Noem de conclusies die ex-Midden Oosten correspondent Joris Luyendijk in zijn boek trekt niet somber. ,,Ik stel aan de orde dat de journalistiek dingen belooft die het niet kan waarmaken. Dat is niet somber. Wat ik somber vind, is de onwil van journalisten om dat te veranderen.”
In ‘Het zijn net mensen’, dat in juni 2006 uitkwam, blikt Luyendijk terug op de vijf jaar waarin hij voor NOS, de Volkskrant en NRC Handelsblad correspondent was in de Arabische Wereld. ,,Ik hoopte stiekem ook dat het onder journalisten een debat zou veroorzaken over andere vormen van journalistiek, zoeken naar manieren om openheid te geven over de mechanismen achter het nieuws. Maar het is, vooral vanuit de hoofdredacties, erg stil gebleven.’’
In het boek legt Luyendijk vast hoe de journalistieke werkwijze van hemzelf en zijn collega’s bijdragen aan een gefilterd, gemanipuleerd en vervormd beeld van de werkelijkheid. Het boek werd een bestseller en een eye-opener voor veel lezers.
Nadat hij deze zomer VPRO’s Zomergasten presenteerde, houdt Luyendijk zich nu voornamelijk bezig met het geven van lezingen over zijn boek. De zalen zitten naar zijn zeggen vrijwel altijd vol. Bij ministeries, op universiteiten, zwarte scholen. Iedereen wil horen hoe de media werken. Maar slechts één school voor journalistiek (in Utrecht) meldde zich tot dusverre. En tot nu toe was er ook maar één debat (in De Balie) waarbij een aantal hoofdredacteuren aanwezig was.
Luyendijk: ,,Ik vind het best als iemand zegt: ‘het klopt niet, die Luyendijk lult maar wat, want…’ Dan kunnen we tenminste discussiëren. Maar er is, op wat losse schoten uit de heup na, geen inhoudelijke reactie gekomen. Geen weerwoord. Het suggereert dat de beroepsgroep nog niet klaar is om te veranderen. Bij het debat in De Balie waren de reacties: ‘het valt wel mee, we kijken wel door die manipulaties heen’ en ‘we weten het al’. Vooral bij die laatste reactie kwam er een golf van woede uit de zaal. Heel veel mensen weten namelijk helemaal niet dat de media zo werken. Hoe zouden ze dat moeten weten?”
Bijsluiter
Voor wie het boek nog niet gelezen heeft, Joris Luyendijk herkent een aantal filters die van invloed zijn op het nieuws. Sommige hebben vooral betrekking op de Arabische Wereld. Omdat die vrijwel uitsluitend uit dictaturen bestaat, durven mensen niet te spreken en zijn feiten en cijfers niet te controleren. Maar daarnaast ontdekt hij ook dat conventies en werkwijzen van journalisten de beeldvorming sterk beïnvloeden. Namelijk het mediacircus waarin lobbyisten en persvoorlichters nieuws aanbieden waar journalisten uit tijdgebrek of gemakzucht dankbaar gebruik van maken. En persbureaus die bepalen wat nieuws is en wat niet. Dat nieuws moet vervolgens panklaar gemaakt worden door de journalist zodat het een item kan worden van anderhalve minuut of een artikeltje van vierhonderd woorden. Dat moet bovendien goed te behappen zijn voor de nieuwsconsument die het liefst een good guy vs bad guy-verhaal leest.
Nieuws wordt ingestoken en vereenvoudigd en is alleen nieuws als het afwijkt van het dagelijks leven en er een goed verhaal in zit. In Afrikaanse hongersnood bijvoorbeeld, zit geen ontwikkeling en dus geen goed verhaal.
Voor journalisten of mediawetenschappers geen nieuw inzicht, maar voor veel nieuwsconsumenten wel. En voor hen wilde Luyendijk een ‘soort bijsluiter’ schrijven. ,,Je zou dit boek ook kunnen schrijven over Brussel of Den Haag. Daar werken vergelijkbare mechanismen. Als je eerlijk vertelt hoe Nieuwspoort werkt, de feestjes en de deals die daar worden georganiseerd, dan geef je eerlijk verslag. Ik zou het wel willen lezen, maar wie durft het te schrijven? Veel collega-correspondenten waren erg blij met mijn boek, maar als ik dan vraag of ze ook eens gaan schrijven over hoe het nieuws over hun land tot stand komt, hebben ze opeens geen tijd. Zolang die lafheid er is, verandert er nooit wat.’’
Openheid is de enige oplossing die Luyendijk voorlopig ziet. ,,Het is onvermijdelijk dat journalisten gebruikt worden, als je het maar zegt. En als Colin Powell vertelt dat er in Irak massavernietigingswapens zijn, dan kun je dat niet binnen een halfuurtje checken. Dan moet je zeggen dat je de feiten dus ook niet hebt gecheckt, dat het beweringen zijn van de Verenigde Staten, een land dat ook wel eens liegt.”
Non-nieuws
Maar wie wil er naar zo’n journaal kijken? Of zo’n krant lezen? Vol met onzekerheden en op aannames gebaseerde observaties van journalisten. Dat weet Luyendijk ook niet. ,,Veel mensen kijken het nieuws om gerustgesteld te worden. En de meesten willen liever een simpel verhaal over twee partijen dan een ingewikkelde analyse van alle politieke krachten in een debat. Ook al ligt dat laatste veel dichterbij de werkelijkheid dan het eerste. Ik heb ook nooit beweerd dat ik een oplossing heb, ik constateer alleen dat de manier waarop we nu werken een gefilterd, vervormd, gemanipuleerd en versimpeld beeld oplevert. En columnisten baseren zich weer op die berichtgeving. Een democratie kan niet zonder publiek debat, maar als dat debat niet over de werkelijkheid gaat… Tja… Het is wel het beeld op grond waarvan we troepen naar Irak of Afghanistan sturen.”
Bij een lezing op een school kwam Luyendijk een moslimjongen tegen die na het horen van zijn verhaal opgelucht verzuchtte: ‘er zitten dus toch geen moslimhaters bij het NOS Journaal’. Als je vertelt hoe nieuws tot stand komt, kweek je begrip, wil hij maar zeggen. Dan voelen mensen zich minder snel buitengesloten. ,,Zo moet je ook openlijk vertellen hoe de Nederlandse media nu in Uruzgan aan de ketting liggen van het ministerie van defensie. Het ministerie voert exact dezelfde tactiek als de Amerikanen in Irak. Ze voeden de media met non-nieuws. En die brengen dat non-nieuws, want er is geen ander nieuws te krijgen. De enige die dat informatiemonopolie doorbrak, is Arnold Karskens. Die zou iedere journalistieke prijs moeten krijgen die er is. Wat is er nou nog significanter dan onafhankelijke journalistiek vanaf de plek waar wij oorlog voeren en waar onder Nederlandse verantwoordelijkheid wie weet hoeveel burgerdoden vallen. Maar die geruchten daarover zijn niet te controleren, dus spreekt maar niemand erover. Door in een gebied van anarchie en oorlog vast te houden aan de opdracht om alleen controleerbare feiten te brengen, versmal je je blik vrijwel geheel tot het non-nieuws van defensie, want dat is te controleren. Bennie Jolink die optreedt voor de troepen. Dat werk.”
Straf
Maar over geruchten publiceren is een hellend vlak. ,,Ja, daar hoopte ik dus met anderen over na te denken. Hoe we dat zouden kunnen aanpakken,” zegt Luyendijk. Hij wil ooit weer als journalist gaan werken. ,,Het is het mooiste vak dat er is. En ik zou best weer correspondent willen zijn in een dictatuur. Dat hoeft namelijk niet zo frustrerend te zijn. Frustraties komen voort uit verkeerde verwachtingen en die komen weer voort uit verkeerde ideeën over de werkelijkheid.’’ Kortom, als hij dus maar niet de alwetende verslaggever hoeft te spelen. Maar welke hoofdredacteur en welk publiek kan hij dienen in een andere rol? ,,Daar zit ik nog over na te denken, want als ik in volledige openheid bericht, krijg ik waarschijnlijk straf. De voorlichter wil dan misschien niet meer met me spreken. Ik weet niet wat de oplossing is. Bij één van mijn lezingen zei iemand tegen me dat een probleem zonder oplossing de werkelijkheid is.”
De oorspronkelijke kop boven dit artikel, ‘Luyendijk: Journalisten te laf om te veranderen’, is op verzoek van Joris Luyendijk vervangen. Hij doelde met zijn opmerking over lafheid niet op de journalistiek in het algemeen, maar slechts op een kleine groep.
14 reacties