Is ‘ie podsafe?

“Is ‘ie podsafe?”, dat vroeg Adam Curry mij een poosje geleden. Adam had het over een liedje van Geppy, een van de artiesten die hij had beluisterd via mijn online label DiSfish. En jawel, podsafe is ‘ie!

Het keurmerk, ‘podsafe’, is inmiddels een voorwaarde voor elke maker van podcasts. Hoe is dat zo gekomen?

Ons auteursrecht geeft alle auteurs het alleenrecht om eigen werken te verveelvoudigen en openbaar te maken. Veel auteurs kiezen er echter voor om deze rechten exclusief te laten exploiteren door BUMA/STEMRA. Daarnaast exploiteren ook platenmaatschappijen de rechten van artiesten.

Stel nu dat iemand een podcast wil maken en daar wat muziek voor wil gaan gebruiken. De podcastmaker zoekt in zijn CD-collectie en vindt bijvoorbeeld een mooie opname van Miles Davis’ So What. Hij heeft het gevoel dat hij hiervoor toestemming moet vragen. Maar bij wie en hoe moet dat?

Gelukkig kunnen we deze informatie bij de NVPI, de branchevereniging van de entertainmentindustrie, vinden:

PODCASTEN: EEN HANDLEIDING VOOR PARTICULIEREN

Ik wil muziek gebruiken in mijn podcast. Wat moet ik doen?

Bent u een particulier, dan moet u auteursrechtelijke toestemming verkrijgen bij Buma/Stemra (zie www.bumastemra.nl) en bij de maatschappij die het muziekstuk dat u wilt gebruiken heeft uitgegeven.

Hoe weet ik welke maatschappij dat is?

Als u een cd heeft, kijkt u op het hoesje. Daar staat de maatschappij op vermeld.

Als u een track heeft gedownload via, bijvoorbeeld iTunes, kunt u op die site vinden welke platenmaatschappij u moet hebben. Daarnaast kunt u altijd zoeken op internet naar de site van de uitvoerende artiest, die meestal beheerd wordt door de betreffende platenmaatschappij. Via onze ledenlijst kunt u zien hoe u in contact komt met deze maatschappij.

Ik kan de maatschappij met geen mogelijkheid vinden. Wat nu?

Als u er echt niet uitkomt, stuurt u een mailtje naar info@nvpi.nl.

Wat gebeurt er als ik geen toestemming vraag?

Als u muziek aanbiedt zonder dat daar toestemming voor is, handelt u onrechtmatig.

De wet maakt het de rechthebbenden mogelijk een schadevergoeding te eisen.

Ook op de website van BUMA/STEMRA valt een soortgelijk antwoord te lezen:

Muziek op internet
Voor het gebruik van muziek is toestemming nodig van de auteursrechthebbenden (d.w.z. de componisten, tekstdichters, bewerkers en muziekuitgevers). Ook als het muziekgebruik op internet betreft. Want ook daar is sprake van (mengvormen van) vastlegging, verspreiding en openbaarmaking van muziek. Veruit de meeste rechthebbenden hebben de werkzaamheden m.b.t. het verlenen van toestemming overgedragen aan Buma/Stemra.

(…)

Let op! Bij veel vormen van muziekgebruik wordt muziek gehaald van bestaande geluidsdragers, zoals cd’s. In dat geval heeft u ook toestemming nodig van de fonogrammenproducent (meestal de platenmaatschappij) en van de naburig rechthebbenden (platenmaatschappij en uitvoerend artiest). Deze toestemmingen kunt u niet via Buma/Stemra krijgen. U zult daarvoor zelf afspraken moeten maken met de betreffende maatschappij en/of artiest. Naburig rechthebbenden laten voor een aantal vormen van muziekgebruik werkzaamheden uitvoeren door Stichting SENA te Hilversum. Het is raadzaam om ook daar inlichtingen in te winnen.

Je begrijpt wel, da’s een hoop werk en in het geval van zo’n oud nummer als So What kan dat nog best lastig worden, want het nummer is in Amerika geregistreerd. Het is maar de vraag of je iemand van bijvoorbeeld de platenmaatschappij hierover kunt bereiken. Bovendien zul je het schriftelijk moeten vragen, vanwege mogelijke juridische consequenties.

Welke amateur heeft hier nu zin in? En vinden wij het dan nog steeds een leuke hobby?

Niet alleen particulieren hebben het lastig als ze gaan podcasten, ook een van de grondleggers van het podcasten, Adam Curry, kwam in de problemen. Zo draaide Adam in zijn Daily Source Code korte jingles en muziek welke geëxploiteerd worden door de RIAA (de Amerikaanse BUMA). Adam moest voor alle nummers die hij draait toestemming vragen en afspraken maken over een vergoeding hiervoor.

In Hollywood zijn juristen dagelijks bezig om overeenkomsten te sluiten voor het hergebruik van muziek in films. Zij hebben er een dagtaak aan. Als we kijken naar de hoeveelheid podcasts die er dagelijk gemaakt wordt, dan hebben we hele pelotons juristen nodig om voor alle liedjes toestemming te vragen. Dagelijks een nieuwe podcast maken kun je dan wel vergeten. En al helemaal als je meer dan 1 liedjes in je podcast wil gaan draaien. Een podcast wordt dan een soort Hollywood-productie inclusief bijbehorend kostenplaatje!

Vraag het de DJ’s uit Hilversum wat ze zouden doen als ze per nummer dat ze willen draaien eerst toestemming zouden moeten vragen.

Vanuit de BUMA of een RIAA bezien is het logisch om eerst toestemming te vragen voor materiaal waarbij ‘Alle rechten voorbehouden’ zijn. Doe je dit niet, dan ben je een dief.

Ik geloof niet dat dit systeem geschikt is voor Internet, waar de content juist een onderdeel van het netwerk vormt. Het delen van content in een netwerk lijkt mij een eerste vereiste. Data op Internet moeten elkaar kunnen ‘verstaan’. Communicatie, is een voorwaarde om te kunnen spreken van een netwerk, nietwaar?

En stel nu dat Google eerst toestemming zou moeten vragen voor het citeren van die eerste paar regels in haar zoekresultaten. Een raar voorbeeld? Nee hoor, als onze BUMA in plaats van muziek de inhoud van webpagina’s zou exploiteren zouden zij het normaal vinden als Google inderdaad eerst toestemming zou vragen. Zo niet, dan is Google een dief. ‘Alle rechten voorbehouden’; eerst vragen!

Al deze problemen hebben ervoor gezorgd dat er wereldwijd een vraag ontstond naar muziek die wel zondermeer in een podcast te gebruiken is. Muziek die zonder vergoeding en zonder overleg met de auteurs gebruikt kan worden; ‘podsafe’ muziek! Voor veel componisten, waaronder ikzelf, is het een mooi gratis promotie middel.

Wanneer je als auteur al je rechten zelf bezit, dan zit je goed. Zonder BUMA-contract of een platenmaatschappij is de kans dat je gedraaid wordt in een podcast erg groot. Zo wordt mijn werk wereldwijd soms een aantal malen per week in verschillende podcasts gebruikt. De makers vermelden altijd mijn naam en een link naar mijn site in de ‘shownotes’, een standaard regeling die minimaal nodig is voor auteurs die niet direct aan het gebruik verdienen. Deze naamsvermelding is dus essentieel.

Ook in Nederland zijn veel componisten die ‘podsafe’ muziek maken. Vaak doen ze dit onder een Creative Commons licentie. Een licentie waarbij bijvoorbeeld naamsvermelding en een niet-commercieel karakter de eisen kunnen zijn; de podcastmaker moet de naam van de auteur vermelden en mag niet direct geld verdienen aan het werk van deze auteur.

Eigenlijk werkt dit net zo als voor de foto’s die je op Flickr vindt en die ook middels een Creative Commons licentie geplaatst kunnen worden.

In alle gevallen zorgen deze licenties voor een betere online distributie want het veschaft duidelijkheid over wat er wel en wat er niet met het werk mag gebeuren. Bovendien is de auteur in geval van een niet-commercieel kenmerk afdoende beschermd tegen commercieel misbruik.

Een goeie website in Nederland voor het vinden van ‘podsafe’ muziek is bijvoorbeeld Simuze. Ook het label Dying Giraffe Recordings is een aanrader. Mijn eigen online label DiSfish welke ik samen met de Poolse componist Cezary Ostrowski heb opgericht, bevat ook alleen maar ‘podsafe’ muziek.

Ook leuk om te vermelden is VPRO’s 3voor12 Plundert Musea waar je muziek kunt vinden die gebruik maakt Creative Commons licenties.

International schieten de ‘podsafe’ paddenstoelen de lucht in. Adam Curry’s PodsafeMusicNetwork bijvoorbeeld, hoewel ik het inhoudelijk niet helemaal eens ben met het ‘open karakter’ van de licenties die daar gehanteerd worden. Adam heeft niet gekozen voor Creative Commons licenties, maar heeft eigen algemene voorwaarden opgesteld.

De term ‘podsafe muziek’ vind ik zelf een nogal suffe term. Er wordt al meer dan 3 jaar muziek onder Creative Commons licenties uitgegeven en ook andere, wat ze noemen ‘open content’, ‘copyleft’ licenties. Maar goed noem het ‘podsafe’, ‘open content’ of ‘copyleft’. Een ding is zeker: ‘open content’ heeft de toekomst!

En ‘Alle rechten voorbehouden’ dan? Ach, da’s gewoon ‘Not ready for the internet’, zoals BoingBoing-weblogger Cory Doctorow het zo mooi kan zeggen.

foto: http://www.flickr.com/photos/nogg3r5/

7 reacties

  1. Ik houd het voor het gemak gewoon op ‘open muziek’.

  2. een interessante beschouwing op de frictie tussen het copyright en internet is te vinden in Lawrence Lessig’s boek ‘Free Culture’. Lessig, oprichter van het Creative Commons systeem, heeft de daad bij het woord gevoegd door dit boek gratis beschikbaar te stellen op http://www.lessig.org

  3. @ Maarten: ‘open muziek’ is ook een prima term.

    @ Jeroen: Jazeker, Lessig’s boek is een aanrader. De PDF versie is gratis inderdaad (http://www.free-culture.cc/freecontent/) en er zijn gesproken audio-versies in vrijwel alle talen. Maar het boekje leest toch het beste vind ik zelf :)

  4. leuk interview Martijn!

  5. Creative Commons heeft nu een Legal Guide beschikbaar. Het beperkt zich niet alleen tot de mogelijkheden van Creative Commons.

  6. Pingback: Marco Raaphorst » Blog Archive » Dan maar podsafe voor de Publieke Omroep?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>