Den Haag zal de parlementaire pers omzeilen

Minder peilingen, minder paardenkoersen, minder sfeerstukjes. Politiek commentator en columnist Hans Wansink is glashelder over de toekomst van het “Haagse nieuws”. Bij het in ontvangst nemen van de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek waarschuwde hij voor wat dreigt als de pers in Den Haag verder gaat op de ingeslagen weg van verleuking en verlebbering: volstrekte irrelevantie.

In zijn toespraak – nog niet online – schetst Wansink in welke volmaakte omstandigheden de politieke journalistiek 25 jaar geleden verkeerde, toen de Vondelingprijs voor het eerst werd toegekend. De pers was kritisch en onafhankelijk uit de verzuiling gekomen. De politiek, die steeds minder kon rekenen op trouwe kiezers, had de media nodig. En het publiek las kranten als nimmer tevoren.

Dat allemaal is weg. De pers is vercommercialiseerd en in de jaren negentig steeds minder scherp geworden, ook al omdat toen de consensuscultuur toesloeg. Even leek het erop dat de media Den Haag de wet voorschreven: “We leven in een mediacratie waarin goedgebekte provocateurs als Pim Fortuyn en Henk Westbroek als rattenvangers van Hamelen opereren”, schreef Wansink in zijn voortreffelijke proefschrift De erfenis van Fortuyn. Maar het blijkt een doodlopende weg te zijn. Sinds we niet drie maar meer dan tien tv-zenders hebben en elke politicus zijn eigen blog volschrijft, heeft Den Haag ons ook niet meer nodig.

“De komende verkiezingsstrijd zou wel eens een oefening kunnen worden in het omzeilen van de parlementaire pers”, zei Wansink. De politiek kan het zonder parlementaire pers. Bovendien heeft de lezer langzaamaan lak aan politieke berichtgeving die nergens meer over gaat, die een debat over vluchtelingen of AOW versimpelt tot een uitslagenblokje en liever meldt dat Hans Wiegel verliefd is dan ontrafelt welke macht het orakel uit Diever nog heeft.

Wansink heeft gelijk waar hij beweert dat politieke verslaggeving irrelevant dreigt te worden als die niet beter wordt, dieper spit, en onderwerpen agendeert die het politieke establishment minder goed uitkomen (al zal dat lot veel eerder de dagbladschrijvers treffen dan de televisiejournalisten). Betere verhalen die beter worden verteld zijn het laatste toevluchtsoord van de journalistiek. Zo bezien is het ironisch dat Wansink de 25ste Vondelingprijs kreeg voor een column: waar gewoon Haags nieuws te veel verkleutert en we aan onderzoek geen geld meer uitgeven, is opiniejournalistiek het laatste te bekronen alternatief.

Maar er blijft een raadsel over. Waarom heeft de moderne mediaconsument geen belangstelling meer voor stevige politieke verslaggeving? Interesseert Den Haag hem niet meer, is de Fortuyn-revolte al weer uitgewoed en zijn politici weer even in zichzelf gekeerd als ze voorheen waren? Of gaat de desinteresse verder en heeft de lezer uberhaupt geen belangstelling meer voor maatschappelijke instituties? Of – ten derde – is de interesse er wel, maar hebben de media nog niet de juiste vorm gevonden om het nieuws te brengen?

In zijn boek schrijft Wansink over de “toeschouwersdemocratie”. De kiezer is onthecht, niet meer zo loyaal aan een partij en een stroming als 25 jaar geleden. Politici zijn mediagenieke persoonlijkheden geworden die steeds afhankelijker zijn van opiniepeilingen en van een kiezer die al shoppend zijn voordeel doet. “Het politieke debat is een publiek debat geworden en de media zijn het forum. Deze ontwikkeling houdt een verbreding, maar zeker geen verdieping van de democratie in”, schreef Wansink.

[Dit artikel is onderdeel van PopUp, open source boek over oude en nieuwe media. Disclaimer: tot 2003 werkte ik net als Hans Wansink voor de Volkskrant]

4 reacties

  1. Guy schreef op 29 juni 2006 om 12:20

    Interessante vragen.

    “Of – ten derde – is de interesse er wel, maar hebben de media nog niet de juiste vorm gevonden om het nieuws te brengen?”

    Ik weet het antwoord ook niet, maar als ik naar mezelf kijk merk ik hoeveel energie het kost om alle informatie bij te houden en te verwerken. De interesse is er in mijn geval wel, maar ik verlies geregeld veel tijd met bronnen vergelijken en informatie filteren. Persoonlijk zou ik graag één bron hebben waar ik voor honderd procent op kan vertrouwen en die de actualiteiten overzichtig en helder benadert zonder al te veel stemmingmakerij en zo. Als die theoretische bron dan ook nog eens oog heeft voor “the big picture” en gebeurtenissen kan situeren in een grotere context, is het voor mij prima. Eén degelijke, politiek neutrale en niet sensatiegerichte bron, dus, om op korte tijd nieuws degelijk te kunnen verwerken.

  2. @Henk: waarom denk je dat dit alles de televisiejournalistiek niet of minder treft? Ik zou zelfs willen zeggen dat de tv het nieuwsmedium is of zou moeten worden – want dat is het enige medium dat mensen nog bindt (krant en internet zijn wat dat betreft volstrekt marginale media).

    In deze context is de mediapolitiek van de overheid interessant, want wellicht gericht op het uitschakelen van de mogelijkheden van zowel publieke als commerciele omroepbedrijven om tot diepgravende, wellicht 24-uurs journalistieke programma’s/kanalen te komen.

    Ik herken de versnippering en overvloed welke Guy signaleert; als je al interesse hebt, lijkt het einde zoek. Reden te meer om dan toch eindelijk “mediageletterdheid” als verplicht examenvak op de middelbare school in te voeren… Dat is de meest noodzakelijke overlevingsvaardigheid vandaag de dag.

  3. Het gaat me om de dreigende irrelevantie die Hans Wansink beschrijft. Kranten worden daar eerder en harder door getroffen dan televisie, domweg omdat kranten sneller hun publiek verliezen. Kijk naar de cijfers: we lezen steeds minder kranten en blijven ongeveer evenveel televisie kijken. Dat merk je ook aan politici die steeds vaker hun campagnes op tv afstemmen en kranten negeren.

    Niet dat televisie op den duur niet ook aan onbenulligheid ten onder gaat; daar heeft Mark gelijk in. Het is doodzonde dat commerciele stations steeds minder geld over hebben voor diepgravende journalistiek terwijl de overheid langzaam maar zeker de publieke omroep veroordeelt tot irrelevantie. Het is een open deur maar de BBC doet het beter.

  4. Wat me opvalt is dat jullie praten over of-of. Of krant, of televisie. We lezen of een krant of we kijken televisie. Relevanter is te kijken naar het bereik. Hoeveel mensen raken er op de hoogte als bijvoorbeeld de Volkskrant iets boven water tilt in politiek Den Haag? Sneller dan ooit bereikt die informatie de nieuwsconsument. Kwestie voor de Volkskrant is: hoe kan de krant er geld mee blijven verdienen? Hoe blijft content aan de Volkskrant kleven? Kan de krant ook met televisie (video) en radio geld verdienen? Zodat de krant kan blijven investeren in zijn journalisitieke activiteiten.
    [ik werk nog steeds voor de Volkskrant

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>