
Michael Bull werkt op de Universiteit van Sussex . Midden jaren negentig schreef hij het boek Sounding out the City, waarin hij onderzoek deed naar Walkman-gebruikers. Het afgelopen jaar ondervroeg hij 1000 iPod-bezitters over de betekenis voor hen van wat hij het eerste ‘urban cultural icon’ van de 21ste eeuw noemt. In Berlijn sprak hij op de Transmediale over zijn onderzoek, na afloop sprak ik met hem. Voor een podcast, natuurlijk.
| Luister (ca. 12 min) | — Eerdere podcasts | — Abonneer |
1.
De opkomst van de iPod betekent dat luisteraars kunnen bepalen wanneer ze waar naar luisteren. Muziekprogramma’s op de radio zouden daar op termijn last van kunnen krijgen. Waarom nog naar de radio luisteren als je zelf je eigen playlist samen kunt stellen? Andere type programma’s kunnen er weer wel hun voordeel meedoen. In Engeland zijn vooral podcasts met comedy’s populair. Ook nieuwsprogramma’s en documentaires mogen zich in een toenemende interesse verheugen, nu luisteraars er via hun iPod naar kunnen luisteren wanneer het hen uitkomt. Al zegt het feit dat juist die programma’s worden gedownload, ook weer iets over de iPod gebruikers zelf: het is nog altijd een middenklassefenomeen.
2.
Zo’n 30 procent van de iPod gebruikers download wel eens radioprogramma’s. Dat aantal zal nog verder toenemen, verwacht ik. iPod gebruikers zeggen dat ze veel meer naar muziek luisteren dan dat ze dat ooit hebben gedaan. Men luistert de hele dag naar het apparaat, een groot verschil met de Walkman, waarnaar veel korter werd geluisterd. Sommigen luisteren er bijvoorbeeld ook thuis naar, als ze hun huisgenoten of partner niet willen storen. Opvallend is dat het apparaat voor allerlei genres wordt gebruikt. Opnieuw 30 procent gebruikt de iPod bijvoorbeeld om naar audioboeken te luisteren. Ook voor het leren van talen wordt de iPod gebruikt. Het aantal verschillende audio-producten zal hierdoor misschien nog verder gaan toenemen.
3.
Het feit dat je op elke plek, op elk moment je hele muziekcollectie met een enkele vingerbeweging kunt beheren, geeft iPod bezitters een enorm gevoel van controle. Een respondent zei: ‘In alledaagse situaties heb je weinig controle over je leven. Ga je naar een winkel, dan staat daar hun zoete muzak op, die je aanspoort om meer te kopen. Ga je naar huis, dan bepalen niet ik, maar de files wanneer ik eindelijk thuis kom. De iPod geeft me weer een klein beetje controle over mijn leven. Ik kan in ieder geval zelf mijn eigen soundtrack bepalen.’ De iPod wordt zo ook ingezet voor mood-management. Gebruikers geven aan dat ze met behulp van bepaalde muziek bepaalde stemmingen op kunnen roepen. Dat is weer een groot verschil met de walkman: iPod gebruikers kunnen die sfeer heel exact micro-managen omdat ze hun hele muziekcollectie met zich meedragen.
4.
Daarop doorgeredeneerd: de iPod zou je kunnen zien als een symbool voor de mobilisering en de privatisering van het leven in westen door de eeuwen heen. In de middeleeuwen moest je naar de kathedraal om collectief naar heilige muziek te luisteren. De radio en hifi-set waren de volgende stap: je kon in je huis, in je privé-omgeving naar je eigen muziek luisteren. De transistor maakte die muziek weer draagbaar, de auto met autoradio werd een rijdende privécapsule. De walkman en vooral de iPod maken de muziek nog draagbaarder. Waar je ook bent in de openbare ruimte, je hebt altijd je privé-muziekcollectie bij je. Waar je ook bent, je kunt je aan het dat openbare leven onttrekken en je terugtrekken in je private audio-bubble.
Dat is overigens niet helemaal nieuw. Begin twintigste eeuw schreef Georg Simmel al over de defensieve mechanismen van de stadsbewoner. De stad biedt een overvloed aan indrukken, je kunt niet op alles reageren. Door je bijvoorbeeld in de trein achter een krant te verschuilen, geef je aan: ik ben niet beschikbaar voor conversatie. De witte iPod-oordopjes zenden een vergelijkbaar signaal uit. We reageren op de overstimulatie van de buitenwereld door die stimuli te vervangen door onze eigen, zelfgekozen sensorische audiowereld.
5.
Sennett schreef ooit dat de kathedraal een plek was waar de wereld weer even werd gecentreeerd. Buiten was de wereld chaotisch en onoverzichtelijk, maar in de kathedraal werd het universum weer tot overzichtelijke en geordende proporties teruggebracht. Je kon je er terugtrekken uit die chaotische wereld, en tegelijkertijd bood het een stabiele, onvermurwbare visie op die chaotische wereld. In de Westerse cultuur zie je een lange traditie van dit soort plekken. De iPod heeft voor veel gebruikers een zelfde soort functie. Het apparaat geeft ze een gevoel van controle, een mogelijkheid om die chaotische buitenwereld je eigen te maken door er je eigen soundtrack aan toe te voegen, die precies past bij je stemming.
De conclusies van mijn onderzoek druisen dan ook in tegen de gangbare postmoderne filosofische theorieën waarin wordt verkondigd dat mensen die radicale decentrering van ervaringen zouden omarmen als een bevrijding. Uit de verhalen van mijn respondenten blijkt juist het tegenovergestelde: ze zijn juist op zoek naar een gecentreerde, geordende ervaring. Daarin zit een zekere paradox. Die gecentreerde ervaring wordt niet meer beleefd als een collectieve ervaring, die een hele samenleving deelt, het individu is het centrum van zijn eigen universum geworden. Tegelijkertijd: veel respondenten luisteren wel naar exact dezelfde muziek op hun iPod. Maar zeggen ze dan: voor mij betekent deze muziek iets anders dan voor de andere luisteraars.
Bovenstaande tekst bestaat uit door mij geparafraseerde elementen uit de lezing die Michael Bull op 5 februari 2006 hield op de Transmediale in Berlijn, aangevuld met quotes uit het bijgevoegde Podcast-interview.
2 reacties