Jeroen van Bergeijk is initatiefnemer van de tentoonstelling Picture This! vanaf 2 mei te zien in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam.
Dankzij de cameratelefoon – of fotomobieltje – heeft binnenkort iedereen altijd een fototoestel op zak. Wat betekent die ontwikkeling voor de (nieuws)fotografie? Dat is de vraag die centraal staat in de tentoonstelling Picture This, die deze week van start gaat in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam
Fotomobieltjes zijn nu zo’n vijf jaar op de markt. Dit jaar zullen er wereldwijd naar schatting 380 miljoen exemplaren worden verkocht (over vier jaar 900 miljoen) waarmee zo’n tien miljard foto’s gemaakt zullen worden. In Europa is driekwart van de nieuw verkochte telefoons voorzien van een camera. In Japan zijn de cijfers nog hoger: daar is 95 procent van alle mobiele telefoons in omloop nu een fotomobieltje. Waarmee ik maar wil zeggen dat voor het eerst in de geschiedenis iedereen altijd en overal een camera bij zich zal dragen. Met de gevolgen van die ontwikkeling worden we elke dag geconfronteerd.
Wat zijn die gevolgen zoal? Allereerst heeft de cameratelefoon van iedereen een fotojournalist-in-spe gemaakt – als hij tenminste op het juiste moment op de juiste
(of verkeerde, is maar hoe je het bekijkt natuurlijk) plek is. Omdat iedereen tegenwoordig met een camera op zak loopt, is er van elke belangrijke nieuwsgebeurtenis een foto. Er gaat de laatste jaren eigenlijk geen groot, spontaan nieuws meer voorbij of de eerste en vaak ook meest indrukwekkende foto’s zijn afkomstig van de cameratelefoons van gewone burgers. De beelden van het ontzielde lichaam van Theo van Gogh op het fietspad van de Amsterdamse Linnaeusstraat, de rokerige gangen van de Londense metro na de bomaanslagen, de martelingen van Irakese gevangen in de Abu Ghraib gevangenis. Het zijn beelden die iedereen op het netvlies gebrand staan, en die tot ons kwamen dankzij de cameratelefoon.
Nieuwsfotografie is dus niet langer voorbehouden aan fotojournalisten. Over de foto’s van de martelpraktijken in de Abu Ghraib gevangenis merkte Susan Sontag op:
“Where once photographing war was the province of photojournalists, now the soldiers themselves are all photographers – recording their war, their fun, their observations of what they find picturesque, their atrocities – and swapping images among themselves and e-mailing them around the globe.”
Het fotomobieltje van de gewone ooggetuige laat de meest directe, de meest rauwe beelden van de vaak gruwelijke werkelijkheid zien. De cameratelefoon geeft nog meer dan live televisie het gevoel dat je “erbij bent”, omdat de maker van de beelden geen professional is maar iemand als jij, een amateur.
Ook mainstreammedia hebben dit inmiddels begrepen. Niet voor niks accepteert de BBC en menig Amerikaans tv-station en krant dankbaar cameratelefoon foto’s. Voor de BBC kwam de ommekeer op 7 juli 2005. Op de dag van de terroristische aanslagen in de Londense metro kwamen ruim 1000 foto’s binnen. Sindsdien geeft de BBC op haar website uitgebreide instructies hoe mensen hun foto’s kunnen insturen. Dat neemt overigens allemaal niet weg dat het nog altijd ouderwetse fotojournalisten zijn die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het aanbod op de BBC website. Amateurfoto’s worden alleen bij onverwachte nieuwsgebeurtenissen gebruikt. Maar de fotograferende citizen-journalist is sindsdien big business. Of althans zo lijkt het. Er zijn in het Verenigd Koninkrijk en de VS inmiddels al gespecialiseerde bureaus, zoals Scoopt en Spy Media, die bemiddelen bij de verkoop van cameratelefoon foto’s.

Maar de invloed van de cameratelefoon reikt verder dan de voorpagina’s van onze kranten. Het feit dat mensen altijd en overal een camera bij zich hebben, betekent dat die camera onvermijdelijk gebruikt wordt om mensen te fotograferen in situaties waarin ze dat niet willen. Waar het fotomobieltje van iedereen een citizen-journalist kan maken, daar kan hij ook van iedereen een citizen-papparazi maken. Niet alleen beroemdheden worden hiermee geconfronteerd, ook gewone mensen worden steeds vaker tegen hun zin gefotografeerd. Denk aan de mevrouw van de administratie die gefotografeerd in een compromitterende pose op GeenStijl terecht kwam. Denk ook aan websites vol clandestien gemaakte foto’s als Mobile Asses of het Nederlandse equivalent Fotovanhaarkontje.nl (“de echte reden dat telefoons een camera hebben”). Niet verwonderlijk dus dat fotomobieltjes steeds vaker worden geweerd bij huwelijken van beroemdheden, rondleidingen in bedrijven en andere gebeurtenissen waarbij fotografie ongewenst is en de bezoekers gecontroleerd kunnen worden. Wel verwonderlijk, of misschien ook niet, is dat we dit en masse “wel lachen” vinden. Dat het leven van de gefotografeerden door dit soort afbeeldingen verwoest kan worden, laat GeenStijl en consorten kennelijk koud. Mededogen of empathie zijn onbekende begrippen.

De cameratelefoon zorgt dus voor ‘criminaliteit’, maar aan de andere kant wordt het apparaatje juist ook ingezet als misdaadbestrijder. Vorig jaar werd in New York een exhibitionist gearresteerd die in de metro was betrapt door een vrouw met een cameramobieltje. Dat incident was aanleiding voor de populaire website Hollaback NY (“If you can’t slap ‘em, snap ‘em!”), waarin vrouwen die worden lastiggevallen door opdringerige mannen wraak nemen door foto’s van deze onbeschofte types op internet te zetten. Er zijn tal van andere voorbeelden: automobilisten die zijn gefotografeerd na te zijn doorgereden na een ongeluk, inbrekers die op heterdaad betrapt werden gefotografeerd. Het fotomobieltje is ook een wapen in het bestrijden van (klein) onrecht: vind je dat je ten onrechte een bekeuring hebt gekregen voor fout parkeren? Nu kun je direct bewijsmateriaal verzamelen. De burgemeester van Amsterdam roept zijn burgers al op wanneer ze zien dat iemand wordt lastiggevallen of in elkaar geslagen, niet in te grijpen maar het vast te leggen met hun cameratelefoons. Wat de foto’s uit de fotomobieltjes van Abu Ghraib deden op internationaal vlak (een schandaal openbaar maken, zij het onbedoeld in dit geval), kan ook op buurtniveau.

Los van deze meer of minder spectaculaire gevallen, waar maken mensen nu eigenlijk foto’s van met hun fotomobieltje? Overal van, zo blijkt. Zelfs hiervan. Een van de interessantste aspecten van de alomtegenwoordigheid van de cameratelefoon is dat de definitie van wat fotografeerbaar is, is veranderd. Zelfs met de wegwerp- en digitale camera werden nog altijd voornamelijk foto’s gemaakt van ‘bijzondere’ gebeurtenissen: huwelijken, vakanties, kinderpartijtjes, etc. Maar met fotomobieltjes maken mensen foto’s van wat ze gegeten hebben (er zijn speciale sushi moblogs), van covers van tijdschriften of de voorpagina van de krant, van een nieuw kapsel, van een leuke jurk in de etalage, van een vriendin die ze op straat tegenkomen.
Volgens de Japans-Amerikaanse onderzoeker Mizuko Ito maakt dat de cameratelefoon dat mensen zich veel bewuster van hun omgeving worden. Ze gaan met het oog van een fotojournalist naar de dingen en gebeurtenissen om hen heen kijken (vandaar ook de oproep van het Nederlands Fotomuseum om uw eigen met de fotomobiel gemaakte foto’s van uw privé ‘nieuws’ in te sturen, zie onder).
Fotomobieltjes stellen mensen in staat hun dagelijks leven vast te leggen en die beelden van hun alledaagse leven direct te versturen of op internet te plaatsen zodat de hele wereld ze kan zien. Dit instant vastleggen en openbaar maken van je eigen leven is iets dat het fotomobieltje mogelijk heeft gemaakt en dat heeft geresulteerd in een eigen medium: de moblog. De interessantste moblog in Nederland is de groepslog moblog.nl (een partner overigens in de tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum). Moblog geeft elke dag weer een fascinerend beeld van het alledaagse Nederland. Hier gebeurt zelden iets opzienbarends. Steeds weer die foto’s van de middenklasser auto, de vinexwoning, de file, het uitzicht op de snelweg, de koffie met taart om 11 uur naar telefoon en beeldscherm. Dankzij de cameratelefoon zijn foto’s niet langer bewaarmomenten, maar visuele aantekeningen die geconsumeerd en vervolgens weer gewist kunnen worden. Je kunt de vraag stellen of dit uiteindelijk wezenlijke beelden oplevert. Ik denk dat het interessanter is om te laten zien wat die beelden zijn en het publiek die vraag te laten beantwoorden. De tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum laat zien hoe vluchtig het medium cameratelefoon is, of anders gesteld, het perfect de cameratelefoon de banaliteit van het alledaagse leven weerspiegelt.
Het Nederlands Fotomuseum nodigt iedereen van harte uit zijn eigen cameratelefoon foto’s in te sturen die allemaal in het museum zullen worden geëxposeerd. Fotografeer uw belangrijkste, leukste of mooiste nieuws en stuur uw foto’s naar foto@moblog.nl. Alle foto’s worden uitgeprint en in het fotomuseum getoond.
2 reacties