In de debatten over de affaire-Ayaan Hirsi Ali kwam vooral minister Verdonk zwaar onder vuur te liggen. De schrijver van het hoofdredactioneel commentaar in NRC Handelsblad sprak na het kamerdebat al over een onder curatele geplaatste minister. Kritiek was er ook op Ayaan Hirsi Ali zelf die een streng en rechtlijnig asielbeleid voorstaat, maar zelf met een verzonnen vluchtverhaal binnenkwam.
Veel minder aandacht was er voor de rol van Zembla. En voor zover er kritiek was op de journalistieke aanpak raakte die volgens mij de kern niet, namelijk: Zembla heeft een aantal zeer uiteenlopende en onverenigbare versies van het vluchtverhaal van Ayaan Hirsi Ali gepresenteerd, vooral op het punt van uithuwelijken, en vervolgens gezegd: kijker, ook wij weten niet wie gelijk heeft, u zoekt het zelf maar uit.
Was hier sprake van journalistiek die de toets der kritiek kan doorstaan? Allereerst was er de klassieke reactie van journalisten en programmamakers wanneer er kritiek komt op hun werk: de boodschapper heeft het zeker weer gedaan! Waarom zou de inhoud wel en de aanpak niet bediscussieerd mogen worden? De vraag of al dan niet sprake is van zorgvuldige journalistiek lijkt mij een vraag die óók gesteld moet worden.
In dit kader werden de motieven van de makers al snel ter discussie gesteld. Critici spraken van karaktermoord en hetze, van een vooropgezette bedoeling om Hirsi Ali te beschadigen, zelfs van een complot van linkse partijen en linkse media tegen de VVD. Uiteraard ontkent de redactie dit in alle toonaarden: men wilde een voorbeeld van klassenjustitie, hypocrisie en onrechtvaardigheid aan de kaak stellen. Hirsi Ali is woordvoerder integratie van een partij die een streng vreemdelingenbeleid voorstaat en mee helpt uitvoeren. De redactie wees er op, dat de uitzending geen feitelijke onjuistheden of verdraaiingen bevat en dat keurig hoor en wederhoor werd toegepast. Maar de verwijten gingen minstens zo nadrukkelijk over het tijdstip van uitzenden.
Een volgend punt van kritiek: de uitzending bevatte weinig nieuws, het verhaal van de verzonnen personalia was al lange tijd bekend. De redactie reageerde hierop door handig intentie en gevolg om te draaien: dan hebben we toch heel wat commotie teweeg gebracht voor een programma dat niets nieuws te melden had!
Belangrijkste bezwaar lijkt mij het gegeven dat de documentaire op een aantal punten blijft steken in onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Ayaan Hirsi Ali bevestigde, dat ze met valse personalia en een verzonnen vluchtverhaal ons land is binnengekomen, maar over de wijze waarop een en ander in zijn werk ging verschafte de uitzending weinig duidelijkheid. Vooral op het punt van het uithuwelijken en het gevaar, dat haar familie haar ook in Nederland zou weten te vinden, waren de uitlatingen tegenstrijdig. De redactie verdedigde zich tegen deze kritiek door te benadrukken dat men toch hoor en wederhoor had toegepast. Alsof dat het hoogste journalistiek doel is!
De belangrijkste taak van de journalistiek is het om de waarheid te achterhalen en te openbaren. Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar levert in de praktijk heel wat problemen op. Want wat is in een concreet geval de waarheid? En over wiens waarheid hebben we het dan? En valt de gehele waarheid wel te ontdekken?
In de praktijk hebben journalisten dit vrij abstract klinkende uitgangspunt vaak versimpeld tot het toepassen van hoor en wederhoor: de journalist legt zijn oor te luister bij alle betrokken partijen, vraagt hen om een reactie en ordent dit alles netjes in zijn uitzending. Dat suggereert de zo hoog geprezen objectiviteit, maar is dat lang niet altijd. Wanneer je als journalist verschillende meningen achter elkaar zet, komt daaruit niet automatisch de ware toedracht naar boven. Veeleer wordt aan de lezer of kijker overgelaten zijn eigen conclusies te trekken, als dat al mogelijk is in de verwarring.
Ondanks deze kanttekeningen wordt in de journalistiek gesproken over het heilige beginsel van hoor en wederhoor. Dat is het niet. Het is geen beginsel en het is al evenmin heilig. De Raad voor de Journalistiek spreekt over “een goede journalistieke gewoonte”. Hoor en wederhoor is niets meer en minder dan een werkwijze die de journalist hanteert bij de voorbereiding van een publicatie. Zoals er meer werkwijzen zijn, bijvoorbeeld het raadplegen van documenten.
Het correct toepassen van hoor en wederhoor betekent dus nog niet, dat er van een faire uitzending sprake is. Wanneer Ayaan Hirsi Ali, haar familieleden en haar ex-man een uiteenlopend en onverenigbaar beeld schetsen van wat er rond haar komst naar ons land gebeurd is, zonder dat de programmamakers proberen vast te stellen wie nu gelijk heeft, wordt de kijker in verwarring achtergelaten. Het was toch de kerntaak van de journalistiek om de waarheid te achterhalen en niet alleen opvattingen tegenover elkaar te zetten?
4 reacties