Wat moeten mensen doen die zich benadeeld voelen door de media? Een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek of naar de rechter stappen? Wie de voorkeur geeft aan de laatste mogelijkheid, kan sinds een kleine twee weken aankloppen bij het Hans Melchers Fonds. Dit fonds staat ‘slachtoffers’ van de media bij met advies en geld.
De stichting is in het leven geroepen door multimiljonair Hans Melchers. Vorig jaar kwam hij uitgebreid in de publiciteit nadat zijn dochter was ontvoerd. Omdat de ontvoerders 300 kilo cocaïne eisten, verschenen al snel berichten in de media dat Melchers betrokken zou zijn bij drugshandel.
“U kunt zich wellicht voorstellen dat het buitengewoon pijnlijk is als je in verband gebracht wordt met drugshandel, terwijl je daar niets mee te maken hebt”, aldus Herman Doeleman, advocaat en voorzitter van het Hans Melchers Fonds. Doeleman sprak dinsdagavond op een door MediaDebat georganiseerde bijeenkomst met als onderwerp ‘De media als zondebok’.
Minder gefortuneerd
De ervaringen die Melchers heeft gehad met de media, zijn aanleiding geweest om de stichting op te richten, vertelde Doeleman. Melchers heeft een miljoen euro gestort op de rekening van het fonds. Dit geld kan worden aangewend om op te treden tegen ‘onrechtmatige perspublicaties’.
“Hij wil graag anderen, die minder gefortuneerd zijn dan hij, in de gelegenheid stellen om een advocaat in te schakelen als hen iets vergelijkbaars overkomt”, vertelde Doeleman. Mensen die het idee hebben dat zij beschadigd zijn door de publiciteit, kunnen een aanvraag indienen bij de stichting. Een externe deskundige adviseert vervolgens of de klager een kans maakt. Als dat inderdaad het geval is, helpt de stichting met advies en (het betalen voor) een advocaat.
Dat laatste is volgens Doeleman geen overbodige luxe. “Wij zijn voor equality of arms. Over het algemeen zitten er aan de kant van de media goede, gespecialiseerde advocaten.” Voor mensen die zich gedupeerd voelen door de media, is zo’n goede advocaat volgens de voorzitter van het Hans Melchers Fonds minder vanzelfsprekend. Mensen met een laag inkomen, kunnen weliswaar gebruikmaken van een toegevoegde advocaat, maar: “er is geen enkele toegevoegde advocaat die gespecialiseerd is op dit terrein”.
Intrigant
Volgens Doeleman is er geen sprake van dat het Hans Melchers Fonds ‘anti-journalistiek’ of ‘anti-media’ is. “De stichting wil optreden tegen rotte appels en bedrijfsongevallen.”
Is dat niet een taak die de Raad voor de Journalistiek al op zich neemt?
Niko Koffeman, voormalig voorzitter van de idealistische omroep Llink, vindt van niet. Volgens hem schiet de Raad voor de Journalistiek tekort. Koffeman stapte vorig jaar zelf naar de Raad nadat de Volkskrant een aantal artikelen wijdde aan een conflict bij Llink, waarbij Koffeman was betrokken.
“In de Volkskrant stond een artikel op de voorpagina met als kop ‘Intrigant Koffeman konkelt erop los’. Het stuk stond bomvol feitelijke onjuistheden en de kop werd ook niet onderbouwd”, vertelde Koffeman dinsdagavond tijdens het debat. “Tijdens de zitting bij de Raad gaf de Volkskrant toe dat ze met de term ‘intrigant’ een scheve schaats hadden gereden.”
De Raad achtte de klacht van Koffeman deels gegrond. Koffeman: “De Volkskrant heeft vervolgens een klein bericht geplaatst, waarin stond dat ik in het ongelijk was gesteld. En oja, ik had op één puntje gelijk gekregen.”
Onbevredigend
Al met al is Koffeman behoorlijk teleurgesteld in de gang van zaken. Hij noemt de uitspraak van de Raad “zeer onbevredigend”. “De Raad heeft zich niet goed in de zaak verdiept. Helaas is het niet mogelijk om in beroep te gaan tegen de beslissing.”
Koffeman staat niet alleen in zijn kritiek op de Raad voor de Journalistiek. Niet alle media laten zich wat gelegen liggen aan de Raad en soms doen journalisten lacherig over de Raad die niets meer zou zijn dan een papieren tijger. “Veel mensen zijn ontevreden over de Raad voor de Journalistiek”, wist Koffeman. “Het werk van de Raad lijkt nergens meer op. Mijn vrouw (TROS-presentatrice Antoinette Hertsenberg, MR) gaat ook niet meer.”
Eerste verdieping
Koffeman vindt dat de Raad voor de Journalistiek een voorbeeld zou moeten nemen aan de Reclame Code Commissie (RCC). De RCC is volgens Koffeman een stuk onafhankelijker. “De Raad is gehuisvest in hetzelfde pand als de NVJ. De Reclame Code Commissie zit toch ook niet op de eerste verdieping van een reclamebureau?”
Ton Herstel, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, noemt het “onzin” dat de Raad een papieren tijger zou zijn. “Er zijn zeker journalisten die het vervelend vinden om een gegronde klacht aan de broek te krijgen. Sommige journalisten vragen zelfs om anonimisering van uitspraken van de Raad die online zijn verschenen: zij willen hun naam niet vermeld hebben.”
Ook enkele journalisten in de zaal bestreden dat de Raad voor de Journalistiek niet serieus zou worden genomen. Volkskrant-journalist Jean-Pierre Geelen, verantwoordelijk voor het artikel over Koffeman: “Zo’n beslissing van de Raad voor de Journalistiek doet wel iets met je.”
Op de site van MediaDebat staat ook een verslag van de bijeenkomst.
2 reacties