Waarom we niet meer naar het nieuws kijken (todat er echt iets aan de hand is)

Recensie van David T.Z. Mindich: Tuned Out. Why Americans Under 40 Don’t Follow the News (2005) en Irene Costera Meijer: De toekomst van het nieuws (2006)

Hele generaties stonden met het nieuws op en gingen ermee naar bed. Letterlijk. De haard aanmaken, thee zetten, ontbijt met krant en radionieuws. De luiken gingen weer dicht na het middernachtelijk nieuws en het Wilhelmus. Je vraagt je af wat er allemaal zo belangrijk was dat het op de voet gevolgd moest worden. Geen kattendrek, dat staat vast. Indië, Korea, Berlijn, de AOW, watersnood, bestedingsbeperkingen, Soekarno, Boedapest, Spoetnik, de Andrea Doria, Suez, Kennedy, Cuba, Luther King, Vietnam, Praag. Gebeurtenissen van jewelste met veelal de Koude Oorlog als master narrative.
Maar wat moesten al die gewone stervelingen ermee? Ver van hun bed, geen direct belang of instrumentele waarde. Toch vond men het belangrijk om op de hoogte te blijven. Het hoorde bij het ‘actieve’ burgerschap van de civic generation, zoals de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam die geëngageerde naoorlogse volwassenen heeft genoemd. De krant had dezelfde vanzelfsprekendheid als ‘water, gas, elektra’. Vaak ging het samen met het lidmaatschap van politieke partij en vakbond, vrijwilligerswerk, deelname aan het verenigingsleven en, uiteraard, de plechtige gang naar de stembus. De ‘stille generatie’ kende haar burgerplicht.

Bowling alone
In Bowling Alone (2000) schetste Putnam hoe hier in de VS al midden jaren zestig de klad in kwam en de participatie op alle fronten begon terug te lopen. Niet omdat de civic generation afhaakte – die volhardde in haar eenmaal gevormde gewoonten. Nee, elke nieuwe generatie liet het er nadien een beetje meer bij zitten. Bijgevolg gaat iedereen nu moederziel alleen naar de kaatsbaan: ‘bowling alone’. Dit beproefde schema van gestage maatschappelijke onthechting is het uitgangspunt voor Tuned Out van de Amerikaanse perswetenschapper David T.Z. Mindich. Ondertitel: Why Americans Under 40 Don’t Follow the News. Mindichs analyse is onbarmhartig. Nee, we gaan het nieuws met het klimmen der jaren niet beter volgen. En nee, internet heeft zich niet ontpopt tot vervangende serieuze nieuwsbron. Elke generatie bedient zich van een eigen mediamix en houdt daar in grote lijnen aan vast. Een krant en serieus nieuws zitten steeds vaker niet in het pakket.

Tot zover weinig nieuws. Mindich inventariseert wat er vanuit generatieperspectief over tijdbesteding, mediaconsumptie, lees-, kijk-, luister- en internetgedrag bekend is. Feiten die een eind komen om de snelle daling van krantenoplagen te verklaren. Vervolgens werpt hij een blik achter al die cijfers via diepte-interviews met high-schoolleerlingen, (journalistiek)studenten, bankbediendes, Survivor-kijkers, college basketballers, acteurs. In totaal 58 jonge mensen. Waarom volgen zij het nieuws niet – zijn daar uitzonderingen op? –, wat doen ze wel, wat beweegt hen, wat zijn hun behoeften, emoties?

Zo komt hij te weten dat hun kennis van traditionele nieuwsfeiten abominabel is. Zelfs gevorderde studenten kunnen niet ook maar een lid van het Hooggerechtshof noemen. Zangeres Alicia Keys kennen ze daarentegen bijna allemaal, net als basketbalidool Allen Iverson. Voor de doorsnee veertig-minner heeft de klassieke nieuwsagenda geen urgentie meer – een enkele uitzondering daargelaten. Nieuws doet er nauwelijks toe, heeft niets met hun leven te maken. Bovendien zijn de media oppervlakkig, onbetrouwbaar, ongeloofwaardig, corrupt zelfs. Geen tijd wegens druk, druk, druk, zoals ze zelf beweren? Niks daarvan, tijd zat, alleen besteden ze die aan entertainment, soaps, realityshows. Daarover lezen ze zelfs – op internet – en kleppen ze eindeloos met elkaar. Die namaakwereld boeit wel, amuseert, is emotioneel bevredigend; kwaliteiten waartegen onthechte, objectiverende journalistiek het aflegt.
Mindich oppert dat de professionele afstandelijkheid van serieuze, ‘neutrale’ media mede debet is aan hun malaise en nog hun ondergang wordt. Bitter nieuws voor de democratie, die niet zonder geïnformeerde burgers en een levendige openbaarheid kan. Als onmiskenbaar politiek correcte liberal stelt hij met merkbare tegenzin zelfs de rechtse retoriek van het – ook onder jonge kijkers – populaire Fox News ten voorbeeld. Zo kan het ook. Nieuws doordrenkt van emotie en opinie. Het breekt weliswaar met de – liberale? – objectiviteit, maar biedt kansen voor ‘een nieuw soort journalistiek voor jonge mensen’.

Meer Britney, minder W.
Waaruit zou die kunnen bestaan? Mindich ziet niets in wat zo’n beetje alle Amerikaanse kranten en nieuwsprogramma’s nu doen: meer Britney Spears, minder George W.. Die wanhoopspoging om voor jonge mensen relevant te zijn, maakt ze voor iedereen irrelevant. Maar zijn eigen restauratieve oplossingen overtuigen evenmin. Draai de deregulering uit de jaren tachtig terug, versterk de publieke functie van – commerciële – media, ga mediaconcentraties en cross-ownership (tv, krant, internet) tegen, verplicht fabrikanten om news portals op al hun pc’s te installeren, stop meer burgerschapskunde in het onderwijs, maak de politiek ‘weer’ betekenisvol, laat ‘public journalism’ het publiek daarbij betrekken.

Allemaal even goed bedoelde als kansloze adviezen. Zelfs als zijn receptuur als door een wonder zou worden opgevolgd, is de kans miniem dat het jonge volk zijn mediagedrag erdoor zou laten veranderen. Interessanter en pertinenter is Mindich’ notie dat passie en emotie niet per definitie rechts zijn. Wat Fox doet, kunnen neutrale, onpartijdige nieuwsmedia ook. Kom uit de plooi, weg met die uitgestreken gezichten en stropdassen. Stop meer jonge mensen in het nieuws, praat niet over hen, laat ze zelf aan het woord, kruip in hun huid, sluit aan bij hun belevingswereld. Het zijn de voornaamste concessies die Mindich doet aan de conventionele ‘moderne’ nieuwsagenda om jonge mensen weer in het nieuws te interesseren.

Postmoderne informatietaal
Irene Costera Meijer, communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, gaat in De toekomst van het nieuws fikse stappen verder. In opdracht van het NOS Journaal onderzocht ook zij waarom jonge mensen serieus nieuws doorgaans smaden. Zij stelde honderden vijftien- tot vijfentwintigjarigen – scholieren en studenten – vergelijkbare vragen, liet student-onderzoekers diepte-interviews afnemen en komt op hoofdlijnen tot dezelfde bevindingen als haar Amerikaanse counterpart. Nieuws is als levertraan: het is goed voor je, moet eigenlijk, maar lekker is anders. Zelfs journalistiekstudenten kijken liever naar het onechte RTL Boulevard dan naar het o zo echte maar geeuwend saaie NOS Journaal en snacken, soapen, sitcommen, zappen, multitasken, chatten, sms’en en bricoleren er à la Lévy-Strauss lustig op los. Alleen gaat Costera Meijer veel minder vooringenomen en normatief met die feiten om. Haar analyses graven uiteindelijk dieper en haar ‘oplossingen’ zijn origineler en gedurfder.

Het grote verschil is dat Costera Meijer de populaire cultuur niet walgend afwijst. Voor haar is het ‘postmoderne’ pandemonium een vocabulaire dat op eigen wijze, met andere middelen, genres, formats en stijlfiguren, waardevolle publieke functies kan vervullen. In een achtbaan van adembenemende paradoxen voert ze haar tegenstribbelende, tragisch ouderwetse ‘moderne’ lezer die andere ‘openbaarheid’ binnen. Tegenover – of naast – de ‘moderne nieuwstaal’ staat een ‘postmoderne informatietaal’. Daarin wegen ervaring, meemaken, ‘verstehen’ zwaarder dan kennis en inzicht, wint participatie het van afstandelijkheid, zegt beeld meer dan tekst, verdringt binding autonomie, heerst anarchie over hiërarchie.

Costera Meijers voorbeeldige en fascinerende verhandeling staat mijlenver van Mindich’ defensieve ideeën om de kijker/lezer/luisteraar keuzes te ontfutselen en zijn ‘opleuken’ van het nieuws – die echo van de beatmis, die toch vooral de wanhoop en irrelevantie van een leeglopende kerk onderstreepte. Ook levertraan met een smaakje is onverteerbaar. Het vernuftige van De toekomst van het nieuws is ook dat Costera Meijer, trouw aan haar postmoderne beginselen, niet kiest. Voor beide logica’s is plaats onder de zon.

Ook jongeren zelf eisen niet dat nieuws geherdefinieerd en versneden wordt. Als er echt iets aan de hand is, willen ze kunnen terugvallen op de moderne nieuwsagenda en -behandeling. Jasje, dasje, feitelijk, onthecht. Zulk nieuws moet er zijn als water uit de kraan, onvervuild door subjectivering en infantilisering. Want paradoxaal genoeg erkennen zij de scheidslijn tussen de ‘echte’ wereld en het escapistisch universum, ironisch, empathisch, relationeel, meer communicatief dan informatief, waarin zij zich dagelijks wentelen. Dat spiegelpaleis is niet heel de wereld, wel een cruciaal deel van de postmoderne wereld. Zelfs vervult het daarin allerlei nuttige – democratische, morele, gemeenschapsvormende, infomerende – publieke functies. Zoveel maakt Costera Meijer overtuigend duidelijk. Maar ook dat er een toekomst is voor enkele bastions van hopeloos ‘moderne’ kwaliteitsjournalistiek. Voor als er echt iets aan de hand is.


6 reacties:

Peter Luit
24 februari, 2006

We moeten over dit verschijnsel niet zo verbaasd zijn. En al helemaal niet ergens met de vinger naar wijzen. Wij zijn zelf de ingrediënten van de informatie explosie. Onze kinderen groeien op met een overload aan informatie. Is het dan gek dat zij de krant, de radio en de televisie, on-demand verruilen voor internet, waarop zij zelf kunnen bepalen wat zij in hun leven leuk vinden. Ook de jeugd zoekt naar leuke dingen. De krant, de radio en de televisie brnegn ons nieuws van ’slechte zaken’. Wie wil dat zien? Onze kinderen? Nee, zij willen de leuke dingen van het leven beleven en niet op het NOS journaal 20 minuten ellende zien van 5000 kilometer verderop. Natuurlijk moet dat een onderdeel zijn van de opvoeding van onze kinderen, maar elke dag is wel wat veel. We hoeven echt geen studies te verrichten naar dit soort verschijselen. Het is het gevolg van het door ons laten exploderen van de hoeveelheden informatie….

Duns
24 februari, 2006

Grappig. Dit is weer zo’n artikel waarin journalisten aan elkaar uitleggen dat het de schuld van iedereen (behalve van henzelf) is dat men geen belangstelling heeft wat die journalisten te bieden hebben.

Eigenlijk het niveau van een puber die iedereen die het níét met hem eens is, maar ‘dom’ vindt.

Ik zal het nog maar eens herhalen: Beste Journalisten, jullie zijn het slachtoffer van paradigm-shift. Kijk maar eens bij Tomas Kuhn, Structure of Scientific Revolutions. (Léés dat boek!)

Jullie zitten vast in het sociaal-democratische paradigma, terwijl de 21ste eeuw voor de conservatieven is.

Jaap
24 februari, 2006

Zeggen dat men er totáál naast zit met als argumentatie enkel het woord ‘paradigmawisseling’ en de aanbeveling een zeker boek te lezen vind ik ook niet direct getuigen van een duizelingwekkend hoog niveau – en in dit geval tevens inhoudelijk onjuist, aangezien de kern van het verhaal is dat nieuwsjournalistiek zal moeten veranderen om tegemoet te komen aan andere vormen van informatieconsumptie.
Hieruit spreekt het besef dat nieuws (de Westerse notie van wat goede nieuwsjournalistiek is: objectiverend, droog, anoniem, emotieloos, etc) een construct is dat geen universele en oneindige geldigheid heeft.
Ik vind het een sterke recensie en ga zeker het boek van Costera Meijer lezen.

Mark Deuze
25 februari, 2006

Allereerst: prachtrecensie! Ook mooi om te zien hoe toponderzoek bij ons ten lande – Irene Meijer’s werk – vergelijkbaar Amerikaans werk volkomen te kijk zet. 58 hapsnap gesprekken tegenover honderden semi-gestructureerde diepte-interviews… en daarbij een meer afgewogen en bruikbare conclusie.

Hoewel… Irene heeft in haar eerdere werk – in tijdschriften als Journalism Studies gepubliceerd – al gepleit voor het ontwikkelen van een ‘derde’ vorm van journalistiek, die erkent dat er grote waarde te vinden is in zowel het klassieke model (van de onthechte en op negatief nieuws gerichte journalistieke elitecultuur) en het ‘postmoderne’ (waarbij participatie, gevoel, betrokkenheid en inclusiviteit centraal staan).

Zij merkt daarbij fijntjes op – iets wat we teveel over het hoofd zien – dat dit ‘gendered’ concepten zijn, dwz: in het klassieke model herkennen we een sterk masculiene dominantie (mannen zijn biologisch eerder gericht op negatief en zgn. ‘hard’ nieuws bijvoorbeeld), terwijl het tweede model veeleer feminien oogt.

De kunst is om als ‘nieuwe’ journalist moeiteloos beide jassen te kunnen verwisselen al naar gelang het weer daar om vraagt, en daarnaast ook een eigen ‘remix’ te maken van alle mogelijke manieren om journalistiek te bedrijven.

Als de gevestigde orde in de journalistiek hier defensief op reageert, heeft dat toch wel met een ‘paradigma-verschuiving’ te maken, alleen is die niet partij-politiek, maar eerder politiek-persoonlijk.

De boodschap is zo simpel en blijkt toch o zo ingewikkeld: journalistiek moet complexer, gedifferentieerder, multi-perspectiever, responsiever, inclusiever en vooral: minder starrig. De journalist moet aangeleerd worden meer lol met het vak te hebben, te spelen met nieuwswaarden, garingsmethoden, taalvormen en aanspreektonen. Waar is het plezier? In ieder geval bij de redactie van RTL Boulevard.

Duns
25 februari, 2006

Beste Jaap,

Dat is nou precies wat ik bedoel … iemand die het niet met je eens is wordt door jou onmiddellijk als dom weggezet (hoewel je het met “niet getuigen van hoog niveau” wat chiquer formuleert).

Verder ga ik niet meer de hele redenatie achter paradigm-shift hier opschrijven … dat heb ik elders reeds voldoende gedaan. En ik kan het toch nooit zo goed en volledig als Kuhn.

Maar jij gaat het boek van Costera Meijer wél, maar van Thomas Kuhn niét lezen … tsja …

Martijn de Waal
25 februari, 2006

@ duns en jaap:
point made, nu weer bijdragen over het onderwerp zelf aub.


Laat een reactie achter »