Waarom integreren we de herkomstlanden van Turken en Marokkanen niet beter in onze verslaggeving?

Als er iets rampzaligs gebeurt in onze ex-koloniën, Suriname en Indonesië, zitten de Nederlandse media er bovenop, alsof het nog steeds een beetje onze wingewesten zijn. Ik weet niet hoe journalisten dit voor zichzelf rechtvaardigen, of ze bijvoorbeeld denken: dit zijn landen van herkomst van veel Nederlanders, dus laten we deze groep goed bedienen, zij zijn ook ons publiek.

Gesteld dat ze zo redeneren, hoe zit het dan met Marokko, Turkije, Irak, en al die andere landen van herkomst van honderdduizenden Nederlanders? In de kranten worden ze grosso modo niet anders behandeld dan al die andere landen waarmee Nederlanders met uitsluitend Nederlandse voorouders geen enkele band hebben. Op de televisie komen kijkers uit herkomstlanden als Marokko iets beter aan hun trekken, hoewel niet in de nieuwsprogramma’s, maar in apolitieke, human interest documentaires.

Ik ken Marokkanen en Turken die schitterend Nederlands spreken, schrijven en lezen, die echter al jaren geleden zijn opgehouden de krant te lezen, omdat er zo zelden iets over hun herkomstland in staat, en dan nog meestal vanuit Europese invalshoeken, dat het niet de moeite waard is een abonnement te nemen. Tegelijkertijd wordt hen verweten vooral naar buitenlandse satellietzenders te kijken.

Een dergelijke situatie treffen we aan in alle West-Europese landen, met kleine, historisch bepaalde nuances. De Britten doen meer aan India, de Duitsers aan Polen, de Italianen aan Libië, de Spanjaarden aan Zuid-Amerikaanse landen, Portugal aan Brazilië.

Volksdagblad
Natuurlijk, als er duizend Nederlanders naar China zijn gevlucht om daar onbekommerd winst te maken, verwachten ze niet dat het Volksdagblad voortaan elke dag aandacht schenkt aan bijvoorbeeld de ontmanteling van het sociale zekerheidssysteem hier of de slag tussen Rutte en Verdonk.

Maar in Nederland wonen honderdduizenden die ooit een ander vaderland hadden. En wij, journalisten, integreren al die mensen niet in ons wereldbeeld en ons werk. Omdat wij hen niet integreren, integreren zij niet in ons mediasysteem. Wij leren daarom ook niet intelligente en interessante vragen aan en over de werkelijkheid in hun herkomstlanden te stellen. Wij leren niet voor hen belangrijke gebeurtenissen te volgen en in een kader te plaatsen. Wij helpen hen niet hun wereld te begrijpen, die een Nederland+Turkije, Nederland+Marokko wereld is.

We leren zo ook niet regionaal te denken (alleen als inwoners van de regio Europa). Hoe is het om als Iraniër naast een gigantisch Amerikaans vliegdekschip, Irak geheten, te wonen? Om als Iraki buurman van Saudi-Arabië te zijn?

Zouden al die honderdduizenden immigranten nu werkelijk zijn opgehouden zich voor hun herkomstland te interesseren? Als we de bergen boeken over verleden en heden van Indische Nederlanders als voorbeeld mogen nemen, moet het antwoord zijn: natuurlijk niet. Elk onderzoek zal uitwijzen dat ook de hier volledige gesettelde immigranten bijna elke dag wel even aan hun herkomstland denken. Dat ligt aan jeugdherinneringen, de herinneringen die het gebruik van de moedertaal elke dag weer oproept, aan het zien van kleuren, dingen, mensen, en andere zintuiglijke waarnemingen die onweerstaanbaar een vergelijking of andere gedachten oproepen. De mens is geen geheugenloze vis.

Werkeloze afgestudeerden
Misschien hoeven de media niet te veranderen, hoor ik u denken, want er is tegenwoordig satelliettelevisie en internet. Die technologie is echter geen vervanging voor journalistiek meeleven met wat er in herkomstlanden gebeurt. Dat gaat ook de Nederlanders met alleen Nederlandse opa’s en oma’s aan – vanwege hun uit verre landen afkomstige collega’s, vrienden, buren en aangetrouwde familie. Nu hebben ze niets om over te praten.

“Hi Ahmed, hoe gaat-ie? Ik hoor dat de Marokkaanse politie in Rabat een demonstratie van werkeloze afgestudeerden bij het parlement uit elkaar heeft geslagen. Jouw broer heeft toch ook gestudeerd?”
“Goeiemorgen Flip, ik las dat ze in Koerdistan een media-academie gaan openen. Wat vind jij, zal ik teruggaan om daar les te gaan geven?”

En zo nog tienduizenden openingszinnen die Nederlanders van beider komaf nu nooit zullen uitspreken.

Het heet natuurlijk dat het te duur is een net van correspondenten te onderhouden, alsof een journalist in Nederland zoveel minder kost. Maar het is feitelijk een kwestie van selectie van wat belangrijk nieuws is en wat niet.

Bijna dagelijks zie ik in Nederlandse kranten en op de Nederlandse televisie en radio hetzelfde onderwerp tien, veertig keer voorbijkomen. Steeds meer zenders, de krant op zaterdag al meer dan twee euro, maar steeds meer van hetzelfde.

Selectiewet
Dan denk ik dat de dominante Nederlandse journalist – die met Nederlandse voorouders – zichzelf voor de gek houdt, om zijn psychische nood te bezweren. Zijn of haar professionele midlife crisis zal tegenwoordig wel al rond het dertigste levensjaar beginnen. De ijzeren selectiewet – wij doen de onderwerpen die de andere media ook doen – heeft na de school voor journalistiek geen kwart eeuw nodig om talent, meeleven met mensen van ver, vreemde talenkennis en normale journalistieke nieuwsgierigheid grondig te frustreren.

Waarom die selectiewet niet kan worden doorbroken, is mij eigenlijk een raadsel. De koloniale tijden liggen 25 tot 50 jaar achter ons (de onafhankelijkheid van Suriname, Indonesië), maar werken nog door. De nieuwe tijden, die van de massa-immigratie, zijn al ruim dertig jaar oud, maar werken amper door in de kranten, iets beter op het jongere medium dat televisie heet, en helemaal op het jeugdige internet. Maar internet fragmenteert onze belangstellingsferen, het publiek per programma op televisie wordt ook steeds kleiner, terwijl elke dag minstens een miljoen mensen De Telegraaf leest, een half miljoen de Volkskrant, enzovoort.

Zoals bekend, zijn de kranten daarom de politieke agenda-setters van alle overige media. Vooral bij de conservatief selecterende kranten zou dus iets moeten veranderen, willen alle Nederlanders meer met elkaar in gesprek komen over dingen die hen raken.

Als journalistiek belangrijke gebeurtenissen in herkomstlanden nu eens een belangrijk selectiecriterium voor aantallen kolommen en minuten werden in plaats van welke staten de grootste interventielegers en de grootste bek hebben, zou de wereld in de media er voor grote groepen een stuk interessanter – en waarachtiger – uitzien.

3 reacties

  1. Erick schreef op 7 juli 2006 om 08:35

    Goed punt. In elk geval iets om over na te denken. Hoewel ik niet in de hoofden van alle journalisten en beslissers in de media kan kijken, vermoed ik een kringredenering:
    -Turkse en Marokkaanse Nederlanders lezen geen krant, dus daar hoeven we ons nieuws niet op aan te passen
    -Autochtone Nederlanders hebben niet méér interesse voor Marokko dan voor – pak ‘m beet – Egypte.
    -Dus berichten we niet méér over Marokko en Turkije.
    -En daardoor gaan Turkse en Marokkaanse Nederlanders ook geen krant lezen

    Deze vicieuze cirkel zal pas doorbroken worden, als iemand het aandurft om meer nieuws uit die landen te plaatsen én dat kenbaar durft te maken. Het beeld is nu dat ze toch geen abonnement nemen, dus dat is een risico.
    Omgekeerd werkt het verwachtingspatroon ook; Turken en Marokkanen verwachten geen nieuws over hun geboorteland in de Volkskrant of NRC. Daartoe wenden ze zich tot eigen bronnen.

    Dus principieel ben ik hiervoor, omdat een grote tot nog toe niet bereikte doelgroep kan worden bereikt, maar praktisch vraag ik me af of er iemand is die in het gat durft te springen.

  2. Jack schreef op 8 juli 2006 om 09:45

    Dat hoeft niet. Alle buitenlandse mensen hebben een schotel en daar kunnen ze het wel op ontvangen.
    Dat is nog van betere kwaliteit dan onze kabel tv.
    Je hebt ook internet, daar staat ook genoeg info.
    Ik ken geen Turken of Marokkanen die het erg vinden dat ze via de schotel kijken; that’s it, en dat vind ik ook.

  3. Pingback: C L O S E R

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>