De Volkskrant gaat een gratis krant beginnen, die qua inhoud ergens tussen de Spits en de Volkskrant in komt te staan. De nieuwe krant “zal zich niet richten op verdieping en achtergrond zoals de overige kranten van PCM dat doen”, aldus een woordvoerder van het uitgeefconcern tegenover NRC Handelsblad. Vanuit een marktlogica heeft de Volkskrant gelijk dat ze op deze manier proberen jongeren en jongvolwassenen te trekken die nu het medium dagblad links laten liggen. Vanuit een maatschappelijk oogpunt zijn er wel vragen bij te stellen.
Wat betekent het op termijn voor de kwaliteit en diepgang van het maatschappelijk debat als men alleen de zogenaamde ‘feiten’ tot zich neemt en de context waarin die feiten betekenis krijgen voor lief neemt? Uiteraard zijn er andere instellingen, de openbare bibliotheken bijvoorbeeld, waar men voor die duiding terecht kan. Maar ook daar zijn de gebruikersaantallen dalende. Welke kant gaat het op met de pers en de openbare bibliotheken, die pijlers van de informatievoorziening in onze democratie?
Karl Popper
Vrijheid van informatiegaring en -verspreiding is een groot goed dat het verdient overeind gehouden te worden. Enkele weken geleden verklaarde (toen nog) minister Donner dat hij graag de wettelijke middelen ter beschikking had gehad om Madonna van het kruis te halen. Voor Eddy Terstall en Hans Teeuwen was dat reden om weer eens op de bres te springen voor de vrijheid van meningsuiting.
De verhitte discussies over informatie- en uitingsvrijheid volgend op de moord op Theo van Gogh hebben ons bijna doen vergeten dat die vrijheden eigenlijk geen doelen op zich zijn, maar middelen om iets anders in stand te houden: de publieke sfeer. Een vrije samenleving heeft baat bij geïnformeerde burgers die het politieke en maatschappelijke debat volgen en er indien gewenst actief aan deelnemen. Ook heeft die samenleving behoefte aan het aan het licht komen van misstanden en de onderlinge confrontatie van meningen en argumenten. De evolutionaire kennisleer van Karl Popper indachtig zegevieren in de strijd der meningen in een open samenleving de goede ideeën en argumenten en delven de slechte het onderspit. De samenleving is voor haar ontwikkeling bij juist die ideeën gebaat.
Ondertussen wordt er ook zonder manifesten iedere dag informatie gegaard en verspreid alsof er niets aan de hand is. Misschien is er ook wel niet zoveel aan de hand. De moderne samenleving naar westerse snit heeft immers niet alleen de wetten, maar ook de instituties die aan het recht op informatie dagelijks gestalte geven. Zo is daar de pers. Elke dag verschijnen er ruim vier miljoen krantenexemplaren en worden de nieuwsbulletins op radio en tv door honderdduizenden beluisterd en bekeken. Op deze wijze wordt gestalte gegeven aan de actuele nieuwsvoorziening en de uitwisseling van meningen, zeg maar de informatieproductie en -verspreiding. Dan zijn er de gezamenlijke openbare bibliotheken, met ruim 1000 vestigingen, meer dan vier miljoen leden (van wie de helft kinderen en jongeren) en zo’n 250.000 bezoeken per dag. Zij maken informatie en cultuur – zowel actuele als die van eerder datum – toegankelijk voor wie ze maar ter kennis wil nemen. Met die vrijheid van informatie zit het dus wel goed, ben je geneigd te denken.
Crisissfeer
Toch heerst er een crisissfeer rond de publieke sfeer. De negatieve stemming wordt gevoed door de negatieve tendensen in zowel dagbladoplages als boekuitleencijfers. Waar gaat dat heen, is de vraag die op veler lippen brandt. Op internet wemelt het van de gratis nieuwsdiensten voor het harde nieuws en weblogs voor de meningen. Zoekmachines toveren duizenden hits tevoorschijn na het intikken van luttele zoektermen, met vaak goed bruikbare bronnen bij de eerste tien. Internetters besparen zichzelf hiermee een fietstochtje naar de bieb, een worsteling met het classificatiesysteem aldaar, en het moeizaam zoeken naar de signatuur van de gezochte boeken in de boekenkasten.
Het gemak dient de mens en dus is internet een zegen. Maar er blijft iets knagen. Hoe betrouwbaar zijn die internetbronnen eigenlijk? Van de goede oude pers en bibliotheek weet je zeker dat ze onafhankelijkheid hoog in het vaandel hebben staan, al definiëren ze die zeer verschillend. De pers moet vooral van overheidsinmenging niets hebben. Subsidie wordt alleen aangevraagd als het echt niet meer anders kan. Ze leveren zich wel uit aan de vrije markt, aan adverteerders die dan liever geen vervelende verhalen over zichzelf in de redactionele kolommen tegenkomen. Met redactiestatuten wordt de commerciële inmenging zo goed en zo kwaad als het gaat op een afstand gehouden.
Bibliotheken moeten daarentegen van de markt weer niets hebben. Ze wentelen zich behaaglijk in de schoot van de (gemeentelijke) overheid. Een vaste geldstroom garandeert een collectiebeleid dat aan alle maatschappelijke wensen tegemoetkomt – zowel een ongekleurd, algemeen deel als een pluriform palet aan levensovertuigingen en leefstijlen. Hoe dan ook, pers en bibliotheken knallen niet zomaar alles in het publieke domein maar maken afwegingen. Elk op hun eigen wijze streven ze naar onafhankelijkheid, toegankelijkheid en betrouwbaarheid. In die kwaliteitseisen investeren ze geld, tijd en menskracht.
Doodlopende weg
Die investeringen zijn op de lange termijn alleen op te brengen wanneer de klant bereid is voor kwaliteit te betalen. Daar wringt momenteel de schoen. De onstuimige beginjaren van het internet die we net achter ons hebben, hebben de jongere generaties de indruk gegeven dat informatie normaal gesproken gratis is. Je bent nog net geen loser als je ervoor betaalt. Ondertussen pompen diezelfde jongeren wel duizenden euro’s in de ringtone-economie en de sms-diensten van RTL, SBS en Talpa. Kranten en bibliotheken spelen op de trend in door gratis kranten te gaan verspreiden en contributievrijheid voor de jeugd tot 18 jaar te bepleiten in plaatsen waar die niet meer bestaat.
Op termijn is dat een doodlopende weg. Zeker de dagbladen, maar ook de bibliotheken kunnen het verdampen van de gebruikersbijdragen wel een tijdje opvangen, maar er komt een moment waarop op de kwaliteit van de dienstverlening moet worden ingeleverd. Wat nodig is, is het verbreiden van het besef dat kwaliteit geld kost, zeker als het om informatie gaat. Het is misschien geen slecht idee als pers en bibliotheken deze handschoen gezamenlijk oppakken. Staan voor je zaak: ja, wij bieden kwaliteit en overzichtelijkheid in de informatiejungle van vandaag, en ja, daar ga jij voor betalen. Journalisten én bibliothecarissen hebben immers een professioneel belang bij een goed geïnformeerde lezersschare: hoe kritischer het publiek, hoe professioneler en beter de dienstverlening moet zijn. De taakverdeling is helder: de pers maakt actuele ontwikkelingen openbaar, de bibliotheken houden deze informatie beschikbaar voor de openbaarheid.
4 reacties