Bloggers blijken geen journalisten

Toen ik vorig jaar oktober als eerste vraagtekens zette bij het journalistieke gehalte van de nieuwe Volkskrant-weblogs werd ik overladen met honende reacties. Ik had er helemaal niets van begrepen, dit soort burgerjournalistiek had juist de toekomst. In mijn opiniestuk in de Volkskrant vroeg ik me af of bloggen wel iets met journalistiek te maken heeft, aangezien verslaggeving niet bepaald populair is bij bloggers; wel het op hoge toon en liefst anoniem, spuien van meningen. Ik schreef vorig jaar: “De meeste deelnemers lijken niet te beseffen dat het de kern van de journalistiek is om op een waarheidsgetrouwe manier verslag doen van relevante gebeurtenissen.”

Ook Arjen Dasselaar veegde de vloer aan met mijn stuk in de Volkskrant waarin ik er “blijk van gaf niets van het fenomeen ‘bloggen’ te snappen”. En wel door me “te beperken tot achterhaalde clichés als anonimiteit en hoor en wederhoor”. Die term hoor en wederhoor kwam niet voor in mijn stuk, maar dat terzijde.

Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik vorige week las dat Dasselaar een scriptie heeft geschreven over het journalistieke gehalte van weblogs in Nederland, waarop hij bij de master opleiding Journalistiek en nieuwe media in Leiden inmiddels cum laude is afgestudeerd.

Onthutsend
Blijkbaar was het toch niet zo’n gek idee om te vragen naar dat journalistieke gehalte van weblogs. De uitkomsten zijn onthutsend, als Dasselaar zijn van tevoren opgestelde criteria voor journalistiek gebruikt is er onder de 292 respondenten van zijn online uitgevoerde enquête maar 1 (0,3%!) blogger die enigszins aan de door Dasselaar gehanteerde definitie van journalistiek voldoet.
Door de definitie en de mate waarin bloggers scoren op de verschillende criteria flink op te rekken, weet de onderzoeker toch nog tot 51 exemplaren te komen (17,5%). De conclusie is duidelijk: de meeste bloggers in dit onderzoek zien zichzelf absoluut niet als journalist en hanteren ook geen journalistieke methoden. En dat terwijl de steekproef van 292 via zelfselectie tot stand is gekomen, een zelfselectie die juist voor een oververtegenwoordiging zou kunnen zorgen van mensen die wel met journalistiek bezig zijn.

De conclusies van het onderzoek zijn des te verbazingwekkender omdat Dasselaar een tamelijk vage en dus ruime definitie van journalistiek hanteert: “Journalism is truth seeking storytelling aimed at citizens, which is editorially independent”.
Het is niet duidelijk waarom Dasselaar voor deze kenmerken gekozen heeft, er is voldoende wetenschappelijke literatuur beschikbaar om tot scherpere definities te komen. Waar zijn elementen als: ‘nieuws’ in plaats van ‘verhalen vertellen’; ‘kritische functie’; ‘controle op de macht’; ‘controleerbaarheid’; ‘niet anoniem’, etc.

Het probleem is dat de kenmerken ‘gericht op burgers’, ‘verhalen vertellen’ en ‘onafhankelijkheid’ helemaal geen specifieke journalistieke kenmerken zijn. Een romanschrijver die een blog bijhoudt voldoet ook aan deze criteria en zou dus bij Dasselaar heel hoog scoren op drie van de vier criteria.

Een ander probleem is dat Dasselaar voor ieder kenmerk maar drie vragen heeft opgenomen in zijn enquête. Het criterium van ‘waarheidsvinding’ is ‘geoperationaliseerd’ in de vragen: welke bronnen gebruik je (andere sites of eigen onderzoek); ga je kritisch om met bronnen en verifieer je de feiten? Dat is natuurlijk geen operationalisatie van dimensies, want een specificatie van wat dat eigen onderzoek zou moeten inhouden ontbreekt. Dasselaar schrijft zelf dat hij dat aan de fantasie van de bloggers overlaat. “Misschien maken ze wel gebruik van andere methodes dan de gewone journalistiek en die willen we niet uitsluiten.” Maar waar die methodes dan uit bestaan en of dat iets met waarheidsvinding te maken heeft, daar komen we niet achter. Misschien zijn er wel bloggers bij met paranormale gaven!

Bloggers bloggen voor zichzelf
Ook bij de feitenverificatie laat Dasselaar aan de bloggers over om te bepalen op welke manier ze die feiten dan checken. Ondanks de ruimte die de bloggers krijgen om zichzelf tot journalist te promoveren, zijn de scores zeer laag. Alleen de scores op onafhankelijkheid zijn hoog (dat is niet vreemd want de meeste bloggers bloggen gewoon voor zichzelf) en dat criterium is dus niet discriminerend voor wie journalistiek bezig is en wie niet.

Omdat er uiteindelijk maar één journalistieke blogger uitrolt, besluit de onderzoeker te gaan compenseren en de normen te verlagen. Laag scoren op waarheidsvinding kan gecompenseerd worden door hoog scoren op onafhankelijkheid en dat is geen probleem want iedereen is zo’n beetje onafhankelijk! Door alles zo op te rekken ontstaat er een groep van 51 bloggers (17,5 procent) die enigszins journalistiek bezig is. En die door Dasselaar meteen “de journalistieke blogger” genoemd wordt.

Dasselaar heeft tien procent van de respondenten gecontroleerd door zelf hun site te bezoeken, maar in tegenstelling tot wat Dasselaar in een interview voor De Nieuwe Reporter zegt, viel onder die ‘controle’ niet het journalistiek gehalte van de site omdat, zo schrijft hij, “onze beoordeling zou net zo subjectief zijn als het antwoord van de respondent”. Dat is een onbegrijpelijke uitspraak, natuurlijk is het mogelijk om via onderzoek vast te stellen of een site voldoet aan bepaalde journalistieke criteria.

Ander domein
Hoeveel moeite Dasselaar ook doet om het journalistieke gehalte van blogs aan te tonen, het resultaat is mager, zelfs met de ruime definities en een zeer summiere vragenlijst. De meeste bloggers hebben overduidelijk geen boodschap aan journalistiek. Daar is verder niks mis mee, de bloggers behoren tot een ander domein dan dat van de journalistiek, met een eigen cultuur en een eigen maatschappelijke functie. Het rare is dat de scriptie daar niet over gaat, ondanks de omineuze titel ‘The Fifth Estate’. Die vlag dekt de lading niet, want over die vermeende rol als vijfde macht komen we niet veel te weten in deze scriptie. Wel dat bloggen weinig met journalistiek van doen heeft.

Peter Vasterman

Peter Vasterman is mediasocioloog (Universiteit van Amsterdam).

Alle artikelen van Peter Vasterman op De Nieuwe Reporter.

  • Een blog is een stuk techniek naar mijn idee en artikelen op een blog kunnen net zo goed in kranten of tijdschriften gepubliceerd worden. De Nieuwe Reporter is ook een weblog.

  • Door de jaren heen zijn beroepen veranderd door enerzijds toepassingen van nieuwe technologie en anderzijds door verschillende mengvormen van maatschappelijke verschijnselen.

    In de mediawereld is door digitalisering zowel elk kanaal als elk proces toegankelijk geworden voor de consument, die door interactie met het medium zelf ook producent is geworden van enerzijds eigen content, maar anderzijds ook openbare content.

    Beroepen als fotograaf, cameraman, redacteur hebben een professionele status vanaf de lijn waarbinnen de burger zelf ook deze bezigheden kan uitvoeren, zonder van een beroep te spreken.

    Nu is dus ook journalistiek aan de beurt. Burgers hebben nu technologie in handen om ook zelf verhalen te kunnen maken, zonder dat ze daarbij professioneel auteur of journalist zijn. We noemen dit dan bloggen.

    Het gaat om de beleving. De amateur fotograaf kent geen emotioneel onderscheid in de beleving van een foto die hij/zij heeft gemaakt ten opzichte van een professionele fotograaf.

    Ik ben van mening dat een blogger die een verhaal openbaar wil communiceren, zich emotioneel niet onderscheidt van de journalist die dat vanuit zijn/haar beroep doet.

    Het woord ‘jounalistiek’ is in deze dan ook te vergelijken met ‘fotografie’. Dus hij/zij die aan journalistiek of fotografie doet…. Dat kunnen dus amateurs zijn maar ook professionals.

  • Hees

    […] De amateur fotograaf kent geen emotioneel onderscheid in de beleving van een foto die hij/zij heeft gemaakt ten opzichte van een professionele fotograaf.

    Nou, dat staat te bezien. Mij dunkt dat een professionele fotograaf die een opdracht van een klant uitvoert een andere beleving kan (en zal) hebben dan een amateurfotograaf die geinspireerd wordt door het moment. Met het bovenstaande argument zal je mij niet van mening doen veranderen. Een mening die behoorlijk overeenstemt met die van Vasterman.

  • Theo Dersjant

    Er zijn fotografen (ook beroeps) en er zijn fotojournalisten. En dat zijn echt twee verschillende beroepen (toevallig maken ze allemaal gebruik van hetzelfde instrument).

    Zo zijn er ook schrijvers (ook beroeps) en journalisten. Die maken ook (toevallig) gebruik van hetzelfde instrument.

    Immers: ook een politieman schrijft verslagen, neemt interviews af, doet aan research… (en wil wellicht de wereld verbeteren). Maar het is toch iedereen duidelijk dat een politieman geen journalist is?

  • EVH

    Daar gaan we weer met de zwartwit-vlakken. Het lijkt vaak wel dat je moet vinden dat alle webloggers burgerjournalisten zijn. En als je dat niet vindt, moet je het tegenovergestelde vinden. En nu toont ook onderzoek officieel aan dat geen enkele webloggers ook maar iets van journalistiek heeft begrepen. OK, eentje dan. Per ongeluk.

    En dat terwijl het echt niet lastig is 5 weblogs te noemen die echt journalistiek zijn (Van Sargasso en Geenstijl tot Misdaadjournalist.web-log.nl, Marketingfacts en Vaart.nl) en dan laat ik buiten beschouwing hen die in het grijze vlak verschijnen maar journalistiek bijzonder relevant zijn (je zal de huisschakers de kost moeten geven die steeds vaker op doggers-schaak.nl komen kijken).

    Ik ben dol op definities, maar als dat soort elementen er niet door gevonden worden is de definitie of de vragenlijst onnauwkeurig of verouderd.

    Bovendien, en ik proef de kwestie vaak onder de oppervlakte, staat de vraag of iets officieel tot de journalistiek behoort (of een weblog is,wat je wil), los van de vraag of iets waardevol is, toch? Ik bedoel, ik vind de vraag of de Volkskrant weblogs journalistiek zijn geen absurde vraag, maar van het antwoord hangt ook de online strategie van de Volkskrant niet af. De papieren krant is ook voor de helft gevuld met zaken die de strenge eisen van de onafhenkelijke en informerende journalistiek niet halen (columns, puzzels, ingezonden brieven, strips), maar maakt het dat minder waardevol?
    Ik ben ook oprecht trots op mijn vak, maar laten we ons superioriteitsgevoel naar andere ‘informatieleveranciers’ een beetje beteugelen.

    NB: Nog een prikkelende vraag om de discussie eens in een ander licht te plaatsen: ik heb de vragenlijst bekeken, maar vraag me af welke tijdschriften of TV-programmaredacties nog aan de definitie voldoen. Ik bedoel de definitie kan dan wel losjes zijn, maar zijn de vragen dat ook? Wie beantwoordt de onderstaande onderzoeksvraag met een resoluut neen? Iemand?

    “44. In practice, I have to take ideological sensitivities or ideological interests of third parties into account when writing articles for my blog.”

  • De discussie zal nog wel een paar jaar voortduren maar ik vind ‘m persoonlijk steeds minder relevant worden. Het gaat er uiteindelijk om waar de meeste mensen hun informatie vandaan halen. Er zijn al hele groepen die zich beperken tot nu.nl en geenstijl, weer anderen lezen alleen de spits of metro en nog een andere club haalt alles uit weblogs. En dan is er natuurlijk nog de grote groep die nog steeds zweert bij traditionele kranten. Eigenlijk maakt het allemaal niet zo veel meer uit: er zijn veel alternatieven en evenveel mogelijkheden om de betrouwbaarheid te controleren. De vraag is alleen of nieuwsconsumenten daar wel zin in hebben en tijd voor vrij kunnen maken.

    Maar hoe je het ook wendt of keert: bloggen heeft juist heel veel te maken met journalistiek. En dat is geen uitspraak over kwaliteit, snelheid of kwantiteit. Het is gewoon zo.

  • Helaas lijken trackbacks niet te werken (bugje?). Daarom maar even zo: zie http://www.kolesqueeste.nl/pivot/entry.php?id=1426 voor mijn $0.02

  • Aangezien ik als tweede lezer mede-verantwoordelijk ben voor Arjan’s werk, ook maar een tweetal centen. Ik vind Arjan’s werk een frisse kijk op het fenomeen. Er is zeker van alles af te dingen op zijn definities en onderzoeksinstrument, maar gegeven de context (het is een afstudeeronderzoek in zeer beperkte tijd met beperkte middelen uitgevoerd) is het een waardevolle bijdrage aan het lopende debat.

    Daarnaast heeft Arjan geprobeerd de klassieke, veelal normatieve visie over journalistiek te verenigen met innovatieve, nieuwe ideeen over wat publieke informatie is of wat ‘journalistiek’ kan zijn – en daarmee is hij een van de zeer weinigen onder ons academici. meestal kiezen we, zoals hiervoor terecht opgemerkt, voor een van de twee kampen. Doordat Arjan dit niet doet, maakt hij zich kwetsbaar voor eenvoudige kritiek van beide kanten. Hulde, dus. ik hoop oprecht dat hij overweegt zijn werk uit te breiden in een promotieproject.

    Zoals hiervoor geschreven: op het moment dat je zwartwit definities aan de werkelijkheid gaat opleggen doe je misschien wel zuiver sociaal-wetenschappelijk onderzoek, maar dragen je resultaten niet bij aan een gedegen begrip van wat er eigenlijk gaande is en hoe dit beleeft wordt door de mensen (bloggers en journalisten – in alle mogelijke mengvormen daarvan) in kwestie.

    Terug naar de kern: het feit dat er nu niet alleen een paar duizend gesalarieerde journalisten, maar ook honderdduizenden gewone burgers meedoen aan het publieke debat is toch ontzettend veel beter dan de situatie van vroeger toen alleen een stelletje blanke mannen in rokerige redactieruimtes het in de media voor het zeggen hadden? wat is hier nu zo bedreigend of moeilijk aan?

  • Erik van Heeswijk

    “Het feit dat er nu niet alleen een paar duizend gesalarieerde journalisten, maar ook honderdduizenden gewone burgers meedoen aan het publieke debat is toch ontzettend veel beter dan de situatie van vroeger toen alleen een stelletje blanke mannen in rokerige redactieruimtes het in de media voor het zeggen hadden?”

    @Mark: Ja. Wat mij betreft zonder enig voorbehoud ja. En daarom ben ik blij juist in deze prachtige spannende tijden journalist te zijn. Dat bedoelde ik met dat journalisten moeten uitkijken met hun gevoel voor superioriteit. Dan gaan we kansen missen. Wat ik altijd noem ‘de redactionele samenleving’ wordt en is een feit, en daarmee worden journalisten broodnodig en als het goed is heel blij van.

    Daarbij heb ik juist over de scriptie, die ik interessant vind, een beetje het tegenovergestelde gevoel. Behalve dat Dasselaar een synthese van oude definities en moderne ideeen bewerkstelligt laat hij onbewust zien dat sommige (normatieve) aspecten van wat we vroeger belangrijk vonden aan journalistiek minder relevant worden (en in de praktijk de idealen altijd al nauwelijks vervuld werden!). Dat Dasselaar dat beseft blijkt uit zijn paniekreactie: toen slechts 1 weblog aan de vraag voldeed volgende een kleine statistische truc. Terecht. Naar mijn smaak is de uitkomst van 0,3% een absurdum en geen ‘prikkelende stelling’. Dan heb je iets als onderzoeker niet helemaal lekker gedaan en ben in het ravijn tussen theoretie en praktijk gevallen.

    Wat je wel zou kunnen afeleiden: niet alleen de verschillende mediatypen convergeren, maar ook de verschillende uitdrukkingsvormen. De grenzen tussen burgerredactioneel, journalistiek artikel en desko-mening zijn steeds moeilijker aan te geven. Dat vaststellen is ook winst, maar of dat met de scriptie bedoeld werd?

  • Ik ken de scriptie van Dasselaar niet, maar de schrijver van dit artikel doet het voorkomen alsof bloggers journalistiek (bijna) irrelevant zouden zijn. Dat getuigt van een afkeer van het fenomeen in het algemeen. Toch zit de schrijver hier op een blog zijn verhaal te doen, en alle zichzelf serieus nemende medialogen lezen het op deze blog. Velen bloggen zelf, net als 100 miljoen anderen. Zo participeert men voor het gevoel aan het publieke debat, ieder op eigenwijze. Hierbij wordt een ongelofelijke hoeveelheid ‘authentieke content’ geproduceerd, waaraan kennelijk zulk een behoefte is, dat de digitale ‘oplage’ iedere 5 maanden ofzo verdubbelt. En de journalist zelf werkt er net zo hard aan mee. Deze discussie is daarom niet relevant, omdat deze plaatsvindt temidden van de enorme verschuiving die nu plaatsvindt in het gedrag van met name de jongere mediaconsument. De papieren krant, met haar giftige inkten en andere mileuvervuilende aspecten heeft wel degelijk haar langste tijd gehad. Dit blijkt maar weer uit het feit dat het publiek minder bereid is er geld voor uit te geven, en kun je over 20 jaar wellicht de gratis kranten aan de straatstenen niet meer kwijt. Wie zal het zeggen?

  • Interessant al die reacties, maar vrijwel niemand gaat in op de kernvraag: zijn weblogs een vorm van journalistiek of niet. Die kwestie is belangrijk omdat je eisen mag stellen aan een publicatie die je als journalistiek beschouwt. Dan is het geen fictie, geen reclame en geen voorlichting.

    In sommige reacties wordt gesteld dat “die vraag steeds minder relevant is omdat het er uiteindelijk om gaat waar mensen hun informatie vandaan halen.” Ik zou zeggen als blijkt dat veel mensen hun informatie halen bij weblogs als Geenstijl is het des te belangrijker om de vraag naar het journalistieke gehalte te stellen. Het is van belang om te weten of mensen op een enigszins betrouwbare manier worden geïnformeerd over wat er gaande is in de samenleving.

    Een ander misverstand is dat als een weblog geen journalistiek is, dan deze dan niet waardevol is. Een blog kan heel waardevol zijn, net als een roman, een soap of een stripverhaal.

    Iemand anders schrijft: als er geen blogs gevonden worden die aan de definitie voldoen, deugt de definitie niet. Dat is een rare kronkel: als een toneelstuk niet voldoet aan de criteria voor een musical, deugt de definitie van een musical dan niet?

    Dan de opmerkingen van Mark Deuze:
    ‘er valt van alles af te dingen op definities, maar in de zeer beperkte tijd,’ etc. Dat is een zwak argument: het gaat hier wel om een cum laude geval dat ook bij De Nieuwe Reporter werd gepresenteerd als degelijk onderzoek. Ga dan de discussie ook aan over de gevolgde methoden.

    “Daarnaast heeft Arjan geprobeerd de klassieke, veelal normatieve visie over journalistiek te verenigen met innovatieve, nieuwe ideeen over wat publieke informatie is of wat ‘journalistiek’ kan zijn”
    Van dat innovatieve heb ik niet veel gemerkt: ik vind het juist een buitengewone conventionele definitie van journalistiek. Nieuwe ideeën ontbreken juist in deze scriptie: wat is nu het vernieuwende aan weblogs, ontwikkelen bloggers nieuwe methodes om betrouwbaar nieuws te genereren, de politiek te controleren, etc.?

    “Op het moment dat je zwartwit definities aan de werkelijkheid gaat opleggen doe je misschien wel zuiver sociaal-wetenschappelijk onderzoek, maar dragen je resultaten niet bij aan een gedegen begrip van wat er eigenlijk gaande is en hoe dit beleeft wordt door de mensen (bloggers en journalisten – in alle mogelijke mengvormen daarvan) in kwestie.”

    Dat vind ik voor een wetenschapper een merkwaardige opmerking: wetenschap bedrijven zonder definities lijkt me moeilijk: hoe kun je uitspraken doen over het journalistieke gehalte van een publicatie zonder een beeld van wat journalistiek is of zou moeten zijn?
    Mark zal toch ook niet ieder artikel met voetnoten als wetenschappelijke publicatie beschouwen. Dezelfde vraag ten aanzien van het journalistieke gehalte kun je ook stellen wat betreft het wetenschappelijk gehalte van een onderzoek.

    “Terug naar de kern: het feit dat er nu niet alleen een paar duizend gesalarieerde journalisten, maar ook honderdduizenden gewone burgers meedoen aan het publieke debat is toch ontzettend veel beter dan de situatie van vroeger toen alleen een stelletje blanke mannen in rokerige redactieruimtes het in de media voor het zeggen hadden? wat is hier nu zo bedreigend of moeilijk aan?”
    De enige partij die zich bedreigd voelt, zijn de mensen die in de weblogs de toekomst zien. Bloggers leveren een grote bijdrage aan het publieke debat, maar dat doen Jensen, Harry Mulisch en Jan Marijnissen ook, zonder journalist te zijn.

    Peter Vasterman

  • Maar voor wie is het dan belangrijk om die vraag te stellen? Volgens mij vooral voor de journalisten. Het werkt een beetje hetzelfde als bij ons, bibliothecarissen en informatiebemiddelaars. Wij staan dagelijks, al jaren lang en nog jaren lang stil bij onze eigen rol maar het grote publiek heeft geen tijd om stil te staan bij dat soort vragen: zij kiezen vaak de weg van de minste weerstand en die met de prettigste aankleding of navigatie.
    En wij maar vragen blijven stellen…in plaats van antwoorden bieden.

    Aardig in dit verband:
    http://darmano.typepad.com/logic_emotion/2006/10/blogademia.html

    En het is geen doelbewuste verwijzing naar een blog, het is het meest relevante in dit kader dat ik vandaag ben tegengekomen. En naast de rss heb ik toch ook echt drie papieren kranten gezien, de HP, en een journaal.

  • Pingback: MediaBlog » Vasterman blijkt een domme geleerde()

  • Erik van Heeswijk

    “Iemand anders schrijft: als er geen blogs gevonden worden die aan de definitie voldoen, deugt de definitie niet. Dat is een rare kronkel: als een toneelstuk niet voldoet aan de criteria voor een musical, deugt de definitie van een musical dan niet?”

    Beetje gemakkelijk. Peter, het ging me juist even niet om de sofisterijen en ik snap heus dat er zuiver theoretisch beschouwd iets vreemds staat. Ik bedoel alleen dat je met een vage definitie een hoop kunt wegredeneren. Als je een musical definieert als een theaterstuk waarin Steven Spielberg zingt, zijn er ineens geen musicals meer.

    Theoretische kaders en definities zijn prima, maar we moeten wel reeel blijven:
    Het is voor mij zo duidelijk dat er journalistieke weblogs zijn dat als ik moet kiezen tussen die wetenschap en de sociale wetenschap ik de voorkeur aan de eerste geef. Ben ik maar even onbegrijpelijk eigenwijs.

  • “Bloggers blijken geen journalisten”

    of

    “Journalisten Blijken Bloggers”?

  • “In sommige reacties wordt gesteld dat “die vraag steeds minder relevant is omdat het er uiteindelijk om gaat waar mensen hun informatie vandaan halen.” Ik zou zeggen als blijkt dat veel mensen hun informatie halen bij weblogs als Geenstijl is het des te belangrijker om de vraag naar het journalistieke gehalte te stellen. Het is van belang om te weten of mensen op een enigszins betrouwbare manier worden geïnformeerd over wat er gaande is in de samenleving.”

    Volgens mij zijn er verschillende discussies mogelijk: Je kan constateren dat het merendeel van de blogs niet journalistiek is en dus dat de opkomst van de blogosfeer – in tegenstelling tot wat bepleiters van burgerjournalistiek beweren – een slechte zaak is voor de democratische samenleving. Zoals dat ook over de tv vaak wordt beweerd (zie onder meer Bourdieu, Neil Postman).

    Je kunt ook de opkomst van de blogosfeer als een gegeven beschouwen. De vraag die dan relevant is, is niet zozeer zijn weblogs in zijn algemeenheid journalistiek, maar eerder: welke weblogs zijn al dan niet journalistiek? Of: welke ‘content’ komt op welke manier tot stand, en hoe geven lezers daar weer betekenis aan? Of: hoe kunnen journalistieke organisaties daarop inspelen?

    Het draait daarbij in mijn ogen dan om twee begrippen: ‘transparantie’ en ‘mediawijsheid’. Transparantie: Geven bloggers/journalisten zelf aan hoe en vanuit welke hoek ze opereren? Mediawijsheid: het vermogen van de lezer om ‘content’ op waarde te schatten, om ook als content niet transparant is, de achterliggende mechanismes te ontwaren.

  • We weten niet welke administrator het laatste comment heeft toegevoegd – nu we het toch over transparantie hebben :-) – maar mij lijkt het wel het verstandigste tot nu toe. De simpele, bijna kinderlijke indeling waarbij blogs buiten de journalistiek worden gehouden brengt ons – de journalistiek, bloggers, de democratie, de samenleving – geen stap verder.

    Is het niet spannender om genres die we uit de media kennen te vergelijken met soorten blogs? En daar normen uit te filteren die bepalen wanneer we nog spreken van goede journalistiek en wanneer niet? Dan kunnen we – tweede dimensie aan dat onderzoek – ook nog formuleren wat goede journalistiek precies is, want waarom zou de definitie daarvan versteend moeten zijn.

    Ik bedoel dit: is een politieke column journalistiek, of zit de mening hier de onafhankelijke feiten in de weg? Is het uebergenre van de opinietijdschriften journalistiek (ja, uiteraard), maar waarom gelden daar dan kennelijk andere normen dan voor Nova? Is RTL Boulevard een journalistiek programma, en welke invloed heeft dat dan op hoe de definitie verandert? Is Cobouw een journalistiek blad?

    Kijk dan nog eens opnieuw naar weblogs, in Nederland maar graag ook daarbuiten. En stel vast dat de diversiteit van blogs de journalistiek en de media dwingt tot een verschrikkelijk ingewikkelde en uitdagende bepaling van de eigen positie. Daarbij hoeven we de journalistieke waarden niet kapot te relativeren, maar moeten we die wel ter discussie stellen en aanvullen.

  • @Henk: Die Administrator ben ik, Martijn de Waal. Automatische instelling, zal dat eens omzetten.

  • Ik zou graag de overweging willen toevoegen dat het maar de vraag is hoe zinvol het is om naar het journalistieke gehalte van weblogs te kijken, omdat het begrip is ontstaan in een andere mediacontext, waarover ik op DNR al eerder schreef. Peter Vasterman stelt dat wanneer blogs journalistiek zijn, je daardoor eisen aan ze kunt stellen, en dat het daarom zinvol is om te onderzoeken of ze journalistiek zijn of niet. Dat is tot op zekere hoogte waar, maar volgens mij leidt die benadering al snel tot een dwaalspoor, omdat journalistiek een normatief begrip is, en als theoretisch begrip vrijwel onbruikbaar wanneer het erom gaat om de bijdrage van weblogs aan het publieke debat op juiste waarde te schatten. Arjan Dasselaar heeft er goed over nagedacht, maar ook met een definitie als ‘truth seeking storytelling aimed at citizens’ kun je volgens mij niet zoveel. Journalistiek is in die optiek dus verhalen vertellen, diffusie (verspreiding) van informatie naar burgers, terwijl weblogs intrinsiek conversationeel zijn.
    Dasselaar verweet Vasterman kennelijk eerder al zich te beperken tot achterhaalde clichés als hoor en wederhoor en anonimiteit, maar het punt is je niet zoveel overhoudt als je het begrip afpelt: op internet is het begrip journalistiek precies even achterhaald en clichématig. Om mezelf maar even kansloos te quoten: “Het is immers maar de vraag of de processen die op internet de maatschappelijke functie gaan vervullen die de journalistiek tot op heden heeft gedaan, nog wel ‘journalistiek’ genoemd kunnen worden. Natuurlijk, begrippen zijn rekbaar, maar als je te hard trekt aan het woord komen er scheuren in en dondert de inhoud eruit – en het is de vraag of het heel zinvol is om te speuren naar verschijnselen die al dan niet toevallig uiterlijke of inhoudelijke gelijkenis vertonen met de traditionele journalistieke beroepsuitoefening.”

  • Ik blijf erbij dat de grote media technologie ontwikkelingen (audio, foto, video, web) ertoe hebben geleid dat de consument meer en meer prosument is geworden. Dat resulteert in amateurs in de keten. Iemand noemt zichzelf ook ‘amateur fotograaf’, wanneer zijn hobby niet resulteert in een duidelijk omlijnd beroep. Maar de hoeveelheid plezier hoeft er niet minder om te zijn. Zo zie ik dat ook voor bloggers, misschien wel ‘amateur journalist’. wel de inhoudelijke bevrediging haar of zijn ‘nieuws’ op het web te zetten, maar toch niet de uitoefening van een beroep. Dus we moeten het woord ‘journalistiek’ niet al te letterlijk binnen te strenge kaders plaatsen, net zo goed als we dat dus ook niet meer doen met het woord ‘fotografie’. Zo zijn we er toch uit….?

  • @Jaap en @Peter

    “Het is immers maar de vraag of de processen die op internet de maatschappelijke functie gaan vervullen die de journalistiek tot op heden heeft gedaan, nog wel ‘journalistiek’ genoemd kunnen worden.”

    Je kunt inderdaad vaststellen (of onderzoeken hoe precies) dat de meeste bloggers op andere manieren werken dan journalisten. Je kunt ook vaststellen dat de manier waarop het publiek zich informeert en een opinie vormt hierdoor verandert.

    Maar je kunt dan toch ook vaststellen – en dat vind ik waardevol aan de bijdrage van Peter Vasterman – dat wanneer de manier van werken van webloggers de gehele journalistiek zou vervangen (waar ik niet in geloof), we dan iets waardevols verliezen in de samenleving?

    Er is toch een punt te maken, dat juist in een medialandschap dat bol staat van opinies, meningen, en bij elkaar gesprokkelde informatie, het goed zou zijn als er instituties zijn die zich als doel hebben gesteld om onafhankelijk verslag te doen? Ik geloof er eerlijk gezegd niet in dat – zoals in het burgerjournalistieke ideaal in extremis – er vanzelf van dat soort mechanismes zullen ontstaan op internet, die de huidge media in zijn geheel zullen vervangen. (Al zullen zij de bestaande media zeker aanvullen en aanvallen)

    Je kunt dan bediscussieren of de huidige journalistieke instituties dat op een goede manier doen, of dat er wellicht nieuwe instituties naast of zelfs in de plaats komen, maar ik hou hier graag een pleidooi voor het voortbestaan van institutionele organisaties van professionele verslaggevers die op transparante wijze verslag doen van de samenleving.

    De manier waarop deze organisaties werken zal wellicht veranderen. Al is het maar omdat ze (deels) gecontroleerd zullen worden door bloggers, belangenverenigingen, politieke partijen etc. Omdat ze onderdeel uit gaan maken van een ‘ecosysteem’ van zoekmachines, sociale netwerken etc. En omdat ze niet meer een publicatiemonopolie hebben.

    Misschien is het dan ook eens tijd om de discussie te verleggen: niet zozeer wie zijn de ‘echte’ journalisten, maar zoals Henk Blanken voorstelt: wat zijn nu waardevolle/goede manieren van verslaggeving? Welke paradigma’s worden er precies gebruikt in de journalistiek en daarbuiten – bv. het conflictmodel, overdreven gerichtheid op ‘nieuws’, (lees ook Joris Luyendijks boek Het zijn net mensen) -, en welke nieuwe paradigma’s/repertoires zouden er wellicht waardevoller zijn?

  • Pingback: Planet Multimedia BlogNoot()

  • Paul Teixeira

    De gemiddelde weblogger is geen journalist, naar mijn bescheiden mening. Hij/zij houdt een publiekelijk toegankelijk dagboekje bij waarin hij/zij zijn/haar kijk op gebeurtenissen geeft.

    Vaak zijn weblogs vermakelijk, bijvoorbeeld omdat de persoon in kwestie een andere of leuke blik op de wereld heeft. Maar om dat nou journalistiek te noemen?

    Vorm ik mijn mening over het conflict tussen Israël en de Arabische wereld op basis van een weblog van Mien Spruitjeslucht die haar mening nu eindelijk onverkort aan de wereld kan communiceren? Of hecht ik meer waarde aan artikelen van journalisten die in ieder geval een vakmatige behandeling van de zaak geven (u weet wel, met research, hoor en wederhoor, dat soort dingen)?

    Wellicht ben ik als hoofredacteur niet objectief genoeg als het om de vraag ‘zijn webloggers journalisten’ gaat. Maar Mien Spruitjeslucht en haar collega-webloggers zijn in mijn ogen slechts een leuke bron van vermaak en leesplezier. Niet minder en zeker niet meer dan dat.

    Paul Teixeira

  • Pingback: Are you hung up? » Sommigen willen het echt niet begrijpen()

  • Pingback: C L O S E R » Farfour / Mickey’s Jihad - Hoax of dreiging en de rol van de Nederlandse bloggers en pers()