Het Marktplaats effect (slot)

De gisteren gepresenteerde teleurstellende jaarcijfers van Wegener vervullen de rechtgeaarde courantier met weemoed. Kranten en vakbladen hadden begin jaren negentig nog een monopolie op de markt voor personeelsadvertenties, maar nieuwe partijen hebben inmiddels een fors marktaandeel veroverd. In tegenstelling tot de uiterst nauwkeurig gedocumenteerde Amerikaanse markt is het – althans voor het publiek – lastig de schade aan de Nederlandse media-industrie te taxeren. Mediamarktonderzoeker Nielsen biedt wat bruikbare informatie. Zo blijkt dat inmiddels tachtig procent van de personeelsadvertenties via websites aangeboden wordt (cijfers laatste kwartaal 2005). Veertien procent is in handen van de kranten, terwijl de vak- en managementbladen zes procent voor hun rekening nemen. Volgens Nielsen is na een hevige concurrentiestrijd tussen de nieuwe vacaturesites en de kranten en vakbladen anderzijds een status quo bereikt, maar de vraag is of dat klopt. De kranten beleefden in het laatste kwartaal van 2005 weliswaar een kleine rebound – het aantal personeelsadvertenties steeg met 5% – maar bij de concurrentie op internet was de stijging een stuk groter: 18%.

Nog altijd hoop?

In de VS ziet professor Philip Meyers nog altijd hoop voor de traditionele mediabedrijven die geloofwaardigheid, financiële middelen en talent blijven combineren op een manier waaraan internetbedrijven niet kunnen – en soms ook niet willen – tippen.”Hoge kwaliteit journalistiek is nog steeds mogelijk,” schreef hij in de Columbia Journalism Review in december 2004, “maar de uitgevers zullen nooit meer de hoge marges van 20 tot 40 procent halen die in de vorige eeuw gewoon waren.” Met minder hoge winstmarges zouden de media-industrie en kwaliteitsjournalistiek kunnen overleven, dacht Meyers, maar niet iedereen deelde zijn optimisme. Meyers kreeg veel kritiek te verduren. Internetbedrijven hebben nieuwe distributiemodellen opgezet maar die staan, wellicht met uitzondering van Google, nog pas aan het begin van hun ontwikkeling. Daarom lijkt de media-industrie in Nederland ook nog maar aan het begin van het desintegratieproces te staan.

Als bestaande mediabedrijven hun geloofwaardigheid, financiële middelen en talenten inzetten bij het verder ontwikkelen van online business modellen, dan kunnen ze de storm wellicht doorstaan. Maar het betekent wel dat die bedrijven zich helemaal opnieuw zullen moeten uitvinden. Het alternatief is een cynische exit-strategie, zoals die gebruikelijk is bij industrieën die aan het einde van hun levenscyclus staan: radicaal terugbrengen van de kosten, maximaliseren van de winsten en dan het bedrijf verkopen op de beurs aan investeerders die nog niet weten dat ze een renpaard kopen dat zijn beste tijd heeft gehad.

Lezers opnieuw binden

Wie de toestand van de dagbladen in de Verenigde Staten bekijkt, ziet zowel een bemoedigende als een ontmoedigende ontwikkeling. Ondanks de vaak nog relatief hoge winsten van de dagbladen, is de paniek over het teruglopende lezersbereik en de krimpende advertentie-inkomsten er wijdverbreid. Geen maand gaat voorbij of een bekende organisatie of universiteit start een prestigieus project of instituut dat de toekomst van de media onder het mes neemt.
Dat heeft voor wat de krimpende markt betreft nog niets opgeleverd dat op het ei van Columbus lijkt. De meest geslaagde experimenten spelen zich meestal af op lokaal niveau, waar verschillende dagbladen hun functie aan een digitale toekomst beginnen aan te passen. Vorig jaar mei, bijvoorbeeld, kondigde het dagblad de News & Record plechtig aan dat het roer om ging. Nieuwe media goeroes blogden dat het een lieve lust was vanuit ‘townhall meetings’ waar de hoofdredactie in de slag ging met de plaatselijke bevolking. Het blad wilde iets verder gaan dan het plaatsen van foto’s van lezers die toevallig eerder bij een ongeluk zijn. De hoofdredacteur en zijn redacteuren leggen in hun weblogs uit waarom ze bepaalde keuzes maken.

Het is nog te vroeg om te zien of zo’n nieuwe digitale aanpak de dalende trend in de lezersaantallen inderdaad kan stoppen. De impliciete verwachting is dat deze strategie de lezers kan vasthouden. En de tweede verwachting is dat als die lezers niet langer massaal weglopen, ook de basis invloed en dus de mogelijkheid om geld te kunnen verdienen behouden blijft. Maar dat zijn twee nog onbewezen vooronderstellingen op een rij.

Zoeken naar nieuwe businessmodellen

Bij het American Press Institute zijn ze er niet van overtuigd. Eind vorig jaar besloot dit overkoepelend instituut voor het Amerikaanse dagbladwezen twee miljoen US dollar te steken in “Newspaper Next”, een project dat een jaar lang nieuwe business modellen voor de dagblad industrie gaat onderzoeken. “We zien op dit moment geen uitweg uit de krantencrisis. Het overleven van de industrie hangt af van de vraag of en hoe ze haar manier van geld verdienen opnieuw kan uitvinden,” zegt het API. “Sterke punten van de kranten zijn onze merknamen, onze sterke kaspositie en onze solide bronnen van goede inhoud.”
Het is de eerste keer dat op zo’n schaal de kern van het probleem in kaart wordt gebracht: hoe gaan de kranten in de toekomst hun geld verdienen? Het project van het API verwacht eind 2006 met conclusies te komen.

6 reacties

  1. Ik zie wel kansen voor kranten om te overleven. Niet iedereen wil immers vanaf een laptop lezen. Zeker niet in de trein bijvoorbeeld.

    Misschien zouden kranten zich meer op lokaal nieuws moeten richten en meer de diepte in moeten gaan, in plaats van korte artikelen want dat leest juist zo makkelijk van het scherm. Hier in Den Haag hadden we de Haasche Courrant die opging in het AD. Nu is het nieuws nog minder Haags… een gemiste kans volgens mij. Hagenezen lezen dan ook liever de Posthoorn volgens mij, waar daar draait het wel allemaal om Den Haag en kun je vinden wat er zoal te doen is in Den Haag. Al jaren was de Uit-agenda van de Posthoorn beter dan die van de concurrentie.

    Maar goed, het belangrijkste is kwaliteit: als je kwaliteit biedt dan zullen mensen het lezen. Ik weet het… kwaliteit kan een lastig te hanteren begrip zijn.

  2. Ik zie verschillende trends door elkaar heen lopen.

    Aan de ene kant is er interesse bij een relatief kleine doelgroep voor hoge kwaliteitsinformatie die daar ook voor wil betalen. De Economist bijvoorbeeld maakte de afgelopen jaren een flinke groei mee. Zij bieden droge, maar goed geresearchte achtergronden bij recente ontwikkelingen. Lastig voor NLse media is dat deze doelgroep niet zo heel groot is, en ook door internationale media als Economist, NYT online, Der Spiegel al goed bediend wordt.

    Een krant als de Guardian lijkt het ook aardig te doen. Tenminste, je hoort er vaak positieve verhalen over, ik ken de cijfers niet. Daar is in ieder geval veel meer aandacht voor service, columns, consumententests etc. Het nieuws is voor een deel afgestemd op de belevingswereld van de lezers. Overigens zijn in NL ook NRC Handelsblad en de Volkskrant daar wel mee bezig.

    Een andere trend zijn brainblogs, weblogs van deskundigen die op een persoonlijke manier over hun onderwerp schrijven en daarover met hun lezers in discussie gaan. Hier zouden ook kranten op in kunnen spelen door hun journalisten meer als persoonlijke experts naar voren te schuiven.

    Daarnaast zijn er in Amerika een aantal voorbeelden van lokale nieuwssites, die al dan niet met behulp van burgerjournalisten proberen hyperlokaal nieuws te brengen. De rol van de journalist verschuift hier deels ook naar die van coach.

  3. ‘Niet iedereen wil immers vanaf een laptop lezen.’ Hoewel dat natuurlijk waar is, zie ik daar toch een verandering. Niet zo lang geleden was ik een noviteit met mijn laptopje in de trein, nu is minstens 25% van de mensen in de spits bezig op zijn laptopje. Ben ik nog 1 van de weinigen momenteel die daar ook kan internetten, ook dat zal snel veranderen.

    Wat ik zelf merk is, dat nu ik internet heb in de trein, ik de krant (heb een abbonnement op de Volkskrant) steeds vaker ongelezen in de tas laat zitten. Op internet stel ik mijn eigen pakket van nieuws samen (euobserver, indymedia, slashdot, enz..). Helemaal toegespitst op mijn interesses, en zonder de reclame.

    Daarnaast worden de mobiele telefoons en portable gameconsoles natuurlijk steeds uitgebreider. Hoe lang voordat je in plaats van bij binnenkomst van het station een spits of metro in je handen gedrukt krijgt, je door een spits/metro ‘portaal’ loopt waar in een instant het laatste ANP nieuws via bluetooth je mobiel in wordt gepompt? Dat soort nieuws leent zich uitstekend voor een dergelijk format lijkt me. Wat dat betreft is er nog veel verbetering te verwachten van de uitrolbare, flexibele schermen die er nu toch echt aan gaan komen.

    Vergeet ook niet de opkomst van ‘personal navigation appliances’ zoals de TomTom, deze kunnen het nieuws ook downloaden en simpelweg voorlezen. Je merkt nu al dat mensen boeken niet meer lezen, maar die in de auto laten voorlezen.

    Voorlopig zal papier nog wel even het makkelijkste en goedkoopste medium blijven. Maar op een gegeven moment zal de techniek zo ver zijn, dat papier te duur wordt in vergelijking met de digitale equivalent. Of er voor de redacties achter de papieren krant dan nog een plek is? Daar durf ik mij niet over uit te laten.

    Ik zie wat dat betreft wel wat in de trend van de brainlogs die Martijn aanhaalt. Als je, net zoals ik, je nieuwspakket samenstelt uit allerlei zeer gespecialiseerde bronnen, is het mooi als er inderdaad veel bronnen zijn die zich uitsluitend bezig houden met 1 ding. Deze bronnen bieden hoge kwaliteit, maar slechts over een heel beperkt aantal onderwerpen.

    Dat zie ik een krantenredactie nog niet zo gauw bieden. Je moet dan wel erg veel onderwerpen heel goed brengen wil je een substantieel deel van de markt bedienen. Iedereen maakt namelijk zijn eigen individuele keuze.

  4. Maurits Schilt schreef op 3 maart 2006 om 10:36

    Helemaal mee eens Koen.
    De journalistiek kan zich met internet veel meer specialiseren.
    Ik denk dat we niet zo veel van de traditionele media hoeven te verwachten op dat gebied. Die hebben teveel last van inertie: redacteuren op leeftijd die nog twintig jaar dagelijks trouw hun kopij in willen leveren, waardoor voor keiharde dure diepte-investeringen geen geld meer is.
    Voor journalistiek werk is op internet toekomst. Op welke schaal is moeilijk te zeggen. De grote vraag wat mij betreft is of de onthechte postmoderne burger zich nog wel massaal aan een bepaald onderwerp wil binden. Ik persoonlijk niet. Verhalen over zo’n Taïda lees ik niet. Veel te veel een doorzichtig media-opzetje.
    Wellicht dat grote onderwerpen die veel professionals en burgers aangaan (zoals bv. de fileproblematiek) dat wel kunnen. Ik voorzie een grote journalistiek getinte forumsite, geheel toegespitst op files. Partners zoals de ANWB, maar ook Natuur en Milieu, VROM, Mazda, Gazelle. Veel sponsors van verschillend allooi, zodat onafhankelijkheid gewaarborgd is.

  5. @Martijn: qua oplage doet the Guardian het inderdaad aardig. Cijfers staan [url=http://www.mediaonderzoek.nl/comments.php?id=478_0_1_8_C2]hier[/url].

  6. hmm, hyperlinken werkt hier blijkbaar anders . . .

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>