Internet verandert de journalistiek, veranderen de opleidingen mee? (II)
Moeten de opleidingen generalisten of specialisten opleiden? Twijfel alom. Hier het vervolg op het verhaal van maandag.
Het enthousiasme van studenten voor de nieuwe media vakken neemt wat toe. Harrie Kiekebosch (Windesheim) meldt trots dat studenten in vakanties en weekenden doorwerken aan zwolsnieuws.nl. In Leiden komen meer aanmeldingen binnen dan er plek is en ook in Groningen vragen de studenten om meer. “Maar”, merkt Huub Wijfjes (RUG) op, “de meeste studenten zijn nog steeds overwegend geïnteresseerd in een min of meer traditioneel specialisme als dagblad, radio of tv.”
In Ede staan de studenten niet in de rij voor de internetvakken. Piet van de Breevaart (CHE): “Deels omdat zij het nut er niet van inzien, deels omdat zij via eigen exploratie al redelijk veel van dit nieuwe fenomeen afweten.” Ook in Utrecht merkt Han Smits dat de studenten aansporing nodig hebben. “Als er één stageplek is op de NOVA-redactie en een op de webredactie, dan kiezen de meesten de eerste. We zullen het wat sexier moeten maken.”
Of de studenten het nu leuk vinden of niet, de meeste opleidingen willen hen een multimediale denkwijze aanleren. De aanname is veelal dat de “alles-kunnende” journalist de personeelsadvertenties gaat domineren. Is er dan geen plek meer voor specialisten? Kun je van een schrijver verwachten dat hij ook met de camera op pad gaat?
Bart Brouwers, hoofdredacteur van Spits, zegt dat in zijn uitgebreide multimedia plannen (tv, podcasting en nieuws á la Geenstijl op de website) zowel specialisten nodig zijn als allrounders. En dat is lastig. “Een redactie moet nog steeds, net als vroeger, horizontaal goed verdeeld zijn. Verschillende deelredacties zoals binnenland, buitenland en kunst dus. Maar nu moet je ook een verticale lijn in de gaten houden. Zijn alle vaardigheden goed verdeeld? Kan iemand van de kunstredactie een goed tv-item draaien? Het gevaar is dat je in een newsroom met uitsluitend generalisten komt te zitten, zeker op een kleine redactie.”
Ook Trouw, een krant die nu nog weinig doet op het gebied van multimedia, is voor de toekomst naarstig op zoek naar de juiste verhouding tussen generalisten en specialisten op de redactie. Maar multimedia manager Bas de Vries heeft nog geen idee hoe de verhouding komt te liggen. “Ik weet nog steeds niet hoe het ideaal eruit ziet. Moeten we genoegen nemen met een journalist die overal een zes voor scoort? Ik denk het niet. Maar zoeken we dan niet een schaap met vijf poten?”
Ten koste van algemene ontwikkeling
Een lastige opgave dus ook voor de opleiders. Hans Maas (PDOJ) onderstreept dat er verbreding wordt gevraagd: “De nieuwe reporter moet van alle markten thuis zijn.” Maar: “De nieuwe vereiste vaardigheden zijn slechts van technische aard, de grondhouding van nieuwsgierigheid blijft dezelfde.”
Volgens Kiekebosch (Windesheim) moeten moderne journalisten overal kaas van hebben gegeten. “Ze moeten om te beginnen een mediumkeus kunnen maken, maar die keus het liefst daarna ook uitvoeren.” “Vroeger besteedden we bij RTV erg veel aandacht aan presentatie en het opbouwen van een spanningsboog. Dat hebben we nu deels overboord gezet. Een belangrijke vraag is nu: hoe betrek ik mijn bezoekers bij de website?”
Een uitbreiding van het takenpakket van de journalist moet ten koste gaan van andere vaardigheden. Dat kan ook Han Smits (HU) niet ontkennen. “Maar,” merkt hij op, “de studenten hebben geen overladen programma, de veertig uur wordt vaak niet gehaald. Als er iets bijkomt, hoeft er niet per se iets af. Bovendien zijn er in Nederland gelukkig veel verschillende opleidingen en die leiden niet allemaal hetzelfde type journalist op.”
Piet van de Breevaart (CHE) merkt dat het multimediale onderwijs vaak voornamelijk gericht is op de vaardigheden. “Dat is een zorgpunt. Een HBO-opleiding moet ook een HBO denkniveau onderwijzen. Het gevaar bestaat dat de verbreding van het programma ten koste gaat van de algemene ontwikkeling en kennis van het vak. HBO opleidingen voelen steeds meer de concurrentie van de universitaire masters. Daarom moeten we ons blijven richten op het aanleren van competenties: kennis, vaardigheden en attitude.”
Frank van Vree (UvA) is in dat opzicht kritisch over de HBO opleidingen. “Op de scholen van journalistiek heeft men – naar mijn gevoel – professionele vereisten (inhoudelijk & ambachtelijk) deels ingeruild of laten vallen. Dat kan door verbreding (van alles een beetje), maar dat kan ook door specialisatie (‘infotainment’ b.v.). Het gaat erom dat je je moet hoeden voor oppervlakkigheid en voor de idee dat b.v. goed kunnen schrijven of een goede invalshoek bedenken voor internet niet belangrijk is…”
Het mondige publiek
Online journalistiek vergt ook een andere omgang met het publiek. Zo broedt Brouwers (Spits) op een plan om ‘verspitsing’ van het nieuws te gaan toepassen op de site. Dat wil zeggen: een GeenStijl-achtige benadering. Moderne journalisten moeten meer dan vroeger met het publiek in debat.
Kiekebosch (Windesheim) meent dat het internet de taak van de journalist verandert. “Door internet heeft iedere burger zijn eigen publiciteitskanaal. De rol van de journalist verandert daardoor veel meer van een informerende naar een duidende.” Ook Smits (HU) wil inspelen op de burgerjournalistiek door studenten journalistiek een campusradio op de Utrechtse Uithof te laten beheren.
Naast het werken met multimediale teams moeten journalisten volgens Deuze leren omgaan met “the people formerly known as the audience. Opleidingen moeten het lef hebben in hun antwoord op al dit moois verder te kijken dan de neus van het curriculum lang is.” De meeste opleidingen zijn daar volgens hem ook goed mee bezig.
Alleen mooie stukken kunnen schrijven of prachtige tv-items maken, lijkt niet meer genoeg voor de toekomstige journalist. Maar hoe het takenpakket er precies komt uit te zien, daar hebben mediabedrijven noch de opleidingen een helder beeld van. Daarom ontlopen de verwachtingspatronen elkaar nog wel eens. Onlangs meldde zich een student bij Trouw voor een stage. Hij was videojournalist en wilde voor de krant werken. “We moesten hem afwijzen,” vertelt multimedia manager Bas de Vries. “Je moet een stagiair iets kunnen leren, maar hij was verder dan wij.”










1 reactie:
23 maart, 2006
[...] De Nieuwe Reporter schrijft over internet en de veranderende journalistiek – en of de opleidingen meeveranderen. Onlangs meldde zich een student bij Trouw voor een stage. Hij was videojournalist en wilde voor de krant werken.