‘Dubbelmedium’ Libération nog geen groot succes

Wat moeten kranten toch aan met internet? Ook in Frankrijk, dat zijn aanvankelijke internetachterstand de afgelopen jaren rap heeft ingehaald, leidt het tot hoofdbrekens op de redacties. Libération kondigde in oktober als eerste Franse krant aan een volwaardig dubbelmedium te worden: internet en papier zijn samengevoegd tot één geheel, gemaakt door één redactie. Een zeer openhartig gesprek met de internetchef, een halfjaartje later.

Parijs – Het is vrijdagochtend, iets over negenen. Journalisten zijn nauwelijks nog te bekennen op de redactie van Libération, in het hart van Parijs, vlakbij de Place de la République. Er heerst geen opperbeste stemming. Deze maand werd bekend dat de reorganisatie bij het linkse lijfblad van de mei 1968-generatie nog ingrijpender uitpakt dan aanvankelijk verwacht: er verdwijnen tachtig banen.
Internetchef Johan Hufnagel zit er wat verloren bij, maar dat heeft voornamelijk een andere oorzaak. ‘Tussen negen en tien bereikt het aantal bezoekers op onze site een hoogtepunt,’ zegt hij. ‘Er zit op dit moment één internetredacteur. Dat ben ik ja, bezig met een interview.’
Met andere woorden: de duizenden bezoekers van liberation.fr krijgen de verhalen voorgeschoteld die gisteren geschreven zijn en ook in de papieren krant staan. Geen verse stukken.
In oktober vorig jaar kondigde Libération, door lezers liefkozend Libé genoemd, vol trots aan de eerste volwaardige ‘bimediale’ krant te gaan maken. De aparte internetredactie ging op in de algemene redactie. Iedere journalist zou zowel voor het papier als voor het net gaan schrijven.
Maar: ‘De omslag naar een dubbelmedium is nog geen feit,’ erkent Hufnagel. Sterker nog: ‘De redactie concentreert zich voor 99 procent op het papier. De krant gaat om een uur of tien ’s avonds naar de drukker en daarop is iedereen gericht. Onze redacteuren zijn gewend aan één deadline per dag. Met internet kun je er wel tien hebben. Dat vertikken veel journalisten.
De meesten komen pas binnen na onze eerste bezoekerspiek tussen negen en tien. Het vereist een complete cultuuromslag bij de journalisten om zich ook op het internet te richten. Ze blijven internetpublicaties zien als minderwaardig aan de gedrukte krant.’

Premium gedeelte website: het staat chic

Openhartigheid kan Hufnagel in ieder geval niet ontzegd worden. Hij is blij dat de hele redactie, van wie een aantal al bij de krant werkten toen Jean-Paul Sartre die in 1973 hielp op te richten, nu al zo ver is dat ze in ieder geval niet meer ‘om filosofische redenen’ tegen internet zijn. ‘Nog enkele jaren geleden was er een groep die principieel geen online-verhalen schreef. Nu zijn het meer de praktische bezwaren,’ zegt de chef internet.
Hij schat dat ruim de helft van de ‘papieren’ redacteurs wel eens een aparte bijdrage levert voor internet, meestal op zijn verzoek. Andersom schrijft de gehele voormalige internetredactie wel veel voor het dagblad.
Inhoudelijk is er volgens Hufnagel een duidelijk verschil tussen een verhaal voor het net en voor de krant. ‘Een internetstuk is korter, actueler, minder diepgravend, maar voegt wel iets toe aan een persbericht van AFP of Reuters,’ zegt hij. ‘Ook op internet streven we ernaar echte Libé-verhalen te plaatsen, dus niet alleen de feiten, maar ook duiding. Dat lukt heel aardig. We proberen even precies te zijn als voor de krant en ondanks de tijdsdruk feiten zorgvuldig te checken. Natuurlijk vergissen we ons daarbij regelmatig, maar vaak zijn de stukken zo goed, dat ze zo de krant in kunnen. Dat is trouwens ook weer een probleem: je hoort een krant niet met oud, reeds gepubliceerd nieuws te vullen, maar we kiezen er toch vaak voor.’
Hufnagel: ‘Verder komt de toegevoegde waarde van internet vooral uit de dossiers die je kunt vormen rond een thema. Bijvoorbeeld met links naar artikels uit het archief en het foto- en filmmateriaal’.
Libération biedt geen mogelijkheid tot webloggen voor lezers, zoals bijvoorbeeld Le Monde en de Volkskrant. ‘We kiezen voor kwaliteit,’ legt Hufnagel die keus uit. ‘Iedereen kan op onze forums zijn mening kwijt, maar weblogs zijn voor ons journalistieke producten, die we zelf maken.’ Een achttal redacteurs en correspondenten blogt op de site.
De inkomsten uit internet zijn bij Libération net als bij de meeste traditionele media beperkt: zeven à acht procent van de omzet. Het aantal lezers van de papieren krant, waarvan één exemplaar volgens de redactie gemiddeld door vier mensen gelezen wordt, is nog altijd meer dan twee keer zo groot als het aantal bezoekers van de site: een half miljoen tegen ruim 200.000.
Binnenkort voert de site een betaald gedeelte in, Premium, maar Hufnagel koestert geen hoge verwachtingen. ‘Het staat chic en de abonnees stellen het op prijs dat ze een privilege hebben boven niet-betalende bezoekers. Maar nieuwe internetabonnees zal het nauwelijks opleveren, vrees ik. Ook in Frankrijk geldt dat internetgebruikers niet willen betalen voor informatie,’ zegt hij.
Een deel van de krantenartikelen gaat naar de betaalzone. Nu zijn alle artikelen nog gratis beschikbaar op internet. ‘Dat was geen slimme zet,’ vindt Hufnagel, ‘maar we moesten wel. De kranten Le Monde en Le Figaro doen het ook. Wij konden niet achterblijven. Maar slecht voor de losse verkoop is het natuurlijk wel als je de hele krant gratis op het net zet.’
En aangezien Franse kranten nauwelijks abonnees hebben, lijdt de betaalde oplage daar zwaar onder. Het is een van de redenen voor een daling de afgelopen jaren van een kleine 200.000 naar zo’n 130.000 nu. De oplage van de vierde krant van Nederland, NRC Handelsblad, is twee keer hoger, terwijl Frankrijk vier keer meer inwoners heeft dan Nederland.
De internetchef glimlacht op de vraag of papieren kranten in zijn ogen binnenkort een klein, elitair medium zullen zijn, zoals voorspeld in het Epic Media-filmpje (‘Googlezon’), dat circuleert op internet. ‘Voor ons is dat geen toekomstmuziek. In Frankrijk zijn wij al zover.’


1 reactie:

Marco Raaphorst
8 maart, 2006

De site heeft een paar javascript popups die ik niet slim vind om te gebruiken. Dat is wellicht voor wat mensen een reden om de site niet te bezoeken. O.a. voor mij. Maar ik ben denk ik wel een uitzondering.


Laat een reactie achter »