SvdJ Utrecht: boeiend, bewogen debat over crossmediale modellen
De moeilijk te volgen bewegingen op het crossmedia-speelveld – met spelers als Volkskrant, FD, BNR en Sp!ts – stonden centraal op de door de School voor de Journalistiek georganiseerde congresdag op 20 juni.
Gelukkig wordt er af en toe een congres georganiseerd waarbij de term crossmedia ook daadwerkelijk wordt belicht vanuit de kanalen die de term zeker omvat: print, internet en radio/televisie. Journalistiek is het proces waarbinnen nieuws tot stand komt en is voor alle media relevant? De journalist ziet zijn werkterrein veranderen onder invloed van het gebruik van nieuwe mediakanalen. Maar wellicht nog meer door de invloed van de burger zelf op die kanalen. Technologie maakt dat mogelijk. De rol van journalisten staat niet zozeer ter discussie, maar wordt wel beïnvloed als burgers zich massaal gaan bemoeien met de context van het nieuws, wanneer zij ook zelf actief deel gaan nemen in het maken van de inhoud ervan.
Han Smits noemde dat in zijn opening van het congres pseudo-journalistiek. Maar zag door die veranderingen de toekomst voor zijn opleiding niet in gevaar komen.
Volkskrant: nog onduidelijk hoe proces gaat verlopen
De Volkskrant omarmt juist de invloed van de burger, maar zet crossmedia hoger op de prioriteitenlijst. Met een geïntegreerde redactie voor papier, internet en radio/televisie heeft dit onderdeel van PCM uitgevers, iedereen ‘medeplichtig gemaakt aan het crossmedia beleid binnen de Volkskrant’. Dat proces verliep moeizaam, maar heeft toch slechts ruim een half jaar geduurd. Met kennelijk de juiste aanpak door onder andere Bob Witman (adjunct hoofd redacteur) zijn de oude vooroordelen uiteindelijk verdwenen. Het angstige machtssyndroom van de journalisten bleek te kunnen verdwijnen onder invloed van openheid omtrent het traject, de financiële gevolgen, auteursrechtelijke zaken en vooral verdienmodellen. Witman stak niet onder banken of stoelen dat kranten te maken hebben met dalende verkopen in zowel krantenomzet als advertentieomzet. Dat aspect maakte het flink investeren in een nieuwe richting dubbel zo moeilijk. Toch heeft de Volkskrant flink verbouwd door met één centrale ‘nieuwsflow redactie’ alle media kanalen te concentreren. Witman ziet wel in dat niet alles crossmediaal kan. De journalist op pad sturen als cameraman, geluidstechnicus, interviewer, schrijver en ICT-specialist en dan ook nog eens alles op tijd bij de redactie binnen krijgen, is volgens hem niet alleen onwenselijk maar zelfs onmogelijk (in de pauzes van dit congres sprak ik overigens met een aantal studenten, die juist dat aspect wel omarmen en nu al aangeven dat wel te kunnen en ook te willen).
Ook zijn de kosten om van het mediabedrijf een 24/7-bedrijf te maken, volgens Witman te hoog. Toch zijn er met de beperkte middelen aardige dingen bereikt. De hoeveelheid audio/video op de vernieuwde website (http://www.vk.nl, die overigens gewoon doorlinkt naar het oude adres http://www.volkskrant.nl) is het eerste bewijs dat de Volkskrant televisie serieus neemt. Daarnaast heeft de krant ook een nieuw idee ontwikkeld rond het middagnieuws: Volkskrant 1600 brengt een complete middageditie om 16:00 uur op internet. En daarmee groeit de krant toe naar een on-line ‘nieuwszender’ op internet.
Witman zegt zelf niet te weten hoe dat proces uiteindelijk precies zal gaan verlopen. Hij beweert dat onder invloed van zowel crossmedia als burger journalistiek niemand ook kan weten hoe de wereld er over 5 jaar uit zal gaan zien. Wel erkende hij dat ook zijn bedrijf een volledig ICT-gestuurde operatie is: ‘Elke beslissing is afhankelijk van het wel of niet kunnen functioneren van ICT, die afhankelijkheid is basis van ons bestaan’, waarmee maar weer eens wordt aangegeven dat crossmedia niet alleen een marketing communicatie component in zich herbergt, maar eveneens door ICT-gestuurde processen binnen een ketenvolgorde.
Bicker Caarten sceptisch over crossmedialisme
Het Financieele Dagblad en Business News Radio kiezen duidelijk voor twee aparte websites, die zo nu en dan naar elkaar verwijzen, maar waarbij ook audio direct op FD.nl wordt aangeboden vanuit BNR. Michiel Bicker Caarten (hoofdredacteur BNR), kan vanuit 8 jaar krant, 8 jaar televisie en nu bijna 8 jaar radio meepraten over crossmedialisme. Volgens zijn visie kan het vooral kosten besparen in alle ‘zijlijn’ zaken van een uitgever, maar hij gelooft nog niet in het echt elkaar versterken van de media kanalen. Hij nam dan ook de beslissing van de Volkskrant op de korrel door domweg te stellen dat zoiets nooit zal gaan werken: ‘Elk nieuwsmedium heeft zijn eigen redactie nodig. Anders maak je fouten. Dat stukkie video op VK.nl is leuk, zelfs prachtig, maar de stem moet op ‘stemtraining’. Dat herken je alleen maar als je echt verstand hebt van audio’.
Ook dwingt volgens Caarten elk medium zijn eigen content af, hij noemde dat het ‘bioritme’ van de mediakanalen. Hij hamerde vervolgens op het teveel naar binnen kijken, waarbij hij weer de Volkskrant als voorbeeld nam. Veel kosten voor vooral interne wijzigingen, zonder echt veel te kijken naar hetgeen de klant wil. Hij veegde de vloer aan met het bloggen binnen redactionele stukken van journalisten: ‘Echt helemaal niets voor een krant. Er is niets mee te verdienen, journalisten hebben geen tijd om professioneel te reageren en bovenal bouw je er geen eigen merk mee’. Caarten sloot zich wel aan bij de afhankelijkheid van ICT, maar pleitte daarnaast voor ruimte voor bevlogen mensen: ‘Laat het maar gebeuren, kom maar op met die ideetjes,’
Spits, AD en NOS Journaal in debat
Een panel discussie tussen Bart Brouwers (hoofdredacteur Sp!ts), Bernadette Slotboom (adjunct hoofdredacteur NOS Journaal) en Bart van Oortmerssen (lid hoofdredactie Algemeen Dagblad) liet vooral ook een ander licht schijnen op Sp!ts. Brouwers stelde al meteen dat ook aan gratis kranten grenzen van het succes zitten. Met een oplage van 450.000 en een bereik van 1.7 miljoen lezers binnen de doelgroep van 18 tot 35 jarigen, zal binnen enkele jaren het plafond zijn bereikt voor wat betreft inkomsten uit advertenties en dus ook aan de groei in bereik. De krant oriënteert zich daarom net als betaalde kranten op nieuwe verdienmodellen en wellicht andere media kanalen.
Het NOS journaal werkt al 9 jaar crossmediaal, alhoewel die term toen nog niet bestond. Teletekst, internet en televisie worden geïntegreerd aangestuurd. Met een inmiddels 100% digitale workflow heeft ook de NOS kosten kunnen besparen: minder mensen maken meer. Volgens Slotboom zijn alle thans in gang gezette veranderingen vooral een mentaliteitskwestie, waarbij natuurlijke de gemiddelde leeftijd van de medewerkers een belangrijke rol speelt. In Rotterdam wordt momenteel geëxperimenteerd met NOS Headlines.
Bart van Oortmerssen liet zijn licht schijnen over de zeer moeizame ‘herstart’ van het AD, een bijna onmogelijke opdracht, en ook hier weer de afhankelijkheid van ICT voorop. Met 22 verschillende edities is AD een nieuwe, maar ook wereldwijd, unieke krant geworden. De aandacht voor crossmedia is er wel, maar nog niet in zo een hevige mate als bij PCM collega de Volkskrant. Wel voelt het AD voor user-generated-content, maar dan vooral voor foto’s van actuele nieuwsfeiten. Dat drukt volgens Oortmerssen de kosten enorm en vergroot de actualiteit van de krant aanzienlijk. De toegepaste weblogs bij het AD worden wel door een redactie gemodereerd alvorens ze worden geplaatst.
De drie sprekers waren het over één ding eens: er is een groot verschil in crossmediaal denken en produceren, waarbij Brouwers nog het meest twijfelde over de werkelijke onderlinge versterking en dus meerwaarde van de media kanalen print, internet en radio/televisie.
Molenaar: “de-institutionalisering” journalistiek
Paul Molenaar veegde de vloer aan met de oude waarden van journalistiek. Onder invloed van nieuwe media kanalen is journalistiek vanuit andere kwaliteitscriteria te beoordelen in vergelijking met vroeger, waarbinnen compleetheid, correctheid en nieuwswaardigheid de belangrijkste normen waren voor goede journalistiek. Nu wordt journalistiek veel meer beoordeeld op discussie, rebelsheid, gevoel, rauwheid, en originaliteit. Hij noemde dat het de-institutionaliseren van de journalistiek. Daarmee beoordeelde hij de huidige kranten als 80% commodity, en daarbij is volgens Molenaar de overige 20% te weinig onderscheidend. Hij noemde hamster.startpagina.nl het ultieme voorbeeld van onderscheidend vermogen: ‘Hoever moeten we gaan?’ Maar middelmaat is ten dode opgeschreven. Met diverse uitingen van optimisme en pessimisme toonde hij de successen aan van nu.nl en news.google.nl ten opzichte van de commodity kranten. Toch toonde hij zich gematigd over de mogelijkheden van crossmedia. Ook hij geloofde in een gespecialiseerde focus per medium of per gebied, waarmee hij met de ontwikkeling van regionaliteit niet alleen regionaal nieuws bedoelde, maar vooral de ontwikkeling van regionale communities via media kanalen.
“ANP-toontje”
Een stortvloed aan woorden kwam op gang toen Peter Verwey, docent van de opleiding, het woord kreeg. Hij sprong heen weer tussen iPods, Linux-configuraties, de rol van de journalist als moderator in debat met de lezende burger en open en gesloten media. De gedrevenheid van Peter liet echter weinig structuur zien. Zelden heb ik een presentatie meegemaakt, waarbij de laatste sheet dan ineens een opsomming zou zijn van de wijze waarop een Linux server zou moeten worden ingericht, vooral bedoeld als betoog voor het gebruik van open-source-software in professionale redactionele omgevingen.
Het einde van de dag was ingeruimd voor Jaap Stronks, media-onderzoeker, blogger en podcaster. Gekleed in een rommelige combinatie van t-shirt en korte broek leek hij eerder op weg te zijn naar het strand. Hij haalde betekenissen aan van de term Crossmedia die ooit door Indira Reynaert en Media Plaze waren gepubliceerd. En van daaruit ontwikkelde hij diverse aanvechtbare aannames rondom de mythe van de zo bevochten term, zoals: journalistiek is medium onafhankelijk, convergentie leidt tot synergie, jounalistiek is een product, journalistiek is éénrichtingsverkeer en de ‘media-power-user’ bestaat. Stronks bepleitte dat elk medium een eigen cultuur bezit en dat het oneindig integreren alleen maar resulteert in verval, zoals bij het grote Amerikaanse mediaconcern Tribune al eind jaren negentig het geval was. Ook heeft journalistiek volgens hem geen universele betekenis, tenzij iedereen klakkeloos het ANP-toontje gaat overnemen. Echte journalistiek is vooral een proces van conversatie, het is onder invloed van nieuwe mediakanalen vooral een nieuwe vorm van ‘weten’. En het is allang geen kunst meer om ‘breaking-news’ te brengen, daar is geen brood meer mee te verdienen.
Barbara Hoevenaars en Job Twisk hadden een prima programma gecompileerd, met uitstekende sprekers. De mediamix was uitstekend vertegenwoordigd. Maar echte conclusies waren niet makkelijk te trekken. De rode draad bleef een mengvorm van de onduidelijke betekenis van crossmedia, de afhankelijkheid van ICT en de invloed van burgerjournalistiek.










2 reacties:
21 juni, 2006
[...] Op verschillende weblogs staan inmiddels goede recensies van het congres van gisteren: op Marketingfacts, op de Nieuwe Reporter en op Buzialane. Een paar quotes: Jaap Stronks ging er hard tegenaan. In zijn zoektocht naar een definitie van crossmedia maaide hij de populaire definities neer: “The presentation of a news story package, using two or more media” of “The integrated (although not necessary simultaneous) presentation of a news story package through different media”. Maar deze definities hebben nogal aanvechtbare aannames, waarbij re-purposing content, produce once and create many times (dit alles om kosten te besparen) naar voren komen. Het einde van de dag was ingeruimd voor Jaap Stronks, media onderzoeker, blogger en podcaster. Gekleed in een rommelige combinatie van t-shirt en korte broek, leek hij eerder op weg te zijn naar het strand. Hij haalde betekenissen aan van de term Crossmedia die ooit door Indira Reynaert en Media Plaze waren gepubliceerd. En van daaruit ontwikkelde hij diverse aanvechtbare aannames rondom de mythe van de zo bevochten term, zoals: journalistiek is medium onafhankelijk, convergentie leidt tot synergie, jounalistiek is een product, journalistiek is éénrichtings verkeer en de ‘media-power-user’ bestaat. Stronks bepleitte dat elk medium een eigen cultuur bezit en dat het oneindig integreren alleen maar resulteert in verval, zoals bij het grote Amerikaanse mediaconcern Tribune al eind jaren negentig het geval was. [...]
3 juli, 2006
[...] Op verschillende weblogs staan inmiddels goede recensies van het congres van gisteren: op Marketingfacts, op de Nieuwe Reporter en op Buzialane. Een paar quotes: Jaap Stronks ging er hard tegenaan. In zijn zoektocht naar een definitie van crossmedia maaide hij de populaire definities neer: “The presentation of a news story package, using two or more media” of “The integrated (although not necessary simultaneous) presentation of a news story package through different media”. Maar deze definities hebben nogal aanvechtbare aannames, waarbij re-purposing content, produce once and create many times (dit alles om kosten te besparen) naar voren komen. [...]