Wie mag de publieke gespreksagenda bepalen: de pers of “de mensen”?

Na de interessante reacties op mijn artikel Wisdom of Crowds ga ik één stap verder op het ingeslagen denkpad. Het is een aanvaard massacommunicatief gegeven dat de belangrijkste invloed van de pers in haar agenda-setting rol schuilt: zij bepaalt grotendeels over welke onderwerpen wij met z’n allen denken en praten, zelfs ook welke beelden we daarbij in ons hoofd zien opdoemen.
Nu allerlei nieuwe partijen de nieuws- en opiniemarkt betreden en “de massa” zich via internet en andere middelen makkelijker laat organiseren en raadplegen, is het de vraag hoe de pers die sleutelpositie in de agenda-setting kan blijven legitimeren. Scherper gesteld: wie geeft die kleine gemeenschap van blanke oudere mannen het recht om voor onze rijk geschakeerde samenleving uit te maken wat de gespreksonderwerpen zijn? Is die samenleving zelf daartoe niet gerechtigder? En, natuurlijk even belangrijk: in staat?

Opvallend in de reacties op mijn artikel is het gebrekkige vertrouwen in die samenleving. Rutger van Waveren schrijft dat de massa wel goed kan zijn in het raden van het aantal bonen in een pot, maar vermoedelijk niet in het nemen van redactionele beslissingen. “De wijsheid van de massa”, schrijft hij, “is erg goed te meten bij kwantitatieve opdrachten, maar bij kwalitatieve zaken is het al moeilijker.” Henk Blanken verwijst instemmend naar een auteur die het collectief vooral in staat acht om “onpersoonlijke, technische” vraagstukken op te lossen, zoals de bouw van een webserver. En volgens Mark Deuze zou een grotere rol voor massa’s een negatieve invloed op de publieke sfeer uitoefenen. “De geschiedenis wijst uit”, schrijft hij, “dat wat “de meeste” mensen beslissen, uiteindelijk tot minder variatie leidt.”

Is dat zo, minder variatie? Dat valt me nooit op als ik naar het radioprogramma Stand.nl luister, waar een doorsnee van de Nederlandse bevolking zijn mening over actuele kwesties geeft. Ik beluister daar juist verscheidenheid, grote verscheidenheid.

Landarbeider beslist beter dan professor

Mijn wedervraag aan de critici is of zij, om consequent te zijn, diezelfde bezwaren niet tegen de instandhouding van het algemeen kiesrecht zouden moeten koesteren. Waarom zou je de massa wel het samenstellen van een volksvertegenwoordiging toevertrouwen (of het beslissen over een complex referendumvraagstuk) maar niet het vaststellen van een “publieke gespreksagenda”?
Zoveel gegarandeerde toegevoegde waarde heeft een elite nu ook weer niet. Surowiecki laat in zijn boek overtuigend zien dat de oplossing “vraag het de deskundigen” zelden voldoet, al was het maar omdat die deskundigen het net zo min met elkaar eens zijn als de leden van de grotere groep.
“Elites”, schrijft hij, “zijn net zo partijdig, en niet toegewijder aan het publieke belang, dan de gemiddelde kiezer.”
En het maakt niet uit of de massa moet beslissen over zuiver technische kwesties of inhoudelijke of morele vraagstukken. Ook daartoe is ze, mits goed geïnformeerd en ongemanipuleerd, in staat. Misschien heeft Henk Blanken gelijk dat de massa soms meer over seks wil lezen dan menigeen lief is. Tegelijkertijd zou het van misplaatst paternalisme getuigen de massa met zo’n gegeven te typeren. Een van de grondleggers van de democratie, Thomas Jefferson, schreef: “Leg een morele kwestie voor aan een landarbeider en een professor. De eerste zal er goed, en vaak beter, over beslissen dan de laatste omdat hij niet op dwaalwegen wordt gebracht door kunstmatige regels.”
Ik zie niet in waarom hetzelfde niet voor de agenda-setting rol zou gelden. Voor een mogelijke taakverdeling tussen massa en pers verwijs ik naar het comment van Frissewind, dat mij wel aanspreekt. Die taakverdeling laat zien dat er wel degelijk belangrijke rollen voor de pers overblijven, rollen die ons voor uitwassen als de Metacratie kunnen behoeden.

Een vraag apart is hoe de nieuwsselecterende rol van de grotere groep zich het best laat organiseren. Het systeem van Digg overtuigt mij meer dan de computeralgoritmes van Google, maar ik erken dat het publiek van Digg geen doorsnee van de bevolking vormt. Misschien is het wel zo dat het beste systeem nog niet bestaat. Wat de vraag oproept waarom de pers er zelf niet een zou ontwikkelen, of zie ik experimenten over het hoofd?

9 reacties

  1. Guy schreef op 13 juni 2006 om 10:56

    “En het maakt niet uit of de massa moet beslissen over zuiver technische kwesties of inhoudelijke of morele vraagstukken. Ook daartoe is ze, mits goed geïnformeerd en ongemanipuleerd, in staat.”

    Goed geïnformeerd en ongemanipuleerd… De keywords.

    Overigens heb ik zelf ook een poging gewaagd om hierover na te denken :-) Ik geef de link, dan hoef ik niet alles opnieuw te typen: http://www.agoravox.com/article.php3?id_article=4730

  2. Vertrouwen in een samenleving betekent niet dat je klakkeloos alle mechanismen in die samenleving vertrouwt. In mijn reactie op het vorige artikel over WoC schreef ik al dat ik verwacht dat er iets van steeds dommere, plattere trechtering van het nieuws onstaat als je dat aan de massa overlaat (hoewel ik, echt waar, het prachtig zou vinden als dat zou kunnen).

    Niet dat de massa dom en plat is. De beurshandelaren die elkaar een hype en een crisis aanpraten, zijn ook niet dom. Maar mensen doen elkaar na, dat heet mode. En dankzij de efficiency van het net kunnen die middelpuntzoekende trends sneller ontstaan, breder verspreid worden en langer aanhouden.

    Kortom: er is niets tegen als de massa beter in staat wordt gesteld de agenda te bepalen. Maar zonder journalistieke, eigenwijze, tegendraadse keuzes wordt het allemaal niet leuker. En nee, ik denk inderdaad niet dat het instrument waarmee de massa dat wel kan doen er al is.

  3. Joost Ramaer schreef op 15 juni 2006 om 22:33

    Als je alle burgers (in dit geval vanaf 18 jaar) kiesrecht gunt – waarom hen dan niet ook een stem gegeven in het (mede) bepalen van de nieuwsagenda? Of, sterker nog: hen de inhoud van het nieuws zelf laten meebepalen, à la Wikipedia bijvoorbeeld? Dat is, vind ik, het meest overtuigende argument in Theo’s verhaal. Als het antwoord ‘ja’ luidt, heeft dat interessante consequenties voor een recent ingezette poging om ‘de’ burger meer te betrekken bij de vorming van het nieuws: de multimediale strategie van de Volkskrant. Kort gezegd komt die erop neer dat de Volkskrant sinds enige weken op enig moment van de dag en avond het nieuws brengt via het meest geëigende kanaal. Komt het ’s ochtends vroeg, wanneer de papieren krant net bij de lezer is afgeleverd, dan gaat het op de website, om eventueel de volgende dag, verrijkt en wel, in de ‘Volkskrant classic’ een, hopelijk verrijkt, vervolg te krijgen. De summiere ‘Volkskrant 16.00’ biedt een extra platform tussendoor, dat de lezer naar believen kan downloaden en/of uitprinten op enkele A-4’tjes. Daarbij komen dan nog filmpjes en podcasts op de Volkskrant-website.
    Wat betreft het streven naar verhoogde participatie door de lezer, c.q. gebruiker van de website van de krant, lijkt de nieuwe strategie voorlopig succesvol. De reacties van lezers en surfers zijn overwegend positief en het bezoek van de website van de krant is fors toegenomen. Theo’s pleidooi voor de ‘wisdom of crowds’ roept alleen de vraag op of de Volkskrant niet nog veel verder zou moeten gaan. De selectie van het nieuws én van het meest geëigende kanaal blijft immers in handen van de redactie van de krant. Eerder al scoorde de Volkskrant door de website open te stellen voor bloggers ‘van buiten’. In hun bijdragen overheerst echter het persoonlijke, zoals reisverhalen. Zij vormen een hoekje-apart, los van het nieuws elders op de site en in de krant. Chef internet Geert-Jan Bogaerts heeft weliswaar een aantal van die persoonlijke verhalen extra aandacht gegeven in zijn column, waarin hij de multimediale ontwikkelingen bij de Volkskrant duiding geeft. Maar daarmee hebben de Volkskrant-bloggers nog geen stem gekregen in de selectie en inhoud van het nieuws in de krant. Die beperking werkt twee kanten op. De krant ‘veroordeelt’ zijn participerende lezers tot de blog-hoek, en de bloggers houden hun bijdragen overwegend ‘braaf’ binnen het kader van de persoonlijke ervaring.
    Als de Volkskrant een manier zou kunnen vinden om hen écht bij het nieuws te betrekken, zonder de sluizen wijd open te zetten voor het genre reacties-vanuit-de-onderbuik – dán zou de krant pas een daadwerkelijke journalistiek-inhoudelijke revolutie in gang kunnen zetten, die het toch vrij technische begrip ‘multimediaal’ verre zou overstijgen.
    Hallo, Henk Blanken, Mark Deuze, Martijn de Waal, Theo van Stegeren en al die anderen: jullie mening graag!!!

  4. Buiten dat ik van mening ben dat de rol van massamedia heel duidelijk aan het veranderen is waarbij de gebruiker steeds meer invloed krijgt over welke artikelen hij te zien krijgt, blijf ik ook van mening dat het juist de redactionele keuzes zijn die een medium bestaansrecht geeft. Is het niet de plicht van een redacteur om het nieuws ‘voor te verteren’? Is dat niet de basis van alle journalistieke media?

    Het is juist de toenemende concurrentie dat ervoor zorgt dat de consument/lezer steeds kritischer zal (kunnen) zijn welke media zijn aandacht zullen krijgen. Die, zeer persoonlijke, keuzes zullen dan gebaseerd zijn op de keuzes die door de redactie van de verschillende media worden gemaakt.

    Een journalist MAAKT het nieuws niet, hij verslaat het. De redacteur maakt de keuze welke berichten er dan op het medium worden geplaatst en de consument bepaald dan, op haar beurt, welke media er bekeken worden. De consument bepaalt met zijn lees-gedrag dus nu al mede welk medium bestaansrecht heeft.

  5. Pingback: MediaBlog » De massa neemt de media over

  6. @Joost Ramaer: hoe zie je de ‘multimediale strategie’ van de Volkskrant als een poging de burger meer bij (de vorming van) het nieuws te betrekken? Ik zie op de vernieuwde website alleen maar (hoofdzakelijk anonieme) ANP-style nieuwsberichten zonder reactiemogelijkheid, een versterking van de notie dat journalistieke communicatie eenrichtingsverkeer is van een gecentraliseerde nieuwsorganisatie en een anoniem publiek. In plaats van journalistiek als een conversatie te beschouwen tussen individuele, onderscheidbare mensen – een geheel andere innovatiefilosofie die in de manifestatie van de Volkskrantblogs eveneens weerklank heeft gevonden bij die krant.
    Het nut van die video’s – een allegaartje van voorgelezen ANP-berichten met beeldfragmenten – snap ik ook niet helemaal. De toekomst van de krant is multimediaal, heb ik Pieter Broertjes al een aantal maal horen roepen, maar wat hij ermee bedoelt begrijp ik niet goed. De veronderstelde synergie tussen simultaan toegepaste mediaformaten is volgens mij een mythe, evenals de veronderstelling dat journalistiek een mediumonafhankelijke bezigheid is (terwijl elk medium zijn eigen culturele omgeving schept) en repurposing van content een briljant idee. Want wat zie je: specifieke culturele codes van het ene medium worden geprojecteerd in het andere, waardoor de internet-artikelen en video’s van de Volkskrant in dezelfde ‘news language’ zijn geschreven als de artikelen voor de papieren krant. Het idee is geloof ik dat de Volkskrant gelooft in een exclusieve relatie met abonnees, die ze in een unidirectioneel model voorzien van nieuws op alle mogelijke manieren in alle mogelijke situaties. Dat is geen toekomstvisie, maar een waanbeeld.
    Maar goed, meer daarover overigens in mijn speech die ik overmorgen zal houden op Crossmedia Journalism 2006. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe men bij de Volkskrant zelf denkt over de verhouding tussen de multimediale strategie en het volkskrantblog-idee. De blogs hebben een prominentere plek gekregen op het opiniegedeelte, maar de rest van de site is niet interactief, en slechts gebaseerd op het brengen van ‘het laatste nieuws’. En dat laatste nieuws is dan het eindstation – het zou het begin moeten zijn van een conversatie. Waarbij journalisten gelegenheid zouden moeten krijgen om berichtgeving te verdedigen en te verduidelijken, en lezers zouden moeten kunnen reageren (alleen al een trackbackfunctie zodat de aansluiting met de blogosfeer kan worden gemaakt zou een hele verbetering zijn).

  7. Theo schrijft: “Is dat zo, minder variatie? Dat valt me nooit op als ik naar het radioprogramma Stand.nl luister, waar een doorsnee van de Nederlandse bevolking zijn mening over actuele kwesties geeft. Ik beluister daar juist verscheidenheid, grote verscheidenheid.”

    Dat is misschien wel zo. Maar de mensen die meedoen met Standpunt.nl, of brieven naar kranten schrijven, of posten op DNR – dat is niet de massa noch “de meeste mensen”. Het zou ook griezelig zijn als alleen zij die mee kunnen en willen doen aan de internetdiscussie de collectieve intelligentie vormden die het voor het zeggen kreeg wat bijvoorbeeld de nieuwsagenda betreft: allemaal 30+ hoogopgeleide witte mannetjes die onder elkaar lekker beunhazen over de toeters en bellen van de “interwebs”!

    De meeste mensen (waar we allemaal soms bijhoren) willen meestal min of meer hetzelfde. Daarom lijken advertenties en commerciele televisiezenders en winkels zoals H&M, Zara, Banana Republic, Kenneth Cole, Mango etc zo op elkaar. Een marktlogica – wat de meeste mensen willen wordt gemaakt – zorgt weliswaar voor grote diversiteit (tientallen, nee honderden tvzenders erbij) maar ook voor weinig tot geen innovatie (“one hundred channels of shit to chose from” – Michael Franti”).

    Journalisten en andere mediamakers willen het liefst werken volgens een tegenovergestelde, namelijk redactionele logica: daarbij doet het er niet of nauwelijks toe wat ‘het publiek’ wil, maar geeft de eigen visie en overtuiging over welk verhaal verteld moet worden de doorslag. Dat levert veel innovatie op waar de meeste mensen niet op zitten te wachten.

    Nu dient er zich een derde institutionele logica voor mediamaken aan: een cultureel convergente logica, waarbij de beslissingsprocessen over cultuurproduktie (of het nu nieuws, films, games of reclames zijn) steeds meer samen met dan wel aan de hand van “the people formerly known as the audience” (Jay Rosen) gemaakt worden.

    Dat laatste is iets anders als Levy’s collectieve intelligentie, welke naar mijn mening verdacht riekt naar naief utopisme enerzijds, of knellend populisme anderzijds.

    Het lijkt me dat Vk.nl nu deze middenweg op een boeiende wijze aan het bewandelen is. Of…?

  8. @Mark: bedoel je dat de Volkskrant die ‘derde institutionele logica’ volgt? Zie mijn comment gericht aan Joost Ramaer: ik zie in de nieuwe crossmediale strategie van de Volkskrant juist een verwijdering van de redactie t.o.v. het publiek.

  9. @Jaap: ik denk – maar onderzoek onder redacteuren, gebruikers en de inhoud van de site zou dat moeten uitwijzen – dat de Vk.nl op dit moment probeert te navigeren tussen/door alledrie deze logica’s (ik verwijs hiervoor naar het werk van Richard Peterson over het “production of culture” perspectief op mediawerk).

    Ik kan me zo voorstellen dat e.e.a. ter redactie tot boeiende discussies leidt: soms verhit, soms enthousiast, soms frustrerend, en heel, heel soms met de gebruiker als deelnemer in plaats van toehoorder.

    Concluderende: de veranderingen waar redacties zich voor gesteld zien ontwortelen de bestaande produktieprocessen, maar van herplanting is – denk ik – geen sprake.

    Vooralsnog is dit nog een hypothese – we zullen de publikaties van Vk-gebruikers op de Volkslog en de columns van Gert-Jan scherp moeten volgen. En wie gaat de inhoudsanalyse doen? Henk deed al een voorzet, zag ik – maar we hebben meer nodig :-)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>