De authentieke waarheid, niet gelogen, echt waar

De waarheid wordt zwaar overschat en authenticiteit staat er, qua concept, al niet veel beter voor. In een digitale cultuur is alles terug te draaien, na te maken en door elkaar te halen – mashup – waardoor niets meer oorspronkelijk is, oprecht of “echt”. De media, van huis uit het doorgeefluik voor “de waarheid”, hebben het daar maar moeilijk mee, maar maken ook misbruik van die ambiguïteit.

De maand van de filosofie, net begonnen, met “waarheid” als thema nota bene, leent zich prima voor beschouwingen over het waarheidsgehalte van de media. De eerste gedachte: gemiddeld genomen blijft de kwaliteitsjournalistiek dichter bij de feiten dan ooit tevoren, al was het maar omdat de burgers mondiger zijn dan ooit, daarbij niet weinig ondersteund door no cure no pay-advocaten.

De tweede gedachte: de kwaliteitsjournalistiek wordt onder de voet gelopen door media die het “opleuken” van nieuws tot hoogste doel hebben verheven, daarbij enthousiast terzijde gestaan door politici, Hollywood-helden en andere publiciteitsbewuste burgers die niet in hun laatste leugen gestikt zijn. Alles voor de kijkcijfers. Alles voor de kiesdrempel. Alles voor een hype.

Tot zover niks aan de hand. De verleuking en verlebbering van het nieuws kennen we al sinds de late jaren tachtig. Met de opkomst van de internetcultuur en real life soaps als Big Brother neemt niet alleen het aanbod een loopje met de waarheid, maar vraagt het publiek er ook nadrukkelijk om. Wie zijn muziek van Kazaa haalt, maalt niet om een originele versie – als hij zich al realiseert dat er ooit iets is geweest dat meer aanspraak op “echt” kan maken dan die illegale kopie. Het publiek van BB voelt aan zijn water dat het naar een geregisseerde werkelijkheid kijkt, en niet naar real life.

Nieuwe genres hebben het de waarheid niet makkelijker gemaakt. Wat te denken van de docusoap? Een programma als Airport lijkt in de verte op een journalistieke documentaire, maar is niet minder geregisseerd – en dus corrupt, naar journalistiek-ethische maatstaf – als BB. Het doet denken aan natuurreportages waarvan je altijd denkt, en soms weet, dat de cameraman warempel niet heeft liggen wachten totdat die ene leeuw dat doodzieke hertje besprong.

Journalisten horen de werkelijkheid niet naar hun hand te zetten, maar doen dat geregeld. Een quote van de ene anonymus wordt in de mond van een ander gelegd, omwille van de zeggingskracht regent het in een reportage ook wel eens als het droog is, en talrijk zijn de voorbeelden van gemanipuleerde foto’s, bijna even talrijk als de discussies over wat wel en wat niet mag: de lucht wat donkerder (mag), een voetbal erbij (mag niet), de context eraf (mag soms).

Het meest verrassende is dat het de lezer of kijker niet geweldig veel meer uit lijkt te maken. Zijn we – zijn de jongere mediageneraties – gewend geraakt aan real life soaps die over alles gaan behalve over het echte leven? Zijn we afgestompt doordat we als nooit eerder in de geschiedenis worden lastig gevallen met hele en halve onwaarheden, zoals de filosofe Heleen Pott het zaterdag in NRC haar Amerikaanse collega Harry Frankfurt, auteur van On bullshit, na zei?

Pott: “In de huidige cultuur heeft zich een ongekende tolerantie ontwikkeld voor gelul, voor humbug, gedraai en leugentjes om bestwil. Politici weten dat de burgers er al bij voorbaat van uitgaan dat het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid toch niet te maken is, en ze kiezen hun marges ruim. () Als er toch geen criteria meer zijn, gelooft iedereen maar waar hij zin in heeft.”

Toch is er hoop. Ik kan het moeilijk bewijzen, het onderzoek moet nog, maar ik heb de indruk dat jongere mediaconsumenten, dezelfde die volgens Irene Costera Meijer prima uit te voeten kunnen met het verschil tussen “echt” nieuws en “nep” nieuws, en RTL Boulevard waarderen omdat het zich bedient van de tussencategorie “leuk” nieuws, ik heb de indruk dat die jongeren wel degelijk malen om authenticiteit.

Dat is niet hetzelfde als “waarheid” – maar het komt in de buurt. Aan authenticiteit kleven noties als “echt”, “origineel”, en zelfs “oprecht” of “gemeend”. Het is een minder hard begrip dan waarheid en misschien dat het daarom zo enthousiast geadopteerd lijkt door New Age-achtige mental trainers, geloof-in-jezelf-natuurzoekers en leiderschapgoeroes op zoek naar een gat in de markt.

Maar authenticiteit is ook wat jongeren van media verwachten. De waarheid – daar hebben voorgaande generaties voor gezorgd – vertrouwen ze niet, verwachten ze niet en willen ze misschien niet eens meer, maar laat het dan in ‘s heren naam echt zijn, geloofwaardig of origineel. Het is uiteindelijk ook waar ze elkaar keihard op afrekenen. Nep is niet altijd genoeg.

(Dit is een aanzet voor PopUp, het open source boek over oude en nieuwe media dat ik met Mark Deuze schrijf op www.henkblanken.nl)

7 reacties

  1. Henk stelt in feite de vraag aan de orde, hoe het met de (kwaliteits-) journalistiek verder moet in een tijdperk waarin authenticiteit niet meer van ‘feiten’ of ‘waarheid’ afhankelijk is, maar van ‘gevoel’ (ofwel: iets is oprecht, gemeend, heeft street credibility, enzovoorts).

    Meneer Groenhuijsen weet al wat het gevolg is: authenticiteit wordt een simpel FreekdeJongiaans “wiens poen men pakt diens brood men bakt”; tja, maar dat was de authenticiteit van de journalistieke objectiviteit ook al.

    Niets nieuws onder de zon dus. Of toch? Een poging.

    1. Waarheid is een toegevoegde waarde van het produkt ‘Nieuws’.
    2. Waarheid is tegenwoordig onderhandelbaar, contextgebonden, trendgevoelig.
    3. Mensen gebruiken media steeds meer om zelf ‘mee’ (of ‘tegen’) te praten – van domweg zappen of zippen (TIVO) tot bloggen en podcasten.
    4. De Journalistiek speelt van oudsher de rol van ‘sociaal cement’: haar produkten geven ons iets om het met elkaar over te hebben en stellen vast wat ons bedreigt (Oorlog, Werkloosheid, Natuurramp) en wat we er aan kunnen doen (Stemmen).
    5. De samenleving individualiseert snel, maar mensen zoeken elkaar blijkbaar toch overal op (bijvoorbeeld: zie de migratie van schoolplein en koffiekamer naar standpunt.nl en Volkskrant SingleSite).

    Volgens mij sluiten deze vijf ‘feiten’ elkaar helemaal niet uit.

    De toegevoegde waarde van het produkt ‘Nieuws’ in de hedendaagse informatiesamenleving is het discussieplatform. Dit sluit aan bij de huidige economische literatuur, welke vast stelt dat winst tegenwoordig niet meer te halen is uit de verkoop van produkten maar uit het beheren, aanmoedigen van en participeren in sociale interactie tussen consumenten.

    Het is m.a.w. de balans tussen mooie inhoud maken welke uitnodigt tot connectiviteit, en deze interactie dusdanig serieus nemen dat e.e.a. weer terugleidt tot nieuwe/verbeterde inhoud, enzovoorts.

    Het meest wezenlijke dilemma hierbij is de kwestie, hoe de discussie in goede banen te leiden. En dat is moeilijk, zo blijkt uit elk experiment. En dat heeft deels te maken met het feit, dat interactie door journalisten volstrekt niet serieus wordt genomen. En dan zijn we weer terug bij af en begint het gezeur weer over het Einde van de Goede Journalistiek en de Opkomst van de Commercie en de… nou ja, meer van dit soort ouderwetse flauwekul (want sla maar eens een boekje over journalistiek uit de periode 1915-1925 open en je vindt precies dezelfde nonsens).

  2. Kijk dit bedoel ik nu:

    “De maand van de filosofie, net begonnen, met “waarheid” als thema nota bene, leent zich prima voor beschouwingen over het waarheidsgehalte van de media.”

    Dit is leeg quasi-intellectualisme …

    Filosofisch onderzoek naar het begrip “waarheid” levert definities op als ‘correspondentie’ (Aristoteles, et cetera) of ‘disquotatie’ (Tarski en zijn vrienden), ‘coherentie’ en nog wat obscure definities.

    Laten we eerlijk zijn:

    1.- Daar heeft geen journalist ooit van gehoord. Wie van hen heeft Quine, Tarski of Davidson gelezen? Niemand toch!

    2.- Dat is ook helemaal niet erg. De inzichten die dergelijk filosofisch onderzoek opleveren zjn ten ene male irrelevant voor de journalistiek.

    3.- Maar laat in vredesnaam dat quasi-intellectualisme varen!

  3. Geestig is dat. Wie doet hier nu aan quasi-intellectuele name-dropping? Ik laat me graag vertellen wat Aristoteles, Descartes en alle twijfelaars na Descartes te vertellen hebben over de waarheid, maar op DNR gaat het me echt ook om de praktische betekenis van authenticiteit: wat moet je ermee als journalist, als medium, dat jonge mediaconsumenten die nog nooit van Baudrillard hebben gehoord tamelijk eigenwijze opvattingen hebben over echt en nep nieuws?

    In een digitale cultuur zijn vanzelfsprekendheden van de oude media aan het schuiven gegaan. Tegelijkertijd vragen jongeren om authenticiteit. Maar misschien is dat niet iets wat je aan een medium geeft, niet iets waarop je kunt schrijven. Misschien bestaat authenticiteit alleen in de ogen van beschouwer, zoals imago, de x-factor of charisma.

  4. Gerard Smit schreef op 9 april 2006 om 19:52

    Kan een filosoof op een weblog iets bruikbaars over het waarheidsbegrip in de journalistiek zeggen? Wie weet.
    1. De waarheid in de zin van ‘de werkelijke gang van zaken’ is leuk voor dominees maar niet voor journalisten. De waarheid van 11 september bijvoorbeeld is voor een journalist niet te vatten. Wel mag je van een journalist verwachten dat wat hij over een gebeurtenis zegt klopt. Dat betekent: niet liegen, geen feiten verdraaien. De journalistieke methode daarvoor is nauwkeurigheid, check en dubbel check en meer dan een bron gebruiken. Dat is allemaal heel zinvol. Zo schrijf je bijvoorbeeld niet dat de auteur van een artikel over waarheid Helleen Post heet als haar werkelijke naam Heleen Pott is. Een kleinigheid, maar wel het begin van betrouwbaarheid.
    2. De waardering van een (journalistieke) tekst door het publiek hangt af van samenspel van drie factoren:
    a. het ethos van de journalist. Dat is het beeld dat het publiek van het karakter van de journalist heeft. Als je over authenticiteit wilt spreken gaat het hier over.
    b. de logos van de tekst. Klopt het wat er wordt gezegd? Begrijp ik het genre? Begrijp ik de inhoud?
    c. de pathos van de tekst. Sluit het onderwerp aan bij de heersende emoties van het publiek?

    Waarmee ik maar wil zeggen dat het een filosofische horreur en een vorm van journalistieke zelfmoord is om te beweren dat waarheid en authenticiteit ongeveer hetzelfde zijn.

  5. @Gerard Smit. Dat het een filosofische horreur is, te beweren dat waarheid en authenticiteit ongeveer hetzelfde zijn, althans dicht bij elkaar in de buurt komen (wat weer niet hetzelfde is), dat wil ik graag geloven. Met die journalistieke zelfmoord lijkt het vooralsnog wel mee te vallen.

    Ik heb vooral een gesprek op gang willen brengen over ‘waarheid’ en ‘authenticiteit’ in de journalistiek. En met waarheid bedoel ik dan niet de waarheid van dominees. Met de opmerkingen over ethos, logos en pathos komen we een stapje verder.

    Maar graag zou ik Gerard Smit – als ik mij niet vergis zowel filosoof als docent aan de School voor de Journalistiek – eens horen over mijn waarneming dat ‘echt’ en ‘nep’ in een digitale cultuur door elkaar dreigen te gaan lopen, terwijl jonge mediaconsumenten tegelijkertijd hoog opgeven van en elkaar aanspreken op wat zij ‘authenticiteit’ noemen.

  6. Gerard Smit schreef op 10 april 2006 om 10:50

    @ Henk Blanken
    Wat onze identiteit betreft het volgende: jij bent geen dominee, noch pleeg je journalistieke zelfmoord.Ik ben degene die jij veronderstelt dat ik ben.

    En dan de waarheid.
    ‘De waarheid’ is iets voor dominees; journalisten hebben meer met de werkelijkheid van doen. De journalistiek doet zichzelf de das om als authenticiteit in plaats komt van verifieerbaarheid. Authenticiteit is een oordeel over het ethos – belangrijk, maar niet voldoende om de waardering van een tekst te kunnen begrijpen.

    Echt en nep in het digitale tijdperk
    Om te weten of een bewering klopt, moet je het kunnen natrekken. Vroeger gingen we ervan uit dat iemand die zich journalist noemde dat voor ons deed en dat we dus mochten geloven dat wat hij beweerde juist was. En als dat niet zo was, dan was hij geen goede journalist en vertrouwde we hem in het vervolg niet meer.

    Om de journalist niet mis te verstaan, moesten we ook zijn manier van werken begrijpen en weten wat het verschil was tussen een betoog en een bericht, tussen een column en een analyse.

    Nu zitten we in de situatie dat niet iedereen die publiceert een journalist is, en dat we er dus niet van uit mogen gaan dat wat beweerd wordt klopt. Bovendien zien we een amalgaam van genres ontstaan. Dat maakt de verwarring nog groter. Resultaat: we gaan af op wat ons aanstaat, wat goed voelt, wat zich als authentiek voordoet.

    Is dat een goede ontwikkeling?
    Zolang we hechten aan de waarde van het verstand is het niet goed als authenticiteit en waarheid synoniem worden. Waarmee niet is gezegd dat het erg is dat we steeds vaker niet weten of iets klopt; zolang we onszelf maar niet voor de gek houden en in iets gaan geloven waarvan we niet weten of het klopt.

    Wat te doen?
    1. Waar mogelijk mediawijsheid bevorderen: duidelijk maken hoe communicatie in het digitale tijdperk werkt.
    2. Het ethos van de journalist hoog houden: plaatsen creeren waar het publiek erop kan vertrouwen dat wat gezegd wordt ook klopt.

    Kan het ook anders?
    Ja. Met het bekende voorbeeld van wikipedia: een context creeren van een zichzelf corrigerende gemeenschap.

    Mooie uitdaging voor de digitale journalist.

  7. @Gerard Smit.
    Dank voor je bijdrage. Zo komen we iets verder. Je constateert geloof ik met mij dat ‘we’ (een typisch filosofenwoordje trouwens dat meestal ‘ze’ betekent) steeds minder goed weten wat de waarheid is, en steeds vaker vertrouwen op berichten omtrent de werkelijkheid (‘nieuws’) zonder die berichten te kunnen natrekken, of de bron helemaal te vertrouwen (zoals we dat vroeger deden met het Journaal of de krant of God).

    Dat is niet erg, zeg je, zolang we nog weten dat het niet de waarheid is die we zien langskomen. Om dat “weten” te bevorderen moeten we – elkaar neem ik aan – duidelijk maken hoe communicatie in een digitale cultuur werkt.

    Ik ben het daar van harte mee eens. Het is een van de doelstellingen van PopUp, het boek dat ik met Mark Deuze aan het maken ben. We doen dat ‘open source’, via dit soort artikeltjes, juist omdat we hopen wat wijzer te worden van de discussie.

    Met je andere conclusie ben ik het ook eens. Journalistiek moet beter worden, of upgraden zoals dat ook wel wordt genoemd. Zoals een huisarts meer moet weten en kunnen naar mate zijn patienten vaker met gegooglede dossiers haar kamer komen binnenstappen. Een journalist moet beter onderzoek doen, zijn verhalen beter vertellen, en meer werk maken van zijn betrouwbaarheid dan tot nu toe. En misschien moet hij ook nog de Waarheid gaan vertellen, al ben ik me ervan bewust dat het met de laatste krant in Nederland die dat deed inmiddels slecht is afgelopen.

    Over wiki-achtige omgevingen: de LA Times heeft er geen prettige herinneringen aan en wikipedia’s claim op betrouwbaarheid ligt ook al onder vuur. Ik ben me zeer bewust van de macht van het getal (je kunt met honderd man prima het gewicht van een koe raden), maar ken ook de excessen. Die doen zich telkens voor als lezers of journalisten waarheid en werkelijkheid door elkaar halen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>