Brede krant past bij lezer van nu

Ariejan Korteweg, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, reageert op het essay ‘De krant moet kiezen‘ van Warna Oosterbaan en Hans Wansink. Een krant die over veel verschillende zaken schrijft, past bij de lezer van nu die eveens een brede interesse heeft, betoogt Korteweg.

Een krant is als een kluif waar drie honden om vechten. De ene hond is de adverteerder, de tweede is de lezer en de derde is de redactie. De krachten zijn niet steeds gelijk verdeeld. Soms sleurt één van de twee de beide anderen een eind mee. Dan zetten die zich schrap waarna een nieuw evenwicht ontstaat. De balans tussen dat drietal is bepalend voor het succes van de krant.

Die krachtenverdeling is uitzonderlijk. Bij andere media is doorgaans een van die drie partijen nagenoeg afwezig. Zo is bij de publieke omroep de invloed van de adverteerder heel klein; bij de commerciële omroep is de redactionele invloed op het zenderbeleid juist weer geringer.

Dat kranten in zo’n uitzonderlijk krachtenveld opereren is deels historisch bepaald. Het heeft – onder veel meer – te maken met de afwezigheid van overheidssubsidie, een gelijkwaardigheid van de inkomsten van lezers en adverteerders en met de, vooral na de oorlog gevestigde, kracht en onafhankelijkheid van de redacties.

Een krant is het resultaat van dat krachtenspel. Om in eigen huis te blijven: dat de Volkskrant op zaterdag zo dik is, is het gevolg van het grote aantal advertenties juist op die dag en van het gegeven dat in de Nederlandse dagbladcultuur advertentiekaternen niet op prijs worden gesteld. Dat een van de zaterdagse katernen sinds anderhalf jaar de Verleiding is, komt omdat we uit onderzoek weten dat de lezer behoefte heeft aan meer service, ook op consumentengebied. Tezelfdertijd begonnen we met het katern het Betoog, omdat we het als krant belangrijk vinden de lezer met gefundeerde opvattingen en beschouwingen te confronteren. Zo oefenen zowel adverteerder, lezer als redactie ieder invloed uit op de constitutie van de krant.

Multimediale ontwikkeling
Dan nu over naar de verhandeling van de journalisten Warna Oosterbaan en Hans Wansink. De kern van hun argumentatie was dat kranten onder druk van de verslechterende omstandigheden (minder lezers, minder adverteerders) hun formule aanpassen: ‘meer beeld, meer lifestyle, meer speciale bijlagen voor doelgroepen’, schreef het tweetal. ‘Bij een gelijkblijvend of krimpend redactioneel budget is de arbeidsintensieve kwaliteitsjournalistiek de dupe van de verbreding.’ Hun oplossing: versmalling van de redactionele formule tot de kerntaken: nieuws en achtergronden over politiek, cultuur en economie.

De ruimte hier is te beperkt om alle zwaktes in hun argumentatie na te lopen. Zo laten ze de hele multimediale ontwikkeling – cruciaal voor dagbladen – goeddeels buiten beschouwing, ze geven geen argument voor de keuze van hun drie kernterreinen – waarom geen wetenschap of zingeving of persoonlijk leven of samenleving. Ze goochelen vreemd met voorbeelden (NRC Next als rolmodel voor een krant zonder bijlagen – geen wonder als er geen zaterdagse editie is). Paradox: hun pleidooi voor een dunnere, soberder krant is een zeer lang artikel, dat verschijnt in de meest glossy bijlage – M van NRC Handelsblad – die Nederland kent.

Wist je niet beter dan zou je denken dat het stuk door buitenstaanders is geschreven, ver verwijderd van de gang van zaken op een dagblad. Ze schrijven vanuit het perspectief van een geïdealiseerde redactie, en laten alle andere invloeden buiten beschouwing. Maar ook op die redactie hebben ze geen heldere blik. Een redactie opereert niet in een vacuum. Dat kranten nu met enig succes andere kanalen – internet, radio, video, mobiele telefonie, andere gedrukte media – gebruiken om informatie te verspreiden, is gebaseerd op een ragfijn samenspel van journalistiek en commercie. Kortom: redactie, uitgver, lezer en adverteerder.

Glorietijd
De grote zwakte van hun betoog is dat de centrale aanname niet deugt. Dat kranten naast het harde nieuws ook veel plaats inruimen voor sport, persoonlijke verhalen, psychologie, service en beeld is geen reactie op teruglopende inkomsten. In tegendeel: juist de jaren tachtig en negentig, toen de kranten floreerden, waren de glorietijd van de lange diepteinterviews, van katernen over reizen, over media, over gezondheid. De laatste jaren is een beweging de andere richting ingezet. Om weer in eigen huis te blijven: met het Vervolg, het Betoog en een flinke onderzoeksredactie neemt de Volkskrant z’n maatschappelijke taak zeer serieus.

Wie wel eens door oude leggers bladert zal het beamen: kwaliteitskranten zijn – anders dan Wansink en Oosterbaan suggereren – de afgelopen decennia alleen maar beter geworden: ze brengen dezelfde informatie sneller over, ze scheiden feiten en opinie beter, ze zijn toegankelijker, ze zijn minder gezagsgetrouw, ze zien er beter uit, ze zijn efficiënter. Een graphic van een soldaat die in volle bepakking naar Uruzgan gaat zegt meer dan een beschrijving van duizend woorden.

Want daar gaat het uiteindelijk om: het niveau van de journalistiek. Dat wordt niet wordt bepaald door de keuze van de onderwerpen – politiek, cultuur, economie, om bij Oosterbaan en Wansink te blijven – maar door de kwaliteit van de verslaggeving. Alles kan in aanleg interessant zijn – de lancering van een nieuw parfum, twee witte homo’s met twee zwarte kindertjes, de visie van Georgina Verbaan op de wereld, de recente geschiedenis van Beiroet – maar of het dat daadwerkelijk is, hangt af van de berichtgeving.

De kwaliteitskranten van Nederland vinden steeds meer onderwerpen de moeite waard om over te schrijven. Zoals ook de belangstelling van hun lezers steeds breder wordt. Gelukkig maar. Een krant die zich beperkt tot politiek, economie en cultuur doet geen recht aan de werkelijkheid en zadelt zijn lezer met een kennisachterstand op. Het leven van alledag laat zich niet meer langs de oude indelingen ontleden. Juist waar hoog en laag, persoonlijk en zakelijk elkaar raken vinden de ontwikkelingen plaats die bepalend zijn voor deze tijd.

Het wenkend perspectief van Oosterbaan en Wansink is een courant uit de jaren vijftig, toen de burger amper iets te kiezen had en dat wel zo rustig vond.

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 8 augustus.

7 reacties

  1. Gijs Reulen schreef op 11 augustus 2006 om 15:29

    Ik denk toch dat landelijke dagbladen een keuze moeten maken. Het oorspronkelijke artikel had daarin groot gelijk. Er is verder geen enkel medium dat met één kanaal zelfs nog maar probeert om alle lezers/luisteraars/kijkers tevreden te stellen. Toch willen de dagbladen dat: zo veel mogelijk lezers bereiken door zo breed mogelijk alle onderwerpen mee te pakken. Alsof je probeert met één tijdschrift of één tv-kanaal het hele gezin aan te spreken.

    Over wélke keuzes een dagblad moet maken, móet je wél discussiëren. En volgens mij zou het juist goed zijn als verschillende dagbladen verschillende keuzes maken. Zoals ook tv-zenders, radio-zenders en tijschriften dat doen. Dat geeft elk van hen juist meer bestaansrecht. Beter dominant in één speciaal marktsegment, dan een fractie van alles. Keuzes maken betekent ook één ding goed kunnen doen.

    Zelf lees ik naast de Volkskrant ook het Financieel Dagblad. Veel mensen lezen geen dagblad, maar wel Voetbal International. Waarom geen dagblad dat zichzelf op sportgebied profileert ? Of vrouwen (al die vrouwentijdschriften, dat moet toch te denken geven) ?

  2. Korteweg schiet enorme gaten in het idealistische betoog van Oosterbaan en Wansink. En terecht, want waarom zou een krant alleen maar over politiek, economie en cultuur moeten gaan? Interesses fragmenteren, maar is niet juist de krant het medium dat een overview biedt? Natuurlijk maakt elke krant daarin een eigen selectie. Gijs Reulen zegt in zijn reactie een echte sportkrant te missen. Misschien moet hij AD Sportwereld eens wat vaker lezen. Kranten kiezen wel degelijk: voor zingeving is er Trouw en voor uitgebreide economische verslagggeving kun je bij uitstek bij het FD terecht. Toch is er ook niks mis mee om een brede focus op de wereld te houden, zoals De Volkskrant doet. Zolang je als krant maar niet al te nadrukkelijk op je hurken gaat zitten om het de lezer zo makkelijk mogelijk te maken. Dan voelt die lezer zich namelijk betutteld en niet serieus genomen.

  3. Gijs Reulen schreef op 12 augustus 2006 om 09:47

    Jeroen zegt: ‘Interesses fragmenteren, maar is niet juist de krant het medium dat een overview biedt?’
    Zal best zijn dat de krant dat wil, maar de centrale vraag waar jij, Ariejan en anderen steeds weer aan voorbij gaan: wat wil de consument ? Die wil mogelijk iets anders, want het lezersbereik blijft maar afnemen. Niet zo leuk, maar dus reden om na te denken hoe kranten ook in de toekomst een economisch haalbaar bestaan hebben…

    Zoals ik al eerder betoogde, echte vernieuwing komt meestal van nieuwelingen; dat is in de meeste industrieën zo (zelfs Microsoft heeft daarmee te maken) en kijk bijv naar Metro. Bestaande partijen lopen niet graag risico en zijn meestal te druk met het verdedigen van hun bestaande marktbelangen…

  4. Guy schreef op 12 augustus 2006 om 15:42

    “Een graphic van een soldaat die in volle bepakking naar Uruzgan gaat zegt meer dan een beschrijving van duizend woorden.”

    Wat zegt zo’n graphic dan?

  5. De afkalvende oplages geven niet direct antwoord op de vraag of kranten nu juist breed of specialistisch moeten zijn, Gijs. Dagbladen zitten middenin een transitiefase, dus is het lastig om nu al alomvattende antwoorden te geven. Inderdaad, kranten specialiseren. Metro en Spits gaan heel erg over sterretjes en lifestyle, Trouw over zingeving, AD over sport, FD over economie. NRC.next mikt meer op duiding dan op sec verslaggeving, met een dertigersdoelgroep voor ogen. De ‘grote’ NRC is ook nadrukkelijk een opiniemaker, maar dan met name gericht op een oudere (of moet ik zeggen: traditionelere?) lezer. Welke rol ligt er dan voor de twee brede kranten Telegraaf en Volkskrant? Moeten zij ook segmenteren? Dat is lastig, want zo’n stap kan een misser zijn en is niet makkelijk terug te draaien. Wat voor segmentatie stel jij trouwens voor? Ik kan me voorstellen (heb geen marktonderzoek in mijn achterzak) dat de diehard krantenlezer blijft snakken naar een brede krant. Voor de rechts-populaire snit kiest hij Telegraaf, voor de links-populaire snit kiest hij Volkskrant. Waarom ga jij er bij voorbaat van uit dat die koers geen kans van slagen heeft?

  6. Gijs Reulen schreef op 15 augustus 2006 om 11:09

    @Jeroen: ik weet ook niet of segmenteren een antwoord is, zo bedoelde ik het niet. Ik denk vooral dat het belangrijk iéts van een keuze te maken. Kijken naar ontwikkelingen in andere industrieën en media kan daarbij helpen, evenals goed kijken naar de lezers (waarom haken ze af; mogelijk worden daar te gemakkelijk conclusies over getrokken).

    Specialiseren is op veel plaatsen een belangrijke trend. Daar iets mee doen (alleen nog cultuur, politiek en economie) was een belangrijk punt in het artikel waar Ariejan naar verwijst. Natuurlijk valt op die keuze inhoudelijk van alles af te dingen, maar daar draait het in mijn ogen niet om.

    Structureel afnemende lezersaantallen en omzetten betekenen dat het tijd is om je aan te passen. Terugkijken naar het belang van dagbladen in het verleden is dan niet zo belangrijk (vroeger waren er ook zeer gerenommeerde typemachine-fabrikanten).
    ‘Dagbladen zitten middenin een transitiefase’ zegt Jeroen. Zouden ze moeten zitten, inderdaad, maar zitten ze niet. Het is meer van hetzelfde, vooral buitenkant. Een gulden middenweg die echt keuzes maken uit de weg gaat. Hopen dat het allemaal vanzelf wel goed komt, door de dingen die je doet nóg beter te gaan doen.

    ‘Voor de rechts-populaire snit kiest hij Telegraaf, voor de links-populaire snit kiest hij Volkskrant. Waarom ga jij er bij voorbaat van uit dat die koers geen kans van slagen heeft?’. Omdat deze signatuur al jaren bestaat en de kranten al jaren onder druk staan. Er is ook geen zicht op een opleving. Blijkbaar leidt het dus niet tot een structurele oplossing.

  7. Jan Hiddink schreef op 15 augustus 2006 om 21:32

    De Volkskrant, dat blijkt ook uit de woorden van Korteweg, wil alles tegelijk zijn. Informant en opinieleider. Vriend en schoolmeester. Gids en glossy. Reisleider. Dominee. Roddelkont. Vacaturebank. 24 uur per dag. In de showbizz en de wetenschap. In de onderzoeksjournalistiek. In de sport, de media-coverage, in het lichte verhaal en het erntige betoog.

    Maar met een zo behaagziek produkt is geen lezer gediend. Die vindt steeds meer infomatie op zijn pad waaraan hij misschien in het algemeen, als consument en burger en werknemer, wel behoefte heeft -maar waarvoor hij toch zeker nooit die krant is gaan lezen?

    En elke dag weer, boet de Volksrkant zo verder aan gezag in; wie alles tegelijk wil zijn, is uiteindelijk heel weinig.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>