Paul Molenaar: 80 procent klassieke journalistiek gaat verdwijnen
Waarom was Ilse-directeur Paul Molenaar donderdagavond uitgenodigd voor de bijeenkomst ‘Nieuwe ronde nieuwe kansen’ van de sectie internet van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)? Hij gaf zelf het antwoord: het kwam door de ’sterk masochistische inslag van de beroepsgroep’. Molenaar schetste geen vrolijk toekomstbeeld voor de verzamelde journalisten.
Als één van de vijf kinderen van Paul Molenaar van plan zou zijn om de journalistiek in te gaan, zou dat voor de directeur van Ilse Media (ooit begonnen als journalist) geen reden zijn tot vrolijkheid. De klassieke journalistiek is volgens Molenaar een sterfhuis.
“Je moet blij zijn als er over tien jaar nog één derde van de werkgelegenheid over is”, zei hij aan het begin van de avond. Later schetste hij een nog somberder beeld: uiteindelijk zullen er maar 20 procent van de huidige 13 à 14 duizend journalisten in Nederland overblijven. “Als je kijkt naar Google News, dan zie je dat 80 procent van het nieuws doubleert in de kranten. Dat is natuurlijk vragen om problemen.”
“Redacties van honderd man zijn voorbij”, meent Molenaar. Het is nergens voor nodig om grote redacties aan te houden als alle kranten toch allemaal hetzelfde nieuws brengen. “Middelmatige journalisten die persberichten bewerken, verdienen het om de WW in te gaan.”
Volgens Molenaar zijn er drie trends die de klassieke journalistiek in de problemen brengen. (1) Nieuws is steeds makkelijker gratis te krijgen, (2) er is meer informatie en er zijn meer media en (3) de gevestigde media hebben een grote afstand tot de zaken waarmee de consumenten bezig zijn.
Passie
Molenaars advies aan jonge journalisten (en aan zijn kinderen met journalistieke ambities): vergeet alles wat met klassieke journalistiek te maken heeft. Volgens de Ilse-directeur is er toekomst voor journalistiek die met passie wordt gemaakt. “De informatiebehoefte wordt steeds meer bevredigd door partijen die passie voor een onderwerp hebben.”
Dat onderwerp kan alles zijn: van auto’s tot Afrikaanse mieren. Molenaar verhaalde van een hackerscommunity die geld doneert om de maker van een Xbox360-site in staat te stellen om de spelcomputer uit elkaar te halen en in kaart te brengen. In de toekomst zullen dergelijke vormen van financiering steeds meer voorkomen, denkt de Ilse-topman.
Dat de journalistiek nog een rol heeft te vervullen als waakhond van de democratie gaat er bij Molenaar niet in. “Een ambtenaar die een vertrouwelijk stuk wil lekken, kan dat ook bij een weblog neerleggen.”
Lees ook:
Internetjournalistiek 2.0, Jeroen Mirck op Adfoblog
‘Alleen originele journalistiek blijft over’, P7, Planet Multimedia










18 reacties:
9 september, 2006
Molenaar overschat de invloed van internet schromelijk en onderschat de diversiteit van de Nederlandse journalistiek. Typisch ook dat Molenaar zich laat leiden door wat hij vindt op Google News. Alle kranten publiceren, overigens op internet vaak ongezien, ANP- of Novum-berichten. Waarom? Om volledig te zijn, om bezoekers ook het algemene nieuws aan te bieden. Daarnaast gaat de mankracht veelal naar onderscheidend nieuws. Of lezers dat waarderen, is vers twee. Maar het doubleert in elk geval niet. En vaak (maar dat verschilt per journalist) is het gemaakt met passie.
Zoals Thomas Bruning daar ook al impliceerde; 80 procent van de journalistiek is niet 80 procent van de journalisten. Denk aan alle verslaggevers van regionale kranten, verslaggevers van opinie- en publieksbladen, vakbladen (hoewel dat vaak als ‘inferieure’ journalistiek gezien wordt..). En weblogs? Ja, journalistiek relevante weblogs zijn op een hand te tellen. Meestal zijn het knippers en plakkers van ANP-berichten of berichten van krantensites met een al dan niet scherp geformuleerde mening erbij. Het is op zijn hoogst een aanvulling op de journalistiek, geen vervanging van.
En bovendien, als weblogs journalistieke verantwoordelijkheid krijgen, hoe gaan ze zich dan gedragen…? Juist. hoor en wederhoor, check en dubbelcheck, the whole works! Want anders zijn ze onbetrouwbaar en vallen ze vroeg of laat onherroepelijk door de mand.
Ja, natuuurlijk verandert de journalistiek door internet, en ja, waarschijnlijk vallen er klappen (ook al zijn er al veel gevallen). Maar ik vrees dat Molenaar voornamelijk voor eigen parochie aan het preken is en in zijn geval de wens wellicht de vader kan zijn van de gedachte. (quote: “Een ambtenaar die een vertrouwelijk stuk wil lekken, kan dat ook bij een weblog neerleggen.”)
11 september, 2006
[...] Paul Molenaar: 80 procent klassieke journalistiek gaat verdwijnen – De nieuwe reporter [...]
11 september, 2006
Bloggers (en die vertegenwoordigt Molenaar toch een beetje) roepen mij wat al te makkelijk dat het einde van de klassieke journalistiek nabij is. Op Marketingfacts las ik zelfs: “Het einde van de klassieke journalistiek is denk ik in zicht, eenvoudigweg doordat het niveau dermate dramatisch is gedaald over de jaren en de gemiddelde journalist de principes waarop zijn vak gebaseerd is (integriteit, onafhankelijkheid) niet meer kent.”
Internet heeft ervoor gezorgd dat de nieuwsconsument slimmer is geworden en eerder dingen weet. Daardoor valt hem ineens op dat de journalist soms niet veel meer weet dan hijzelf. Het is niet zo dat de journalist vroeger meer wist, nee, het was de nieuwsconsument die MINDER wist.
Los daarvan: journalisten zijn vaak generalisten die heel veel onderwerpen tegelijk coveren. De nieuwsconsument daarentegen is een specialist; op zijn gebied weet hij enorm veel. Over een direct daarnaast gelegen onderwerp weet hij daarentegen weer veel minder. De journalist schrijft over beide. Dan kan het dus makkelijk gebeuren dat hij op het onderwerp waarin die ene nieuwsconsument specialist is, weinig nieuws voor die persoon kan melden, maar op het gebied van dat andere onderwerp juist weer wel. Als je dan voor ieder specialisme een aparte journalist prefereert, dan kun je die 80 procent van het journaille maar beter niet wegsaneren… ;)
11 september, 2006
Leuke avond overigens, maar dit is inderdaad weer zo’n voorbeeld dat de discussie vaak wordt gevoerd met oneigenlijke middelen en vage begrippen.
Het dunkt mij dat als een weblogger genoeg status en lezers heeft om van ambtenaren lekkende rapporten te ontvangen, hij verdient eraan en houdt zijn onafhankelijkheid in de gaten, we te maken hebben met een onvervalste journalist. Hetzelfde geldt voor de hacker.
Nog even en iemand komt op het idee de beste webloggers en hackers in een ruimte te zetten, te betalen en voila: er is een journalistieke onderzoeksredactie.
Ik ben het oprecht met Kentie en Molenaar eens: internet zorgt voor een ongeevenaarde informatierevolutie. Maar die is echt te complexen om er maar even de gebruikelijke zwartwit-tinten op te schilderen: oude versus nieuwe media, onafhankelijke informatie versus voorlichting, verslaggeving versus opinie.
11 september, 2006
@Erik: maar dat geldt dan toch zeker ook voor journalistiek versus non-journalistiek? Je krijgt dan bijvoorbeeld webloggers die bepaalde eigenschappen vertonen die journalisten ook hebben, sommige meer dan andere. Het is interessant om op die overeenkomsten te letten, maar ik snap de neiging om er dan het label ‘journalistiek’ op te plakken net zo min als de neiging om iets af te serveren omdat het ‘toch geen journalistiek is’. Je krijgt dan al snel dat minachtend wordt gedaan over publicatievormen omdat die bepaalde journalistieke normen niet hanteren, terwijl het doel van die normen ook op andere manieren kan worden bereikt.
Verder vond ik de avond redelijk teleurstellend. Het ging niet over web2.0 of internetjournalistiek 2.0, noch over de vraag hoe de journalistiek zou kunnen worden verbeterd door kansen te grijpen die door de opkomst van het internet worden geboden. Het ging voornamelijk over de vraag of het toch echt een serieus te nemen dreiging is, dat hele internet, en of journalisten er ‘wat mee moeten’ of niet. Een goed onderwerp, voor 1997. Liever had ik gediscussieerd over de vraag hoe je abstracte motto’s als ‘journalistiek als conversatie in plaats van preek’ handen en voeten kunt geven.
11 september, 2006
@Jaap: Inderdaad, het had ook wat mij betreft meer die kant op mogen gaan. Dat had misschien met de diversiteit van het gezelschap te maken?
11 september, 2006
Dat had volgens mij voornamelijk te maken dat een deel van de aanwezigen de stelling dat tachtig procent van de journalisten hun baan zouden verliezen, niet wilde accepteren. Daarom zei ik ook op een gegeven moment dat we het over vernieuwing van de journalistiek moeten hebben vanuit het besef dat die informatiehuishouding sterk verandert, in plaats van dat we zoeken naar manieren om een beroepsgroep zo goed mogelijk te beschermen.
11 september, 2006
Aha, was jij dat…
11 september, 2006
Beste Jaap,
De grens tussen journalistiek en non-journalistiek is uiteraard ook geen rigide grens, maar ik denk ook niet dat er een hedendaagse journalist is die dat zal beweren. Dat hoop ik althans niet.
Zie overigens ook:
” Dat is toch geen ournalistiek!”
http://villa.intermax.nl/digiproject/n/artikelen/uitgeefvormen.htm
Ik heb geen enkele minachting voor anderssoortige informatie, maar ook niet voor journalisten die vinden dat onafhankelijke informatie een markt blijft houden. Of journalisten die niet met veel stelligheid beweren te weten waar het naartoe gaat.
Misschien lopen jullie, Jeroen en Jaap, wat op de troepen vooruit, maar ik vond het zeker geen behoudende discussie en vond dat de aanwezige journalisten in de zaal het meer met Molenaar en Kentie eens waren dan nu schijnt. In ieder geval werd de vraag of “journalisten iets met dat internet moeten” door iedereen als een vraag uit 1997 beschouwd. Ik heb in ieder geval niemand gehoord die dat betwijfelde. Maar misschien heb ik de reacties wel verkeerd begrepen…
11 september, 2006
helaas was ik er niet bij, maar dankzij dit prachtmedium toch op de hoogte van de discussie. Het lijkt er sterk op dat Molenaar’s verhaal ook precies naar het tegenovergestelde wijst: de toekomst voor de beroepsjournalistiek is rooskleurig.
Want:
(1) Nieuws is steeds makkelijker gratis te krijgen
ergo: steeds meer mensen consumeren daardoor steeds meer nieuws (zie Metro, Spits, Google News), en iemand moet dat nieuws toch maken.
(2) er is meer informatie en er zijn meer media
ergo steeds meer outlets voor divers journalistiek werk, varierend van zeer gespecialiseerd en niche tot breed en massa-gericht.
(3) de gevestigde media hebben een grote afstand tot de zaken waarmee de consumenten bezig zijn.
Ik kan me vergissen, maar de ontwikkelingen van de laatste jaren suggereren dat de journalistiek zich wel degelijk steeds meer op de burger aan het orienteren is – lezersredacties en ombudslieden alom, nieuwsprogramma’s en dagbladen reflecteren openlijk op consumentenkritiek, burgerjournalistieke initiatieven bij radio, tv en kranten, een overdaad aan ‘human interest’ (zelfs in de statige opiniebladen) and ‘man in de straat’ interviews, opiniepeilingen, civic journalism, enzovoorts. Om te roepen dat de journalist niet weet wat er leeft is behoorlijk idioot.
Je zou zelfs kunnen opmerken dat zij, die hun dag vullen met websurfen, e-mailen, bloggen en podcasten juist een beetje het zicht verloren hebben wat er op het dorpsplein precies gaande is.
Feit blijft dat de journalistiek het moeilijk heeft en kritisch moet blijven reflecteren op eigen denken en doen. Feit is ook dat er nog steeds meer journalisten ontslagen dan aangenomen worden.
12 september, 2006
Mark! Jij hebt wel heel goed geslapen! :-)
Voor de verandering ben ik het eens in alles met je eens…
20 september, 2006
[...] Is deze man misschien gefrustreerd, omdat zijn werk in gevaar komt, te wijten aan de burgerjournalistiek? Als het een echte journalist betaamt, heeft hij de School voor Journalistiek gedaan (NB: ik heb niks gezegd over afgestudeerd), waarna hij na wat freelancen bij het NRC terechtkwam. Inderdaad, de krant die net als elke andere krant in Nederland lezers verloor en de slag nu (succesvol) probeert te winnen met NRC Next. Dezelfde krant die ook eigenaar is van jongerensite spunk.nl. [...]
26 september, 2006
[...] Kijk vooral eens naar de volgende artikelen: Paul Molenaar: 80 procent klassieke journalistiek gaat verdwijnen Hofland vijf jaar later: de krant is eindig (maar blogs deugen niet) De Yahoo-generatie en het einde van de krant [...]
27 september, 2006
Paul krijgt gelijk, kijk naar Skoeps, initiatief van Talpa en PCM. Een totaal nieuw businessmodel voor een inmiddels niet meer traditionele krantenuitgever……
23 januari, 2007
[...] http://www.denieuwereporter.nl/?p=567 [...]
28 april, 2008
[...] Paul Molenaar stelt dan ook: de klassieke journalistiek verdwijnt grotendeels. (Of sterker: journalistiek is nodig noch relevant in deze eeuw.) Dat is geen doemscenario, maar een logische reorganisatie die de basale noodzakelijke nieuwsvoorziening een tikkie efficiënter zal doen verlopen. Zodat er een boel getalenteerde mensen overblijven die zich weer op andere manieren nuttig kunnen maken – met het schrijven van artikelen, het maken van video’s, het vertellen van verhalen. Die waarde toevoegen, uniek zijn, en informatief. Waarschijnlijk zullen we dat geen journalistiek meer noemen, maar is dat nou zo erg? [...]
31 maart, 2009
“Een ambtenaar die een vertrouwelijk stuk wil lekken, kan dat ook bij een weblog neerleggen.”
Het gaat juist om die ambtenaar die NIET wil dat zijn vertrouwelijke stukken lekken.
3 juli, 2009
[...] een bijeenkomst van de NVJ in 2006 had je nog je bedenkingen over de rol van de journalistiek als waakhond van de democratie. ‘Een ambtenaar die een [...]