Internet als wapen tegen journalisten

NYT plaatje In Nederland kun je naar de Raad voor de Journalistiek stappen als je het niet eens bent met hoe je bent behandeld door een journalist. Maar een veel effectievere methode is natuurlijk je eigen versie van een artikel online zetten. De een plaatst een letterlijke transcriptie van een gesprek met een journalist op zijn website, een volgende doet dat met zijn e-mail correspondentie. The New York Times heeft een aardig overzichtsartikel (registratie verplicht) van de methodes die mensen gebruiken om journalisten die in hun ogen fouten maken terecht te wijzen.
Als journalist stak ik er een paar dingen van op: je moet je realiseren dat je e-mail en andere correspondentie niet (langer meer) vertrouwelijk kunt houden als iemand het niet zint hoe jij een verhaal verslaat. En hoe vervelend het misschien ook is als lezers naar dezelfde wapens kunnen grijpen als journalisten, het is uiteindelijk een goede zaak. Tegelijkertijd vraag ik me (en de Times ook in dit stuk) af hoeveel mensen nu in de zeurpieterige epistels van boze lezers of geïnterviewden zijn geïnteresseerd, tenzij mensen echt op schandalige wijze door een journalist zijn behandeld.

7 reacties

  1. Het wrange van dit verhaal is – de implicaties van ‘we media’ en de meeste trends online volgend – dat mensen die zelf media gaan maken (of het nu boze brievenschrijvers, bloggers, podcasters, modders, of wie dan ook zijn) steevast door journalisten weggezet worden als ‘zeurpieten’ en irritante kwelgeesten die het zomaar wagen om in het gouden potje van De Hoge Meneren Van De Journalistiek te piesen.

    Wat echt treurig is – en wat in alle oprechtheid de DIRECTE oorzaak is van het feit dat niemand onder de pensionsgerechtigde leeftijd nog voor journalistieke produkten wil betalen dan wel een woord gelooft van wat professionele journalisten te melden hebben – is dat journalisten hun medeburgers echt niet anders kunnenof willen zien dan als ‘publiek’. Dit ‘publiek’ haalt het nu in een onbewaakt ogenblik in haar hoofd zelf wat aan mediamaken te doen en het journaille reageert met een laagdunkend “ach gut, kijk ze nou”. Dat soort ideologisch oogkleppen- en struisvogelgedrag draait het mooiste beroep ter wereld langzaam maar zeker de nek om. Het is triest maar waar: er is maar EEN partij aan te klagen voor het verlies aan lezers, kijkers, luisteraars en geloofwaardigheid (en het zijn niet de marktwerking, de politiek, Marokkaanse jongeren of videospelletjes): dat is de journalistiek ZELF.

  2. Onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en distantie waren de drie grote ethische waarden in een journalistiek die van grote hoogte schreef voor ‘het publiek’. Nu ‘the people formerly known as the audience’ – die is van Jay Rosen, zie het NYT-stuk – mee zijn gaan doen, worden er nieuwe eisen aan ons vak gesteld. Niet dat de oude waarden er niet meer toe doen, ze zijn slechts betrekkelijker geworden. Maar wie serieus genomen wil worden door nieuwe generaties mediaconsumenten zal zich moeten realiseren dat authenticiteit, betrokkenheid en vooral transparantie beslissende voorwaarden zijn. En transparantie begint met de gedachte dat kritische lezers geen zeurpieten maar een zegen zijn voor elke journalist.

  3. Jeroen schreef op 3 januari 2006 om 12:29

    Misschien heb ik me niet helemaal goed uitgedrukt in dit stukje. Ik vond dit geen artikel waarin kritische lezers worden weggezet als zeurpieten. Maar ik moest wel denken aan het stuk van de Volkskrant ombudsman waar ik naar verwijs) waar hij enigszins vermoeid spreekt over een aanhoudende zeurpiet. Er zijn zeurpieten en er zijn kritische lezers. De taak van een goede journalist is nu de zeurpiet van de kritische lezer te onderscheiden. Verder vond ik dit geen badinerend stuk maar juist heel goed in het de lezer er op wijzen dat als een journalist een stuk schrijft niet iedereen zijn zin kan krijgen. Dat krijg je als je schrijft, dat mensen boos op je worden. Dat die mensen dan zelf op andere wijze hun mening ventileren, dat juich ik alleen maar toe.

  4. @Henk en Jeroen

    Ik sluit me aan bij wat Henk schrijft: “wie serieus genomen wil worden door nieuwe generaties mediaconsumenten zal zich moeten realiseren dat authenticiteit, betrokkenheid en vooral transparantie beslissende voorwaarden zijn.” Dat betekent niet dat je iedereen te vriend moet houden, maar dat je in ieder geval eerlijk en open moet laten zien hoe je tot je verhaal bent gekomen. En inderdaad is het een mooi gegeven dat degenen die het met jouw interpretatie niet eens zijn, hun eigen mening toe kunnen voegen.

  5. Laat ik ook nog maar een nuancerende duit in het zakje doen: wat problematisch is aan de kritiek van nieuwe media-enthousiastelingen zoals Henk en ik (ik wil niet voor Henk spreken, maar vermoed dat we dit etiket wel moeten accepteren), is dat het voor veel journalisten moeilijk te verkroppen is dat het fenomeen van ‘het verdwijnende publiek’ niet direct te wijten is aan het ontbreken van journalistieke kwaliteit. Ofwel: er is erg veel erg goede journalistiek, veel – zo niet de meeste – journalisten zijn zich behoorlijk bewust van de wensen en nukken van hun ‘publiek’, en nieuwsbedrijven besteden behoorlijk wat aandacht aan nieuwe media inspanningen… dit alles suggereert toch op z’n minst dat de teloorgang van ‘het Publiek’ niet zozeer aan het journalistieke werk, maar aan het journalistieke proces zou kunnen liggen?

  6. Veel goede en veel slechte journalistiek wordt bedreven door journalisten die op een welhaast religieuze wijze met hun vak en hun media omgaan. Ze achten de journalistiek hoog, zien zichzelf als geroepenen, streven een bijna on-aards ideaal na (pakkumbeet: een betere wereld) en nemen daarbij de positie in van de alles-wetende verteller – een beetje zoals een dominee of een priester namens de alwetende spreekt. Die religieuze omgang met hun vak verklaart waarom journalisten veelal zowel progressief of tenminste links-liberaal zijn, en tegelijkertijd aarts-conservatief als hen verteld wordt dat hun medium – de krant, de publieke omroep – in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. Het is net alsof de priester gevraagd wordt te accepteren dat kerken passe zijn, het gebed een achterhaald ritueel terwijl god naar aller waarschijnlijkheid binnen luttele jaren gedigitaliseerd zal zijn.

  7. Pingback: MediaBlog » God gaat digitaal

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>