Tot voor kort een term die slechts betrekking had op het door elkaar mixen van muziekplaatjes, tegenwoordig een van de snelst groeiende Web2.0-fenomenen: de mashup. Mashups zijn innovatieve websites die twee of meer bestaande, externe databronnen op het internet combineren, met als resultaat nieuwe informatie, dikwijls gepresenteerd met een verrassende interface. Het aantal bestaande mashups is inmiddels tot een indrukwekkende omvang uitgegroeid, en iedere dag komen er zo’n vijf tot tien nieuwe bij. Voor een korte audiovisuele introductie tot het fenomeen kunt u deze screencast bekijken.
De bekendste mashup is zonder twijfel de website Chicagocrime.org, ontwikkeld door journalist annex webprogrammeur Adrian Holovaty. De internetsite laat zich eenvoudig gebruiken: vul een straatnaam of postcode uit Chicago in, en je krijgt een plattegrondje gepresenteerd met daarop (in de vorm van kleine prikballonnetjes) een overzicht van de misdaden die onlangs in je buurt zijn gepleegd. Met behulp van een automatisch gegenereerde rss-feed kun je bovendien automatisch op de hoogte blijven van de snode praktijken die dagelijks in je buurt plaatsvinden. Maar er zijn meer denkbare toepassingen: je kunt de veiligste route plannen voor je dochter die elke dag naar school moet fietsen, of in een oogopslag buurten vergelijken op het aantal gepleegde misdaden, handig gerangschikt per type. Best handig indien je een nieuw huis op het oog hebt. Sinds kort is hiervan ook een Nederlandse versie, te vinden op Misdaadkaart.nl, een hobbyproject van Rob Jan de Heer, internetmanager van de Volkskrant.
Best handig
Mashups zijn internetapplicaties die nieuwe informatie creëren door data van ten minste twee externe internetbronnen als ingrediënten te gebruiken. Dikwijls betreft dit een combinatie van data afkomstig van Google Maps, de online-geografischekaartendienst van Google, en gegevens uit databases zoals politierapporten, benzineprijzen, huizenadvertenties of lokaties van fastfoodrestaurants. Ook zijn er veel mashups die draaien op user generated content, zoals deze site voor hardlooproutes in London.
Er zijn echter veel meer mogelijkheden. Interessant en reuze handig voor muziekliefhebbers is bijvoorbeeld Podbop. De site werkt zeer eenvoudig: vul in waar je woont, en je kunt luisteren naar muziek van bands die de komende weken in jouw woonplaats zullen optreden. Er worden zelfs automatisch podcast-feeds gegenereerd, zodat je je iPod maar hoeft in te schakelen om te beoordelen of de in het programmaboekje aangekondigde optredens in je muzikale straatje passen. Upcomingscrobbler is een handige combinatie van kalender-site Upcoming en Last.fm, de webdienst die automatisch registreert welke muziek je op je computer draait en zodoende perfect op de hoogte is van je muzikale smaak en je bovendien muziektips kan geven door je voorkeuren met anderen te vergelijken. Het fascinerende resultaat: een website die je precies kan vertellen naar welke optredens je moet gaan.
Gebruikers aan de knoppen
Startpunt van de opmars der mashups is juni 2005, toen Google besloot de API van Google Maps vrij te geven. API (wiki) staat voor Application Programming Interface, en betekent zoveel als het bedieningspaneel, aangeboden door de eigenaar van een webdienst, dat programmeurs – doorgaans kostenloos – toegang biedt tot die dienst, waardoor deze geïntegreerd kan worden in weer nieuwe initiatieven. In het geval van Google Maps betekent dit dat het plakken van een stukje code voldoende is om zo’n Google-kaart in te bedden in je eigen website. Als je bovendien beschikt over een programma dat bijvoorbeeld adressen en postcodes uit tekstbestanden automatisch omzet in hoogte- en breedtecoördinaten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn die voor Nederland helaas niet gratis voorhanden), is een database met artikelen waarin adressen worden genoemd op tamelijk eenvoudige wijze te voorzien van een geografische interface. Sinds Google Maps is het aantal webdiensten dat een API heeft gepubliceerd sterk gegroeid en het aantal mashups dat ervan gebruikmaakt eveneens.
De reden van de sterke groei van het aantal mashups is dezelfde als die van opensource-software: als je de gebruikers van jouw techniek een plekje achter de knoppen gunt, zullen ze er voor je het in de gaten hebt veel meer mee doen dan je zelf ooit voor mogelijk had gehouden – of mogelijk had kunnen maken. Daarnaast is het gebruik van mashups illustratief voor het veranderde karakter van informatie in de digitale samenleving. Het pre-internettijdperk werd gekenmerkt door informatieschaarste; kranten konden het zich permitteren te investeren in kostbare productie- en distributiesystemen die in staat waren het nieuws bij ons op de deurmat te bezorgen, omdat burgers behoefte hadden aan deze informatie, en er geld voor over hadden om die te ontvangen. Anno 2006 zitten we midden in een transitie naar een maatschappij met een informatiehuishouding die wordt gekenmerkt door een overvloed van data en informatie. Wie geïnteresseerd is in het laatste nieuws, een objectief oordeel over de nieuwste mp3-speler, uitleg over het nieuwe zorgstelsel, een meer uitdagende baan of een tweedehands wasmachine heeft tegenwoordig nog maar weinig reden om een krant te kopen. Al deze data zijn immers in overvloedige mate aanwezig op het internet. Van belang in een informatiemaatschappij zijn de mechanismen die data in informatie kunnen veranderen.
Welnu, mashups zijn een van de meest sprekende voorbeelden die erop wijzen dat het in de toekomst niet de selecterende poortwachter-journalist zal zijn die beslist welke data geschikt is om als informatie toe te laten in het publieke debat. In een wereld waarin iedereen in gelijke mate toegang heeft tot vrijwel alle data- en informatiebronnen, zijn het die systemen, die gebruikers in staat stellen om zelf uit alle beschikbare data zinvolle informatie te creëren, die er werkelijk toe doen – en mashups zijn daarvan excellente voorbeelden.
Doodnormale hyperlinks
Voor de journalistiek is ook in de nieuwe constellatie nog een plek. Natuurlijk zet de culturele convergentie van mediaproducenten en -consumenten door. Journalistiek is een gesprek, en voortaan praat iedereen mee. Maar of er nu informatieschaarste of -overvloed is: informatie moet ‘gemanaged’ worden, gekneed, vertaald, gekopieerd, gemixt – en mensen met specifieke vaardigheden zijn nodig om systemen te bouwen die in staat zijn om informatie te produceren die relevant is voor burgers.
Helaas voor degenen die werkzaam zijn in de traditionele journalistiek, hebben deze systemen echter slechts weinig van doen met de klassieke journalistieke wijze van beroepsuitoefening. De succesvolle nieuwemediajournalisten zijn types als Adrian Holovaty: menselijke mashups, hybride reporters die deels journalist, deels programmeur zijn. Technologisch onderlegde journalisten die het internet als hun primaire habitat beschouwen en snappen dat de toekomst van de journalistiek ligt in het delen van informatie in plaats van het bezitten en per strekkende meter verkopen ervan; in het bouwen van systemen om collectieve kennis op te bouwen en informatie uit te wisselen in plaats van slechts informatie te verstrekken. Mensen die beseffen dat journalistieke organisaties zich als de wiedeweerga moeten voegen naar de netwerkstructuur die internet is, in plaats van krampachtig te blijven proberen het papieren krantenmodel op internet toe te passen (met enkel een toegevoegde reactiemogelijkheid dan, zonder te beseffen dat je als major nieuwssite niets met zoveel reacties kunt aanvangen).
In een wereld waarin het vrijwel ondenkbaar is dat, na tien jaar aanwezigheid van kranten op het wereldwijde web, een online-dagbladartikel zou zijn voorzien van de meest basale internetfunctionaliteit – een doodnormale hyperlink naar een andere internetpagina – lijkt de kans niet bijzonder groot dat er veel traditionele journalistieke organisaties zullen zijn die over de vereiste mate van flexibiliteit zullen beschikken om een fundamenteel andere positie in de informatiesamenleving te kunnen innemen. Maar laten we optimistisch blijven: de eerdergenoemded Adrian Holovaty werkt nu aan diverse mashups voor de Washington Post. Deze krant biedt inmiddels al een aantal interessante, innovatieve rss-functionaliteiten, waaronder rss-feeds van het stemgedrag van elk individueel Amerikaans Congreslid – die weer op eenvoudige wijze zijn te gebruiken in mashups. En ook bij Nederlandse kranten lopen genoeg mensen rond die in het prille succes van mashups het belang van openheid, participatie en het delen van informatie zullen herkennen. Mijn wens blijft op dit moment echter bescheiden: na ruim een decennium kranten op internet een artikel met een hyperlink erin, dat zou al heel mooi zijn…
17 reacties