Vorige week publiceerden we twee verhalen over de positie van allochtonen op de journalistieke arbeidsmarkt. Hier een reactie van Zaid Abdoelrahman, een ervaren journalist die buitengewoon somber gestemd is.
Ik merk dat steeds meer ervaren journalisten van allochtone afkomst de journalistiek vaarwel moeten zeggen. Men wordt voor de werkgever “te duur” of de werkgever wenst geen doelgroepenprogramma’s meer te maken. Helaas wordt er geen alternatief geboden bij programma’s of redacties waar ze wel kunnen werken.
Wat is er bijvoorbeeld geworden van de redacteuren van het “Paspoort” programma van de NOS? Een minder dan wilde gok is dat de meerderheid van deze ervaren krachten al lang niet meer in de journalistiek actief is.
Hoe vaak hebben kranten en omroepen niet kritisch bericht over de toegankelijkheid of geslotenheid van de arbeidsmarkt voor allochtonen? Helaas vergaten ze daarbij de hand in eigen boezem te steken.
De gevestigde media berichten daar liever niet over en kritische berichten worden verbannen naar het vakblad De Journalist. Helaas zijn het journalisten in leidinggevende posities die hiervoor verantwoordelijk zijn.
Ze nemen de mensen (niet) aan, zij bepalen grotendeels de nieuwsagenda.
Of er nu wel of geen allochtonen een abonnement hebben op de krant, ieder zichzelf respecterend medium dient tot in de haarvaten van de samenleving aanwezig te zijn. Anders geen nieuws, of op zijn best vertekend nieuws.
Chefs van redacties zeggen vaak tegen mij dat de allochtone journalisten er niet zijn. Of dat ze weinig zin hebben om nieuwkomers een plaats op de redactie te geven terwijl ervaren (blanke) journalisten er uit moeten. (Over ervaren allochtone journalisten geen woord, want die zijn te duur).
Aan die chefs meld ik wat onlangs tegen mij is gezegd:
Een hoofd Personeelsbeleid van een ministerie zei vanochtend zelfverzekerd dat hij startende HBO’ers en academici wel kon vinden en kon vasthouden.
Het hoofd Graduate Recruitment van het sterk sanerende TPG Post zei dat het toch noodzakelijk blijft om meer allochtonen te werven op hogere functies.
Eén reactie