Ik was vroeger makelaar. Toch bleef het een mysterie waarom klanten mijn courtage wilden betalen. Immers, ik was geen bouwkundige, en ook geen advocaat. Een makelaar geeft dan ook geen enkele garantie af.
Mijn klanten betaalden mij omdat ze geloofden dat ik het Geheim van de Markt kende. Dat ik wist hoeveel een appartementje mocht kosten.
Dat is een mythe. De waarde van een pand is wat de klant er voor wil betalen. Een betere definitie is er niet. Het is dus juist de klant die waarde kent. Niet de makelaar.
De makelaar opereert in een volstrekt subjectieve omgeving. Maar zijn bestaansrecht is de illusie van objectiviteit. De makelaar zou De Echte Waarde kennen.
De enige objectieve waarde van de makelaar ontleent hij aan zijn informatievoorsprong. Hij kan in de computer kijken welke panden voor hoeveel verkocht zijn. En internet knabbelt volop aan deze informatievoorsprong.
De priester opereert ook in een volstrekt subjectieve omgeving. Ook hij ontleent zijn bestaansrecht aan de illusie van religieuze kennis. Het idee dat een priester dichter bij God zou staan.
Maarten Luther heeft die mythe doorgeprikt. Dat is een onvergeeflijke, maar ook onherstelbare fout geweest. Als de dominee je niet bevalt, dan begin je gewoon je eigen kerk. Immers de dominee staat niet dichter bij God dan de leek.
En wat is het resultaat? Een ongekende religieuze versplintering. Een kakofonie van religieuze boodschappen. Zijn we daar beter van geworden? Zijn Protestanten gelukkiger dan Katholieken? Zijn zij dichter bij God?
De journalist heeft ook zo’n beroepsmythe. Hij zou Objectief, Deskundig en Zorgvuldig zijn. Hij zou kennis hebben van Het Ware Nieuws. En wij willen betalen voor de krant, waarin hij De Boodschap verspreidt.
Maar nu dreigt het internet deze mythe door te prikken. Rathergate, de vervalste foto’s van Reuters, de aanvallen van GeenStijl op ‘de Azijnbode’. En bovendien neigt de journalistiek er zélf naar om haar informatievoorsprong (middels check en double-check) overboord te zetten ten gunste van kostenbesparingen en tijdswinst.
Wat te doen? Carel Kuyl (NOVA) en Hans Laroes (NOS Journaal) weten het wel: de mythe moet in stand blijven. Het is immers het bestaansrecht van de journalistiek.
15 reacties