Terwijl 10% van de Nederlandse bevolking van niet-westerse allochtone afkomst is, ligt dat aandeel in de redactielokalen naar schatting op 1,5%. Hoe heeft dat isolement kunnen ontstaan? Ten dele treft de media schuld (zie het artikel van Arne Gielen van vandaag) maar het verhaal is gecompliceerder.
Onlangs interviewde ik Malika Faqir, een Marokkaans-Nederlandse die graag journalist wilde worden. Ik leerde haar in 1987 kennen toen ik, namens drie HBO-opleidingen journalistiek, een zomercursus journalistiek voor allochtone vrouwen organiseerde. Het idee voor zo’n cursus had ik opgedaan bij de Universiteit van Berkeley, waar al jaren succesvolle Summer Programs for Minority Journalists plaatsvonden (de toestroom van zwarte, Aziatische en Hispanic journalisten in de VS is sindsdien gestegen, maar representatief is de afspiegeling nog niet: etnische minderheden maken bij voorbeeld 12.9 procent uit van de redactiestaf bij kranten, tegenover 31.7 procent van de Amerikaanse bevolking).
Vijftien vrouwen – Moluks, Indonesisch, Surinaams, Turks, Marokkaans en Antilliaans – kwamen door de toelatingsprocedure van de zomercursus, onder wie de Marokkaanse Malika. Met haar negentien jaar was ze de jongste van de groep. Ze wist wat ze wilde en beschikte over een forse dosis journalistiek talent. Toch groeiden de journalistiek en zij uit elkaar (op verzoek van PvdA-leden stelt Malika zich momenteel beschikbaar als wethouder voor Amsterdam, waar men op zoek is naar “Marokkaans politiek talent met een overtuigende en communicatieve stijl”). Wat ging er fout?
Direct na de cursus liep Malika stage bij de regionale krant De Stem in Breda. De stage verliep goed maar het schrijven van vlekkeloos Nederlands bleek nog te hoog gegrepen, reden waarom ze naar de televisie, naar het minderhedenprogramma Hollandse Nieuwe (NOS televisie) overstapte. Hierna verloor ik haar uit het oog. Tot vorige week.
Wat voor werk deed je bij Hollandse Nieuwe?
Allerlei journalistiek werk, met de nadruk op research. Ik interviewde asielzoekers, regelde opnamen in moskeeën, verdiepte me in huwelijken tussen autochtonen en allochtonen… Ik moest de mensen voor de camera’s zien te krijgen, wat zeker in die tijd niet meeviel.
Was de redactie tevreden over je?
Ik denk het wel. Alle items die ik inbracht, werden uitgevoerd.
Waarom ben je er toch weggegaan?
Na een jaar liep het contract af. Men wilde me graag houden maar op dat moment besloot de redactie de formule van het programma te veranderen: het moest lichter worden, er kwam veel meer muziek in. Ik zag dat niet zitten, wilde er juist serieuze maatschappelijke thema’s in behandeld zien. Daarbij kwam dat ik jong was en ook graag verder wilde studeren. Uiteindelijk ben ik de hbo opleiding interculturele communicatie gaan doen, waar ik na vier jaar cum laude ben afgestudeerd. In de tussentijd bleef ik op freelance basis interviews en presentaties doen.
En na de studie ben je teruggekeerd naar de journalistiek?
Nee. Ik ben wel in de race geweest voor een presentatorschap bij de Nederlandse Moslim Omroep maar daar wilden ze me in beeld een hoofddoek laten dragen, waar ik “nee” op heb gezegd. Maar belangrijker was dat ik in de tussentijd familieproblemen kreeg. Terwijl ik met mijn ouders in Marokko was, begon mijn vader me onder druk te zetten om met mijn daar wonende mijn neef te trouwen. Ik weigerde dat, maar de druk werd enorm opgeschroefd. Mijn neef dreigde zelfmoord te plegen als ik niet met een huwelijk instemde. Eenmaal terug in Nederland heb ik me hals-over-kop verloofd met een knappe, universitair opgeleide Marokkaanse man. Tot ongenoegen van mijn ouders.
En die man steunde je journalistieke ambities?
Hij zei van wel maar het pakte anders uit. Toen we getrouwd waren en ik plaatselijk televisiewerk deed, bleek hij er toch grote moeite mee te hebben. Hij zag hoe ik op straat herkend werd, hoe mannen me aanspraken. Thuis kreeg ik telefoontjes, ook van mannen. Mijn man kreeg ook het gevoel dat alles om mij draaide en dat hij er niet toe deed. Uiteindelijk ontpopte hij zich als een gewelddadige, radicale moslim, als iemand die “dronken” van de Islam kon zijn en vond dat ik maar het beste thuis kon blijven. Onder zijn druk en die van mijn ouders heb ik mijn deelname aan een interessant, nieuw televisiejournalistiek project in Hilversum moeten afzeggen. Dat was buitengewoon pijnlijk, ook voor de mensen van het project die het goed hadden gevonden dat ik ondanks mijn zwangerschap zou meedoen.
Zijn er meer Marokkaanse vrouwen die om zulke persoonlijke redenen niet in de journalistiek terecht komen?
Zeker. Het is moeilijk een man te vinden die op basis van gelijkwaardigheid met zijn vrouw kan leven, die een relatie wil waarin hij en zijn vrouw elkaar in hun ontwikkeling stimuleren. En het probleem is dat vrouwen zich daarvoor schamen. Ze durven naar de buitenwereld niet toe te geven dat ze een man hebben die hun ambities blokkeert. Ja, schaamte is een enorm probleem! Daarom vind ik het ook zo belangrijk er in dit interview openlijk over te praten.
Tegelijkertijd komen er ook weinig Marokkaanse mannen in de journalistiek terecht. Waar ligt dat aan?
Dikwijls levert het schrijven van vlekkeloos Nederlands problemen op. Daarnaast is de journalistiek een wereld waar mensen vrij met elkaar omgaan, en daaraan moeten ze wennen. De oorzaken dat er zo weinig journalisten van Marokkaanse herkomst zijn, liggen, denk ik, meer bij de mannen dan bij de journalistiek.
Wat ben jij uiteindelijk gaan doen?
Na mijn scheiding heb ik veel advieswerk gedaan – voor gemeenten, voor minister Dijkstal – en heb ik in de politiek gezeten. Ik ben een betrokken mens, een actiepersoon, misschien zou dat me in de journalistiek ook wel een beetje zijn opgebroken.
Ik zou graag nog een kind willen hebben, inmiddels zijn mijn ouders zo ver dat ze het me zouden gunnen als ik dat van een Nederlandse man zou krijgen. Maar ik heb de ideale man nog niet gevonden. Eerst maar eens kijken of ik wethouder word.
* Op verzoek van de geinterviewde, die overtuigende persoonlijke redenen aanvoerde, is een passage in dit interview enigszins aangepast (30/3/09, TvS)
Nawoord
De problemen die Malika verhinderden om journalist te worden – spelfouten tijdens haar krantenstage, tegenwerking vanuit haar persoonlijke omgeving en de schaamte daarover, haar maatschappelijke betrokkenheid die botst met de klassiek-westerse opvatting van journalistiek – zijn een paar van de typerende obstakels van de afgelopen twintig jaar.
Er zijn er meer. De traditionele neiging van tweede generaties nieuwkomers, bij voorbeeld, om voor studies en beroepen met hoge status en gunstige financiële perspectieven te kiezen. En de weerstand in Nederland tegen positieve discriminatie.
Gelukkig ontstaat, buiten de kranten om, geleidelijk ook een andere realiteit: de multi-etnische media komen eraan, daarover hoeven we ons geen zorgen te maken. NOS Headlines en FunX zijn een paar voorbeelden, er zijn er meer, we zullen die op De Nieuwe Reporter proberen te volgen.
14 reacties