Peiling 2006 (1): 27 experts over trends en kansen

logo peiling

De afgelopen weken vroeg De Nieuwe Reporter (die morgen z’n eerste verjaardag viert) 27 experts naar hun visie op de ontwikkelingen in het nieuwe medialandschap.
In hun antwoorden springt een belangrijk dilemma er uit: dat het medialandschap dynamisch en het publiek uiterst beweeglijk is, daar is iedereen het wel over eens. Maar hoe reageer je daarop? Moet de journalistiek, temidden van een sterk veranderende omgeving, vertrouwde platforms en werkwijzen handhaven, wellicht met afnemend bereik maar met de zekerheid die gevestigde merken, ‘gouden standaarden’ en tradities nu eenmaal bieden? Of moet ze die oude platforms en vormen, misschien zelfs principes, opgeven en zich voluit in nieuwe arena’s gooien, al was het maar om een, op heel andere leest geschoeide, golf nieuwe concurrenten voor te zijn? Aan de hand van zeven stellingen die we de experts voorlegden zullen we de voors en tegens van dit dilemma de komende zeven dagen verder uitdiepen.

Stelling 1: Journalistiek-met-passie

“Vergeet alles wat met klassieke journalistiek te maken heeft. Er is toekomst voor journalistiek die met passie wordt gemaakt. De informatiebehoefte wordt steeds meer bevredigd door partijen die passie voor een onderwerp hebben”
Paul Molenaar (CEO van Ilse Media en COO Online en Media Innovatie bij uitgever Sanoma, moederbedrijf van Ilse)

Met het ‘droge’ nieuws, dat overal vindbaar is, zijn mensen snel klaar. Ze speuren naar nieuwsbronnen die net iets meer brengen, die passie hebben voor een onderwerp en/of alles-maar-dan-ook-alles over iets weten. Daarin herkennen ze zich beter; ze kunnen een band opbouwen met de auteur, die zich van zijn menselijke kant laat zien, die de conversatie aan gaat en zich niet verschuilt achter afstandelijke beroepscodes. Met andere woorden: de dagen van de formule-journalistiek, waarin redacteuren ANP-tjes nabellen zijn geteld.

Negen kenners, onder wie Benjamin, Kuyl, Van Ess, Bruning, Van Vree en Dasselaar, zien niets in Molenaars stelling. Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek en Cultuur UvA: “Op zich is het waar – van die passie, maar het valse van de uitspraak zit in de frase dat de klassieke journalistiek niet met passie wordt gemaakt.”

Jeroen van Bergeijk, freelance journalist, schampert: “Wat een open deur. Er is altijd toekomst voor iets, wat dan ook, dat met passie wordt gemaakt.”

Internetspecialist Henk van Ess denkt dat Molenaar appels met peren vergelijkt: “Goed scorende sites op het web als Marktplaats, Bellen.nl en GeenStijl komen inderdaad soms uit passie voort, maar zijn meestal niet vanuit journalistieke principes ontworpen. Ze hebben daarom klassieke journalistiek helemaal niet nodig: ze scoren toch wel.”

Voor NRC Handelsblad-redacteur Dick van Eijk heeft de term ‘passie’ ook niet per se een positieve lading: “De lezer (luisteraar, kijker) heeft er helemaal geen boodschap aan of iets met passie is gemaakt. Is het relevant? Gaat het ergens over? Is het toegankelijk? Is het mooi? Met passie wordt fantastische journalistiek bedreven, maar met even veel passie wordt de grootst mogelijke bagger geproduceerd.”

Online uitgever Robert Briel tempert Molenaars enthousiasme met een reality check: “Goede journalistiek is altijd al met passie gemaakt, maar wat daarvan in de toekomst de plaats zal blijken te zijn? Ik was onlangs in Londen en zag daar een ouderwetse krantenoorlog tussen London Lite (van de Evening Standard) en thelondonpaper (van Murdoch). De inhoud van beide gratis kranten stemt niet vrolijk…”

Geert-Jan Bogaerts, chef internet van de Volkskrant, vindt dat de journalistiek zich met Molenaars strijdwijze te kwetsbaar maakt: “Wat betekent dat nou precies, passie? Betekent ‘t het opgeven van objectiviteit? Niet meer hoor en wederhoor plegen? Of liefde voor je vak hebben?”

Carel Kuyl, chef van NOVA, formuleert het in gebiedender termen: “Ontleen normen aan de ‘klassieke’ journalistiek als het gaat om (anonieme) bronnen, wederhoor, het in scene zetten van gebeurtenissen, bescherming van kwetsbare personen (minderjarigen), het aannemen van gunsten en giften etc.”

Jeroen Mirck, redacteur Adformatie en Adfoblog: “Nieuwe journalistiek wordt graag gelijkgesteld aan passie. Die passie is absoluut belangrijk, maar kan niet zonder een goede dosis expertise en kritisch vermogen. Veel nieuwsbloggers vervallen te vaak in stille (of al te luidruchtige) adoratie. Zo is de berichtgeving over Google verre van kritisch, zeker in de community van marketingbloggers. Online journalisten moeten aan wederhoor blijven doen en kritische vragen blijven stellen. Niet alles voor de ‘kijkcijfers’…”

Ondanks alle kritiek domineren de (zestien) medestanders van Molenaar in de peiling. De hoofdredacteur van Trouw, Frits van Exter, vindt weliswaar dat klassieke journalistiek óók passie bezit maar ‘begrijp(t) het punt’.

Anderen zien ‘passie’ als een ronduit succesbepalende factor. Henk Blanken, publicist en adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden: “De journalistiek in Nederland, maar niet alleen in Nederland, is te lang te kil geweest, een gevolg van de ontideologisering. Journalistiek wordt persoonlijker. Het gaat meer dan ooit om de mens, zijn visie en zijn passie om een verhaal te vertellen.”

De hoofdredacteur van Sp!ts, Bart Brouwers: “Zoals Henk Blanken eerder al aangaf: Betrouwbaarheid, Onafhankelijkheid en Distantie worden vervangen door Transparantie, Betrokkenheid en Authenticiteit.”

Paul Aelen, oprichter van Checkit, Clipit en DutchCowboys: “Kijk naar Blogo, kijk naar Dutchcowboys: MEdia ofwel me media ofwel media gemaakt door ‘mij’, ofwel door mijn gelijken. Dit zorgt voor erkenning, herkenning en nog meer passie.”

Job Twisk, docent Nieuwe Media aan de SvdJ in Utrecht, ziet er een overlevingsvoorwaarde in: “Alleen zij die er alles voor geven om de beste en meest volledige informatie te brengen op een manier waar de nieuwsconsument op zit te wachten, zullen overleven. En als dat betekent dat er afscheid genomen moet worden van allerlei business- en communicatiemodellen, dan zullen alleen de gepassioneerden dat durven en doen.”

Dat de botsende standpunten elkaar niet hóeven uit te sluiten, bewijzen de suggesties van Jan Dijkgraaf (hoofdredacteur Management Team) en Erik van Heeswijk (freelance journalist, vice-voorzitter NVJ). Dijkgraaf: “Ik zie een scheiding tussen het nieuws sec (waarvoor die passie niet nodig is) en de andere vorm van journalistiek, waarbij het persoonlijke steeds belangrijker wordt. Journalisten brengen nieuws of worden bloggers via scherm, papier, beeld of geluid.”

Ook Erik van Heeswijk denkt in die richting: “De klassieke wetten van de journalistiek zullen blijven bestaan, maar het is ongetwijfeld waar dat deskundigen en liefhebbers steeds meer in staat zullen worden gesteld het discours over een nieuwsthema te domineren, zeker als dat een specialistisch onderwerp is.”

De komende dagen rapporteren we over de volgende trends:

- Krant terug naar kerntaken
- Krant en opinieblad op ramkoers
- Teloorgang televisie betwist
- Met lezersblogs valt meer te doen
- Betaalde krant wordt weekendkrant
- Werkgelegenheid volop, maar van welke aard?

Met dank aan Martijn de Waal

11 reacties

  1. Ik zie nergens het woord ‘interactie’ terugkomen. Persoonlijk denk ik dat dat element de belangrijkste verandering zal brengen in het ‘brengen’ van niet alleen nieuws, maar ook van doelgroep gerichte informatie…..

    Peter

  2. Op Het Archiefforum heb ik laatst gepubliceerd over het Amerikaanse prject Newspaper Next:

    “Het American Press Institute is het Newspaper Next project gestart om te kijken hoe je de kansen op verbetering van de “economische situatie” in de krantenwereld kunt bewerkstelligen. Er is een taskforce van visionaires die het hele project gaat ondersteunen. Voor België en Nederland zou ik zo’n project aanbevelen.

    Newspaper Next http://www.newspapernext.org

    American Press Institute http://www.americanpressinstitute.org

    Het woord ‘passie’ ben ik daar nog niet tegengekomen.
    Als je geen passie hebt voor een specialistisch vak als journalist moet je dat vaak niet uitoefenen is mijn visie.
    De toekomst voor de journalistiek zit in mijn optiek bij: – onderzoeksjournalistiek. Daar is o.a. doorzettingsvermogen voor nodig ipv passie.
    - leren van bedrijfsleven (Zie lezing Prof. Philip Meyer bij de VVOJ). Dat is een verruimde blik voor nodig.

    Eric

  3. @Edwin: dus aanvullend: naast interactie wil de nieuwe informatie consument ook on-demand consumeren, waarbij het medium zelf kennelijk niet meer belangrijk is. De jonge consument lijkt dus prima in staat te zijn zelf te kunnen kiezen…. Is dat ook echt zo? Ik zou wel eens een scenario willen schetsen, waarbij alle publieke zenders zouden zijn verdwenen en daarnaast ook alle kranten….

    Vinden we het gestructureerd aanbieden van informatie in ee bepaalde afkaderingen niet juist heel fijn? Of zit die gedachte alleen nog maar ‘vast’ bij een bepaalde generatie…..?

    Peter

  4. Edwin schreef op 5 december 2006 om 09:27

    Het is maar net welke invalshoek je kiest in deze. Als iemand echt op zoek is naar betrouwbare informatie willen ze heus nog wel geholpen worden bij zoeken, vinden en navigeren. Dan zijn kaders welkom inderdaad. Maar voor wat betreft de dagelijkse consumptie van nieuws en feiten ligt dat denk ik anders. Dat is allemaal adhoc en vaak erg oppervlakkig. Daar bepalen ze zelf de kaders. En je hoeft alleen maar in de zeitgeist van Google te kijken om in te zien wat er leeft en wat daar de diepgang van is.

    Ik ben zelf nog heel blij met de traditionele media…maar ik ben alweer een ouwetje met mijn 35. Het zou mooi zijn als je zo’n scenario echt zou kunnen testen.
    Probleem is dat niemand echt kan kiezen uit het grote aanbod informatie. Je kan niet anders dan filteren. Je neigt dan snel naar een selectie die ook veel ontspanning biedt, zeker als je jong bent…

  5. De toekomst ligt wat mij betreft in het onderscheidende journalistieke verhaal dat uiteraard met passie is gemaakt en waarvan het onderwerp met lef is gekozen. Niet door network-nieuws-volgende hoofdredacteuren, maar door tegendraadse besluitvormers. Geen angsthazerij (omdat de concurrent dat verhaal ook heeft, omdat onze lezers dat niet interesseert), maar een uitgesproken eigen koers dus voor krant, tijdschrift en elk ander mediumtype. Lezers herkennen zo’n koers en voelen zich aangesproken. Het beste voorbeeld in die categorie vind ik nog steeds de reportage In M van NRC-redacteur Dick Wittenberg over armoede in een dorpje in het verre Malawi. Dit verhaal spreekt lezers aan (dwars door alle lagen van de bevolking heen) niet omdat het grote nieuws gevolgd wordt, maar vanwege de eigenwijze onderwerpkeuze en de stylistische vrijheid die Wittenberg heeft gekregen van een hoofdredacteur die nadrukkelijk een eigen koers vaart. Hoe anders zou ons wereldbeeld zijn als (buitenland-) correspondenten op pad gestuurd zouden worden met de missie: u woont daar, reis rond en kom terug met een mooi verhaal.

  6. Ik ben het geheel met Molenaar eens, als ik in bijdragen artikelen ook/juist op websites die passie in inzet proef blijf ik makkelijker hangen en krijg ik meer de neiging om er mijn zienwijze aan toe te voegen.
    Dat info volledig moet ziijn , verrassend , nieuw en origineel voegt alleen maar toe .
    http://forum.annozijlstra.nl/viewforum.php?f=137

  7. Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » Peiling 2006 (5): experts over zin en onzin van lezersblogs

  8. Gerard Smit schreef op 7 december 2006 om 09:06

    Tone of Voice
    Mooie stelling over journalistiek met passie. Maar als je preciezer wilt zijn, en onderzoek naar wilt doen naar dit onderwerp, moet je denk ik naar een andere term zoeken. Zelf denk ik aan ‘tone of voice’. Uit onderzoek van studenten van de Utrechtse School voor Journalistiek naar wat je zoal onder excellente journalistiek kunt verstaan kwam vooral naar voren dat de ‘toon’zo belangrijk was, dwz de combinatie van de manier van presenteren, de houding tegenover het onderwerp, de gekozen invalshoek en de vorm. De vraag is: hoe kun je zo’n begrip als ‘toon’zinnig operationaliseren? Suggesties?
    De toon van een journalistieke bijdrage biedt de mogelijkheid tot identificatie. Dat laatste, zo blijkt ook uit de opmerkingen over passie, is cruciaal voor de waardering van journalistiek.

  9. Theo van Stegeren schreef op 7 december 2006 om 12:33

    Goed voorbeeld van Arjen Westra. Het verhaal van Wittenberg (en fotograaf Jan Banning) sprak mensen aan omdat er een gepassioneerdheid voor het onderwerp (en de mensen daarachter) uit sprak, maar ook omdat het authentieke en transparante poging was iets constructiefs met dat onderwerp te doen (zo constructief dat lezers van NRC Handelsblad spontaan geld gingen inzamelen voor het beschreven dorp in Malawi). Natuurlijk spreekt er subjectiviteit en een gebrek aan distantie uit Wittenbergs aanpak; maar mensen vinden dat volgens mij allang niet erg meer; integendeel, ze vinden het prettig als een journalist hen een handje helpt om zich op een zinvolle manier tot hun omgeving en de wereld te verhouden.

    Voor het overige ben ik het met Blanken en Brouwers eens: gepassioneerdheid is een voorwaarde voor goede journalistiek, maar authenticiteit en transparantie zijn dat ook. Mensen zijn “media-wise” en kritisch genoeg om door de pose van onaantastbaarheid van de journalist heen te kijken. De beperkingen van journalistieke berichtgeving zijn zo talrijk en evident (zie De Leugen Regeert, ombudsmanrubrieken, twijfels over berichtgeving WTC-aanslagen, boek Joris Luyendijk, gebruik verkiezingspeilingen, berichtgeving Volkskrant Diamantbuurt), dat mensen zich van de weeromstuit denken of hopen te kunnen verlaten op personen, op individuele journalisten, bloggers of anderen die misschien als subjectief maar ook als gepassioneerd, authentiek, betrouwbaar en transparant worden gezien.

    Wat Gerard Smits opmerkingen over de “toon” van berichtgeving betreft: misschien dat die woorden en stijlkenmerken waaruit openheid over gebruikte methoden, persoonlijke betrokkenheid, bereidheid tot conversatie, pogingen tot zingeving en een “onderste-steen-boven” mentaliteit spreken, mensen momenteel tot de verbeelding spreken?

  10. De toekomst van de journalistiek ligt in wat het altijd al heeft gedaan: betrouwbare berichtgeving. Daar is routine en vakmanschap voor nodig. Passie komt naar buiten in opinie en achtergrondverhalen, het beeld bij het woord. De toekomst daarvan ligt in verhalen die zijn gemaakt met de persoonlijke observaties en associaties van de journalist, niet per se met saaie objectiviteit. Het gaat om verhalen met soul.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>