Cyntha van Gorp schreef de scriptie ‘De Eerste Kamer en de parlementaire pers; ready to fall in love?’, over de verhouding tussen de senaat en de parlementaire pers. Voor dit onderzoek interviewde ze 18 senatoren, 6 parlementair journalisten en 3 deskundigen. De conclusie: de pers loopt niet erg warm voor de senaat en dat is niet terecht. Met de scriptie won Cyntha van Gorp de Scriptieprijs van vakblad De Journalist. Het bijgaande artikel is een bewerking.
‘De Eerste Kamer? Volstrekt oninteressant’, zo meent het gros van de parlementair journalisten in het Haagse. Eén blik op de statistieken van deze Kamer lijkt dit beeld te bevestigen. Gedurende de zittende termijn zijn slechts tien wetsvoorstellen gewijzigd, twee moesten het veld ruimen en drie stuks werden ingetrokken. Niet echt shockerend dus. Of toch?
“Het is geen puinruimen, maar er moet heel wat worden gedaan aan de wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd”, weet VVD-senator Heleen Dupuis. “Sommige wetsvoorstellen zijn echt te dol, niemand wordt daar beter van”, vult CDA-collega Huub Doek aan. “Op zulke momenten ben ik blij dat er een Eerste Kamer is. Als de Tweede Kamer even de weg kwijt is, kunnen wij er nog een rem op zetten.”
Dupuis en Doek zijn niet de enige senatoren die er zo over denken. Vijftig procent van de kamerleden vindt de kwaliteit van de wetsvoorstellen ‘ondermaats’. Volgens nog eens 44 procent verschilt de kwaliteit per wet of per departement. Hoewel de Eerste Kamer alleen wetsvoorstellen mag goed- of afkeuren en dus niets mag wijzigen (recht van amendement), koestert ze haar opdracht. Elke dinsdag staan de 75 senatoren paraat om de wetsvoorstellen van een final check te voorzien. Niet alleen keuren de kamerleden de toekomstige wetten op haalbaarheid en uitvoerbaarheid, ook toetsen zij ze aan de Grondwet, Europese regelgeving en internationale verdragen.
Gedrochten
Ondanks haar kritiek aan het adres van de Tweede Kamer die klaarblijkelijk slechte wetten vaststelt, heeft de Eerste Kamer sinds juni 2003 bij slechts drie procent van de ruim zeshonderd behandelde wetsvoorstellen ingegrepen. Hoewel veel senatoren dit ‘te weinig’ vinden, noemen ze het wel ‘begrijpelijk’. Sommige wetten – zoals de wet op de Jeugdzorg – zijn compleet stuk geamendeerd door de Tweede Kamer. En dan is het vaak kiezen tussen twee kwaden: een slechte wet of helemaal geen wet.
‘Vervelend, maar dat is het gevolg van democratie’, zo denken veel Haagse verslaggevers, onder wie Toof Brader (NOS Journaal). “Sommige wetten zijn nu eenmaal politiek juridisch vervuilde gedrochten”, meent de journalist die niet warm lijkt te lopen voor extra focus op de Eerste Kamer. Zijn uitgangspunt bij nieuws is: gaat er iets mis? “Ik vind de Eerste Kamer alleen interessant als het wetgevingsproces wordt verstoord of verbroken. En dat komt nu eenmaal beperkt voor”, verklaart Brader. “Je kunt niet van journalisten verwachten dat ze de wetkwaliteit gaan beoordelen. Alleen als deskundigen zeggen dat het niet klopt, liggen wij er bovenop. Als in het stemgedrag van kamerleden echter partijpolitieke overwegingen meespelen, is dat raar. Maar geen senator die dat toegeeft wanneer dit daadwerkelijk gebeurt”, denkt Brader.
Papier
De werkelijkheid blijkt anders: geen van de senatoren beweert soeverein te zijn. Vijftig procent zegt zelfs dat ze zich teveel onder druk laten zetten, bijna zestig procent laat zijn stem afhangen van het landsbelang. “En ook voor de lieve vrede glippen er slechte wetjes doorheen”, erkent senator Doek. Want hoewel de Eerste Kamer geen politiek hóórt te bedrijven, zijn de senatoren lid van een politieke partij met politieke belangen. De koortsachtige oneliners blijven weliswaar uit en de gemoedelijkheid straalt van het Kamergebouw af, maar de regel dat de Eerste Kamer formeel niets te maken heeft met een regeerakkoord geldt vooral op papier.
SP-leider Tiny Kox ergert zich eraan: “De kwaliteit van de wetsvoorstellen is vaak slecht. Het is gelegenheidswetgeving, haastwerk. Gezien de opdracht van de Eerste Kamer zouden we meer wetten moeten afstemmen. Voor veel senatoren is stemmen onbevredigend: je stemt niet voor omdat het een goede wet is maar om politieke overwegingen. We hebben zoiets van: als wij als Kamer dit goedkeuren, hoeven we er eigenlijk niet te zijn.”
Spannend
De beïnvloedbaarheid van senatoren lijkt een publiek geheim. Volgens hoogleraar politiek Joop van den Berg hangt het er vooral vanaf of je wel of niet lid bent van een regeringsfractie. Hij herinnert zich nog goed hoe hij als PvdA-fractievoorzitter zijn nieuwe club voorbereidde op hun nieuwe functie. “Volgens het staatsrecht kunnen wij in theorie ja of nee zeggen op wetsvoorstellen, in werkelijkheid is het ja of ja.”
De hoogleraar staat niet alleen in die visie. Iets meer dan de helft van de zittende senatoren geeft toe dat ze zich te veel aantrekken van partij- of coalitiegenoten, die daar op hun beurt gretig gebruik van maken. “Als een debat moeilijk ligt, zie je wel eens bewindslieden hier rondlopen. Als het heel spannend wordt, bellen ministers me privé op”, verklapt CDA-fractievoorzitter Jos Werner.
Zijn collega van de SGP kan deze taferelen bevestigen: “Als de Eerste Kamer dreigt tegen te stemmen, zie je opeens heel de Tweede Kamer in onze wandelgangen verschijnen. Dan weet je hoe laat het is”, moppert Holdijk.
Ingeslopen
De gedoogcultuur binnen de muren van de Eerste Kamer heeft de parlementaire pers nog niet richting de ingang van het Eerste Kamergebouw bewogen. Haar gebrek aan actualiteit, beperkte invloed en wettechnisch geneuzel bewerkstelligen dat het overheidsorgaan vaak noodgedwongen wordt overgeslagen bij de verdeling van media-aandacht. Bovendien is bij de media min of meer ‘ingeslopen’ dat de Eerste Kamer niet interessant is, verklaart NRC Handelsblad-redacteur Egbert Kalse. “Er wordt geen rekening gehouden met de Eerste Kamer in de wekelijkse planning.”
Alleen als de senaat haar tanden laat zien door het torpederen van een belangrijk wetsvoorstel of in elk geval hiermee te dreigen, staat het ledenrestaurant bol van de journalisten. Dan pas is deze Kamer publiciteit waard. Maar is dat geen tunnelvisie? Senatoren hebben immers niet alleen de macht om slechte wetten áf te keuren, maar ook om slechte wetten dóór te laten gaan. Volgens GroenLinks-senator Diana de Wolff zou een zekere controle goed zijn. “Ik weet niet of wij ons werk wel goed doen. Op dit moment vind ik de Eerste Kamer de doubleur van wat er aan de overkant speelt. Mede door media-aandacht kan het veel beter.”
PvdA-senator Jean Eigeman sluit zich bij dat laatste aan: “Het zou goed zijn voor de scherpte van het debat. Als de pers elke dinsdag voor de deur staat zodat wij ons stemgedrag moeten verantwoorden, kan ik me niet voorstellen dat dit géén invloed heeft”, zegt de sociaaldemocraat.
Zijn partijgenoot in de senaat, Frans Leijnse, ziet die wekelijkse aandacht nog niet zo snel gebeuren. “De pers vindt ons saai en daarom krijgen we geen aandacht. En dat terwijl kritische journalisten de waakhond van staatsorganen zijn.” Verslaggever Kalse (NRC Handelsblad) is het daarmee eens: “Als de Eerste Kamer vindt dat ze zich in haar werk laat beïnvloeden door de Tweede Kamer en de regering, dan zouden wij dat aan de kaak moeten stellen.”
Onzin
De politieke opstelling van de Eerste Kamer is niet de enige reden waarom de media vaker zouden moeten langskomen. Menig senator meent dat er uit de wekelijkse debatten meer dan genoeg te halen is. “Het zou interessant zijn om bij belangrijke vraagstukken de mening van Tweede Kamerleden naast die van Eerste Kamerleden te leggen”, vindt GroenLinks-fractievoorzitter Diana de Wolff. “Als je Maxim Verhagen (CDA) in de Tweede Kamer hoort praten over terrorisme dan kraamt hij echt de grootste onzin uit. Onzin die zijn collega’s hier verwerpen. Voor de nuance kun je beter bij ons zijn.” CDA-senator Thea van Dalen benadrukt de inhoudelijke kant: “Steeds vaker hoor je over de kloof tussen burger en politiek, dus dan mag ik ervan uitgaan dat mensen geïnteresseerd zijn in de inhoud. Bovendien is het ook een kwestie van opvoeding.”
Het enthousiasme van de senatoren werkt vooralsnog niet aanstekelijk op de parlementaire pers. Het politieke gezicht van RTL Nieuws, Frits Wester, vindt de senaat alleen relevant als ze politiek interessant is. “Verder is de Eerste Kamer leuk voor liefhebbers, maar of je daar de samenleving mee moet lastigvallen?” vraagt hij zich hardop af. “Ik betwijfel het.” Zijn collega bij RTL Nieuws, Jos Heijmans, is daar minder van overtuigd. “Eigenlijk is de Eerste Kamer een zeer belangrijk orgaan waar de pers meer bovenop zou moeten zitten. Niemand houdt in de gaten of ze hun werk wel doen, zelf weet ik het ook niet, want ik kom daar nooit. Nu hoeven de senatoren zich niet te verantwoorden, dat is niet goed.”
Doodleuk
Negentig procent van de kamerleden onderschrijft dit; ze verwachten dat de senaat beter gaat functioneren als de media er vaker inhoudelijk bovenop zitten. En daarbij hoeven ze niet eens alle wetsvoorstellen onder de loep te nemen. Kritisch het debat volgen is genoeg. Immers, als een partij het hele debat kritiek op een wetsvoorstel spuit en vervolgens doodleuk voorstemt, is dat op zijn minst opmerkelijk. Eerste Kamervoorzitter Yvonne Timmerman-Buck doet er een schepje bovenop: “Als de pers hier iedere dinsdag zou staan zodat wij ons moeten verantwoorden over ons stemgedrag, zou het heel goed kunnen dat de Eerste Kamer minder politiek wordt.”
Toch is dit geen verklaring van onvoorwaardelijke liefde aan de parlementaire pers. Geen van de leden zit te wachten op een sfeer waarin politieke scheidslijnen worden uitvergroot en Pietje reageert op wat Klaasje over Keesje heeft gezegd. Niettemin is meer persaandacht welkom aan het Binnenhof 22. Zodra de Eerste Kamer meer haar mannetje staat in plaats van alles klakkeloos overneemt, zal ook de Tweede Kamer merken dat het kapot amenderen van wetsvoorstellen averechts werkt. Mogelijk leidt dit zelfs tot een parlement dat bescheidener wordt in haar politieke scoringsdrift en daarom haar werkwijze aanpast en daarmee verbetert.
Wandelgangen
De camera en het notieboekje op dinsdagmiddag kunnen dus een steentje bijdragen aan de werkwijze van de Eerste Kamer. Door nóg vaker lijfelijk aanwezig te zijn, kan de parlementaire pers ook haar eigen voordeel uit deze bezoekjes slepen. Als het contact spontaner ontstaat, zullen – evenals in de Tweede Kamer – de interessante nieuwtjes vanzelf wel door de wandelgangen vloeien.
Ook maatregelen als vaste redacteuren met de portefeuille Eerste Kamer, een regelmatig vragenrondje langs senatoren en meer aandacht voor het staatsbestel binnen de opleidingen journalistiek, kunnen gecombineerd met een persvriendelijker beleid een bijdrage leveren aan de bezegeling van een nieuw Haags huwelijk…
2 reacties