Aantal correspondenten neemt nauwelijks af, aantal opdrachtgevers wel

In deel I van dit onderzoek, uitgevoerd door Leendert van der Valk en Peter Vasterman, was te zien hoe de spreiding van correspondenten over de wereld de afgelopen tien jaar is veranderd. Maar ook h

et medialandschap veranderde en liet zijn sporen na in het correspondentenbestand. Welke invloed hebben de fusies en opheffingen in de geschreven pers en de toenemende samenwerking bij de omroepen gehad? En zijn er al sporen zichtbaar van de invloed van nieuwe media die de wereld steeds kleiner maken?

Het aantal correspondenten is sinds 1995 nauwelijks veranderd, het aantal correspondentschappen daarentegen veranderde flink. Een journalist kan meerdere correspondentschappen vervullen. Dat aantal is meer dan gehalveerd van 658 naar 323. Dit betekent dat er per correspondent minder media zijn. Dat vertaalt zich dan ook in de exclusiviteit. Had een correspondent 11 jaar geleden nog gemiddeld 2,2 opdrachtgevers, nu zijn dat er 1,34. Toen waren er zelfs correspondenten die tien correspondentschappen vervulden, nu is het record vier correspondentschappen.

Tabel I. Correspondentschappen per medium.
Tabel 1

In Tabel I valt op dat de dag- en opiniebladen hun correspondentennetwerk hebben uitgebreid sinds de vorige meting. Maar radio, televisie en persbureaus leveren heel wat plekken in. De verklaring daarvan ligt in fusies die er zijn geweest en de intensievere samenwerking bij de omroepen.
Bij de meting in 1995

was het nog zinvol om per omroep het correspondentenbestand op te vragen. Iedere omroep had toen nog zijn eigen actualiteitenrubriek, zowel op televisie als radio. Op de radio is dat samengegaan tot het Radio 1 Journaal. Op televisie werken de omroepen nu per zender samen. Daarom hebben we ditmaal per actualiteitenrubriek de correspondenten opgevraagd, omdat omroepen de correspondenten delen. Wanneer voorheen iemand voor bijvoorbeeld zowel de NCRV als de KRO als de EO correspondent was, telde dat als drie opdrachtgevers. Als deze correspondent nu voor Netwerk werkt, heeft hij slechts één opdrachtgever. Minder correspondentschappen betekent dus niet altijd minder werk.
De grootste terugloop is te zien bij de radio, van 287 naar 56. Maar ook hier geldt weer dat omroepen niet apart zijn geteld. De samenwerking van het Radio 1 journaal heeft voor een concentratie van het buitenlands nieuws in één organisatie geleid. De 56 radiocorrespondentschappen die in 2006 worden vervuld, komen voor rekening van de NOS en BNR. Kleine radioprogramma’s waarin ook soms van buitenlandcorrespondenten gebruik wordt gemaakt, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. BNR is de grote nieuwkomer met maar liefst 42 correspondentschappen. Overigens wordt de telling van het aantal correspondentschappen bij de NOS bemoeilijkt door het feit dat in de newsroom ook journalisten die oorspronkelijk alleen voor televisie werkten, worden geacht radio te maken. Daarover later meer.
Ten opzichte van 1995 vormen de persbureaus de derde grote daler. Bij de eerste meting in 1989 waren er nog vijf persbureaus. Daarvan zijn inmiddels alleen ANP en GPD nog over. Zuidoost Pers (ZOP) en Sijthoff en zijn verleden tijd. Eerder al ging ZOP in de GPD op. Het aantal correspondentschappen bij persbureaus daalde daardoor met meer dan 50%. Nieuwkomer Novum maakt voor zijn buitenlands nieuws gebruik van internationale persbureaus en heeft dus ook geen buitenlandcorrespondenten.
Al met al betekent de afname van het aantal correspondentschappen dat de correspondent minder media, minder podia ter beschikking heeft om zijn verhalen af te zetten. De spreiding van de verhalen uit het buitenland verengt zich dus tot minder media.

Tabel II Radio en tv correspondenten

Tabel 2

Noot: De gegevens van 1989 en 1995 zijn omgerekend naar de huidige situatie, want de samenwerking in de huidige actualiteitenrubrieken bestond toen nog niet.

Bekijken we de afzonderlijke media, dan zien we dat met name de samenwerking op Nederland 2 ten koste is gegaan van veel correspondentschappen.
Bij de dagbladen zijn in het aantal individuele correspondenten twee opvallende stijgers. Het Financieele Dagblad heeft zijn netwerk met tien correspondenten uitgebreid en het Reformatorisch Dagblad met acht. Belangrijke daler is het Parool dat sinds de verzelfstandiging geen correspondenten meer heeft, maar gebruik maakt van de GPD.
Elsevier is onder de opiniebladen het enige blad met een serieus correspondentennetwerk. Sinds 1995 is dat uitgebreid tot 23 correspondenten, evenveel als de best toebedeelde krant, het NRC.

Tabel III Dagbladen, persbureaus en opiniepers

Tabel 3
Illu

Het aantal opdrachtgevers is dan weliswaar gedaald, toch berichten veel correspondenten nog altijd voor meerdere media. In onderstaande tabel geeft de tweede kolom de mate van exclusiviteit aan. Des te hoger de score, des te minder correspondenten worden gedeeld met andere media. Een voorbeeld: BNR maakt gebruik van 42 correspondenten, maar die correspondenten vervullen totaal 84 correspondentschappen, dus scoort BNR 0,5 op exclusiviteit.

Tabel IV Exclusiviteit

Tabel 4

Het ligt voor de hand dat media met een groot correspondentenbestand die correspondenten vaker delen en dus lager scoren. Vrij Nederland voert de lijst aan, maar heeft slechts 1 correspondent. Interessanter is het dat De Telegraaf een erg exclusief netwerk heeft. Het RTL Nieuws en NOS journaal scoren het laagst. De correspondenten voor televisiejournaals hebben aan die opdrachtgevers blijkbaar niet genoeg vervullen meerdere correspondentschappen.

Bij het verzamelen van de data voor dit onderzoek was het wachten op de gegevens van de NOS. De omroep zat namelijk middenin de overgang naar de newsroom constructie. Dat betekent dan ook dat alle NOS-correspondenten in feite zowel radio als televisie als internet onder hun hoede hebben. Zij zijn in dit onderzoek alsnog ingedeeld naar hun voornaamste vakgebied (televisie of radio). Er waren negen correspondenten voor wie dat niet aan te geven was. Zij zijn uiteindelijk als ‘multimedia’ in dit onderzoek opgenomen. De verwachting is dat deze groep in de toekomst ook bij andere media zal groeien. Veel meer correspondenten zullen voor hun krant of omroep op verschillende manieren (print, internet, radio en tv) verslag gaan doen.
Volgens een afstudeeronderzoek naar correspondenten van Stasja Verduyn veranderen de nieuwe media en de economische druk op de media het werk van de correspondent en ontstaan er nieuwe type correspondenten, zoals bij de NOS al te zien is. Je kunt, behalve de multimedia correspondent ook denken aan een ‘foreign local correspondent’, een journalist die in eigen land een artikel schrijft, maar dat via internet ook voor buitenlanders toegankelijk maakt. Of de buitenlandse buitenlandcorrespondent, een niet-Nederlander die vanuit zijn thuisland het nieuws verslaat voor Nederlandse media. En natuurlijk zou ook een blogger in Kabul als nieuw type buitenlandcorrespondent kunnen gelden.
Gezien de geringe afname van het totale aantal correspondenten in Nederland heeft de globalisering van het nieuws via internet (nog?) niet voor een verlies van banen onder correspondenten geleid. De versnippering van de berichtgeving in verschillende actualiteitenrubrieken van omroepen heeft plaatsgemaakt voor een concentratie van het buitenlands nieuws op een beperkt aantal podia op radio en televisie. De correspondenten die in 1995 nog voor tien verschillende media op pad gingen, zullen toch aanzienlijk efficiënter werken nu het aantal correspondentschappen beperkt blijft tot hoogstens vier. Anderzijds is het mogelijk dat het aantal verschillende invalshoeken van het nieuws en meningen erover daardoor kleiner wordt.
Bij de geschreven pers pareren met name de uitbreidingen bij Het Financieele Dagblad, het Reformatorisch Dagblad, Elsevier en BNR het wegvallen van bijvoorbeeld Het Parool en verschillende persbureaus.
Het onderhouden van correspondenten is een grote kostenpost voor media en de klacht dat de aandacht voor buitenlands nieuws afneemt wordt al jaren gehoord. Toch is het aantal correspondenten sinds 1995 redelijk op peil gebleven. Blijkbaar achten media het nog altijd van voldoende belang om zich te profileren met verhalen en reportages van de man of vrouw ter plaatse.

Leendert van der Valk

Leendert van der Valk (1980) is een van de auteurs van Gevaarlijk spel, de verhouding tussen pr&voorlichting en journalistiek. Hij is freelance journalist.

Alle artikelen van Leendert van der Valk op De Nieuwe Reporter.

  • Mijn ervaring, met name in Azie, laat zien dat het lot van de buitenlandberichtgeving minder rooskleurig is dan dit nog redelijk optimistisch verhaal doet vermoeden. Wat ik waarnam was dat de Europese media een Amerikaanse trend volgden, waarbij de buitenlandberichtgeving sterk onder druk kwam te staan.
    http://www.nieman.harvard.edu/reports/04-3NRfall/100-103V58N3.pdf
    Dat Nederlandse media in staat zijn ondanks forse bezuinigingen correspondentschappen overeind te houden, komt doordat de correspondenten zelf fors hebben moeten inleveren. Het combineren van werkzaamheden, vaak ook buiten de journalistiek, is voor veel correspondenten een noodzakelijkheid om in het buitenland te overleven. In de praktijk combineren correspondenten veel meer werkzaamheden dan vroeger, anders dan dit verhaal suggereert. Veel van de beter betaalde correspondentschappen zijn of verdwenen of moeten – zie de NOS – met meer activiteiten worden gecombineerd.
    In Azië is relatief veel aandacht voor China, gevolgd door Indonesië en haar vele natuurrampen. Hongkong, India, Japan, de rest van Zuid-Oost Azie zijn van de radar verdwenen.
    Kortom: volgens mij verkeert de buitenlandverslaggeving in een crisis, al komt dat in dit verhaal niet zo duidelijk naar voren. Misschien dat andere manieren van tellen (het aantal eigen verhalen in de gedrukte media bijvoorbeeld) een duidelijker criterium biedt.