Hoe financier ik een weblog (Part 2)

Sinds ik me in financieringsmogelijkheden voor weblogs verdiep, heb ik er negen ontdekt, ten dele met dank aan Problogger. Hieronder volgen ze. Hulp om dit overzicht verder aan en in te vullen blijft welkom, want er zitten witte plekken in. Zo had ik graag een indicatie gegeven van de blogverdiensten van prominente Nederlandse bloggers, maar ik heb tot nu toe geen reactie op mijn vragen gekregen.
Voor conclusies over de economische potentie van het medium weblog is het, denk ik, nog te vroeg. Er zijn veel onzeker- en onduidelijkheden. Welke ruimte de weblogs zich kunnen toeëigenen, zal afhangen van hun eigen rijpingsproces en van ontwikkelingen in de rest van de mediawereld.
Een makkelijke start zal geen enkele blogger maken. De drempel naar het verdienen van wat geld met een weblog ligt al hoog, laat staan naar het volledig leven van blogverdiensten. Je moet zo aanstekelijk en informatief kunnen schrijven dat de lezers er bij duizenden tegelijk op afkomen en andere sites en bloggers het de moeite waard vinden ernaar te linken. Daarnaast moet hij of zij, als het even kan, een Chwe-effect creëren en, eventueel, het talent hebben om relaties met adverteerders, advertentieservices, marketeers en affiliate programma’s op te bouwen. Dat alles kost een ongehoorde hoeveelheid tijd. Daar staat tegenover dat je als blogger niet dagelijks in de file hoeft te staan en doorgaans schrijft over datgene wat je passioneert, en dus geld verdient met je hobby.
In de praktijk zullen businessplannen voor weblogs overigens vaak niet op een, maar op meerdere geldbronnen tegelijk berusten.

(1) Entreegeld vragen. Voor aspirant Op-Ed columnisten van The New York Times is dit een optie: die krant heeft sinds september vorig jaar het TimesSelect programma (betaalde toegang tot o.a. het werk van vooraanstaande columnisten). Maar problematisch blijft het. In een tijd waarin het niet-willen-betalen voor informatie het grootste probleem op de markt voor journalistieke informatie is, vormen weblogs geen uitzondering op die regel. En dan hebben we het nog niet over de kosten van het betaalsysteem, die terugverdiend moeten worden. Hier staat tegenover dat micropayment systemen (betalen per stukje informatie) nog nauwelijks in de bloggerswereld worden toegepast, terwijl daar wel het nodige van wordt verwacht.

(2) Op kosten van de baas. Bloggers besparen zich veel moeite en zorg als hun bazen het een perfect idee vinden dat zij het corporate image op het web hoog houden (en bv. bepaalde communities binnen het bereik van de organisatie brengen). Misschien wordt er een plekje in het pr-budget voor ze vrij gemaakt. Robert Scoble zit het grootste deel van de week te bloggen op kosten van Microsoft, een bedrijf dat verlicht genoeg is om hem zijn opinies in vrijheid te laten uiten, ook als ze voor Microsoft even wat minder gunstig uitvallen. Steeds meer Amerikaanse bedrijven huren bloggers van buitenaf in, maar ik vraag me wel af hoevelen van hen een Scoble-achtige redactionele vrijheid weten te bedingen.
Ook omroepen kunnen hun medewerkers gastvrijheid bieden, met Bieslog als notoir voorbeeld.

(3) Subsidies uit fondsen. Dit is de long and winding road die wij met De Nieuwe Reporter bewandelden. Dankzij een gigantische tijdsinvestering (proefsite ontwikkelen, papieren plannen maken, netwerk van medewerkers opbouwen etc.) en steun op de kritieke momenten vanuit de Universiteit van Amsterdam lukte het. We zijn het Bedrijfsfonds voor de Pers en de Stichting Democratie en Media en de UvA er elke dag dankbaar voor. Met name de meer ideële weblogs zullen het vooral van deze inkomstenbron moeten hebben. Een imposant overzicht van subsidiefondsen is te vinden op subsidietotaal.nl.
Als het om grotere bedragen gaat, is het vaak beter de aanvraag in delen te knippen en bijdragen uit meerdere fondsen te zoeken. Waarbij belangrijk is in welke volgorde de fondsen benaderd worden (sommige fondsen zijn leading).

(4) Fooienpot. Vooral bij kleine weblogs blijft het lastig om zuiver met adverteerders om te gaan (mochten die al belangstelling hebben). De blogger is hoofdredacteur én chef advertentie-afdeling tegelijk, probeer dat tijdens dat telefoontje over een aantrekkelijke deal maar eens te scheiden. Een manier om hier van af te komen is de onderhandelingen uit te besteden aan een service als Google AdSense. Maar sommige Amerikaanse bloggers, die radicaal van dat probleem af willen, proberen te leven van de vrijwillige donaties van hun lezers.
Ook het Nederlandse Netkwesties heeft een fooienpot bij de uitgang staan (de donaties kunnen, afhankelijk van de hoogte, overgaan in een sponsorschap). Het leverde vorig jaar 3.571 euro af, terwijl men graag op een bedrag tussen de 30.000 en 50.000 euro had willen uitkomen, noteert de redactie in een verantwoording. En dus blijft men er zoeken naar een ander uitgeefmodel.
Rafat Ali, hoofdredacteur en uitgever van paidContent.org, denkt dat de non-ad benadering voor de meeste bloggers niet zal werken. Hij schat dat zo’n tachtig procent van de inkomsten in de bloggerswereld uit advertenties zal komen (net als in de rest van de mediawereld).

(5) Advertenties . Ontwikkelt een weblog kritische massa, dan liggen hier misschien mogelijkheden. Ook al meldde Emerce deze zomer dat de meeste Nederlandse marketeers de weblogs het komend jaar links laten liggen, de interesse ontwaakt wel. Eén op de vijf marketeers wil “iets” gaan doen met weblogs, een stijging van 10 procent vergeleken met een jaar eerder. Welk deel van dat voornemen in advertenties gaat resulteren is onduidelijk; er zijn natuurlijk ook andere manieren om weblogs bij het aanprijzen van je product of dienst in te schakelen.
Als onderdeel van “blogkoepels” (zoals Gawker, WeblogsInc en VNU/Emerce) en affiliate programs (een vorm van e-commerce: de blogger ontvangt commissie als mensen, bij voorbeeld, via een verwijzing op zijn site zaken gaan doen met een externe leverancier) staan weblogs sterker. Vorig jaar sloot Emerce een advertentie revenue share overeenkomst met de weblogs Frankwatching.com, Yme.nl en dekoopman.net. “Alleen de grotere blogs”, schrijft blogger Michiel Frackers, “kunnen aansluiting vinden bij een advertentieverkoopnetwerk (…). Een eigen salesorganisatie opzetten is alleen voor groepen weblogs weggelegd of voor weblogs die aansluiting vinden bij een al bestaande organisatie.”
In Amerika hebben de “koepels” Gawker en WeblogsInc een bonte verzameling thematische weblogs om zich heen verzameld, waaronder de politieke blog Wonkette. Er is geëxperimenteerd met shared revenue-modellen (waarbij de blogger deelt in de advertentie-opbrengsten), maar dat beviel ze niet. Tijdens de Les Blogs conferentie schreef Anton van Elburg daar een reportage over.
Er gebeurt van alles op dit front. Een jaar geleden werd bekend dat Gawker Media’s nieuwe blog Lifehacker $75,000 van Sony ontving voor een exclusief advertentiecontract van 3 maanden.
Welke dynamiek zich op advertentiegebied ontwikkelt, laat Darren Rowse op zijn Problogger zien (deze Rowse verdient naar eigen zeggen een zescijferig jaarinkomen met zijn blogs). Naast AdSense en BlogAds noemt hij een lange reeks nieuwkomers op advertentie-, syndicatie- en affiliate gebied: Chitika’s eMiniMalls, Adgenta, CrispAds, Text Link Ads, Intelli Txt, Tribal Fusion, Adbrite, Kanoodle, AVN, Pheedo, TextAds, Fastclick en OneMonkey. En hij verwacht ook het nodige van MSN Adcenter en YPN, die hun advertentiesystemen nu nog aan het testen zijn. Net als in de gewone journalistiek stellen al deze constructies en systemen fikse eisen aan de journalistieke integriteit van de bloggers, maar het voert te ver daar hier op in te gaan.

Wat het de bloggers zelf kan opleveren? GeenStijl meldde in augustus 2005 dat advertenties een serieuze extra inkomstenbron beginnen te vormen voor de – veelal – studenten journalistiek die op de nieuwspagina posten (ter informatie: de nieuwssectie van GeenStijl haalde in juli 2005 1,7 miljoen pageviews en 220.000 unieke bezoekers). Over bedragen wordt niet gerept.
Ook Retecool verdient aan advertenties. “Ja, en dan het businessmodel voor blogging”, sprak Reet himself vorig jaar tijdens een zeldzame lezing. “Ik geloof niet in betaalde content, en zeker voor weblogs niet. De inkomsten gaan momenteel via gerichte verkopen van advertentieruimte, daar staan zowel Retecool als Adfactor van te kijken.” Hij vertelde dat het uiterlijk van de advertenties zoveel mogelijk wordt aangepast aan de uitstraling van Retecool: “Dat gaat goed, soms niet. Twee maanden geleden wilde een adverteerder zo’n vreselijke advertentie plaatsen, dat je de hele tijd tegen flitsen aan zat te kijken. Enfin, overlegd of ze de advertentie wilden aanpassen, dat wilden ze niet, nou dan niet. Dan kom je er niet op. De advertentie móet passen bij de website.” Reet ziet nieuwe mogelijkheden met de rubriek Luister: “Op dit moment ken ik nog geen muziekverkoopsite met een affiliate programma, maar die komen er ongetwijfeld. Retecool kan dan verdienen aan zijn muzikale tips en zo zijn eigen redactionele smaak en opinieleiderschap monetariseren.” Tot slot gaf Reet aan dat, in lijn met andere voorspellingen, de toekomst van weblogs op commercieel gebied meer zal liggen in advertenties die verrekend worden op basis van het CPC-principe (cost per click), en uiteindelijk in een betaling per gerealiseerde transactie.
Vanuit Amerika druppelt af en toe informatie over de verdiensten binnen. Jason Calacanis, de oprichter van Weblogs Inc., heeft 120 bloggers in dienst en geeft 90 blogs uit, waaronder Engadget (over consumentenelectronica) and Blog Maverick. Er wordt geld verdiend dankzij Google’s advertentieservice AdSense: $ 600,– per dag, $ 45.000,– over de eerste vier maanden. Gemiddeld verdienen zijn bloggers ergens tussen een kwart en de helft van wat ze in een “mid-level editorial job” zouden verdienen. Maar Calacanis is enthousiast: “Google’s performance has allowed us to reach profitability in one to six months for our content brands – I’ve never seen anything like it in my eleven years in web publishing.”
Adam Penenberg van de New York University heeft op basis van een uitgelekt contract uitgerekend wat een blogger bij Weblogs Inc. moet doen om maandelijks $500 te verdienen: 125 stukjes schrijven, comments redigeren en lezers antwoorden – oftewel: $4 per post.
Maar bij de concurrerende blogkoepel Gawker wordt volgens Penenberg meer verdiend: $2,500 per maand, plus “traffic bonuses”.

(6) Bloggersnetwerken. Als je dan toch voor je eigen weblog betaald schrijft, waarom dan ook niet betaald voor die van anderen? Dit systeem begint in de Verenigde Staten in zwang te raken maar lijkt me in Nederland nog nauwelijks aan de orde.

(7) Neveninkomsten. Bloggers hebben het voordeel dat ze vaak superspecialisten zijn èn een beauty van een etalage hebben (hun weblog), waar opdrachtgevers een goed beeld van hun staat van dienst krijgen. Dat kan neveninkomsten opleveren (die ook meestal hard nodig zijn). Denk aan lezingen en cursussen, consultancy opdrachten, boeken schrijven (natuurlijk ook e-boeken), en voor andere (ook niet-digitale) media werken. In de praktijk zal het natuurlijk ook vaak andersom gaan: specialist/consultant/cursusgever begint blog en bouwt zijn verdiensten op die manier verder uit.

(8) Merchandising (voor de creatievelingen). Problogger memoreert dat de verkoop van zijn Problogger T-shirts helaas geen doorslaand succes is geworden. Maar volgens hem proberen heel wat bloggers wat dollars bij te verdienen door via sites als Cafepress merkartikelen te laten fabriceren (“especially blogs with a cult following”); een blog noteerde, naar het schijnt, in het kalenderjaar 2005 inkomsten uit merchandising ter waarde van $20,000.

(9) Verkoop van de weblog. Mocht het bloggen tot aanhoudende hoofdpijn of een huwelijkscrisis leiden, dan resteert de laatste optie: verkopen. Regelmatig duiken verhalen op over nieuwe transacties en de daarbij geboden bedragen, die natuurlijk vooral op advertentie-omzetten gebaseerd zijn. Nederlandse weblogs als Dutchcowboys en Aboutblank zijn alert op dit gebied. Voorlopig hoogtepunt: de verkoop van Weblogs Inc aan AOL voor een bedrag van rond de 25 miljoen dollar.
Dankzij dit soort deals ontstaan er langzamerhand criteria om de waarde van blogs en sites te bepalen. Op pc-plein worden de “koersen” nauwlettend bijgehouden.

7 reacties

  1. Marco schreef op 23 januari 2006 om 10:44

    Theo, hoeveel probloggers kent Nederland volgens jou? Bovenstaande voorbeelden zijn businessblogs onderhouden door bloggers die dit naast hun werk doen. Voor zover ik weet zijn er maar een paar bloggers in Nederland die er hun brood mee verdienen en die hebben geen email van je ontvangen ;-)

  2. Theo van Stegeren schreef op 23 januari 2006 om 12:35

    Gezien het beginstadium van de weblogcultuur ben ik niet alleen in fulltime professionele bloggers geinteresseerd, Marco (dan zijn we in Nederland inderdaad snel uitgepraat). Ook part-timers vind ik interessant, al verdienen ze er misschien (nu nog) een relatief klein bedrag mee. Ik heb mijn netten dan ook breder uitgeworpen en houd je van de resultaten op de hoogte.

  3. Marco bedoelt natuurlijk: waarom je Marco niet hebt gemaild… :)

  4. Je schrijft: Reet ziet nieuwe mogelijkheden met de rubriek Luister: “Op dit moment ken ik nog geen muziekverkoopsite met een affiliate programma, maar die komen er ongetwijfeld. Retecool kan dan verdienen aan zijn muzikale tips en zo zijn eigen redactionele smaak en opinieleiderschap monetariseren.” Dat is echter een citaat uit mijn posting op:
    http://www.frackers.com/2005/04/03/000330.html

    En m.b.t. betaald webloggen: a.s. dinsdag 31 januari presenteer ik met mijn webloguitgeverij Small Media Group drie nieuwe professionele weblogs. Laat weten of je langs wilt komen, groeten,
    -Michiel

  5. Theo van Stegeren schreef op 30 januari 2006 om 09:12

    @Michiel: bedankt voor de correctie – ik heb de link toegevoegd – en voor je uitnodiging (neem contact met je op)

  6. We zijn inmiddels een stuk verder, dus een leuk moment om de discussie nieuw leven in te blazen als je mij vraagt

  7. Rob V. schreef op 7 december 2006 om 18:31

    Ik denk dat er inmiddels weinig veranderd is

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>