Waarom een goede definitie van journalistiek belangrijk is

Het stuk in nrc.next onder de kop ‘Journalistiek is wel een echt vak‘, waarin ik betoog dat bijdragen van burgers aan allerlei websites vaak ten onrechte worden aangeduid als ‘burgerjournalistiek’, heeft her en der reacties losgemaakt. Die nopen tot duiding en vervolg. In het genoemde artikel stel ik de voorkeur te geven aan de term ‘publieke conversaties’ boven ‘burgerjournalistiek’, omdat ik de term ‘journalistiek’ – inclusief alle voorvoegsels – wil bewaren voor bijdragen die aan nauwer omschreven criteria voldoen. Alle journalistiek maakt deel uit van een publieke conversatie, maar niet elke bijdrage aan een publieke conversatie is journalistiek.

Dit vergt uiteraard een nadere aanduiding van wat die criteria dan zijn: wat is journalistiek? Zo simpel als de vraag is, zo lastig is die te beantwoorden. In het eerste hoofdstuk van het door de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) uitgegeven boek Investigative Journalism in Europe ga ik uitvoerig in op definities van journalistiek die in de literatuur zijn te vinden, van journalisten en van wetenschappers. Op basis daarvan kom ik uit op: Journalism is truth-seeking storytelling, primarily serving citizens, without a legal foundation. Ook deze definitie is overigens niet geheel bevredigend (zie het boek voor verdere argumentatie), maar zet in elk geval de journalistiek voldoende apart van allerlei belendende disciplines als politiek, literatuur en wetenschap.

Dat we journalistiek moeten onderscheiden van andere disciplines, daarvan ben ik overtuigd. Als we ons vak willen kunnen verdedigen, moeten we het eerst afbakenen. En verdedigen is nodig, want de journalistiek ligt van alle kanten onder vuur: van politiek, uitgevers, dotcoms én burgers. Het beter afbakenen van wat journalistiek wel en niet is, maakt deel uit van een broodnodig professionaliseringsproces. Als we er als beroepsgroep niet op tijd in slagen duidelijk te maken wat de meerwaarde van ons vak is, dan gaat het ten onder met de belangrijkste dragers ervan, de dagbladen.

Over wat journalistiek is, kun je natuurlijk twisten. Dat gebeurt te weinig. Te vaak maken journalisten zich er met een dooddoener van af, als hun wordt gevraagd hun vak te definiëren. Henk Blanken schrijft bijvoorbeeld: “Een definitie is zo goed als de mate waarin ze geaccepteerd wordt.”Dat is mij veel te relativistisch. Het doel van een definitie is een begrip zo scherp mogelijk af te bakenen om vervolgens een zinvolle analyse te kunnen maken.

“En in de alledaagse praktijk is journalistiek wat in de krant staat”, vervolgt Blanken. Deze zin illustreert precies waarom een analytischer definitie van journalistiek gewenst is: kranten worden bedreigd, de journalistiek wordt bedreigd, maar om deze processen te begrijpen en er eventueel wat tegen te doen, moet je ze wel uit elkaar trekken. Door kranten en journalistiek analytisch van elkaar te scheiden, wordt de mate van verwevenheid van beide een empirische vraag, die toegankelijk is voor onderzoek. Daarmee kunnen we verder komen.

Dat er in de krant van alles staat dat geen journalistiek is, lijkt me evident: advertenties, kruiswoordraadsels, recepten, stripverhalen, noem maar op. Volgens de hierboven gegeven definitie zijn ook ingezonden brieven, opiniestukken, commentaren en recensies geen journalistiek – ook al worden ze geschreven door personen die volgens de CAO voor Dagbladjournalisten worden betaald. Uiteraard is er een grijs gebied: meer of minder journalistiek is doorgaans een zinvoller onderscheid dan wel of geen journalistiek. De wereld is niet zwart-wit. Maar de aard van een bijdrage bepaalt of die journalistiek is, niet de positie van de auteur. Daarom sluit deze definitie ook niemand uit: iedereen kan journalistiek bedrijven. Als professional, of als amateur. Zoals ook iedereen literatuur kán bedrijven, of wetenschap, of politiek. Alleen niet iedereen doet het.

De mogelijkheden voor burgers om bij te dragen aan publieke conversaties zijn de laatste jaren sterk toegenomen, en steeds meer burgers maken ook gebruik van die mogelijkheden. Journalisten zouden dat moeten toejuichen, want al die conversaties vormen grondstof voor journalistiek. Ze stellen ons in staat de samenleving beter te kennen. Daar wordt ons vak rijker van – maar zeker niet makkelijker.


15 reacties:

[...] Artikel NRC Next: “Gewone mensen kunnen ook nieuwsjagers zijn” Marketingfacts Ditisberry Henk Blanken Jeroen Mirkx (Adformatie) Dick van Eijk (Auteur deel artikel nrc.next) Maarten Reijnders (DNR) [...]

Jaap Stronks
7 juli, 2006

Kijk, dit schept duidelijkheid. Het is Van Eijk volgens mij te doen om het behoud van de huidige journalistieke instituten, door de daarbij behorende journalistieke werkwijze, normen en waarden te verabsoluteren – premisse van de uiteenzetting is immers dat die journalistiek, zoals-ie nu is, behouden dient te blijven. Met zo’n protectionistische insteek veroordeel je jezelf (als beroepsgroep dan) tot het voeren van een achterhoedegevecht, volgens mij. Want hij zegt wel dat iedereen journalistiek kan bedrijven, maar de definitie ervan wordt opgesteld met overduidelijk het lijfsbehoud van de journalistieke instituties als motief! Definities construeren op basis van journalistieke kernwaarden is juist geen goed idee: beter is een ander analytische oefening: leren alle journalistieke kernwaarden te relativeren, ze geen universele geldigheid toe te kennen, maar te beschouwen als producten van de sociaal-culturele (en technologische) context waarbinnen ze tot wasdom zijn gekomen.

Floris Groeneweeghe
7 juli, 2006

“Door kranten en journalistiek analytisch van elkaar te scheiden, wordt de mate van verwevenheid van beide een empirische vraag…”

– Pfff… wat een vaag gezwets. Nu ben ik toch een welbespraakt persoon maar dit gaat me toch echt te ver. Journalistiek is namelijk ook de link tussen specialisten (politici, artsen, nanodeskundigen, legergeneraals, etc.) en de burger. Met zulke omslachtige omschrijvingen als hierboven kan de ‘middle man’ (de journalist) er net zo goed tussenuit worden gehaald. Laat het team van NASA dan direct in vakterminologie vertellen waarom de lancering van de Discovery toch zo’n succes was…

Journalisten maken allerhande kwesties toegankelijk voor de burger. Soms iets te simpeltjes maar als de burger zijn democratische taken waar moet gaan maken is het belangrijk dat hij/zij weet wat te doen. Als artikelen bedoeld voor een breed publiek eerder uit een studieboek lijken te komen, dan heeft de auteur gefaald als zijn intentie was het bedrijven van journalistiek.

Anneke van Ammelrooy
7 juli, 2006

Journalism is a more or less professional public way used by independent or subordinated civilians (not government and business officials, not the military) to report to a more or less defined audience about events, human experiences and opinions, according to more or less consciously applied ethical, moral, political and technical standards and in a limited number of styles and formats; the definition of independence and subordination, of the audience, standards, styles and formats change all the time.

Henk Blanken
7 juli, 2006

Met alle begrip voor de noodzaak van definities – ik snap dat we pas verder komen als we weten waarover we het hebben – mis ik in het verhaal van Dick van Eijk waar hij naartoe wil. Als ik de journalistiek relativeer, doe ik dat omdat ik vind dat wij, journalisten, ons meer gelegen moeten laten liggen aan wat de burger vindt en doet als consument en producent van informatie.

De 40min-mediaconsument bepaalt zelf waar hij zijn informatie haalt, en heeft ons daar steeds minder bij nodig. Dat vind ik een beroerde ontwikkeling, omdat ik wel degelijk geloof in het belang van de journalistiek. Het heeft volgens mij weinig zin louter defensief te reageren op die trend, en ik kan Van Eijks verhaal moeilijk anders lezen.

Beter is het burgerjournalistiek te nemen voor wat die waard is: soms een bron, soms meer, maar bijna altijd relevant voor de burgerij in kwestie. Zo’n houding dwingt ons journalisten ons vak op te waarderen: we moeten beter worden, betere verhalen gaan vertellen, meer onderzoek doen, spannender schrijven.

Mijn bezwaar tegen de houding die uit Van Eijks verhaal spreekt (en ik kan me haast niet voorstellen dat zijn intentie even defensief is) is deze: de werkelijkheid buiten ons vak is al veranderd, ons imago onder 40min is al gedevalueerd, als we ons nu terugtrekken en schuilen achter een definitie, is de kans veel te groot dat we even conservatief blijven als we al veel te lang zijn.

Vreemd genoeg denk ik dat Dick van Eijk het met bovenstaande goeddeels eens is, en dat we ons dus vooral druk maken over de vraag hoe we dat pleidooi het beste aan de man brengen. Hij zegt: baken definities af en verdedig het vak zoals je ook de Warme Bakker verdedigt (niet iedereen mag zich warme bakker noemen). Ik zeg: accepteer omarm de burgerjournalistiek, maak je meester van de trend, en dwing opnieuw respect af met betere journalistiek.

René Zonneveld
7 juli, 2006

De duidelijke koppeling journalistiek-dagbladen van Van Eijk vind ik wat vreemd. Journalistiek heeft niets met het medium te maken maar met de manier waarop een bron (feit of gerucht) bij de lezer, kijker of luisteraar wordt gebracht. Dat is namelijk of goed, of beroerd.

De term ‘burgerjounalistiek’ is niet bedacht om aan te duiden dat ‘al die andere journalisten’ niet meer nodig zijn, maar wel om duidelijk te maken dat internet een medium is waarop (waarin?) iedereen zelf zijn of haar verhaal kwijt kan. Door dat gemak zijn er in potentie dus veel meer journalisten dan er pakweg 10 jaar geleden waren.

Maar dit zegt niets over de kwaliteit van de berichtgeving. De scheiding goede journalist-waardeloze journalist-propagandist-kopieerder blijft overeind staan.

Het verhaal van een goede journalist dient zich ten opzichte van de rest te onderscheiden door de gedegenheid van de informatie en de kwaliteit van het artikel.

Overdag, als ik aan het werk ben, word ik soms als journalist erkend (…), maar als ik een paar uur later een bericht post op een lokale website, ben ik ineens een lullige burgerjournalist. Da’s raar.

Journalisten hebben nu eenmaal de pech dat het kunstje dat ze dagelijks doen door iedereen kan worden aangeleerd: zoeken, luisteren, denken, schrijven. Het is geen beschermd beroep en geen beschermd kunstje. Er bestaat slechts onderscheid tussen goede en slechte journalisten. En als je dat accepteert, dan maakt het niks uit hoe al die webloggers worden genoemd. Die term ‘burgerjournalistiek’is nu in zwang, over vijf jaar heeft niemand het er meer over.

Frank van Vree
7 juli, 2006

Misschien is het goed om in deze discussie een aantal zaken van elkaar te scheiden. De verschillende deelnemers aan deze discussie blijken – goed beschouwd – hele verschillende uitgangspunten te hanteren, en dan wordt je het inderdaad nooit eens.

In de discussie ontdekte ik tenminste vier verschillende soorten definities van ‘journalistiek’:
- normatieve definities: wat de journalistiek zou moeten zijn, of zou moeten doen (waarheid zoeken, de burger dienen enz.);
- empirische definities: hoe de journalistiek zich feitelijk gedraagt, de ‘alledaagse praktijk’;
- sociologische of professionele definities, waarbij ‘journalistiek’ in de eerste plaats staat voor een professionele gemeenschap, die bepaalde regels deelt en werkt met verschillende (soms met elkaar strijdige) repertoires, een professionele groep die als zodanig erkend wordt, beroepsorganisaties en beroepsopleidingen kent, enz.
- definities die gebaseerd zijn op de waarneming en het gedrag van de nieuwsconsument.

Het moge duidelijk zijn dat in een discussie deze verschillende uitgangspunten tot heel andere argumenten en conclusies leiden. Zo is er veel voor te zeggen dat het traditionele normatieve – liberale – ideaal van de journalistiek als de gangmaker van de publieke meningsvorming over alles wat de samenleving aangaat (”Door wrijving der meeningen komt de waarheid aan ‘t licht”, schreef De Delftsche Opmerker in 1885) op het eerste gezicht versterkt wordt door de vele initiatieven op internet.
Wie echter de waarde van professionaliteit centraal stelt, zal zich op andere kwesties richten. Belangrijk punt hierbij is het argument dat veel digitale nieuwsbrengers en -commentatoren zich weinig tot niets aantrekken van de professionele standaarden die zich (toch niet voor niets) sedert de 19de eeuw hebben gevormd (ook al is er wel wat aan te merken op de feitelijke praktijken – maar laten we het daar niet over hebben).

Wie de discussie zuiver wil houden zal dus scherp moeten aangeven waarover hij of zij het eigenlijk heeft: een journalistiek ideaal, de praktijk of het beroep.
En om het nog gecompliceerder te maken: daarbij moeten we ons realiseren dat de digitale revolutie de waarde en betekenis van veel traditionele definities sterk onder druk heeft gezet.

Duns Ouray
8 juli, 2006

Dick van Eijk is in ieder geval eerlijk: hij schrijft over burgerjournalistiek omdat hij zich bedreigd voelt.

En ik geef toe (nogmaals) er is veel af te dingen op blogs / burgerjournalistiek.

Maar hoe komt Van Eijk op het idee dat zijn krant (NRC) het beter doet? Ik zie weinig terug van het vermeende professionalisme.

Het gehele NRC wordt volgeschreven vanuit het sociaal-democratische paradigma. Niemand, ik herhaal NIEMAND, met een conservatief paradigma krijgt in NRC een platform.

Dat is toch geen serieuze journalistiek te noemen?

Mark Deuze
8 juli, 2006

Hoewel ik flauwig zou kunnen verwijzen naar mijn eigen broddelwerkje in dit verband (“Wat is Journalistiek?” uit 2004 – maar ach, iedereen heeft tegenwoordig een Boek en wat zegt dat nou helemaal) wil ik graag aansluiten bij Van Vree, waar hij opmerkt:

“En om het nog gecompliceerder te maken: daarbij moeten we ons realiseren dat de digitale revolutie de waarde en betekenis van veel traditionele definities sterk onder druk heeft gezet.”

De wetenschapper wil het debat zuiver houden, maar stelt zichzelf daardoor buitenspel want het huidige debat is niet zuiver en moet dat vooral ook niet worden! Nu de aap van de ‘consument-als-producent’ uit de mouw is kan je ‘m niet meer aanleren om stilletjes terug te kruipen door te dreigen met stokoude definities en categorietjes.

In deze vloeibare tijd zijn definities per definitie ondefinieerbaar – want onderwerp van eindeloze onderhandeling. We moeten er, ook als academici, maar gewoon eens aan dat de wereld die we bestuderen niet uit heldere rijtjes en onderverdelingen bestaat.

Van Eijk’s definities van de journalistiek zijn, op welke manier je ze ook ontleedt, allemaal sterk hierarchisch, conservatief, naar binnen toe gericht (Eigen Beroepsgroep Eerst) en sluiten daarmee deelname aan het definitiedebat van niet-journalisten (en de definitie van wie dat zijn bepalen Van Eijk en de Zijnen zelf wel) uit. Hopeloos.

Dus, de vraag stellen wat journalistiek is, is interessant vanwege de functie die de vraag heeft voor degene die ze stelt en beantwoordt: zelfbehoud – zie de bijdrage van Jaap. De vraag is alleen relevant wanneer er meer dan 1 antwoord mogelijk is. De definitie die Van Eijk uit de literatuur haalt klinkt zo oud als het vak zelf – die kan je ook uit vluchtschriften van de Nederlandsche Journalisten Kring uit 1925 of daaromtrent terugvinden (waar overigens ook keihard werd beweerd dat door deze definitie het toch duidelijk was dat de ware journalistiek nooit aan vrouwen kon of mocht worden overgelaten).

Laat er anno 2006 toch opeens een heleboel andere definities mogelijk zijn! Heerlijk, die verwarring. Lekker aanklooien met elkaar, die “publieke conversatie” aangaan – ik citeer de onlangs overleden Amerikaanse hoogleraar journalistiek James Carey: the ideal of journalism is to amplify the conversation society has with itself”.

Van Eijk’s definitie is een zombie-definitie, een definitie die in de praktijk al lang niet meer werkt (zo deze al ooit werkte) maar nog steeds doordwaalt terwijl, zoals Henk terecht opmerkt, de rest van de samenleving allang doorgerend is. En, wat nog veel erger is, hij negeert dat de beroepsgroep en -praktijk zelf ook op vele plaatsen al veel verder is, speelser is geworden, spannende nieuwe dingen doet, zichzelf wat minder serieus lijkt te nemen en wat meer in de samenleving lijkt te wortelen – en dat alles in de context van dreigende ontslagen, saneringen en fusies. Laten we al die hardwerkende mensen toch niet terug willen dwingen in het modernistische stijfselharnas van de Enige Echte Ware Journalistiek definitie…

Jeroen Mirck
9 juli, 2006

Sommige mensen hierboven staren zich dood op Van Eijks definitie en trekken er de conclusie uit dat hij met die definitie ‘burgerjournalisten’ wil uitsluiten van het eigen metier. Die mensen hebben deze ene zin blijkbaar over het hoofd gezien:

“Maar de aard van een bijdrage bepaalt of die journalistiek is, niet de positie van de auteur.”

Deze zin kan ik niet anders lezen dan dat een burgerjournalist wel degelijk journalist kan zijn. Los daarvan ben ik het grondig met Henk Blanken eens als hij zegt: “Beter is het burgerjournalistiek te nemen voor wat die waard is: soms een bron, soms meer, maar bijna altijd relevant voor de burgerij in kwestie.”

Marketingfacts
9 juli, 2006

Journalistiek, dat kan toch iedereen?

Gisteren stond er een uitgebreid artikel in de NRC.next over de bijdrage van lezers in kranten en op websites van media. Centrale vraag in het artikel: is burgerjournalistiek een zinnige aanvulling of slechts geroddel bij de dorpspomp? Nu schrijven we …

[...] Daarmee bedoel ik ook te zeggen dat de term “publieke conversaties”, die Dick van Eijk graag wil reserveren voor wat tot dusver burgerjournalistiek heet, mij te braaf is, te weinig urgent, te gezellig, te – nou ja – burgerlijk. Ik weet wel dat Van Eijk er niets denigrerends mee beoogt, maar zelf word ik niet nerveus van publieke conversaties. Van journalistiek die uit een netwerk voortkomt, en die kan putten uit wisdom of crowds, raak ik opgewondener. [...]

stan van houcke
22 september, 2006

dick van eijk heeft volledig gelijk: ‘journalistiek is wel een echt vak.’

twee voorbeelden die dit nog eens illustreren. beide uit de nrc, maar het had ook de volkskrant of trouw kunnen zijn.

De Los Angeles Times bericht: ‘US Threatened to Bomb Pakistan, Musharraf Says .’

The Associated Press
Friday 22 September 2006

Washington – Pakistani President Pervez Musharraf said the U.S. threatened to bomb his country back to the Stone Age if he did not assist the administration’s war on terrorism.
The threat was delivered after the attacks of Sept. 11, 2001, by Richard L. Armitage, then deputy secretary of State, to Musharraf’s intelligence director, the Pakistani leader told CBS’ “60 Minutes” for Sunday’s broadcast.
Musharraf said the intelligence chief quoted Armitage as saying, “Be prepared to be bombed. Be prepared to go back to the Stone Age.”
It was insulting, Musharraf said. “I think it was a very rude remark.”‘

Lees verder:
http://www.latimes.com/news/nationworld/world/la-fg-mush22sep22,0,554492.story?track=mostviewed-homepage En:
http://www.truthout.org/docs_2006/092206Z.shtml

Onze democratische bondgenoot in Washington weet hoe het met terreur moet dreigen. En de slachtoffers weten wat het betekent. Voorbeelden zijn Vietnam en Irak. Het laatste land bezocht ik na de Amerikaanse terreur bombardementen en zag hoe de volledige infrastructuur was vernietigd waardoor de Irakezen zwaar leden en een onbekend aantal burgers stierf.

En nu moet u lezen hoe de NRC dit bericht brengt: ‘Musharraf: Pakistan ontsnapte aan Stenen Tijdperk
Door een onzer redacteuren
Rotterdam, 22 sept. De Verenigde Staten zetten daags na de aanvallen op 11 september 2001 fors in om Pakistan te bewegen tot bondgenootschappelijke steun in de strijd tegen terrorisme – in casus de verdrijving van de Talibaan uit buurland Afghanistan.
De boodschap, destijds overgebracht door onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage aan de Pakistaanse geheime dienst luidde: steun ons of „wees voorbereid op bombardementen. Wees voorbereid om terug te keren naar het Stenen Tijdperk”. ‘

Dreigen met Terreur heet bij de NRC ‘FORS INZETTEN,’ zodra het de VS betreft. Zou daarentegen China dit doen met bijvoorbeeld de VS dan heet het natuurlijk dreigen met terreur. Zou de VS een Europess land hebben bedreigd om het plat te bombarderen, dan had de NRC natuurlijk het woord terreurdreiging gebruikt. Maar ja, de meesten in Europa zijn blank. Waarom komt de NRC met de kwalificatie fors inzetten? Volgens het internationaal recht is dit dreigen met terreur. Wonderlijke krant de NRC. Heeft een eigen taal ontwikkeld.

voorbeeld 2

De NRC bericht: ‘CIA-agenten wilden niet te hard verhoren.’

Door een onzer redacteuren
Rotterdam, 21 sept. Agenten van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA geweigerd nog langer mee te werken aan de omstreden hardhandige verhoren van terreurgevangenen. Dit meldt de Britse Financial Times vandaag.

De regering-Bush zou mede hierdoor eerder dan gepland de geheime CIA-gevangenissen hebben moeten sluiten. De Financial Times baseert zich op gesprekken met anonieme ex-CIA’ers en andere betrokkenen bij het programma.

Begin deze maand maakte president Bush bekend dat veertien hoge terreurverdachten naar het Amerikaanse strafkamp Guantánamo Bay waren overgebracht. Daarvoor zaten zij in geheime CIA-kampen, die nu gesloten zouden zijn. Het was voor het eerst dat het Witte Huis het bestaan van zulke kampen expliciet erkende. Tegelijkertijd lanceerde Bush nieuwe wetgeving voor de behandeling van terreurverdachten. Dat was nodig na een kritisch vonnis van het Hooggerechtshof, in juni.

Volgens het bericht wilden sommige agenten niet doorwerken, voordat de juridische onzekerheid rond de verhoormethodes is opgehelderd. Eerder deze maand meldde The Washington Post dat een groeiend aantal agenten zich laat verzekeren voor proceskosten, uit angst aangeklaagd te worden.’

Lees verder: http://www.nrc.nl/buitenland/article488740.ece

Simpele vraag: Waarom zou de NRC martelen hardhandig verhoren noemen? Omdat het de VS betreft? In geval van arabische landen noemt de NRC het wel martelen. Ook Amnesty en Human Rights Watch noemen het martelen. Waarom heeft de ‘kwaliteitskrant’ ineens net als de Bush bende nieuwe criteria aangelegd?

het blijft een vak, de journalistiek met duidelijk omschreven regels. zo veel mogelijk feiten, zo min mogelijk interpretaties, meningen, kwalificaties. waarom heeft de nrc toch zoveel moeite met de feiten?
stan van houcke

[...] Je hebt in je scriptie gebruik gemaakt van een licht gewijzigde versie van de definitie van journalistiek die Dick van Eijk gebruikte in zijn NRC-artikel over burgerjournalistiek. [...]

[...] Om een debat te starten over de toekomst van de journalistiek moet eerst een definitie opgesteld wor…. Wat is journalistiek? Wie is journalist?  ‘Het begrip journalist is net als het begrip tijd; het laat zich niet omschrijven’, zie ooit Nederlands minister Ballin. Wikipedia leert ons dat  Journalistiek te omschrijven is als het beroepsmatig verzamelen van meestal nieuwe of actuele gegevens, ze bewerken en met enige regelmaat publiceren voor het publiek in het algemeen of voor bepaalde publieksgroepen. Daarbij gaat het om gegevens die van meestal algemeen belang zijn, waarbij met name onderwerpen als politiek, economie en veiligheid worden gevolgd, benevens plotselinge sterk negatieve en in mindere mate positieve verschijnselen (bijvoorbeeld ongelukken). Actueel en publiceren lijken ons hier belangrijk. Maar vooral de term beroepsmatig is een probleem. Er zijn namelijk beroepsjournalisten en burgerjournalisten. Zijn burgerjournalisten geen journalisten? [...]


Laat een reactie achter »