van de chef internet van de Volkskrant, Geert-Jan Bogaerts, trekken de blogs nu 6.500 unieke bezoekers per dag. “Ter vergelijking: de nieuwssite van de Volkskrant trekt gemiddeld 110 duizend bezoekers per dag. Het Volkskrantblog staat op de vijfde plaats van populairste bestemmingen op de site van de Volkskrant.”










6 reacties:
28 december, 2005
Wat ik dan wel weer een interessante vraag vind is hoe jullie hier over denken? Als journalisten die op het snijvlak van offline/online of blad/blog zitten. Wat is jouw of jullie mening over dit jarenoude debat?
28 december, 2005
Als je een weblogdienst opzet, is het welhaast onvermijdelijk dat er jou onwelgevallige meningen op verschijnen. Als je dat niet wilt (niemand verplicht de Volkskrant om lezers de mogelijkheid te bieden om allerlei berichten de wereld in te slingeren), moet je niet zo’n dienst beginnen, lijkt mij. De Volkskrant zet een podium neer voor zijn lezers en vervolgens is de ombudsman van de krant verbaasd dat er allerlei mensen op dat podium klimmen die rare dingen beginnen te roepen.
Tegelijkertijd is het wel zo – en daarin heeft Thom Meens gelijk – dat het geregeld voorkomt dat lezers totaal onterechte en ongefundeerde kritiek hebben (volkomen terechte en goed onderbouwde kritiek komt natuurlijk net zo goed voor). Ik kan niet goed oordelen over de kritiek waarover Meens zich nu opwindt, maar uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het niet altijd even makkelijk is om met (onterechte) kritiek om te gaan, maar het went na verloop van tijd wel. :)
28 december, 2005
Vooral de laatste zin van Maarten is raak, want traditionele media hebben blijkbaar nog niet de olifantshuid van de doorgewinterde weblogger. :-)
28 december, 2005
Je kunt alleen maar concluderen dat ze bij de Volkskrant een weblogdienst hebben opgezet zonder te weten wat het nou eigenlijk is, dat webloggen. En weer wordt webloggen zonder meer gelijk gesteld aan journalistiek, terwijl een weblog alleen maar een medium is, dat je zo journalistiek óf onkournalistiek kunt gebruiken als je zelf wilt.
2 januari, 2006
Voor de volledigheid, hier de vervolg column van de Volkskrant-ombudsman.
2 januari, 2006
[...] In Nederland kun je naar de Raad voor de Journalistiek stappen als je het niet eens bent met hoe je bent behandeld door een journalist. Maar een veel effectievere methode is natuurlijk je eigen versie van een artikel online zetten. De een plaatst een letterlijke transcriptie van een gesprek met een journalist op zijn website, een volgende doet dat met zijn e-mail correspondentie. The New York Times heeft een aardig overzichtsartikel (registratie verplicht) van de methodes die mensen gebruiken om journalisten die in hun ogen fouten maken terecht te wijzen. Als journalist stak ik er een paar dingen van op: je moet je realiseren dat je e-mail en andere correspondentie niet (langer meer) vertrouwelijk kunt houden als iemand het niet zint hoe jij een verhaal verslaat. En hoe vervelend het misschien ook is als lezers naar dezelfde wapens kunnen grijpen als journalisten, het is uiteindelijk een goede zaak. Tegelijkertijd vraag ik me (en de Times ook in dit stuk) af hoeveel mensen nu in de zeurpieterige epistels van boze lezers of geïnterviewden zijn geïnteresseerd, tenzij mensen echt op schandalige wijze door een journalist zijn behandeld. [...]