Dorpspomp en wereldnieuws – op vakantie in Suriname

‘Kijk, daar loopt Gangaram-Panday, de advocaat” zegt mijn schoonvader, terwijl we via de hoge Wijdenboschbrug de Surinamerivier oversteken. De volgende dag staat in De Ware Tijd dat de man vermist is. Een dag later een artikeltje dat zijn lichaam langs de rivier is gevonden. En ook van de uitvaart wordt verslag gedaan.

Hoe informeren de Surinamers zich tegenwoordig? Profiteren ze van de komst van het internet, is de wereld nu voor hen ontsloten? De Surinaamse kranten De Ware Tijd en Dagblad Suriname (met kleurenfoto’s en een pagina vol Bollywood nieuws) komen ’s ochtends uit, De West is een avondkrant. Andere nieuwsbronnen in dit land met 430.000 inwoners zijn de eigen radio en TVzenders, maar ook CNN, het Beste van Nederland en radioprogramma Zorg en Hoop. Online voorzien vooral De Ware Tijd en De Waterkant de Surinamers aan beide kanten van de oceaan van nieuws.

Suriname is een kleine gemeenschap, en de kranten vervullen een belangrijke rol om elkaar op de hoogte te houden van persoonlijke zaken. Niet eens dat ze daar nou zo specifiek op gericht zijn, maar veel mensen kennen elkaar nu eenmaal. In de dezelfde week dat ik er ben, komt iemand om door een aanval van Braziliaanse bijen – het is een bridge partner van een tante. Een jonge vrouw, net terug uit Nederland, gaat dood bij een verkeersongeluk, familie van de vroegere buren. En dan er is er nog een zaak die zo gruwelijk is dat iedereen erover praat: een meisje van 13 wordt ’s nachts gewurgd door de jaloerse vriend van haar zus. Alle overlijdensadvertenties in de krant zijn voorzien van foto’s.

Stroom klaaglijke berichtjes

Maar hoe zit het met de rest van het nieuws? Het wereldnieuws is bijna zonder uitzondering rechtstreeks overgeschreven van het internet en de selectie is vaak nogal willekeurig. Een heel bericht over het begrotingstekort van Hongarije bijvoorbeeld – voor wie? En ook wil men wel eens gewoon wat pagina’s vullen – een jaaroverzicht van 2005 dat een week lang twee hele pagina’s beslaat, of een wetenschappelijk stuk dat zonder introductie vele kolommen door meandert.

Maar dagelijks is er natuurlijk ook echt Surinaams nieuws te vinden. ‘Kunstmest aangekomen in Nickerie’ verwacht je niet op een voorpagina, maar is belangrijk genoeg – er is niet genoeg geïmporteerd voor de rijstboeren daar, die hun oogst nu al bijna twee maanden niet hebben kunnen bemesten. Veel wegen zijn in de regentijd onbegaanbaar door gebrek aan onderhoud, en ambulances en brandweerauto’s komen niet op tijd aan: dat levert ook een stroom klaaglijke berichtjes op, met foto’s van kinderen die door het water waden om op school te komen. En er wordt regelmatig melding gemaakt van de ontwikkelingen rond Suriname en de vrijhandelszone van Caricom.

Als Nederlandse lees ik alle kranten in Suriname met veel plezier. In het Surinaamse Nederlands worden uitdrukkingen gebruikt als ‘De rode haan heeft weer gekraaid’ (eerste zin in een berichtje over een brand), en ‘de zonen van Hermandad’, om de politie aan te duiden. Maar hoe is de nieuwsvoorziening voor een Surinaamse burger?

Veel nieuws wordt rechtstreeks overgenomen, zonder duiding of kritiek. Als er kritiek is, dan vaak weer zonder wederhoor, of goede feitelijke onderbouwing. Terugkomend op de genoemde berichten: de rijstsector is geprivatiseerd dus het is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de ontbrekende importen – maar nergens uitleg hierover. Hoe het echt zit met onderhoud van de wegen is ook niet te vinden: om hoeveel wegen gaat het eigenlijk, wat is het budget voor onderhoud, waaraan is het dan besteed, wat vindt de Minister er zelf van? Geen idee. Wat de vrijhandelszone voor Suriname inhoudt, lijken de journalisten zelfs niet eens te begrijpen.

Toegang tot informatie is al heel wat

Maar er is in ieder geval wel iets van informatie! Hoe anders was de situatie een jaar of tien jaar geleden, toen ik voor het eerst in Suriname kwam! Het land had nog geen internet – via een ingewikkelde constructie werd er door de universiteit via Brazilië wel een keer per dag e-mail verstuurd en binnengehaald, maar dat was het dan ook.

Jules Wijdenbosch domineerde het avondnieuws – hij hield bijna elke dag een volkomen onbegrijpelijk betoog van 20 minuten, nooit onderbroken door een vraag van een journalist, en verder werden er stukjes CNN af en toe direct doorgezet, zonder toelichting. Dat was dan het nieuws. De dunne krantjes van toen hadden ook nauwelijks buitenlands nieuws. Ik herinner me een voorpagina met het bericht dat de Minister van Buitenlandse zaken van Barbados zijn been had gebroken: het Caribische persbureau was een van de weinige bronnen waar men over kon beschikken, en allerlei onbelangrijke zaken werden dan maar woordelijk overgenomen.

Ik was destijds ook op familiebezoek voor de feestdagen, en na oudjaar, inmiddels twee weken verstoken van enig internationale informatie, wilde ik wel weer eens een echte krant lezen. Het werd een lange zoektocht. Bij de Nederlandse Ambassade waren soms kranten in te zien, meegenomen uit het vliegtuig, maar toen net niet. We zochten de mogelijke winkels in de binnenstad af zonder resultaat. Uiteindelijk kwamen we bij een winkel aan waar ze Nederlandse kranten hadden, stapels zelfs. Nog steeds te koop, nog steeds waardevol – maar het waren wel kranten van zes maanden eerder.

Via de overgeschreven berichten in de Surinaamse kranten, de satellietzenders die beschikbaar zijn (Nederlands nieuws wordt niet alleen op BVN getoond, items worden ook door de Surinaamse omroep overgenomen), en natuurlijk via internet kan iedereen die wil, zich in ieder geval over alle ontwikkelingen informeren. Toegang tot informatie is al heel wat! En misschien dat al het overschrijven uiteindelijk ook leidt tot betere journalistiek, gewoon door goede voorbeelden te zien?

Daarnaast blijven de lokale berichten natuurlijk interessant, of ze nu goed of slecht geschreven zijn. Die brug over de Suriname rivier is tientallen meters hoog. ‘Zou hij zelfmoord gaan plegen?” zei mijn schoonvader nog, terwijl we allang voorbij de sombere advocaat waren. Hadden we moeten stoppen om hem tegen te houden? Anderen die hem ook herkenden deden dat wel, en boden een lift aan, het hielp helaas niet. Dat stond dan gelukkig ook in de krant.

4 reacties

  1. En in Suriname is het dan nog goed geregeld met drie dagelijks verschijnende kranten! In grote delen van Afrika bijvoorbeeld mag je je gelukkig prijzen als er al een dagelijkse krant is. Ik was vorig jaar in Togo een paar dagen na een staatsgreep en toen opende de nationale krant met een verslag van een boekhoudersconferentie. In het algemeen geloven maar weinig Afrikanen wat ze in Afrikaanse kranten lezen. De meeste media worden zwaar gecontroleerd en gecensureerd. Nieuws over eigen land komt vaak via internet of de radio via buitenlandse media.

  2. ignit bekken schreef op 8 december 2006 om 01:47

    Goh, monique van dusseldorp moet wel een totaal, abnormaal, ongelukkig mens zijn. Een normaal mens is namelijk niet in staat om zoveel nonsens bij elkaar te schrijven over suriname – ik denk dat ze bij een of ander mediabedrijf in suriname gesolliciteerd heeft en afgewimpeld is.:-))

  3. Marijn schreef op 30 april 2009 om 21:33

    Weet je Nederland weer even te waarderen waar de het land op zn kop staat als we 10 min niet online kunnen.
    En als je je mobiel vergeet de afkickverschijnselen groter zijn dan van een junk.

  4. Pingback: Boeken voor Paramaribo – Stuur je boeken op reis « Van Dusseldorp

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>