Gewapend met een camera – een debat over embedded verslaggeving

David Nieborg en Jet Mok over embedded verslaggeving.

“Een uur geleden zat de Taliban in deze loopgraaf, nu wij”, grinnikt de Engelse journalist Sean Langan verbeten, terwijl hij zandhapt ergens in de Afghaanse provincie Helmand. Als de gevechten iets afnemen, filmt hij een gewonde Afghaan, even later duikt hij achter een auto, als het geweervuur weer toeneemt. “Fuck!” En gespannen steekt hij nog een sigaret op.

Langan is embedded bij een Britse eenheid die strijdt tegen de opkomende Taliban in het gebied. Eigenlijk wilden de Britten geen embedded journalisten meer, nadat iemand van The Times schreef over militairen die in een zwaar gevecht terecht waren gekomen, en vroegen om luchtsteun. Die steun kwam niet, want alle helikopters waren al in gevecht. Langan: “Ik zei tegen het Britse leger: ‘als ik niet met jullie mee mag, dan ga ik met de Taliban’, toen mocht ik mee.”

Debat
In de kleine zaal van het Bellevue Theater in Amsterdam organiseerde opinieblad De Groene Amsterdammer een debat over Afghanistan en de (on)afhankelijke journalist. Het debat zal vanaf dinsdag 28 november op www.groene.nl te bekijken zijn. Naast Langan, waren Tom Kleijn (televisiemaker bij NOVA), Joeri Boom (redacteur van De Groene Amsterdammer) en Vik Franke (onafhankelijk filmmaker) uitgenodigd. Zij laten materiaal zien dat zij ‘geschoten’ hebben in Afghanistan of lezen voor uit eigen werk. Ook Luitenant-Kolonel Nico van der Zee deed mee aan de discussie. Hij is het legercontact voor de pers; wie wil meereizen met het Nederlandse leger komt hem tegen.

Franke, Kleijn, Boom en Langan zijn alle vier embedded in Afghanisatan (en/of Irak) geweest. Niet alleen bij de ‘coalition troops’, maar Langan bijvoorbeeld ook bij de Taliban. Boom reisde in Darfur mee met een militie en een aantal van hen zijn ook zelfstandig op pad gegaan in oorlogsgebieden. De Luitenant-Kolonel, toch een behoorlijk hoge functie, wordt door alle deelnemers amicaal met ‘Nico’ aangesproken.

Niet dom
Tom Kleijn verbleef voor NOVA in Afghanistan met Amerikaanse militairen en hij laat een fragment zien waarin een Amerikaanse sergeant zegt: “Ik vermoord die gasten liever dan dat ik ze oppak. Dan gaan ze naar Guantanamo Bay en al komen ze dertig jaar later terug, ze beginnen weer van voren af aan.”

Kleijn: “Het zijn geen domme mensen die dat zeggen, hoor. Sommigen zijn twee keer in Irak geweest en twee keer gewond geraakt. Ik heb de littekens gezien. Hij wist waar hij het over had, snapte de etnische problematiek in Irak bijvoorbeeld, en heeft alle reden om te zeggen dat hij die Taliban liever neerschiet dan oppakt. Hij droeg de ‘nametag’ van zijn buddy.”

Veel van de sprekers zijn met meerdere legers op stap geweest. Langon viel bijvoorbeeld bij de Amerikanen op hoe open zij zijn. “Ze hoeven achteraf niets te zien. Britten zijn veel moeilijker.” Hij vertelt dat het Britse Ministerie van Defensie, door het luchtsteunincident waarover The Times berichtte, geen embeds meer toelaat. “Er is daar een oorlog gaande, met de heftigste gevechten sinds de Tweede Wereldoorlog, inclusief Irak en de Falklandoorlog. Maar Engelsen mogen dat niet zien.”

Armstoelkrijgers
“Het zijn armstoelkrijgers”, mopperen Special Forces die gelegerd zijn in Kamp Holland, te Uruzgan, in de documentaire van Vik Franke. “Als we zeker weten dat een high value target ergens zit, bepaalt Den Haag: we doen er niets mee; of: het is niet nodig; of: het valt wel mee.”

Vik Franke: “Wie zijn die mariniers? Waarom zitten ze daar? Ik vind dat fascinerend. Het heeft me tweeëneenhalf jaar gekost om permissie te krijgen, maar toen mocht ik ook een paar maanden meelopen met de jongens in Uruzgan. Ik ben pas na een paar weken gaan interviewen, ik wilde eerst hun vertrouwen winnen.”

Een andere militair uit de documentaire: “Ik durf te wedden dat de berichten waar wij mee komen, voor de helft terzijde worden geschoven. Er wordt een politiek verkoopbaar verhaal van gemaakt, voor de Tweede Kamer.” Over Franke’s documentaire 09:11 Zulu werden kamervragen gesteld, want de Special Forces wilden vaker vechten en zij beschuldigen ‘Den Haag’ ondubbelzinnig van politieke machtsspelletjes.

Franke: “Nico, ik heb gehoord dat de mariniers die in mijn film praten over de missie met hun meerderen in Den Haag een hoop gezeik hebben gehad over deze film.” Van der Zee ontkent dat. “Ik ben daar eerlijk in geweest. Ik vind je film een goed product, maar ben minder blij met de inhoud. Onze conclusie van jouw documentaire was dat het laat zien wat de militairen willen. Die willen meer vechten, het gevaar is te proeven, de dreiging heerst en wij eisen constante terughoudendheid.”

Gevechtsmissie
Franke: “Het is onzin om het nog steeds een opbouwmissie te noemen, als het eigenlijk een gevechtsmissie is.” Van der Zee kan zich voorstellen dat het moeilijk is, voor mensen die zijn opgeleid om te vechten, dat ze terughoudend moeten zijn: “De strijd heeft elementen van counter insurgency. Wij willen niet teveel vijandgericht worden, maar juist bevolkingsgericht zijn. We moeten ons niet steeds tot gevechten laten verleiden. Maar we realiseren ons heel goed wat van onze mensen in Afghanistan vragen en daarom hebben we ze nogmaals uitgelegd waarom we van ze vragen, wat we van ze vragen.”

Toen na urenlange beschietingen de batterijen van Frankes camera leegwaren, pakte hij zelf ook een wapen op. Hij vindt het vreemd en jammer dat hij nu wordt gezien als iemand die ‘vrolijk zijn kogels afschiet’. “Ik schiet heus niet graag op mensen, maar als je al urenlang beschoten wordt, dan ga je terugschieten.”

Langan is het met hem eens, al heeft hij zelf nooit geschoten: “Mensen hier realiseren zich niet hoe het daar is. Hier in Amsterdam klinkt het allemaal heel logisch, kritische documentaires: allemaal helemaal goed. Maar toen ik na vijf dagen beschietingen zag dat Amerikaanse vliegtuigen fosforbommen gooiden op het punt van waar wij beschoten werden, stond ik ook te juichen. Alles is daar gewoon anders.”

Is het dan wel verstandig, om als ‘embed’ mee te reizen met gevechtsmissies? Je wordt vrienden met de militairen, overziet misschien niet meer het hele plaatje. Kun je dan nog kritisch berichten over wat zij doen? Franke: “Ik ben geen journalist, ik ben filmmaker. Ik wil niet fouten naar buiten brengen, ik wil laten zien hoe het leven op Kamp Holland is. En dat kan alleen als je embedded bent.”

Ook Tom Kleijn vindt het belangrijk om als embed mee te kunnen. “Het is een manier om te laten zien hoe het conflict wordt uitgevochten, dat ben je verplicht aan alle belastingbetalers.” Wat hij opvallend vindt is de kritiek die Nederlandse kijkers hebben. Zij zeggen: jullie laten alleen zien wat er misgaat, laat ook eens de successen zien. Kleijn: “Aan de andere kant zeggen de mariniers: ‘je laat juist precies zien hoe het hier is’.”

Luitenant-Kolonel Van der Zee vindt het zelfs een essentiële taak van de overheid om te laten zien wat het leger in Afghanistan doet. “Dat werk doen we met eer en geweten en we verbieden ook bijna niets. Alleen over operationele zaken mag niet bericht worden.” Kleijn sputtert tegen: “Er waren tegen de zestig journalisten in het kamp geweest, die allemaal braaf níet schreven over de militairen die niet in beveiligde bunkers sliepen, maar in een opvallende witte tent.” Van der Zee: “Dat had een duidelijke reden. Want als bekend was geworden dat er geen water of vrachtwagens in die tent hadden gestaan, was het een direct doel geworden. De vijand leest mee.”

Franke mengt zich in de discussie: “Maar als er ‘per ongeluk’ een raket in was gegaan? Dan hadden we honderdvijftig doden gehad.” Van der Zee knikt. Kleijn: “Het is een afweging, want aan de andere kant was dat Kamp Holland gewoon niet klaar, toen de militairen kwamen. Dat is fout gegaan, maar daar kan je niet over berichten.”

Alternatieve financiering
De hoge kosten oorlogsjournalistiek en de roep om onafhankelijkheid leiden tot interessante journalistieke alternatieven. De Amerikaanse documentairemaker Robert Greenwald besloot op een heel andere manier zijn film te financieren. Meer dan 3000 individuen schonken 360.000 dollar om zo Greenwald en de zijnen in staat te stellen onderzoek te doen en hun werk te voltooien. Het resultaat is Iraq for Sale – The War Profiteers, een documentaire over de invloed van het Amerikaanse militair-industriële apparaat en de contractor Halliburton in het bijzonder.

Het pamflet van Greenwald is misschien niet altijd even sterk als documentaire, maar het idee is dat wel: een documentaire maken die direct betaald is door individuele burgers. Achterop de DVD worden mensen opgeroepen de documentaire vooral te verspreiden. De film is overigens ook in zijn geheel op Google Video te zien en draait in Amsterdam de op het grote doek op 5 december.

Gewapend met camera
Tijdens het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) draait op dit moment nog een zeer interessante film die een alternatief biedt voor embedded gaan. Het zijn de soldaten zelf die de camera bedienen:

In 2004 werd journaliste Deborah Stanton door de New Hampshire National Guard gevraagd hun missie in Irak te verslaan. Ze besloot thuis te blijven en aan de 180 soldaten te vragen wie van hen een camera mee wilde nemen. Tien van hen filmden in totaal achthonderd uur aan materiaal. The War Tapes vormt het relaas van drie van hen (…).

Het concept van de film is simpel. Drie Amerikaanse soldaten gebruiken makkelijk hanteerbare digitale camera’s en doen verslag van hun uitzending naar Irak. Voor hun vertrek en erna filmde Scranton de soldaten en samen met het in Irak verkregen materiaal ontstaat een intrigerend beeld van het leven van de drie. De dodelijke realiteit spat in The War Tapes van het doek. De film wordt drie keer tijdens het IDFA vertoond en is absoluut de moeite waard.

Het is moedig van zowel de Amerikaanse defensie als van de militairen om zo open te zijn. De tragiek van het Irakese conflict is met geen mogelijkheid te verbloemen. De film van Stanton komt overeen met wat de Engelse journalist Sean Langan ook betoogde. De Amerikanen zijn erg open. De door Amerikanen per ongeluk dood gereden Irakese vrouw is niet op de montagetafel verdwenen en ook de terugkeer naar familie en het aanpassen aan het burgerleven van de drie soldaten is op zijn zachtst gezegd pijnlijk.

Keuzes en context
Twee vragen blijven hangen bij het zien van zowel The War Tapes, maar ook bij de film van Franke. Waar hebben de makers keuzes gemaakt? De drie soldaten uit The War Tapes hebben uren en uren aan materiaal verzameld. De materie is dermate interessant en actueel dat elk beeld vraagt om meer.

Daarnaast, met de honderden uren materiaal is het bijna zonde te zien dat de bijna heilige lengte van 90 minuten nooit wordt overschreden. Waarom wordt dit materiaal niet via het web ontsloten? Waarom is er niet een directors cut of worden er afzonderlijke delen vrijgegeven? Franke op zijn beurt is er kort over, hij moet eerst uit de kosten komen en het is geen optie om zijn werk gratis (online) weg te geven. Wellicht hebben de makers van The War Tapes dezelfde motieven. Het is wachten op een kruising van The War Tapes en Iraq for Sale op Youtube: een onafhankelijke gefinancierde film, gemaakt door een professional of soldaat, waarvan al het mogelijke materiaal vrijelijk beschikbaar is.

Embedded gaan is een keuze en het betekent, direct of indirect, bewust of onbewust, compromissen sluiten. Embedded verslaglegging levert altijd een eenzijdig en beperkt beeld op, hoe belangrijk dit beeld ook is. De diverse voorbeelden laten zien dat de verslaglegging dichter en dichter bij de soldaten zelf komt. De soldaat filmt zelf in The War Tapes en in 09:11 Zulu zien we surrealistisch beelden van Nederlanders soldaten die midden in de Afghaanse woestijn in het Nederlands schreeuwen tegen Afghaanse vrouwen. Het inherente gevaar bij dergelijke vormen van verslaglegging wordt het gebrek aan context. Hebben de Nederlandse soldaten gelijk als ze hun meerderen in Den Haag neerzetten als huichelaars?

Je als journalist voegen bij vechtende troepen mag dan lastige ethische vragen oproepen, elk beeld dat bijdraagt aan de beeldvorming en het begrijpen van de handelingen van Nederlandse soldaten overzee is waardevol. Is het embedded gaan verstandig? “Het hoeft niet”, roept iemand uit het publiek. En ook daar is iedereen het over eens. Arnold Karskens, bijvoorbeeld, gaat nooit embedded naar conflicten. Maar die reizen zijn (te) onveilig en (te) duur, voor de meeste journalisten. Kleijn: “NOVA kan dat gewoon niet betalen. De verzekeringskosten zijn duizenden euro’s per week en vaak ga je met een fotograaf of cameraman. Dan ga je dus maar voor één week naar Afghanistan.”

Jet Mok

Jet Mok (http://www.jetmok.nl) werkt als nieuwsredacteur bij Planet.nl (http://www.planet.nl/). Daarnaast schrijft ze voor diverse tijdschriften artikelen en columns over een breed scala aan onderwerpen. Van 'vergeten conflicten' en ICT tot achtergrondverhalen over politiek

Alle artikelen van Jet Mok op De Nieuwe Reporter.

  • Kees Schaap

    Interessante bijeenkomst. Gesponsored door defensie?
    Waarom wel over Arnold Karskens praten maar hem niet uitnodigen? Volgens mij kun je de nadelen van embedded alleen maar benoemen door een vergelijking te maken met unembedded journalism.
    “…elk beeld dat bijdraagt aan de beeldvorming en het begrijpen van de handelingen van Nederlandse soldaten overzee is waardevol” eindigt dit artikel.
    Maar dat is volslagen lulkoek. Als het gaat om onze soldaten in den vreemde dan is het voor journalisteh in de eerste plaats van belang om meetbaar ben aanschouwelijk te maken wat zij daar goed doen en wat zij daar fout doen. Dat kun je – helaas – alleen doen als je niet-embedded bent. En daarna kunnen we wel eens zien of we daar begrip voor willen opbrengen. Maar laten we de boel niet omkeren.
    En laten we eerlijk zijn: we gaan allemaal embedded omdat wij en/of onze bazen het niet aandurven om het anders te doen, en we doen ons uisterste best om elkaar en het publiek ervan te overtuigen dat het nog nuttig is ook. Maar we weten allemaal beter. Zelfs Nico van der Zee van Defensie weet dat. Het is niet voor niets dat journalisten als Karskens met leugens worden zwart gemaakt.