De brave nieuwe wereld van de Metacratie

Journalistiek is de haarlemmerolie van de democratische samenleving. We kunnen uitsluitend samenleven als we op de hoogte zijn, als we weten wat we moeten weten. De media spelen daarin een wezenlijke rol. Maar wat gebeurt er als we steeds meer gaan vertrouwen op nieuwsbronnen die louter leunen op andere nieuwsbronnen, op sites als Google News die parasiteren op kranten, en op sites als Digg die het nieuws laten selecteren door het collectief?

Google News en Digg zijn metasites. Ze geven informatie over informatie, brengen het nieuws op een hoger niveau samen, de een met behulp van louter wiskundige formules – onder meer het PageRank-algoritme –, de ander doordat alle gebruikers samen bepalen wat belangrijk is. Het uitnutten van die collectieve kennis – ook wel the wisdom of crowds genoemd – is de heilige graal van internet. Het is de ultieme belofte, zeggen techno-utopisten.

Aan de zuiver technische oplossing, geïmplementeerd op ‘s werelds grootste verzameling parallel geschakelde pc’s, heeft Google zijn beurswaarde van meer dan 100 miljard dollar te danken. Toch is metadatering door mensen van vlees en bloed minstens even interessant. Kijk naar wat tagging doet voor de fotosite Flickr of de favorietencollectie van del.iouc.us. Die menselijke inbreng, voorspel ik, zal van Google – als dat niet voortijdig ten onder gaat – een bedrijf maken van 1000 miljard dollar.

Bijna even oud en veelbesproken als het idee van meta-informatie is de onbedwingbare neiging van internetavonturiers om sites te bouwen die de informatie van metasites weer samenbrengen, metametasites dus. Wie daarover doordenkt, komt uiteindelijk op de gedachte van ‘übermeta’, een alles omvattende metasite, de hoogste aap op de rots, de goddelijke database.

De kans dat die site eigendom zal zijn van Google, lijkt me vrij groot. Oprichter Larry Page liet laatst in Londen op de conferentie Zeitgeist 06 volgens The Guardian doorschemeren waartoe de perfecte zoekmachine binnen enkele jaren in staat is: kunstmatige intelligentie. “De ultieme zoekmachine zou alles in de wereld begrijpen”, zei Page. “Je kunt hem vragen: Wat moet ik aan Larry vragen. En hij zou het je zeggen.”

Metacratie

Een democratie is een samenleving die zich voor haar informatie baseert op een vrije pers. Een maatschappij die te veel is gaan leunen op de media, waarin kranten en omroepen een groter stempel drukken op de besluitvorming dan goed of aangenaam is, wordt wel een mediacratie genoemd. De samenleving die daaraan ontsnapt door gebruik te maken van het net als instrument voor collectieve kennisopbouw, die gelooft dat metasites slimmer en beter zijn dan klassieke media, die samenleving noem ik een “metacratie”.

De ‘metacratie’ is het ultieme antwoord op de hyperindividuele samenleving, het technologische alternatief voor een parlementaire democratie, ondertussen wel degelijk gebaseerd op idealen als samenwerking en egalitarisme. De metacratie heeft evidente voordelen: het is een open systeem waarin iedereen kan zien wat we samen denken, wat de trends zijn, wat belangrijk is. We kunnen besluiten nemen op basis van geaggregeerde kennis: we weten alles maar als we raden, raden we samen. Daardoor zijn we collectief verantwoordelijk. De meerderheid zal dat ook zo ervaren, en zelfs rechtvaardig vinden.

In een fascinerend essay, Digitaal Maoisme, trekt de Amerikaanse visionair en computerwetenschapper Jaron Lanier een vergelijking met het collectivisme van communistische of fascistoïde staten. Er zitten enge kanten aan het verheerlijken van metasites of collaboratieve projecten als Wikipedia, betoogt Lanier.

Hij verwijst naar Wired-oprichter Kevin Kelly die laatst warme pleidooien hield voor collectieve intelligentie, ofwel hive minds (de geest van bijenkorven, zeg maar). Waar Kelly dol is op sites als Digg.com, omdat ze snel en accuraat het nieuws laten zien dat “in het nieuws blijft”, foetert Lanier dat hive minds vooral dom en vervelend zijn.

Volgens mij gaat Lanier in zijn essay een stap te ver: het kille, autoritaire collectivisme van Mao of Mussolini is, zoals Howard Rheingold – niet toevallig de auteur van een boek dat Smart Mobs heet – tegenwerpt, van een andere orde dan het collectief maar volstrekt vrij handelen waaraan Wikipedia of opensource software als Linux zijn bestaan te danken heeft.

Erfgenaam

Ik kan me een ‘metacratie’ voorstellen, die geen ideologisch erfgenaam is van het fascisme of communisme, maar de bizarre optelsom van technologisch utopisme en ongeremde mediacratie. Steeds verder getrechterde, vergoogelde informatie, in een snelkookpan geaggregeerd, gefileerd en gefilterd op basis van algoritmen en tags. Informatie die op alles het antwoord is. Die weet of de rente omhoog moet of omlaag, die kan beslissen of Taida Pasic mag blijven of niet, die het wao-gat in een middag dicht.

Het zou de samenleving kunnen zijn die ontstaat als EPIC 2014 werkelijkheid wordt. EPIC is het flashfilmpje over een toekomst waarin Google en Amazon samen Googlezon vormen en alle informatie voor iedereen in het “Google grid” op maat beschikbaar is dankzij perfecte zoekmachines. Het is de toekomst waarin The New York Times offline is gegaan en alleen nog wordt gelezen door “the elite and the elderly”.

Wat mij soms tijdens lezingen verbaast, zijn de reacties op EPIC. Die beginnen meestal, pakweg gedurende de eerste 8 minuten van de 8 minuut 14 die EPIC duurt, instemmend en oh-ah-enthousiast. Fantastisch toch wat al die techniek brengt. Jammer dat je je privacy inlevert, maar god, get over it, het is wel handig. De ontluistering komt pas aan het eind, net als – hoop ik – in dit essay, als duidelijk wordt wat we kwijtraken, hoeveel we te verliezen hebben.

Ik sluit niet uit dat we in een metacratie de schaduwkanten van onze huidige, soms gesloten en vaak elitaire samenleving gaan missen. De authenticiteit, de eigenwijzigheid, de erupties van strikt individuele creativiteit. Je verliest nuance, subtiliteit, en dieper inzicht, waarschuwt Jaron Lanier ook. Je houdt bij het nemen van beslissingen onvoldoende rekening met ideeën die eerder overwogen zijn, en toen – om toen maar nu misschien niet meer geldende redenen – te licht zijn bevonden.

Het collectief, waarschuwt Lanier, is goed in het oplossen van onpersoonlijke, abstracte, technische vraagstukken, de bouw van een Apache-webserver bijvoorbeeld. Het is slecht wanneer het gaat om smaak, en judgement. Ik wil nadenken over de merites van een metacratie omdat de grenzen me fascineren. Kunnen we het collectief een besluit laten nemen over de rentestand? Over een wao-oplossing? Zou een wiki over de vraag of god bestaat uiteindelijk een bevredigend antwoord geven?

[Dit artikel maakt deel uit van PopUp, het open source boek dat ik met Mark Deuze op MediaBlog schrijf over de clash tussen oude en nieuwe media]

9 reacties

  1. De mening van de grote groep zegt vaak wel wat meer dan de mening van 1 persoon. Stel een lastige vraag aan 1 persoon en grote kans dat het antwoord fout is. Stel dezelfde vraag aan een grote groep en het antwoord is waarschijnlijk wel goed. Tenminste als het om eenvoudige feiten gaat.

    Maar de echte waarheid is zoals altijd heel erg lastig te bepalen. We komen erbij in de buurt, maar net niet helemaal. En dat zal altijd wel zo blijven, want dat is het leven. Een zoektocht, heel veel leren door fouten te maken en het eigenlijk nooit helemaal weten. En Google kan je daarbij helpen of juist niet. Maar ergens maakt dat niet zo heel erg uit. Want het is het allemaal net niet precies.

    Maar voor simpele vraagstukken lijkt mij en meta systeem wel prima.

    Ik had laatst een gesprek met mijn vader over de manier waarop we bepalen welke product we het beste kunnen kopen. Hoe weet je welk product echt goed is? Vertrouw je de Consumentenbond, VARA’s Kassa of ga je tijdens een verjaardag wat vrienden over hun persoonlijke ervaringen met het product vragen? Wie is de expert, wie weet het echt?

    Zolang het om eenvoudige feiten gaat is het eenvoudig, maar voor gecompliceerde vragenstukken is het niet meer te doen. Je krijgt dan te maken met: mijn waarheid, jouw waarheid en DE waarheid. Juist ja, een gezonde zoektocht :)

  2. Nog iets wil ik kwijt. Ik denk dat door de META websites er nu nieuwe meningen en smaken van het grote publiek naar voren gebracht worden. Zo is het opvallend om te zien dat een hoelahoepende dame bijvoorbeeld populairder bij een YouTube is dan een heel duur gemaakte videoclip bijvoorbeeld. De cultuur op zijn kant. In plaatst van deze ontwikkelingen te bekijken vanuit een standpunt van “heeft het publiek zo’n slechte smaak?” kun je er ook gefascineerd door raken, iets wat mij regelmatig overkomt.

    Het is in ieder geval duidelijk dat de echte ware smaak van het grote publiek nu veel beter naar voren komt dan wanneer we via slechts 3 tv-zenders en kijk- en luisteronderzoeken gaan bepalen waar de kijker van houdt. Misschien was het voor de kijker wel kiezen tussen 3 ‘kwaden’ en keek ‘ie liever naar een hoelahoepende dame….

  3. Het grote gevaar van de collectieve intelligentie in een ‘metacratie’ is als we het besluit van de groep beschouwen als maatschappelijke consensus. In dat geval leidt het inderdaad tot een benauwde maar allesverzengende middelmaat in alles.

    Demo, Media, Metacratie – of het ook geopperde meritocratie (als je niet mee hardloopt en presteert tel je niet meer mee) – zijn prima beschrijvingen van bepaalde manieren waarop de samenleving zich aan het inrichten is. Binnen elk systeem is een zogenaamde “power law” aan het werk. Bijvoorbeeld het weblogsysteem: een paar worden gelezen door alleen, de meesten alleen door enkelen, net zoals bij professionele nieuwsmedia of het filmaanbod in de bioscopen. Het is de kunst om slim met dat soort systemen en wetten om te gaan – als burger en journalist – en nooit de fout te maken voor slechts 1 manier van denken of doen te kiezen. Alles is en blijft voortdurend aan het verschuiven, stilstand is achteruitgang en niemand heeft de controle – ook Google niet – over het toekomstig model.

    Henk, wat mij een boeiende vraag hierbij lijkt: hoe is dit alles de enorm grote groep mensen die niet dan wel nooit online gaan aan het beinvloeden? Hoe verandert de samenleving als geheel en welke rol speelt de zogenaamde ‘collectieve intelligentie’ van cyberspace daar precies bij?

  4. Dat lijkt me een nogal pessmistische interpretatie van het begrip meritocratie: “als je niet mee hardloopt en presteert tel je niet meer mee”. Als je kijkt naar de verdeling van aandacht voor verhalen en de werking van collectieve intelligentie, is het denk ik juist handig om de meritocratie diametraal tegenover de allesverzengende middelmaat van de grootste gemene deler te plaatsen. Het sociale meritocratische ideaal, dat de reproductie van sociale ongelijkheid zou moeten stoppen door getalenteerden de kans op opwaartse sociale mobiliteit te gunnen (waarbij iedereen op z’n merites wordt beoordeeld), is ook uitstekend toepasbaar op deze materie: het idee dat alles van waarde zijn rechtmatige plek in het publieke debat krijgt, bijvoorbeeld. Dat er naast systemen die uitgaan van het oordeelkundig vermogen van het collectief systemen bestaan die recht doen aan de diversiteit van de maatschappij an sich, door alle geluiden een evenredige, rechtmatige waardering geven.

    Want consensus is handig bij besluitvorming, maar niet te allen tijde een nastrevenswaardig ideaal: het publieke debat gedijt het best bij het genereren van evenredige aandacht voor verschillende denkbeelden en argumenten, zonder dat daar na een discussie van zeg anderhalf uur consensus over wordt bereikt.

    Zelf dacht ik ook een tijdje dat het nu wachten was geblazen tot er een nieuwe, stabiele orde of iets dergelijks zou hebben gevormd. Mark Deuze heeft me doen inzien dat het enige constante wellicht de verandering is. Ik denk ook niet dat EPIC 2014 de nieuwe orde zal zijn; de opkomst van de metacratie betekent niet dat het internet niet gewoon een netwerk van mensen blijft die vrijelijk met elkaar kunnen communiceren. Het idee dat de meta-systemen een eigen machtsfactor zouden kunnen vormen is belangrijk, en moet altijd een punt van zorg blijven, want Google kun je moeilijk machteloos noemen. Maar ik ben het met Mark Deuze eens dat niemand de controle heeft of gaat krijgen.

    Hoe dit de samenleving als geheel verandert? Misschien is het verstandig om alvast te gaan denken over de integratie van ‘cyberspace’ met de fysieke wereld, door de opkomst van mobiel internet, en welke invloed dat heeft op de wijze waarop we ons tot de wereld verhouden, enzo. Als wordt gedoeld op een ‘digitale kloof’ tussen mensen die respectievelijk wel en geen internet-pc bezitten: die kloof is veel minder problematisch gebleken dan communicatiewetenschappers tien jaar geleden beweerden, en mede gezien de electorale macht van senioren in onze samenleving denk ik niet dat dit alsnog een groot probleem gaat worden. Of denkt iemand daar anders over?

  5. Misschien ligt het aan mij, maar ik vind het taalgebruik hier enorm lastig. Kan dit niet wat eenvoudiger uitgelegd worden allemaal?

  6. De term metacratie lijkt onhandig veel op meritocratie, maar duidt toch iets anders aan. Jaaps uitleg van wat meritocratie is, klopt heel goed – dus daar ligt de begripsverwarring niet. Ik zal daarom verder uitwerken wat ik van een metacratie verwacht – in de naaste toekomst, overigens. In tegenstelling tot de meritocratie, die al zichtbaar is in de meest competatieve delen van de samenleving, is de metacratie een systeem dat nog moet ontstaan. En zal ontstaan als we niet opletten.

    In het essay Turings Cathedral geeft de historicus George Dyson in het webzine Edge een verslag van zijn bezoek aan GooglePlex, de campus in Silicon Valley. Dyson was uitgenodigd door een groep ingenieurs die de zestigste verjaardag van Von Neumanns ontdekking wilde vieren: een apparaat dat we nu kennen als de digitale computer.

    Dyson is mateloos enthousiast in zijn verslag. Hij ziet in Page, Brin en Schmidt – het triumviraat dat Google leidt – keurige nette mannen die alle goeds met de wereld voor hebben. Zij zijn de rechtmatige erfgenamen van een ontwikkeling die Von Neumann voorzag, maar voor zijn dood niet meer kon vervolmaken: een computerlogica die meer lijkt op de werking van het menselijk brein.

    Tussen de vergezichten van Von Neumann en diens voorganger Turing – bekend als de uitvinder van de eerste computer – en het tegenwoordige internettijdperk zitten nog tal van wetenschappelijke ontdekkingen. Maar volgens Dyson voegt Google met zijn zoekmachine wel iets wezenlijks toe: een kaart van alle kennis die als een laag over alle bestaande logica heen ligt.

    Dyson: “However, once the digital universe is thoroughly mapped, and initialized by us searching for meaningful things and following meaningful paths, it will inevitably be colonized by codes that will start doing things with the results. Once a system of template-based-addressing is in place, the door is opened to code that can interact directly with other code, free at last from a rigid bureaucracy requiring that every bit be assigned an exact address.”

    Google, zegt Dyson, heeft een machine gebouwd waarin alle antwoorden liggen te wachten op de vraag die we eventueel zouden kunnen stellen. En daarmee is Google gaan lijken op de World Brain, zoals – vertelt Dyson – HG Wells die in 1938 al voorzag: een alomvattend brein, niet gebonden aan een plek, waarin het geheugen van de mensheid vast ligt.

    Wells was, terecht, bang voor totalitaire systemen en stelde zijn hoop in een World Brain dat verstandiger zou zijn. Maar zijn World Brain was “zich bewust van zichzelf”, zoals Wells het formuleerde. En daar ligt wat mij betreft precies het verschil tussen wat techno-utopisten verwachten en de metacratie die ik zie ontstaan.

    In een metacratie dicteert de volmaakte middelmaat wat waar is, beslist de grootste gemene deler, hooguit geholpen door Idols-achtige verkiezingen, een gesundenes Volksempfinden dat uiterst democratisch is, en net zo rigide. Wat regeert in een metacratie is een World Brain dat juist niet van zichzelf bewust is. Het is – meer niet.

    Dyson had bij zijn bezoek aan Google het gevoel rond te lopen in de kathedraal van Turing, een plek in de tiende eeuw waar gebouwd werd aan de ultieme machine. Dyson is onwaarschijnlijk optimistisch als hij een science-fictionschrijver citeert: “When our machines overtook us, too complex and efficient for us to control, they did it so fast and so smoothly and so usefully, only a fool or a prophet would have dared complain.”

    Hij citeert ook een vriend, die kort voor de beursgang door GooglePlex dwaalde. De gezelligheid. Golden Retrievers die door de grassproeimachines liepen. Lachende, spelende mensen. Speelgoed overal. “I immediately suspected that unimaginable evil was happening somewhere in the dark corners. If the devil would come to earth, what place would be better to hide?”

  7. (edit: ik had Henk Blankens comment hierboven nog niet gelezen toen ik deze reactie plaatste)
    Sorry voor mijn aandeel daarin. Mijn belangrijkste punt is dat er op internet verschillende (ontelbare, zelfs) metasystemen naast elkaar zullen blijven bestaan; ik bestrijd dat de metacratie slechts een gedaante kent, namelijk die van bijvoorbeeld Digg.com waarbij slechts de wet van de grootste gemene deler telt. Henk Blanken stelt zich een wereld voor waarin alle (meta-)informatie, aan elkaar gekoppeld, leidt tot absolute oplossingen en perfecte oordelen. Ik geloof daar niet in, evenmin als dat computers (zoals het Epic-systeem) intelligent genoeg zouden kunnen worden om zelfs maar, zoals in het filmpje wordt voorgesteld, allemaal zinnen uit verschillende artikelen te combineren om tot nieuwe, gepersonaliseerde artikelen te kunnen komen. Dat is echt Quatsch, en ik vind het ook geen verstandig geluid in het publieke debat: de voorstelling van internet als een Grote Boze Machine die ons straks de wet gaat voorschrijven. Die redenering lijkt wel wat op de cliché-angstbeelden over kunstmatige intelligentie (‘straks worden robots de baas’): het zijn strategieën die verantwoordelijkheid afschuiven naar anderen, terwijl ze thuishoren: bij onszelf, burgers en overheden.

    Meta-informatie verbindt niet alleen informatie met elkaar, maar ook mensen met elkaar. De meeste succesnummers op internet (weblogs, sociale netwerken, fora, eBay en eigenlijk ook Google) zijn gebaseerd op het in contact brengen van mensen met elkaar. Die complete sociale component ontbreekt in het toekomstbeeld van de meta-snelkookpan. Wat dat betreft heeft Jaron Lanier als hij zegt: “A voice should be sensed as a whole. You have to have a chance to sense personality in order for language to have its full meaning.” Klopt. Maar behalve bij Wikipedia zie ik dat verschijnsel niet zo, of in elk geval niet uitgroeien tot iets alomvattends. Hij zegt zelf ook, lees ik: “The beauty of the Internet is that it connects people. The value is in the other people. If we start to believe the Internet itself is an entity that has something to say, we’re devaluing those people and making ourselves into idiots.”

  8. @Jaap:

    Voor de goede orde: in het toekomstbeeld dat ik probeer te schetsen – somber aangezet, dat is waar – heerst de metacratie niet alleen op basis van geaggregeerde oordelen van mensen (wat in essentie gebeurt bij Wikipedia, Digg en bijvoorbeeld het reputatiesysteem van eBay), maar ook op de zoek- en filtermechanismen zoals Google die ontwikkelt, gevoed door ge-evalueerde links, zoekgedrag en klikpaden.

    Die combinatie lijkt me het beste van twee werelden: alle kennis die de mensheid ooit heeft voortgebracht ontsloten via Google, Google Print, Google Video, Google Music en Google Think (die mag je zelf invullen), gekoppeld aan waarderingssystemen die in real time kunnen oordelen over das Gute und das Bose.

  9. Freek schreef op 9 juni 2006 om 10:50

    Sterk artikel, ik snap alleen dat ‘brave’ in de kop niet zo – ‘brave new world’ wordt doorgaans vertaald als ‘heerlijke nieuwe wereld’, en dat ‘brave heeft met braaf noch dapper veel te maken…?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>