Op zondag 5 maart presenteerde Jon Stewart (43) de uitreiking van de Oscars. Hij trad daarmee in de voetsporen van Billy Cristal en Bob Hope. Aan zijn carrière als acteur heeft hij dat niet te danken. Hij kwam niet veel verder dan rollen als ‘pizza guy’ en ‘birthday party guest’. In kassucces ‘The First Wives Club’ ging zijn bijdrage zelfs geheel verloren op de montagetafel. Zijn erebaantje in Hollywood vloeide voort uit zijn populariteit als presentator van de Daily Show, een programma met een humoristische kijk op het nieuws.
Vier keer per week neemt Stewart in een half uurtje het nieuws van de dag door. De Daily Show wordt rond de klok van half elf uitgezonden door Comedy Central, een station dat alleen in de VS op de kabel is te ontvangen. Er stemmen zo’n een miljoen kijkers op af, wat relatief veel is voor een programma op de kabel. Bovendien is de gemiddelde leeftijd een stuk lager dan bij ‘reguliere’ nieuwsprogramma’s (de helft is 35 of jonger). Een selectie van hoogtepunten is elke zondagavond te zien op CNN (ook in Nederland), maar wie meer wil zien, kan ook terecht op de uitgebreide website.
Samen met een netwerk van correspondenten ‘ter plaatse’ (voor een blauw scherm elders in de studio) doet Stewart met veel ironie en gespeelde verbazing verslag van absurditeiten in de Amerikaanse politiek. Daarvoor is natuurlijk gelegenheid te over:
• Bush die op een vliegdekschip de oorlog in Irak voor geëindigd verklaard (‘Mission Accomplished’), waarna het aantal Amerikaanse slachtoffers nog eens meer dan verdubbelen zou.
• Senatoren die knullig opereren tijdens een hoorzitting met een kandidaat voor het hooggerechtshof (Stewart: ‘Welke senator kan het langst praten zonder een vraag te stellen? Let the race begin!’).
• Bush die de baas van de verantwoordelijke overheidsdienst voor rampenbestrijding complimenteert na de orkaan Katrina (‘Brownie, you’re doing a heck of a job’), terwijl tienduizenden mensen zonder eten of medicijnen opgesloten zitten in een voetbalstadion.
• Een senator met een verleden als arts die beweert dat aids overdraagbaar is via zweet en tranen. (‘We zetten de airco in de studio wat hoger’)
• Harry Whittington die meldt dat hij te doen heeft met Cheney, nadat hij door Cheney in het gezicht was geschoten. (Wat moet het heerlijk zijn zoveel macht te hebben dat je iemand in het gezicht kunt schieten en dat die persoon vervolgens vrijwillig zijn excuses aanbiedt, aldus Stewart. Hierna volgde een analyse door de correspondent bij het Witte Huis. Of het incident nu afgedaan was. ‘Nou Jon, dat kun je niet zeggen. Het is namelijk nog onduidelijk of de vice-president de excuses ook zal aanvaarden.’)
En dit zijn natuurlijk maar enkele voorbeelden.
Politieke discussies nagespeeld door kinderen
Niet alleen politici, maar ook andere media krijgen ervan langs in Daily Show. Stewart en zijn team verwachten van de grote televisiezenders (ABC, CBS, NBC, Fox) en met name van de nieuwszenders (CNN en Fox News) dat zij voldoen aan journalistieke normen van betrouwbaarheid en feitelijke berichtgeving, zonder hypes. Groot is dan ook hun plezier als alle zenders bijvoorbeeld rechtstreeks overschakelen naar helikopterbeelden van een crimineel die naar de rechtzaal wordt gereden. Hoe spannend kan dat immers zijn? Ook laten ze regelmatig politieke discussies die op CNN en Fox zijn ontaard in schreeuwpartijen, woordelijk naspelen door jonge kinderen, met hilarisch resultaat.
De Daily Show is een van de eerste televisieprogramma’s waarvan je uitzendingen via iTunes kunt kopen voor je iPod. Verder is de website voortreffelijk: je kunt precies de items bekijken die je wilt bekijken en de delen overslaan die je minder interessant vind. Nederlandse programma’s gebeurt dat nog steeds veel te weinig (met Nova als prettige uitzondering). Niemand leest een krant van kaft tot kaft; waarom zou iemand een (satirische) actualiteitenrubriek van voor tot achter bekijken? Niet dat de Daily Show daarmee de ‘oude’ media helemaar terzijde laat liggen hoor. In 2004 groeide het boek van de Daily Show tot een bestseller.
Het resultaat
Leuk en aardig allemaal, maar levert dit ook een bijdrage aan maatschappij en democratie? Leidt de Daily Show er bijvoorbeeld toe dat kijkers meer kennis krijgen over de Amerikaanse politiek? De Universiteit van Pennsylvania besloot dit uit te zoeken in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2004. Kijkers van diverse televisieprogramma’s kregen een korte test voorgeschoteld met vragen over het (voorgenomen) beleid van Bush en Kerry. Wat was het resultaat? De kijkers van de Daily Show scoorden hierop beter dan de kijkers van andere talkshows en beter dan krantenlezers. Deze uitkomsten golden zelfs na correctie voor opleiding, partijvoorkeur, het volgen van de politiek, het bekijken van nieuwszenders en het ontvangen van campagne-informatie via internet.
Is het werkelijk verrassend dat kijkers van een programma met nepnieuws zo goed scoren in een politieke test? Niet echt. Het programma bestaat niet louter uit ironie en satire, maar bevat ook elke keer een ‘celebrity interview’. Vaak zijn dit acteurs die een film komen promoten, maar ook politici en publicisten van naam komen geregeld langs. Zo maakt het publiek ook kennis met mensen als Thomas Friedman (New York Times) en Fareed Zakaria (Newsweek). Stewart interviewt zijn gasten op rustige toon, maar met meer dan genoeg humor om niet op Buitenhof te gaan lijken (‘Fareed, hoe komt het toch dat er elke keer iets vreselijks is gebeurd in de wereld, als je hier in de show komt?’). Zo komen onderwerpen variërend van het broeikaseffect tot de wederopbouw van Irak allemaal aan de orde.
Kan dit ook in Nederland?
Levert de Nederlandse politiek genoeg absurditeiten op om ook een Daily Show te vullen? Tuurlijk, met name in verkiezingstijd. In zo’n periode zou zo’n programma met gemak drie, vier of vijf keer per week gevuld kunnen worden. Alleen al een kleine partij als D66 levert meer dan genoeg vermaak op. (Dittrich: ‘We gaan CDA en VVD niet aan een meerderheid helpen’; ‘De gekozen burgemeester is voor ons essentieel’, Van der Laan: ‘Laat me verdomme even uitpraten’; de andere Van der Laan: ‘Deze verkiezingsuitslag is ronduit pet’.) En de ervaring leert dat ook andere partijen tijdens verkiezingstijd de raarste streken uithalen.
Om te slagen zal een Nederlandse versie op de juiste momenten moeten worden uitgezonden, met een goede opbouw naar het slot van de campagne, wanneer dagelijks voldoende stof beschikbaar is voor een mooie uitzending. Bovendien staat of valt het programma met een goede presentator, met liefde voor het nieuws, die niet zelf het hardst om zijn grappen lacht. Daarachter is natuurlijk een redactie nodig met de juiste mix van journalistieke ervaring en komisch talent. Jon Stewart kocht hiervoor mensen weg bij ‘The Onion’, Nederlandse programmamakers zullen een team van frisse mensen bijeen moeten zoeken, die er (anders dan kop-van-jut Jack Spijkerman) niet voor schromen rechts én links aan te pakken.
In Amerika functioneert de Daily Show al als een soort opleidingscentrum, zoals in Nederland Comedy Train en Kopspijkers/Koppensnellers. Een van de correspondenten heeft al een eigen programma, als spin-off van de Daily Show. Daarmee neemt de Daily Show langzamerhand de rol van Saturday Night Life over als bron van komisch talent. Laten we hopen dat er een omroep is die deze uitdaging in Nederland aan durft te gaan. Als die erin slaagt de pruiken en de grime in de kast te laten, gaan we met verfrissende televisie een leuke verkiezingscampagne tegemoet.
4 reacties