Twentsche Courant Tubantia neemt burgerjournalistiek serieus

logo dorpsplein Vorige week begon de Twentsche Courant Tubantia met een voor Nederland uniek experiment: een online ‘krant’ van en voor burgers van het dorp Haaksbergen. In Dorpsplein Haaksbergen kunnen de inwoners van het dorp zelf artikelen schrijven, foto’s en video’s plaatsen en reageren op de bijdragen van anderen. Verenigingen houden hun eigen clublogs bij en verschillende buurten van het 20.000 zielen tellende dorp hun eigen buurtlogs. Het geheel wordt aangevuld met lokaal nieuws uit het papieren dagblad (oplage 130.000, twaalf verschillende edities). Het doel van dit alles is de dialoog met de lezer verbeteren.

Het probleem van de meeste dagbladen is dat ze ook op internet krantje blijven spelen”, vertelt directeur van TC Tubantia, Gerard Driehuis, die eerder hoofdredacteur van dezelfde krant was en daarvoor de leiding had over HP/De Tijd. Driehuis vindt dat de meeste dagbladen op internet hetzelfde doen als op papier: artikelen publiceren. “Ze maken geen gebruik van de eigenheid van het medium. Wij willen het anders. Wij laten de lezers het nieuws creëren. Via onze site kunnen burgers op een heel laagdrempelige manier zelf publiceren.” Op Dorpsplein Haaksbergen krijgen de bijdragen die de lezers zelf schrijven net zoveel aandacht als het nieuws dat uit de krant komt. Bovendien is al het nieuws zeer lokaal: een recente videobijdrage gaat over de kaasboer op de markt van Haaksbergen, een ander over een inwoner die een hersenbloeding heeft overleefd.

Dorpsplein Haaksbergen biedt op zichzelf geen nieuwe mogelijkheden: ook elders op internet kunnen burgers webloggen, foto’s en video’s publiceren en met elkaar in gesprek treden. Wat TC Tubantia doet is de inwoners van Haaksbergen een populair platform geven en dat aanvullen met nieuws uit de lokale krant. “Hoeveel bezoekers zou een Haaksbergse weblog halen?”, zegt Driehuis. “Misschien dertig per dag. Nu bestaat de mogelijkheid dat meer inwoners jouw weblog gaan lezen.”

Na anderhalve week is Driehuis over het Dorpsplein experiment niet ontevreden. “Er hebben zich al 62 verenigingen aangemeld, er worden vijftien tot twintig berichten per dag geplaatst. Er wordt geschreven, er worden foto’s en video’s geplaatst. Zo’n zes- a zevenhonderd mensen hebben een login-naam aangemaakt zodat ze straks actief mee kunnen gaan doen.”

De burgers zijn dus enthousiast, hoe zit dat met de redacteuren van TC Tubantia? “Er is een zekere argwaan”, zegt Driehuis die denkt dat sommige journalisten bang zijn dat hun baan op de tocht komt te staan. Hoewel het tot nu toe nog niet is gebeurd, verwacht Driehuis dat nieuws van de burgers van Haaksbergen ook in de papieren krant terecht zal komen. “Het is natuurlijk bedreigend om te zien dat veel van het nieuws waar nu professionele journalisten voor worden ingeschakeld, net zo goed door de mensen zelf verzorgd kan worden. Maar daar doe je niks tegen, als je dat al zou willen. En wij denken: als dit soort ontwikkelingen eraan komen, dan kunnen we het beter zelf doen dan het aan anderen overlaten.”

Driehuis is dus een voorstander van burgerjournalistiek. Hij meent dat veel nieuws net zo goed, of zelfs beter, door burgers verzorgd kan worden. Hij noemt het voorbeeld van de walvis die deze week in de Theems werd gesignaleerd. “Dan lees ik liever een ooggetuige verslag van iemand die dat zelf heeft gezien dan een verhaal van een journalist.” Bij wezenlijker zaken, ingewikkelder nieuws let je op de betrouwbaarheid, de kwaliteit en de deskundigheid van de afzender. Daar zullen kranten, en journalisten een belangrijke rol blijven spelen.”

Eind deze week wordt een dorpsplein voor Enschede geïntroduceerd. Als de experimenten bevallen dan volgen spoedig sites voor andere Twentse gemeentes.


11 reacties:

Peter van Ammelrooy
25 januari, 2006

Wat is er nou voor nieuws aan deze vorm van “journalistiek”? We kennen al decennia de wijkkrantjes, die door actieve bewoners worden geschreven en samengesteld. Ze verschijnen steeds minder, omdat de subsidies zijn stopgezet en steeds minder mensen zich betrokken voelen bij het wel en wee van hun buurt, en ook minder bereid zijn om tijd te steken in het informeren van hun medebewoners.
Het “dorpsplein” neemt de barriere van de productie weg: niks tikken, opmaken, drukken, vouwen en distribueren. Tegelijk zie je wat er gebeurt als je drempels weghaalt: veel navelstaarderij, persoonlijke getut.
Citaat: “Hoewel het tot nu toe nog niet is gebeurd, verwacht Driehuis dat nieuws van de burgers van Haaksbergen ook in de papieren krant terecht zal komen.” Maar gewoon 1-op-1 gekopieerd, of bewerkt/nagebeld/uitgebreid door een van Driehuis’ bange journalisten?
Citaat: “Driehuis is dus een voorstander van burgerjournalistiek. Hij meent dat veel nieuws net zo goed, of zelfs beter, door burgers verzorgd kan worden. Hij noemt het voorbeeld van de walvis die deze week in de Theems werd gesignaleerd. “Dan lees ik liever een ooggetuige verslag van iemand die dat zelf heeft gezien dan een verhaal van een journalist.””
Over wat voor ooggetuigen spreekt de hoofdredacteur dan? (”die dat zelf heeft gezien”, voegt D. er aan toe). Zomaar iemand die letterlijk en figuurlijk aan de wal heeft gestaan? Of een van de duikers die bij de reddingspoging betrokken was? En hoe pakt Driehuis dat dan aan? “Hier heeft u 800 woorden, mijnheer de brandweerman, schrijft u maar op wat er door u heenging?” Zou ik als lezer van TC Tubantia niet liever meer mensen aan het woord zien, dus ook een bioloog die de hele operatie zinloos noemt, een walvisexpert die uitlegt waar dit soort beesten normaal vertoeft?
Gaat Driehuis nog wel eens naar een restaurant? Zo ja, waarom eigenlijk? Met een fornuis thuis en wat ingrediënten kook je toch ook in tien minuten een vier-sterren-maaltijd a la Paul Bocuse op tafel?

Gecharcheerd? Nee. Zelfs als je journalistiek niet meer als een ‘vak’ beschouwt, is het in ieder geval een beroep: iemand (de uitgever, maar uiteindelijk de lezers) betaalt Driehuis – in zijn eigen woorden kennelijk volkomen onterecht – om een klus te verrichten waar anderen geen tijd voor hebben: het vergaren van nieuws.

Martijn de Waal
25 januari, 2006

Peter,

De discussie is volgens mij minder zwart-wit. Het is – zoals je terecht stelt – onzin te verwachten dat vlijtige burgers het werk gaan doen van journalisten, en dat er door al die bloggende burgers vanzelf een mooie krant of website ontstaat vol met achtegrondnieuws, inzichten van deskundigen, en kritische stukken over de gemeenteraad. De meeste burgers hebben hier helemaal geen zin in, en ook geen tijd voor. Goede journalistiek kost tijd en geld en heeft in veel gevallen baat bij een zeker institutioneel karakter dat de betrouwbaarheid kan garanderen (al kun je daarvoor ook andere instituties bedenken dan degenen die we nu hebben).

 

Maar dat wil niet zeggen dat burgers helemaal niets bij willen dragen. Ze willen best een tip geven, of als ze een verhaal lezen een kleine aanvulling of correctie geven, of een commentaar leveren. Chris Willis heeft hier wel interessante ideeen over. Dat is ook op zich niet nieuw, maar nieuwe media maken het gemakkelijker om deze dialoog te organiseren en te publiceren. Kijk bijvoorbeeld eens hoe Frank deze week een artikel opzet: hij begint met een overzichtje, vraagt zijn lezers dit vanuit hun expertise aan te vullen (1 minuut werk) en belooft het dan zelf weer verder uit te werken. Of wat te denken van al die bloggers die artikelen uit kranten samenvatten, herbewerken, remixen, bookmarken, doorsturen enzovoorts. Dat kun je parasiteren noemen, maar ook zien als deel van het journalistieke (selectie)proces, of zelfs als marketing voor de brengers van het originele bericht.

 

Er is denk ik ook een verschil tussen hoe verschillende type nieuwsorganisaties hiermee om kunnen gaan. Een landelijke krant verkoopt een ander product dan een lokale krant. De scheiding is opnieuw niet zo zwart-wit, maar een lokale krant is veel meer gericht op de lokale community, de kracht is voor een deel dat lezers op de hoogte blijven van wat er in de stad of het dorp afspeelt. Zo bracht De Dordtenaar (in de stad waar ik opgroeide) ooit het bericht: ‘Inwoner van Dordrecht maakt Wimbledon-debuut’. Wat volgde was een reisverslag van een Dordtenaar die naar Wimbledon was afgereisd, niet als speler maar om als publiek naar het tennistoournooi te gaan kijken. Dit is geen ontypisch voorbeeld. Natuurlijk is dit niet het enige wat ze doen, ze brengen ook serieus nieuws, maar het community-aspect is naar mijn idee erg belangrijk voor een lokale krant.

Dit soort gebeurtenissen vallen lang niet altijd onder de harde ‘nieuws’-criteria, maar lokale lezers zijn er zeker in geinteresseerd. Waarom zou je als lokale media-organisatie niet een poging doen die uitwisseling van informatie in een community te organiseren? Dat is altijd een deel van de core business van lokale kranten geweest.

Jeroen van Bergeijk
25 januari, 2006

Ik geloof ook niet dat Driehuis zijn journalisten wil ontslaan hoor. Wat hij wel ziet gebeuren is dat voor bepaald nieuws ouderwetse journalisten overbodig worden. Ik geloof dat daar niet veel tegenin te brengen valt, en als journalist ben ik daar ook niet echt rouwig om. Driehuis zegt ook dat voor iets ingewikkeldere zaken journalisten wel degelijk van belang blijven. En dat is dan toch ook goed nieuws voor ons journalisten, want dat is toch ook het leukste om te doen. Ik zie geen reden tot zorg.

Peter van Ammelrooy
25 januari, 2006

Het is Driehuis die rept – in elk geval in de woorden opgetekend door Jeroen – van “veel nieuws (dat) net zo goed, of zelfs beter, door burgers verzorgd kan worden.”
Het is ook Driehuis die zegt dat hij wel “burgerjournalistiek” in zijn krant ziet verschijnen, hoewel dat nog niet is gebeurd.
Maar helemaal vertrouwt de Tubantia-hoofdredacteur zijn pappenheimers niet. Citaat: “Bij wezenlijker zaken, ingewikkelder nieuws let je op de betrouwbaarheid, de kwaliteit en de deskundigheid van de afzender. Daar zullen kranten, en journalisten een belangrijke rol blijven spelen.” Ik zou me als “burgerjournalist” dan toch behoorlijk in mijn kuif gepikt voelen. Ik mag wel kliederen in de zandbak die Dorpsplein heet, maar als het serieus wordt, bepaalt Driehuis toch weer wat er in de kolommen komt.
Ergo: ik ben kennelijk niet de enige die het zwart-wit ziet. Waar ik me aan stoor in discussie als deze, is het gemak waarmee de termen “burgerjournalistiek” en “informatie” worden gebruikt. Het gaat Driehuis niet om informatie, of de burger mondiger maken, of zelfs maar om een gemeenschapsgevoel – maar om een handig uithangbord voor reclame. Prima, maar zeg dat dan.

Citaat: “Ik geloof ook niet dat Driehuis zijn journalisten wil ontslaan hoor.” Zijn baas wél hoor: Wegener ontslaat 300 journalisten.

Jeroen van Bergeijk
25 januari, 2006

Voor de goede orde: Driehuis is directeur, niet hoofdredacteur. En ik drukte me niet goed uit: ongetwijfeld zullen er journalisten uitvliegen bij TC Tubantia, zoals op veel plekken gebeurt. Wat ik bedoelde wat dat Driehuis niet journalisten als beroepsgroep eruit wil gooien. Ik begrijp niet waarop je baseert dat Driehuis alleen maar is geinteresseerd in handig uithangbord voor reclame? Wat bedoel je daar sowieso mee? Heeft Driehuis allerlei ideele motieven? Ik denk het niet. Hij wil geld verdienen. Da’s bij de Volkskrant niet anders dacht ik (en blij toe). Wil hij de burger mondiger maken? Ik weet het niet. Hij heeft een platform voor burgers gecreeerd. Laten we eens kijken wat die burgers daarmee doen en of ze er behoefte aan hebben.
Persoonlijk ben ik tot nu toe niet erg onder de indruk van de bijdragen op Dorpsplein Haaksbergen, maar ik woon daar ook niet. Misschien als het over mijn straat zou gaan, ik wel meer interesse zou hebben

RoalteNet
1 februari, 2006

“Twentse krant Tubantia neemt burgerjournalistiek serieus” staat er boven het artikel te lezen. Maar hoe serieus is Tubantia zelf te nemen op haar eigen weblog?

Als eigenaar van een amateurweblog over het Overijsselse Raalte volg ik de omtwikkelingen van Tubantia op de voet. Als die proef in Twente lukt zal namelijk naar mijn mening het moederbedrijf ook voor mijn regio met weblogs komen. De Stentor is namelijk ook van Wegener. Heb ik iets te vrezen van die nieuwste ontwikkelingen?

Het blijkt dat de moderators van Tubantia nieuws uit de toekomst kunnen voorspellen! Al enkele dagen voordat het weblog voor Enschede online zou gaan was er namelijk al een verslag van de opening van het weblog te lezen. Inclusief foto`s! Nadat ik een reactie op die website achtergelaten had verdween het bericht en werd er een andere versie geplaatst waarna na enkele dagen het oude bericht weer geplaatst werd met dezelfde foto`s. Zolang de profs op die manier werken heb ik als ‘burgerjournalist’ weinig te vrezen.

Jeroen van Bergeijk
1 februari, 2006

@roaltenet: heb je hier een link van?

RoalteNet
1 februari, 2006

Ja hoor.
Op donderdag 26 januari stond dit bericht al op het Enschedese weblog: http://www.enschede.tctubantia.nl/enschede/1013/iedereen_in_enschede_wordt_verslaggever?h

moderator
4 februari, 2006

Beste Jeroen van Bergeijk. Je vergist je als je zegt dat de moderator van TCTubantia de toekomst voorspelt. Je voorbeeld is niet correct. Een week voor de officiele opening van de site was de site TECHNISCH al live en werd er content op geplaatst. De opening waar je kennis van nam is de opening van de site van HAAKSBERGEN en niet van ENSCHEDE. En inderdaad: als de proef slaagt, en daar zal ik ook aan bijdragen, wordt het landelijk uitgerold en dus ook in Raalte. Maar geen angst: concurrentie is goed en gezond en houdt scherp. Het is een groot goed als mensen kunnen kiezen, dus vrees alsjeblieft niet dat je amateurweblog zoals je die omschrijft weg zou moeten.
met vriendelijke groet
de moderator van digitaal dorpsplein Haaksbergen en digitaal stadsplein Enschede: http://www.enschede.tctubantia.nl en http://www.haaksbergen.tctubantia.nl

Jeroen van Bergeijk
4 februari, 2006

@Moderator: Eerst even goed lezen: niet ik, de auteur van het artikel, maar Roaltenet schreef over de toekomstvoorspellende gaven van TCTubantia en als ik Roaltenet goed lees werd de opening van Haaksbergen wel degelijk als die van Enschede gepresenteerd, maar dat kan hij/zij ongetwijfeld beter zelf vertellen.

RoalteNet
6 februari, 2006

Dat klopt. Op de betreffende site over Enschede was nergens te lezen dat het om een presentatie van het Haaksbergse weblog zou gaan. Verder vond ik het nogal vreemd dat de datum van publicatie enkele malen veranderde. Elke keer ging het echter om een datum die nog moest komen…. Misschien zijn het aanloopproblemen?
Inderdaad hoeft concurrentie niet per definitie verkeerd te zijn. Op dit moment heb ik als amateur een prima verstandhouding met de rakkers van de lokale Stentor (Salland-editie) en zien we elkaar meer als aanvulling dan als concurrent.


Laat een reactie achter »