De nieuwe journalist heet Webbie 3.0

De Stanford workshop ‘online publishing’ beloofde vorige week hét antwoord op succesvol publiceren op het internet. Ik kon een lichte teleurstelling niet onderdrukken toen het antwoord van de docenten niet veel verder kwam dan ‘crossmediaal werken’ en ‘maak optimaal gebruik van zoekmachines’. Wel interessant was de buzz die de kop opstak naar aanleiding van het artikel van John Markoff over web 3.0 in The New York Times. Door de toevoeging van ‘betekenis’ aan huidige applicaties als mash ups verandert de wereld van sales en marketing wederom. Net als de rol van de journalist. Want hebben we die eigenlijk nog wel nodig?

Volgens Markoff is de belangrijkste toegevoegde waarde van web 3.0 dat het betekenis toevoegt aan de huidige generatie applicaties. Waar web 2.0 zich richt op het verbinden van documenten, sluit de opvolger verschillende soorten data op elkaar aan door er meer structuur en relaties aan toe te voegen. Hij illustreert dit met de online zoekvraag: ‘Ik ben op zoek naar een warme plek voor vakantie, heb een budget van drieduizend dollar. Oh, en ik heb een kind van elf’.
Het huidige systeem leidt tot een lijst van vluchten, hotels en autoverhuurbedrijven, met vreemde combinaties. Met web 3.0 krijgt de gebruiker een compleet vakantiepakket dat ook door een menselijke reisagent samengesteld zou kunnen zijn. De ultieme vorm van een semantisch web.
Markoff refereert in zijn artikel naar een aantal bedrijven die al ver zijn met web 3.0-toepassingen. Google financiert een project aan de Universiteit van Washington. De Opine technologie is ontworpen om door gebruikers geposte waarderingen bij producten te herkennen en te verwerken. Opine ziet verschil tussen ‘goed’, ‘bijna goed’ en ‘best wel goed’. Web 3.0 kan deze gegevens wegen, ranken en zo bijvoorbeeld een ideaal hotel voor de gebruiker vinden.

Joost Bekel zei hier in zijn blog al over: ‘Het gaat een nieuwe generatie bedrijfsapplicaties opleveren waarbij businesstoepassingen zullen werken volgens dezelfde ‘on-demand’ architectuur als veel consumententoepassingen nu al. Dus dit is niet iets van voorbijgaande aard voor mensen binnen business en ICT. Het zal
organisaties en hoe ze werken radicaal veranderen.’
Een aardverschuiving dus ook voor de marketing en de saleskant van het uitgeven. Maar dit keer ook voor de journalistiek. Waar journalisten in het huidige medialandschap nog een wenselijke orde brengen in de informatiebrij die ons iedere dag overspoelt, vervalt deze functie bij de wereld van web 3.0. Want hier neemt de applicatie de rol over van de menselijke filter van data. Net zoals de reisagent die overbodig wordt.
In het licht van de verkiezingen: vergeet de stemwijzer, vergeet de goedbedoelde samenvattingen van partijprogramma’s in de krant, vergeet de journalistieke beschouwingen van debatten. Je geeft wat kernwoorden en de soorten informatie die belangrijk voor je zijn en je persoonlijke Webbie 3.0 wikt, weegt en beschikt. Op basis van partijprogramma’s, user generated content en alle informatie die op het net te verkrijgen is krijg je zo een op maat gesneden stemadvies. Dat scheelt toch een hoop leeswerk in de traditionele media. Mijn mening wordt door mijn persoonlijke journalist speciaal voor mij gevormd.

Natuurlijk is de wereld niet zó makkelijk. Allereerst heeft Webbie 3.0
informatie nodig van anderen, anders kan ze niet voor me denken. Maar of het dan nog steeds gediplomeerde journalisten moeten zijn die me iets vertellen? Ik weet het niet. Ten tweede moeten we in dit verhaal ook de macht van de marketeers niet vergeten (zie hierover de blog van Nicholas Carr ). Zij kunnen met handige trucjes data een bepaalde richting in sturen. Ondanks dit laatste denk ik dat de informatievoorziening een stuk eerlijker wordt. Want Webbie 3.0 bekijkt niet alleen de meningen van Nederland, maar zoekt desgewenst ook voor me in andere landen, in andere culturen. Daarmee wordt mijn gezichtsveld een stuk breder dan de gekleurde bril die ik nu automatisch draag doordat ik bijvoorbeeld in Europa woon.
Mijn favoriete nieuwe journalist heet Webbie 3.0. En de journalist van nu is straks wellicht die manipulatieve marketeer op het web.

Hille van der Kaa –

Hille van der Kaa is docent en onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Haar onderzoek richt zich op de invloed van technologie op de productie en consumptie van het nieuws. Daarnaast runt Van der Kaa het Lectoraat Media, Interactie & Narratie aan de Fontys Hogescholen, waarbij ze kijkt naar de invloed van machinegeschreven narratieven op het mediaveld van de toekomst. Van der Kaa werkte eerder bij Wegener en VNU Media.

Alle artikelen van Hille van der Kaa op De Nieuwe Reporter.

  • Kees de Rooij

    Aardig verhaal, maar wat ik mezelf afvraag: verdwijnt met Web 3.0 niet het gevoel uit de informatievoorziening? Een journalist wikt en weegt ook op basis van een gevoel wat en lezer wil weten. Webbie 3.0 bestaat toch alleen maar 1-en en 0-en, alhoewel de naam anders doet vermoeden ;-).

  • Myrthe

    Ik heb altijd geloofd in een krant met op iedere pagina een stuk uit een ander medium, uit een ander land, waardoor de lezers echt zelf zijn mening kan bepalen. Geen beperkende brillen meer, maar gewoon alle gezichtsvelden. Als web 3.0 deze rol kan overnemen, vind ik dat prima.

  • Gijs Reulen

    Een programma als ultieme rationele objectieve informatieverschaffer ? Interessante gedachte. Er is al eens eerder beargumenteerd dat het probleem van dagbladen (mede) hun té objectieve berichtgeving is. De lezer wil best een mening horen. Die lijn doortrekkend ligt de toekomst van de journalistiek bij een (al dan niet goed onderbouwde ?) mening ?
    Ik vraag me dan wel af hoe een programma in staat zal zijn uit al die meningen een objectief verhaal te compileren…

  • Peter Meulkens

    @Gijs: Wat is de definitie van een objectief verhaal? Naar mijn idee is juist het gemiddelde van zeg maar 1000 meningen redelijk objectief. Dan is een onderwerp van veel meer kanten belicht dan een gemiddelde journalsit van nu doet. Ik zou niet weten wat het anders moet zijn. En dat kan een applicatie meten.
    Ik denk niet dat het nieuwe internet de journalist op korte termijn zal vervangen. Mensen blijven nog wel een tijdje gehecht aan een bepaalde persoon die ze kunnen volgen. Dat is wel zo veilig, hoef je zelf niet al te veel na te denken. Het is alleen wachten op de eerste generatie die meer vertrouwt op Webbie dan de Volkskrant.

  • Marko

    Webbie 3.0 selecteert verhalen, maar maakt ze niet. Webbie 3.0 controleert niet of feiten kloppen. Dat doen en zullen blijven doen journalisten. En daar reken ik community journalists ook toe.

  • Hille van der Kaa

    Inderdaad, webbie 3.0 maakt geen verhalen. Maar of de feitencheck van een journalist beter is dan een Webbie? Dat weet ik niet. Een journalist beperkt zich doorgaans tot, pak ‘m beet, als hij of zij de tijd heeft, vijf bronnen. Daarmee is ‘de waarheid’ (wat dat ook mag zijn) niet gegarandeerd. Het programma checkt moeiteloos een ongelimiteerd aantal. Vooral bij verhalen waar veel belangen op het spel staan, kan het een uitkomst zijn.

  • EVH

    Met alle respect, maar dit verhaal heeft een hoog ‘Beam me up Scottie’ gehalte. Het deed me een beetje denken aan de ‘agents’ waar Tryllian het over had en die we al lang zouden moeten hebben. En je verhaal gaat bovendien uit van een gevaarlijk concept van waarheid.

    Allereerst: het semantische web is inderdaad een belofte voor de toekomst. Zoekmachines hebben ons informatie garen veranderd, en hoe gedifferentieerder onze zoektocht kan worden hoe beter we in staat zullen zijn gebreken, voortkomend uit een onvermijdelijk tekort aan informatie, te beperken.

    Maar laten we die collectieve intelligentie nu eerst een knabbelen aan eenvoudige problemen, inderdaad een reisje uitzoeken bijvoorbeeld. Ik vermoed dat we pas over een hele tijd zover zijn dat we het politieke debat over kunnen laten aan artificiele intelligentie, als het al ooit gebeurt. Zelfs de meest eenvoudige tasks, probeer maar eens een chatbot te maken die jou een minuut lang voor de gek houdt, beheersen we nog niet. We beginnen de zegeningen en beperkingen van 2.0 net te begrijpen, en ik snap dat het handig is om dan over 3.0 te beginnen omdat dat impliceert dat je alweer een stapje verder bent, maar nee…

    Verder vind ik het oprecht een gevaarlijke notie dat je ervan uit gaat dat de waarheid of eerlijkheid altijd het gemiddelde van de meningen is. Of dat het dan altijd eerlijker wordt. Het is niet moeilijk om daarvan tegenvoorbeelden te beschrijven of casussen waarin dat echt desastreus uitvalt. Ga ik niet doen. Daar zou je als ex-journalist toch ervaring mee moeten hebben.

    NB1 je werkt bij VNU. In dat opzicht vond ik het verhaal over de e-zines interessanter. Want je bent de aangewezen persoon om ons te vertellen hoe in grote uitgeverijen over de DIRECTE toekomst gedacht wordt. Hoe denkt VNU over microbetalingen voor content, hoe gaat het over 5 jaar met het personaliseren van content? Dat soort vragen zijn nu nog wat relevanter. Webbie 3.0 en hoe die ook al zorgt voor de ondergang van de journalistiek, daar ga ik me op DNR over 5 tot 10 jaar wel druk maken. Als ik tegen die tijd de term nog hoor.

    NB2 Ik begin me het wel af te vragen: tegenover hoor je alle uitgevers bijna standaard stralend praten over het afschaffen van de menselijke redacteur of journalist. Zijn die automatiseringsneigingen niet eerder de wensdroom van een werkgever dan een reele toekomstvisie?

  • @EVH: Je vraagt: “Zijn die automatiseringsneigingen niet eerder de wensdroom van een werkgever dan een reele toekomstvisie?” Hoewel de geschiedenis van technologische innovaties op de mediawerkvloer wat ingewikkelder is dan louter als uitdrukking van de wens tot arbeidskostenbesparing van werkgevers, is dit in het geval van dagbladen wel degelijk een dominante motivatie.

    Een prachtboek dat dit proces uiteenzet voor de kranten in Canada en de VST is: Newsworkers Unite: Labor, Convergence, and North American Newspapers, van Catherine McKercher (uitgever: Rowman &
    Littlefield, 2002).

    Convergentie en andere technologische vernieuwing maakt het voor werkgevers mogelijk om vakbonden te omzeilen, contracten te individualiseren, meer projectmatige werkverbanden in te voeren, en inderdaad minder mensen meer te laten doen.

    Het ergste is, dat velen van ons (journalisten en onderzoekers) hier bewust blind voor willen zijn vanuit een soort misplaatst geloof in technologische vooruitgang.

  • MJ

    @Mark. Eens. @EVH. Over wat waarheid is binnen de journalsitiek kun je erg lang discussieren. Ik ben geen filiosoof, dus vraag me geen definities, maar ik kan me zo maar voorstellen dat het begrip waarheid ook met zijn tijd mee moet.

  • Erik van Heeswijk

    @ Mark: het was eerder een retorische vraag, maar de bron is heerlijk, dank!

    @ MJ: Het is niet zo filosofisch, en het heeft weinig met definities van de waarheid te maken, maar eigenlijk heel praktisch. Als de waarheid het gemiddelde is van de verschillende meningen, dan kwam Pim Fortuyn er wat anders uit dan vandaag de dag, dan wordt Balkenende iets minder inhoudelijk beoordeeld dan wenselijk, dan wordt kortom altijd de dominante stroming goed beschreven en zullen de minderheidsstandpunten altijd een negatief rapportcijfer krijgen. Niet echt een revolutionaire of verheffende gedachte.

    Even chargeren om te laten zien wat ik bedoel: het denken in meerderheden kan zelfs bij eenvoudige beslissingen tot vreemde taferelen leiden. Stel dat je van een bepaalde Sushibar in Londen gaat vragen of het eten er dodelijk is, dan zal de meerderheid van de bezoekers er verbaasd de schouders ophalen. Webbie 3.0 vindt het OK. Maar je vindt de dood van een Russische dissident misschien toch wel relevant om te weten. Zeker als je een Russische dissident bent…

  • Marko

    @HvdK: Ik zie Webbie nog niet bellen met de politiewoordvoeder om te vragen wie zojuist om het leven is gebracht. En over verhalen met oudere feiten: wie bepaalt de betrouwbaarheid en de relevantie van die bronnen?

  • Hille

    @Marko: Ik heb het het fenomeen politiewoordvoerder, als oud-journalist bij een regionale krant, altijd een beetje vreemd gevonden. Waarom is iets waarheid enkel wanneer de politie het heeft bevestigd? Bijvoorbeeld de zin in een standaard politiebericht: ‘…hierbij zijn twee slachtoffers gevallen. Dit heeft de politie bevestigd.’ Een journalist die dicht op het nieuws zit, wist dit al lang voordat hij vijf uur na het ongeluk vanuit zijn luie stoel nog eens een belletje pleegde omdat hij toevallig iets voorbij zag komen in de online politieberichten. Door andere bronnen, bijvoorbeeld ooggetuigen.(bovendien: een politiewoordvoerder is volgens mij het schoolvoorbeeld van een gekleurde bron).

    Maar dit terzijde ;-).

    Over je vragen: ik denk dat een ideale web 3.0-achtige toepassing in staat is om op basis van je eigen instellingen informatie een betrouwbaar en/of relevant label mee te geven. Dus ook die van een eventuele weblog van de ooggetuige van het eerder genoemde ongeluk. Plus de online politieberichten die voor iedereen beschikbaar zijn. Je bepaalt hiermee je eigen waarheid. Bij mij komt deze in ieder geval niet altijd overeen met die van een journalist.

    Natuurlijk heeft de discussie, zoals EVH al eerder schreef, een hoog ‘beam me up scottie’ gehalte. Maar het kan volgens mij geen kwaad af en toe een blik in de verre toekomst te werpen en hierdoor tegelijkertijd onze huidige situatie onder de loep te nemen.

  • Marko

    @Hille: Een journalist heeft zelden toegang tot de ‘crimescene’ en getuigen zijn niet zelden volstrekt onbetrouwbaar. Natuurlijk kunnen ze aanwezingen geven waarmee de journalist bagage heeft om de politie te ondervragen. Maar een misdaadverhaal zonder medewerking (al dan niet officieel) van de politie of justitie lijkt me erg lastig.

    Je gaat er met de Webbie vanuit dat er informatie is gepubliceerd. Maar dat zal pas uren, zo niet dagen, later het geval zijn. Tegen die tijd is het nieuw al weer oud. Voor Webbie moet iets online staan. en dat is lang niet altijd het geval.

    Daarbij: hoe weet de Webbie dat op een een of andere obscure weblog iets staat over deze zaak? Hoe weet de Webbie waar het moet zoeken? Je zegt: omdat de gebruiker dat aangeeft. Maar waarom kan ik dan niet direct zelf naar die site surfen? war heb ik die Webbie voor nodig dan? Een beetje kip of ei. Webbie moet mij bronnen brengen die ik zelf al ken en die ik zelf al heb aangedragen. Of die anderen aandragen, maar dan moet ik ze voor Webbie toch keuren.

    Een goede journalist zal de bronnen vermelden. En als service ook andere bronnen linken, zoals de weblog, waar hij het bestaan van weet omdat hij de eigenaar al eens heeft gesproken bij een buurtonderzoekje. En dan is de journalist opeens de Webbie…

  • Erik van Heeswijk

    @Marko: de prachtige Freudiaanse verschrijving ‘politiewoordvoeder’ is mijn woord van de week. Die hou ik er in!

  • Marko

    @Erik: LOL