Kort interview met Internetcriticus Geert Lovink.
In onze peiling bleek je enthousiast over het feit dat “het collectieve gestaar naar wat een handjevol opiniemakers bij VN, de VPRO en NRC Handelsblad van de wereld vinden” is afgenomen. Waarop baseer je die vaststelling?
“Ik kan dat statistisch niet aantonen. Misschien is het ijdele hoop dat er eindelijk een einde komt aan de hegemonie van deze vermoeide, cynische jaren zestig generatie… wie weet.”
Je noemt die opiniemakers een “clique die vooral naar zichzelf refereert” en “gebabbel” produceert. Vanwaar al die boosheid als ze toch geen invloed meer hebben?
“Ja, dat zou inderdaad mooi zijn, maar zo werkt macht nu eenmaal niet. Deze mensen hebben invloed die veel verder gaat dan dat wat ze beweren in de krant of op de radio. Ze zitten in de commissies waar het geld wordt verdeeld, bepalen het culturele klimaat in Nederland, dat weet iedereen. Natuurlijk kunnen nieuwe media structuren dat negeren en zich op een geheel eigen wijze ontwikkelen. Het noodlot van de publieke omroepen zal een interessante case worden. Maar zo’n machtige structuur stort niet zomaar ineen, ook al kijkt helemaal niemand meer naar die programma’s.”
Je vindt dat mediamensen qua technologische kennis en vaardigheden vreselijk achterlopen. De slager op de hoek, met een website of blog, zou meer media competentie hebben dan menig journalist. Tikje overdreven?
“Ik vrees van niet. Het idee dat deze stelling “overdreven” gevonden wordt, is op zich al een probleem. Het geeft aan dat ook jij geinfecteerd bent geraakt door het heersende Nederlandse mediasysteem waarin kritiek van tafel wordt geveegd als zijnde “overdreven”. Het ‘genuanceerde’ denken is blind geworden voor wat zich in de samenleving afspeelt. Dat geldt net zo goed voor het “multi-culturele drama” als voor de moedwillige blindheid der opiniemakers als het gaat over de rol die nieuwe media spelen in het leven van de doorsnee Nederlander.”
Je verklaart de incompetentie uit arrogantie. Maar elke krant zit nu toch wel zo’n beetje op internet?
“Waarom identificeer jij je zo met de Nederlandse nieuwsmedia, als ik vragen mag? Vanuit de Internetoptiek van de laatste tien, vijftien jaar zijn de Nederlandse dagbladen altijd de laatsten geweest in de ontwikkeling. Dat is ook nu nog zo. Dat beetje content dat dagbladen online zetten is niet van belang. De berichtgeving over Internet is nog steeds van een heel laag niveau. Nog steeds wordt gedaan alsof de Nederlandse bevolking nog nooit een computer heeft gezien. Alles wordt uitgelegd op een kleutertoon, en dat terwijl zelfs de kleuters al meer weten…. Het feit dat de dichtheid van PC’s en ADSL bij ons een van de hoogste ter wereld is, wordt simpelweg genegeerd. Je ziet dat ook terug in de afwezigheid van serieuze kritiek. Terwijl we over sectoren als literatuur, film en zelfs popmuziek en televisie kritische beschouwingen kunnen lezen, is dat wat Internet betreft nauwelijks het geval. We zien de verwarring goed als we kijken waar de Internetberichten te vinden zijn. Ze schuiven heen en weer tussen algemene redactie, economie en media. Daar is op zich weinig op tegen maar op die manier wordt natuurlijk geen competentie opgebouwd, noch bij de redactie, noch bij de lezers. Het is altijd weer bij nul beginnen, nooit ergens dieper op in willen gaan. En ja, dat komt inderdaad voort uit arrogantie. Heel lang dachten de Nederlandse mediamensen dat Internet wel zou overwaaien en dat als je er maar lang genoeg op neerkeek, de rest van Nederland dat ook ging doen.”
Zelfs als journalisten hun technologische achterstand inlopen, betwijfel je of het nog goedkomt. In feite, zeg je, is er geen technisch maar een cultureel probleem. Kun je dat uitleggen? Over welke journalisten heb je het?
“Ik heb nooit gezegd dat er sprake zou zijn van een “technologische achterstand.” Die bestaat in Nederland helemaal niet. Het probleem is toch niet dat journalisten nog steeds achter hun schrijfmachine zitten? Het probleem is dat er geen collectieve competenties worden opgebouwd.
Je vraag is terecht. Over welke journalisten hebben we het hier? Het feit dat we die nauwelijks kunnen identificeren, is onderdeel van het probleem. Nu eens zit die competentie bij kunst, dan weer bij onderwijs of economie… Men weet in Nederland gewoon niet waar de competenties op het gebied van informatietechnologie moeten worden ondergebracht, en dat algemene probleem zien we terug in de nieuwsmedia.”
4 reacties