Op krantenredacties zijn nauwelijks journalisten met een allochtone achtergrond te vinden. In Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag is ruim 40 procent van de stadsbevolking van allochtone afkomst, terwijl op de redacties van Het Parool en het AD/Utrechts Nieuwsblad geen enkele journalist van allochtone afkomst werkzaam is.
Ook bij de landelijke dagbladen is het aantal journalisten van allochtone origine uiterst gering. Ariejan Korteweg, de adjunct hoofdredacteur van de Volkskrant, spreekt niet voor niets over “het laatste witte bolwerk”.
Uit een recent onderzoek blijkt dat er ook de komende jaren weinig aan dit beeld zal veranderen. Het is niet zo dat de dagbladen geen journalisten van allochtone afkomst willen inlijven, maar ze zeggen ze niet te kunnen vinden. De dagbladen zijn zich wel uitermate bewust van de voordelen die een meer etnisch gemêleerde redactie zal opleveren.
Journalisten van allochtone afkomst hebben volgens de geïnterviewde redacteuren meer kennis van de gebruiken, talen en codes van hun specifieke cultuur, waardoor het makkelijker is om in bepaalde groepen in de samenleving door te dringen. Ook geven de kranten aan dat journalisten van allochtone afkomst belangrijk zijn voor het verkrijgen van meer allochtone lezers. “Als je een redactie hebt waar nul allochtonen werken en je schrijft over een samenleving die bijvoorbeeld in de Utrechtse Kanaaleilanden voor 98 procent uit allochtonen bestaat dan gaat er iets goed fout”, aldus Cornelisse van het AD/Utrechts Nieuwsblad.
Niets anders dan afwachten
Toch lukt het de dagbladen niet hun redacties kleurrijker te maken. We willen wel maar kunnen ze niet vinden, is steevast het antwoord wanneer er naar de diversiteit op de redactievloer geïnformeerd wordt. Wie echter onderzoekt wat de kranten daadwerkelijk doen om journalisten van allochtone afkomst te vinden, ziet al snel dat de werkelijkheid complexer in elkaar steekt.
Met het verdwijnen van de stichting Mixed Media en de stopzetting van de subsidie voor de NVJ werkgroep Migranten & Media zijn twee belangrijke spelers in het debat over en de stimulering van een grotere participatie van journalisten met een allochtone achtergrond van het podium verdwenen. Van debat over dit onderwerp is in de dagbladjournalistiek dan ook nog nauwelijks sprake.
De kranten doen eigenlijk niets anders dan afwachten. Steeds meer jongeren van allochtone afkomst stromen door naar het hoger en wetenschappelijk onderwijs, dat zal toch ook wel haar weerslag binnen het journalistieke bestel vinden, is de heersende gedachte. De realiteit is echter dat ontwikkelingen binnen de dagbladjournalistiek dat perspectief voor een groot deel teniet doen.
Het aantal studenten van allochtone afkomst bij de HBO opleidingen journalistiek is de laatste jaren weliswaar flink toegenomen. Maar die stijging wordt volledig teniet gedaan door de sterke opkomst van de Master en postdocopleidingen. Het aantal studenten van allochtone afkomst op die opleidingen is miniem, waardoor de participatie van journalisten van allochtone afkomst in de dagbladjournalistiek wordt afgeremd.
Daarnaast is het aantal vacatures in de dagbladjournalistiek zo schaars, dat de kranten in een luxepositie verkeren en uit een groot aanbod kunnen selecteren. Daarbij staat de kwaliteitseis nog steeds hoger aangeschreven dan de roep om diversiteit. De kans dat een journalist van allochtone afkomst wordt aangenomen is dan ook nog steeds klein. De kranten zeggen wel dat bij gelijke geschiktheid een journalist van allochtone afkomst de voorkeur krijgt, maar in de praktijk leidt deze regel niet tot de gewenste resultaten.
“Allochtonen nemen geen abonnement”
Uit interviews met verschillende (hoofd)redacteuren blijkt ook dat er zich af en toe wel degelijk geschikte kandidaten van allochtone afkomst bij de kranten voor een baan melden, maar dat er vaak op dat moment geen vacature beschikbaar is, waardoor ze de kandidaten moeten laten lopen.
Journalisten van allochtone afkomst zelf trekken de bereidheid van de dagbladen om iets te veranderen in twijfel. “Ik heb het idee”, zegt A. Rubio van het AD/Rotterdams Dagblad, “dat gezien de moeilijke tijden die de dagbladjournalistiek momenteel doormaakt, de meeste kranten zich toch op de autochtone lezers richten. Uit de cijfers blijkt immers dat allochtonen vaak geen abonnement nemen. Voorheen was er natuurlijk Migranten & Media, maar die werkgroep is opgeheven en dat zegt ook wel wat. Ik denk dat het met de tijd heeft te maken waarin we momenteel leven. Het multiculturele heeft afgedaan.”
Toch vinden de journalisten van allochtone afkomst die momenteel bij de dagbladen werkzaam zijn het belangrijk dat er meer journalisten van allochtone afkomst bijkomen. Zo stelt Perdiep Ramassar: “Toen ik twee jaar geleden bij de Haagsche Courant kwam werken, wist bijna niemand daar dat de Hindoestanen in Den Haag de grootste etnische gemeenschap vormen. Wat dat betreft is er in de journalistiek nog een hoop onwetendheid en ik denk dat journalisten van allochtone afkomst daar een belangrijke rol bij kunnen vervullen.”
Als de kranten daadwerkelijk iets aan de lage participatie van journalisten van allochtone afkomst zouden willen doen, moeten ze eerst de afwachtende houding overboord zetten. De dagbladen dienen zich actiever in de problematiek te mengen. Een goed begin zou zijn om de lage participatie weer eens op de agenda te zetten en in beleid onder te brengen. Door het vergroten van de participatie van journalisten van allochtone afkomst op de redactievloer in beleid om te zetten, verplichten de kranten zichzelf er ook daadwerkelijk iets aan te doen.
Het in dit artikel beschreven scriptie-onderzoek is verricht bij de volgende dagbladen: Parool, Trouw, de Volkskrant, het AD/Rotterdams Dagblad, AD/Utrechts Nieuwsblad, en AD/Haagsche Courant.
2 reacties