GJ Bogaerts: News 2.0 nog grotere hype dan Web 2.0

GJ Bogaerts, chef internet van de Volkskrant, schrijft vandaag in de papieren krant en op zijn weblog een reactie op de screencast die Jaap Stronks eerder deze week op DNR publiceerde over News 2.0. (Zie ook het stuk van Erwin Boogert dat we publiceerden.)

Bogaerts lijkt weinig te zien in de trend waarin lezers nieuws van verschillende bronnen zelf bij elkaar sprokkelen via rss-feeds of elkaar via social networks artikelen aanraden:

De grap is dat die systemen waar Stronks zo hoog van opgeeft, gevuld moeten worden. En waar worden ze mee gevuld? Juist, met de berichten die voor het overgrote deel van nieuwssites worden geplukt. En wie bepaalt de inhoud van die nieuwssites? Dat doen professionele journalisten.

Natuurlijk struinen die geavanceerde filtersystemen en zoekmachines ook de weblogs af. De invloedrijkste weblogs zijn die van specialisten – mensen die heel goed zijn in een specifiek vakgebied. Deze weblogs zijn dan ook vooral interessant voor andere specialisten, niet voor het brede publiek.

Mijn tweede punt van kritiek op de argumentatie van Stronks is dat hij voorbijgaat aan de meerwaarde van een krant of een nieuwsprogramma op radio of televisie. Op die podia worden verbanden gelegd die de lezer, luisteraar of kijker niet uit zichzelf zou leggen. Het brengt ogenschijnlijk op zichzelf staande nieuwsfeiten met elkaar in aanraking en creëert zo een meerwaarde. De nieuwsconsument wordt verrast: hij komt ook berichten tegen die hij uit zichzelf, had hij de keuze om ze al dan niet in zijn rss-feed of filtersysteem op te nemen, nooit zou hebben uitgekozen. Dat is een heel belangrijke functie van de professionele journalistiek.

En er is een derde bezwaar. Hoe gemakkelijk die nieuwe technieken ook kunnen zijn, op dit moment zijn ze nog vooral interessant voor een betrekkelijk selecte groep van web-savvy geeks, bebrilde techneuten die elke nieuwe techniek snel omarmen.

Lees de hele column van GJ Bogaerts hier.

16 reacties

  1. Eerder deze week werd er ook op Marketing Facts gediscussieerd over de vraag of Web 2.0 al dan niet een hype was.

    Ik schreef daar dit commentaar dat mij ook hier relevant lijkt:

    Het lijkt mij in deze discussie van belang onderscheid te maken tussen twee invalshoeken:

    1) een technologische en culturele ontwikkeling van het www van statische en gesloten webpagina’s naar open systemen.

    Dit is volgens mij het verschil tussen web 1.0 en web 2.0:
    in web 1.0 moest je voor een artikel van een krant naar de website van die krant. Bij web 2.0 kun je diezelfde pagina opslaan en delen bij del.icio.us, op je eigen weblog, hem aanraden bij furl, bediscussieren bij newsvine, opnemen in je ‘gepersonaliseerde krant’ bij netvibes, vergelijken met andere artikelen op Google News etc. Hetzelfde geldt voor diensten als Flickr: je kunt je foto’s daar bekijken en taggen, maar je kunt je flickrfotoablum ook automatisch laten vollopen op je eigen weblog. Kortom, het hele internet wordt een enorme database, en alle artikelen, foto’s, muziekbestanden daarin laten zich op allerlei manieren combineren op talloze webdiensten, webpagina’s.

    GJ Bogaerts heeft denk ik deels gelijk: die datbase zal voor een groot deel door professionele journalisten gevuld blijven worden. En sommige mensen zijn lui en zullen de aggregatiedienst van een door hun vertrouwd merk graag gebruiken (dat kan de Volkskrant zijn, maar ook MSN). Maar daarnaast vermoed ik dat velen ook van al die verwijsdiensten gebruik gaan maken. Vraag is: is dit iets voor digitale liefhebbers of ook aantrekkelijk voor een groot publiek? Grote mediabedrijven als Yahoo (kocht del.icio.us en flickr op) en Microsoft (lanceerde onlangs Live.com) gokken op het laatste.

    2) is de vraag of er hiervoor ook succesvolle businesmodellen voor te vinden zijn.

    Ja, denken veel investeerders op dit moment, getuige de hausse aan bedrijfjes dat dit soort diensten aanbieden. Maar het feit of de ontwikkeling beschreven onder 1) al of niet om te zetten is in een zeer winstgevend bedrijf betekent nog niet dat de ontwikkeling zelf ook ten dode is opgeschreven. Hetzelfde gebeurde met de eerste dotcomhype: nadat de meeste in euforie opgerichte bedrijven failliet gingen, werd al snel geconcludeerd dat het dus ook wel niets zou worden met dat emailen, surfen en online winkelen. Dat is niet waar, er wordt nu meer gesurfd en gemailed en geonline winkeld dan toen de Nasdaq boven de 5000 stond (voorjaar 2000), alleen is er nu iets meer realimse over de vraag of dit ook betekent dat je vanuit het niets multimiljonair kunt worden. Van de week las in in een Engelse krant dat er in Engeland dit jaar al 40 boekwinkels failliet zijn gegaan vanwege toenemende concurrentie van enerzijds goedkope supermarktedities en anderzijds het uitgebreide aanbod van sites als Amazon.com. Het is dus niet geheel risicoloos al die ontwikkelingen maar als hype af te doen.

    Ik denk dat nu iets soortgelijks geldt: de technologische en sociologische trend (wat doen mensen precies met die nieuwe technologie) is van enorm belang, al zel het lang duren voordat dat soort nieuwe gebruiken echt goed ingeburgerd raken. Of al die web 2.0 bedrijfjes daar op korte termijn al dan niet een commercieel succes van weten te maken heeft daar maar zijdelings mee te maken.

  2. Dan ook een reactie van mij. [even weggehaald ten behoeve van een tentamen]

  3. Pingback: Dit is Berry

  4. PS: bebrilde techneuten, ik ken ze niet! ;-)

  5. Vanaf het begin van het Internet gaan amateurs en professionals gelijk op. Dat begint al bij een domein. Iedereen kan een domein nemen, een bedrijf, een privé persoon. Dit is de essentie. Ze staat op gelijk niveau.

    Als je vroeger een magazine of een krant wilde beginnen dan was daar veel voor nodig. Een domein heb je binnen 1 dag draaien en je kunt knallen!

    De term professioneel zegt mij niets. Kwaliteit wel, maar dat heeft geen donder te maken met of je wel of niet als broodwinning moet doen.

  6. @ Edwin: Ik vraag mij echt af wat de meerwaarde is van traditionele media. Zelf kijk ik maar heel sporadisch televisie. Radio hoor ik soms bij anderen in de auto.

    Ik zal zeker niet doorsnee zijn, maar traditionele media is voor mij toch echt veel minder interessant dan de informatie die via mijn netwerk en newfeeds binnenkomt. Traditionele media richt zich veel te duidelijk op een doelgroep, omdat ze moeten scoren, omdat het geld moet opbrengen, rauw talent en pure kunst is hierdoor via traditionele media haast niet meer te vinden. En op internet wel, het knalt echt aan alle kanten. Met name in de open content hoek.

  7. Edwin schreef op 13 mei 2006 om 10:10

    Marco,

    Dat geldt voor mij ook hoor. Televisie is passe wat mij betreft. Ik word gek van de pulp-push en de reclame-ellende die daar ook nog eens mee gepaard gaat. Het web is helemaal mijn ding en RSS een belangrijke input als het gaat om nieuws.
    Maar toch. Als ik tijd heb mag ik graag een papieren editie van een krant doornemen met een bakkie koffie. Punt is dat ik niet zo vaak meer tijd heb :-)
    Maar er is nu nog een heeeeele grote groep mensen die erg gewend zijn aan de oude media en daar m.i. ook nog niet zo snel afstand van zullen doen. De tijd haalt het wel in, maar dat duurt denk ik echt nog wel een paar jaar.

  8. @ Edwin: Ben ik met je eens. Van papier leest beter. Lange artikelen lees ik niet graag op mijn laptop.

  9. Het is hier al min of meer geschreven, maar toch even een enkel woord over ‘Web 2.0′ en al wat dies meer zij. Dit alles is vooraleerst een uitdrukking van een sociale, zo niet culturele trend. In ons ‘overontwikkelde’ deel van de wereld groeien we tegenwoordig op in de maatschappelijke context (of druk) van allesdoordringende marktwerking, zelfredzaamheid en het individu als being- en eindpunt van alle zingeving. In die context is het niet meer dan vanzelfsprekend (hoewel zeker niet altijd ‘beter’) dat mensen hun eigen nieuws zoeken EN maken, dat ze zelf dan wel samenwerkend met onbekenden gaan selecteren, dat ze soms wel en soms niet passief gaan zitten wachten tot journalisten het nieuws tot hun brengen. Dat is geen ‘hype’, gaat niet voorbij en leidt ook niet tot een bevestiging van traditionele journalistieke mores! Het gooit bestaande manieren van denken en dingen doen in erg veel sociale systemen – overheid, politiek, onderwijs, journalistiek – permanent overhoop.

    deal with it

    Jaap merkt op: “Interessant hieraan is dat dit voornamelijk een strijd tussen wereldbeelden lijkt te zijn. Uiteraard zijn dit extremen van een continuum – en dat is in elk geval in beweging.”

    Er is inderdaad geen zwart-wit tegenstelling tussen aktieve en passieve burgers – iedereen (inclusief GJ, Jaap, en ik) is een beetje van allebei, altijd. Dat was altijd al zo, alleen is nu het aktiefe deel van onze dagelijkse mediabeleving versterkt door middel van nieuwe media als internet, mobiele multimedia telefoons, en breedband-connecties.

    Of de toekomst mooier is weet ik niet, maar de toekomst is zeker constant onrustiger, flexibeler, vloeiender. Dat levert interessante kansen voor creativiteit op, maar zorgt ook voor meer onzekerheid en machtsmisbruik door kapitaalkrachtige commerciele spelers op de markt. Mijn zorg is dat door de vluchtigheid van het eigentijdse daadwerkelijke reflectie steeds lastiger wordt, waardoor we niet alleen minder grip krijgen op een (mogelijke, mooiere) toekomst, maar ook minder ammunitie produceren om ten strijde te trekken tegen de cultuur van het nieuwe kapitalisme…

  10. Zaid Abdoelrahman schreef op 14 mei 2006 om 08:52

    Om de toekomst van burgerjournalistiek te voorspellen in de nieuwe media met al haar trendy begrippen als Web 2.0 en News 2.0 (zelfs congressen schijnen een versie benoeming te krijgen) hoeven we alleen maar te kijken naar de oude media.
    De toekomst laat zich voorspellen door het verleden.
    Burgers proberen al in de oude media eigen journalistieke, onderhoudende en informatieve content te leveren.
    Kijk maar gewoon op de open kabelkanalen (radio& tv) in de grote steden
    in Nederland.
    Surinaamse, Antilliaanse en Turkse Nederlanders, maar ook oudere en jongeren autochtonen hebben hun eigen media gevonden.
    Het zijn vrijwilligers die, vaak in hun in hun eigen taal of ‘slang’, hun visie uit dragen. Zij geven vooral veel service gerichte informatie en opinies aan hun doelgroep.
    Misschien doen ze dat niet zo professioneel als betaalde krachten maar de luisteraar, kijker en lezer vergeeft hun dat.
    Via het internet is het makkelijker content is maken en te verspreiden.
    Bovendien is het onderscheid in de presentatie van content door professionals en vrijwilligers moeilijk(er) te maken.
    Als de content maar relevant is.
    Het bepalen van die relevantie is de afgelopen 30 jaar voor al die kabeluitzendingen niet het domein geweest van de professional, maar ze hebben wel vaak de vrijwilligers ‘gevoed’ met uniek content.
    We zien nu dat steeds meer sites komen met eigen nieuws en ze maken hun eigen verbanden.
    De vraag wie (journalisten of burgerjournalisten) wat gaat doen is voor mij minder relevant.
    Maar wie o wie zal kunnen komen met de journalistieke vakwerk dat (bijna) een ieder zal doen overtuigen?
    (Kijk maar naar verdeelde reacties op de vele 9/11 sites met al de (complot)theorieën, en recent nog, de documentaire over de moord op JFK van Wim Dankbaar en Peter R. de Vries).
    Maar misschien is ook die vraag irrelevant want een ieder heeft zijn eigen waarheid.
    Alleen hebben we nu heel veel waarheden naast, en vaak ook tegen elkaar.

  11. Goed punt Zaid. Je hebt mijn waarheid en jouw waarheid, maar De Waarheid die kent niemand. Kortom: er is altijd kleuring, beinvloeding enz. Bij professionals als bij amateurs. Maar als professioneels zich met doelgroepen en geld gaan bezig houden, en dat moeten ze vaak, dan is de burger toch vet in het voordeel naar mijn idee.

  12. Een aardige link: Jeff Jarvis schrijft over de 1-procent-regel. De essentie van de internet-media-economie is dat 1 procent van de gebruikers het werk doet voor de rest. Journalisten nodig omdat de mens te lui is? Mis, de meeste mensen zijn te lui om actief te filteren. Een actieve 1 procent doet het graag voor hen, en kunnen het met z’n allen in veel gevallen minstens zo goed als journalisten (lees: vaak veel beter).

  13. Pingback: Voorlopige literatuurlijst at Jaap Stronks

  14. Pingback: Voorlopige literatuurlijst — Jaap Stronks’ onderwijsblog

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>