You write it, we print it. Geld verdienen met burgerjournalistiek.

Deze week houdt de Newspaper Association of America een conferentie over marketing, oplages, rubrieksadvertenties, de mogelijkheden van nieuwe media en andere onderwerpen die krantenuitgevers wereldwijd bezig houden. Clyde Bently van de Missouri School of Journalism gaf er een presentatie over het project mymissourian.com, een samenwerkingsproject tussen de krant de Columbia Missourian en de School voor de Journalistiek. Studenten van die school helpen de lezers van de krant om burgerjournalistiek te bedrijven en treden op als eindredacteuren die de ingezonden stukken beoordelen op kwaliteit en op de website publiceren. Opvallend is dat het initiatief gescheiden opereert van de krant, die een eigen website heeft. Op zaterdag verschijnt er ook een papieren editie van Mymissourian.com, met als motto ‘you write it, we print it’. Ik heb de lezing niet bijgewoond, maar de online powerpoint biedt wel een interessant kijkje in de keuken:

Enkele quotes:

  • Aanvankelijk was een deel van de staff sceptisch: hoe zit het met de geloofwaardigheid van burgerjournalistiek?
  • Redenen om het wel te doen zijn: een stem geven aan die personen die door de pers vaak niet worden gehoord. En ervoor zorgen dat ook niet-journalisten de agenda van lokale publieke sfeer mee kunnen bepalen.
  • En niet onbelangrijk: een ´burgerjournalistensite´ is ook een middel om reclame-inkomsten te genereren. De bijdrages van burgers brengen originele content die de inwoners van Columbia op prijs stellen. Een gemakkelijke manier om de lezers dat te geven wat ze graag willen.

Het succes van Mymissourian ligt volgens Bently deels in de combinatie van burgers die schrijven en journalisten die dat proces begeleiden.

“As more and more news organizations adopt community/citizen/open-source journalism ventures, they’ll need to learn how to run them. Covering stories and collecting, cultivating,sharing stories are very different things. Helping others to share their lives is still journalism, and it needs to be taught.”

Daarbij kwamen wel een aantal dillema’s naar boven:

  • Decency” – How do we treat profanity and adult
    topics?
  • Commercialism” – What about the promotion of a
    business, organization, religion, etc.?
  • Literacy” – How much editing and rewriting should we
    do?
  • Banalism” Is anything just too stupid to appear on the
    site? If so, how dumb is dumb?

Bently draagt daarvoor een aantal oplossing aan:

  • Decency” No profanity, no nudity – use normal
    newspaper standards of propriety
  • Commercialism” Don’t ban businesses that selfpromote,
    but work with them to produce copy of
    general interest.
  • Literacy” Keep editing to a minimum, focusing on
    readability rather than style. Avoid jargon and cultural
    slang that can be misinterpreted.
  • Banalism” Journalists are poor judges of the banal.
    Rather than say anything is too low-brow, just find an
    appropriate category and let the public judge it.

Tot slot bleek dat burgers veel minder vaak over de lokale politiek berichtten dan vooraf verwacht en veel vaker over religie. En foto’s van katten en honden hoorden tot de allerpopulairste berichten. De studenten journalistiek die de burgers begeleiden hadden daar grote moeite mee. Ze wilden liever zelf verhalen schrijven dan andere mensen begeleiden en hadden moeite met de ‘onjournalistieke’ bijdrages over het leven van alledag van de lezers.

De hele presentatie is hier te bekijken.

De presentatie zet toch ook aan het denken. Enerzijds laat deze zien dat er zeker interesse is van lezers en adverteerders voor burgerjournalistiek. Anderzijds kun je je ook afvragen wat het effect hiervan is op de publieke sfeer. Meer aandacht voor de belevingswereld van de lezer kan zeker geen kwaad. Maar het lijkt mij dat de taak van journalisten toch meer behelst dan de lezer helpen bij het publiceren van foto’s van de eigen huisdieren? Of zijn de traditionele waakhondfunctie en de nieuwe functie van begeleider/docent ook met elkaar te verzoenen?

Ik vermoed dat dit soort systemen verder zullen evolueren, en dat mediabedrijven verschillende functies krijgen met deels verschillende doelgroepen, die misschien ook wel in aparte titels of domeinen ondergebracht zullen worden. Ik kan me ook voorstellen dat lokale kranten hier een andere strategie zullen volgen dan landelijke kranten. In ieder geval zijn de journalisten in Missouri nog huiverig voor deze ontwikkelingen. Niet voor niets heeft de traditionele krant een andere titel en ander webadres dan de grassroots-krant.


1 reactie:

Marjolein Knuit
27 februari, 2006

Tja, aan de ene kant is de journalist er om de behoeftes van de burger aan nieuws en diepgang te te vervullen, en als de burger liever zacht nieuws lezen met vertederende plaatjes erbij; wie is de journalist dan om daar geen gehoor aan te geven?

Aan de andere kant moet de journalist ervoor waken dat nieuwswaarde en stijl behouden worden (ik had me waarschijnlijk ook dood geergerd aan de burgerjournalisten uit dit bericht).(publiekgericht) schrijven blijft een vak apart: voor vlug nieuws zijn internet, weblogs een uitkomst maar voor diepgang moeten mensen toch echt bij de journalist terecht.


Laat een reactie achter »