Idfa 2006: Digitale media en documentaires

Wat moet een documentairemaker met UGC (User Generated Content), 3-D Games als Second Life, Locative Media, Vlogs en andere buzzwords uit de digitale media? Om op die vraag een antwoord te geven werden afgelopen vrijdag op Docs Online, een programma-onderdeel van het IDFA, een aantal interessante projecten getoond. Hier een kort overzicht van drie presentaties.

Vlogs – online video

De Australische onderzoeker Adrian Miles hield een korte inleiding over online video, waarover hij ook op zijn weblog schrijft. Daar legt hij uit dat documentairemakers niet dezelfde fout moeten maken als schrijvers midden jaren negentig deden. Zij zagen het internet als een nieuwe manier om boeken (e-books) te distribueren. Fout: lange lappen tekst die in een keer online worden gezet werken slecht op internet. Niet e-boeken, maar weblogs groeiden uit tot het meest besproken medium op internet.

The point of difference for the traditional documentary maker is to recognise that to use a blog as documentary, and not just to use the blog to promote or document a documentary that is happening and being realised elsewhere, is that you are not making a large single work, but a progressively evolving and emerging work. So imagine 2 minutes of finished footage a week being distributed via the blog, with commentary, with blog posts about the project, progress, etc. You could still recut all this for the TV 55 minute form, but just think of all that footage you get in documentary that ends up on the floor. Not any more.

Online documentaires moeten naar zijn idee bestaan uit korte filmfragmenten die in de loop van de tijd worden gepubliceerd. Welk genre is er op internet onverwacht populair? Commercials! Korte filmpjes die bij het televisiekijken nog als een hinderlijke onderbreking gelden, halen op sites als Youtube of Ifilm hoge kijkcijfers. Documentairemakers zouden daarvan kunnen leren. Door steeds nieuwe filmpjes en observaties toe te voegen zullen de korte fragmenten bovendien door de tijd heen ook aan betekenis gaan winnen.

Van belang is tot slot om je documentaire site ‘poreus’ te maken: zorg ervoor dat je documentaireproject geen gesloten pagina is, maar dat andere weblogs er gemakkelijk naartoe kunnen linken.

User Generated Content

Boudewijn Koole presenteerde zijn website Herinnerdingen, een project waarin kinderen korte diashows kunnen maken ter herinneringen aan een overleden dierbare.

Kinderen kunnen op de site foto’s insturen van voorwerpen die herinneringen oproepen aan de overleden persoon. Nadat ze alle foto’s hebben geupload, kunnen ze een korte tekst inspreken waarin ze vertellen welke herinneringen er precies door het voorwerp wordt opgeroepen.

Het resultaat is een serie ontroerende diashows, zoals bijvoorbeeld de fotoserie gemaakt door een jongetje van negen dat vertelt over de asbakkenverzameling van zijn overleden vader, en hoe zijn vader vaak asbakken meenam van een terrasje zonder dat zijn moeder dat in de gaten had.

Bijzonder aan de site is ook de vormgeving: de openingspagina is een mozaïek van kleine foto’s die bij elkaar weer een nieuwe foto vormen, die een herinnering is aan een persoon die op of rond de huidige datum is overleden.

Het project laat zien hoe je als maker op een mooie manier User Generated Content in kunt zetten om toch hele krachtige verhalen te vertellen. De rol van de maker zit hem vooral in het ontwerpen van een goede en in het oog springende interface, met een krachtig idee daarachter. Een ander sterk punt van dit concept is juist de beperking die Koole de gebruikers oplegt: alleen foto’s van voorwerpen zijn toegestaan. Dat levert (vermoedelijk) een veel krachtigere site op dan een ‘anything goes’ scenario dat je op andere user generated content-hubs vindt.

Dergelijke documentaire-projecten stellen de maker wel voor een nieuw probleem. Terwijl het maken van een film een proces is dat na enkele maanden van researchen, draaien en monteren wordt afgerond met een af product – de film – is een website als Herinnerdingen een project zonder duidelijk einde. Je kunt gebruikers jarenlang uitnodigen om bijdragen te blijven leveren. Maar hoe los je dat als maker praktisch op? Moet je zelf jarenlang de redactie blijven voeren? Koole heeft hiervoor samenwerking gezocht met de Achter De Regenboog, een stichting die kinderen hulp biedt bij rouwverwerking. Zij zullen de komende jaren actief betrokken blijven bij de site.

Simulatie – 3d-Werelden – Machinima

Een interessante bijdrage aan het programma kwam van Alex Chan, inwoner van een Parijse buitenwijk. Chan verhuisde een aantal jaar geleden naar een van de banlieu’s buiten de Franse hoofdstad, die hij zelf omschrijft als ‘de Bronx van Parijs’. Niemand kiest ervoor om daar te wonen, ontdekte Chan al snel. Taxi’s komen er niet, en op televisie zag hij in het journaal hoe de politie bij hem om de hoek een wijkbewoner in het openbaar afrosten. Na de rellen van het afgelopen najaar liep Chan bij toeval een computerwinkel binnen en vond daar het spel The Movies, van Lionhead. In dat spel kun je zelf films maken. Hij besloot een film
te maken over de rellen in de banlieus, waarin hij zijn visie op de gebeurtenissen geeft. ‘Ik wilde de mensen buiten Frankrijk laten zien dat de rellen niets met islamitisch fundamentalisme te maken hadden, maar vooral met de deplorabele toestanden waaronder de mensen in deze wijken leven. De mensen voelen zich niet gerespecteerd door de Franse overheid.’ Na een week gamen was de film af, en inmiddels hebben honderdduizenden mensen de film gedownload en bekeken.

French Democracy – zo heet de film – is eerder een essay of een gefictionaliseerde versie van de gebeurtenissen dan een pure documentaire. De film was ook niet als documentaire bedoeld, zegt Chan. Toch biedt het gebruik van computerspellen om gebeurtenissen in scène te zetten (ook wel machinima genoemd) wellicht interessante aangrijpingspunten voor documentairemakers, meent Chan. Het sluit aan bij de opmars van de animatie-documentaire en heeft een aantal voordelen. ‘Als je een film zou willen maken, zou je niet zo snel zelf de rellen na kunnen spelen op straat.’ Chan ziet ook een nadeel: ‘Veel games spelen zich af in Amerikaanse omgevingen.’ De decors zijn die van Amerikaanse steden en landschappen. ‘Daar had ik nogal last van, want mijn verhaal speelt zich af in Frankrijk.’

Martijn de Waal –

Martijn de Waal is universitair docent bij de MA-opleiding journalistiek aan de UvA en bestuurslid van het Mediafonds.. Hij is ook oprichter van onderzoeksbureau The Public Matters, dat onderzoek doet naar en advies geeft over de rol van digitale media in de samenleving. In 2009 was hij als 'visiting scholar' verbonden aan het Center for Future Civic Media aan het MIT in Cambridge, MA. Hij is een van de oprichters van De Nieuwe Reporter. In 2012 promoveerde hij met een proefschrift over 'nieuwe media en stedelijke cultuur' aan de Universiteit van Groningen. In een verder verleden werkte hij als journalist onder meer vanuit San Francisco voor de Volkskrant, VPRO Radio, Nieuwe Revu, Intermediair en een hele reeks inmiddels vergeten internetpublicaties.

Alle artikelen van Martijn de Waal op De Nieuwe Reporter.