Peiling 2006 (6): verdrinkt de televisie of niet?

De afgelopen weken vroeg De Nieuwe Reporter 27 experts naar hun visie op de ontwikkelingen in het nieuwe medialandschap. Aan de hand van zeven stellingen die we de experts voorlegden bekijken we die in evenzoveel afleveringen. Vandaag deel 6.

peiling-logo

Stelling 6

“De televisie is onder onze ogen aan het verdwijnen, zonder dat we ons er helemaal van bewust zijn. Ze verdrinkt in een oceaan van schermen, pc-monitoren en mobieltjes, explodeert in ultra-thematische kanalen, video-on-demand, podcasts, blogs en vlogs. We betreden een wereld van alomaanwezige beelden maar afwezige media”

Jean-Louis Missika (mediadeskundige in Frankrijk, auteur van het boek La fin de la télévision)

Zo groot en invloedrijk is het aantal nieuwe platforms en ‘kijkpraktijken’, dat een gigant als de BBC haar koers drastisch verlegt. Nederlandse televisiemakers en -bestuurders staan voor de vraag of ze het vertrouwde massamedium voor hun journaals, actualiteitenprogramma’s en documentaires kunnen blijven gebruiken. Blijft de televisie as we know it bestaan? Of tekenen ze dan voor een eenzame dood op een afkalvend eiland, moeten ze de overstap naar nieuwe platforms en formats nu wagen?

Het standpunt van Missika krijgt verrassend veel aanhang. Van de 25 kenners die de vraag beantwoordden, verwachten er maar liefst 18 dat het geheel of gedeeltelijk die kant op zal gaan. Carel Kuyl, hoofdredacteur van NOVA: “Klopt, al zal televisie niet helemaal verdwijnen. Er zal altijd ruimte blijven voor algemene kanalen met name op het gebied van nieuws en sport. Er zit een grens aan thematisering.”

Robert Briel tempert al te overspannen verwachtingen: “Het laatste onderzoek wijst uit dat mensen geïrriteerd zijn door narrowcasting (schermen in winkels e.d.) en helemaal geen mobiele televisie op hun telefoon willen. Zelfs in Korea, het walhalla van de mobiele TV, bestaat nog geen sluitend business model, alleen een overheid die er veel geld in pompt. Maar industrie politiek is nog geen acceptatie door het publiek.”

Ook zes andere kenners zien het zo’n vaart niet lopen. Harm Taselaar, hoofdredacteur RTL-Nieuws: “We worden inderdaad bedolven onder de schermen en schermpjes. Maar aan het eind van de dag wil de gemiddelde werkende burger toch gewoon lui achterover leunend geïnformeerd en geamuseerd worden. TV forever! dus.” Carl Königel sluit zich daarbij aan; hij zet in op de tv als lean back medium, op het “neerzijgen op de bank en de buis aanknippen”.
Joost Divendal, hoofdredacteur De Journalist, sluit zich daarbij aan maar voorziet wel een beperktere taak: “Het ene scherm in de huiskamer als gezamenlijke omgeving waarin opvattingen over het bekekene gedeeld kunnen worden, zoals live beelden (in het Journaal ,of bij breaking news), zal als een magneet blijven trekken – los van beeldjes en schermpjes overal en nergens.”

Thomas Bruning, algemeen secretaris NVJ: “Een mens heeft overzicht nodig in een steeds complexer wordende wereld. Dat vraagt hij en dat krijgt hij, elke dag weer, nu en over dertig jaar via krant, algemene omroepzenders en internetsites!”

José van Dijck, hoogleraar Media en Cultuur, verwerpt het òf-òf denken. Verwijzend naar de geschiedenis stelt ze vast dat ‘oude media’ nooit verdwijnen, ondanks alle luidruchtige voorspellingen over ‘nieuwe media’. “De film is nooit verdwenen”, schrijft ze, “evenmin als de radio en de krant. Ook de televisie zal blijven bestaan, al zullen de sociale praktijk en culturele vorm van het televisiekijken veranderen onder invloed van multimedia.”

Laten we hier twee zaken goed uit elkaar houden. Het gaat, zoals Van Dijck zegt, om nieuwe vormen én om nieuwe praktijken. Oftewel:

a) op welke schermen kijken we straks? (tv, iPod, pda etc.)
b) hoe is de content georganiseerd: in brede algemene kanalen gericht op massapubliek, of op kleine nichepublieken volgens het anything-anywere-anytime principe? (en in het geval van narrowcasting zelfs in specifieke conteksten – al is een in-store display natuurlijk eerder promotie/propaganda/reclame dan journalistieke informatie).

Henk van Ess spreekt over het laatste wanneer hij, als rechtgeaarde early adopter, meldt dat er voor hem nauwelijks reden meer is om het ritme van de televisie te volgen: “Via de kabeldecoder kan ik kiezen (in NL) uit 200 kanalen. Ik kijk met de Slingbox waar ik wil en met de PVR wanneer ik wil.”
Maar Leon de Wolff vindt zo’n kijkpatroon (nog?) niet representatief: “Er zijn mensen die precies weten wat ze willen en die nemen op, casten pod en zoeken naar wat ze willen. Er zijn ook mensen die het niet precies weten, maar pas nadat ze hebben gezien wat er te zien is. Die blijven tv kijken en zijn blij met de selectie van iemand die ze begrijpt.”

De belangrijkste vraag lijkt niet òf, maar in welk tempo de transformatie van de televisie gestalte zal krijgen. Sommigen verwachten dat Missika vrij snel het gelijk aan zijn kant zal krijgen. Frank van Vree: “Ik denk dat Missika gelijk heeft: het lijkt wel of dit proces minder zichtbaar is, maar de televisie ondergaat in rap tempo een veel grondiger metamorfose dan de kranten; behalve in een aantal specifieke genres (breaking news en evenementen) zal het medium zijn huidige functies grotendeels zien opgaan in een multimediale context.”
Henk Blanken: “De massamedia zijn al dood, maar beseffen dat zelf nog nauwelijks. TV was een massamedium toen heel Amerika naar ‘I love Lucy’ keek, of heel Nederland naar Mies. Toen keken er miljoenen, nu zijn we blij met een paar honderdduizend. Kranten idem dito. Dertig jaar geleden in elk huisgezin, nu in krap de helft. TV is niet weg, maar inderdaad hard aan het verdwijnen.”

Concluderend: de reactie op de stelling is ambigu. Dit is een onomkeerbare trend, zeggen de meesten. Maar het commentaar van Robert Briel over de trage acceptatie van narrowcasting en mobiele tv, en de relativering van anderen, zetten daar een rem op. Wordt vervolgd, techniek en cultuur zijn nog steeds aan zet.

We rapporteren nog over de volgende trend:


- Werkgelegenheid volop, maar van welke aard?

Eerder besteede de ‘Peiling 2006′ aandacht aan:

- Journalistiek-met-passie
- De kerntaak van de krant
- Betaalde krant wordt weekendkrant
- Journalistiek moet inzetten op online advertenties
- Met lezersblogs valt meer te doen

5 reacties

  1. Marko schreef op 8 december 2006 om 00:53

    Wat bedoel je met ‘televisie’? Een apparaat, dat in alle huiskamers staat, vaak een sociale functie heeft, maar primair gericht is op lineair en passief kijken?

    Of bedoel je de industrie, waar nieuws, informatie, entertainment en discussie met behulp van beeld wordt gebracht.

    Wellicht bedoel je met televisie de zenders, waar met behulp van een ‘playlist’ een aantal programma’s achter elkaar worden gezet, die vervolgens een zenderprofiel vormen, waar je je al dan niet bij betrokken voelt.

    Maar misschien heb je het over het distributiekanaal televisie. De technische infrastructuur. De mast bij Lopik, de sprietjes op de schoorstenen? Het één-straalt-en-iedereen-ontvangt-model.

    In het eerste geval, tv als apparaat, zie ik aan de komst van vele soorten en merken dure plasma’s en grote lcd’s dat het apparaat televisie niet gaat verdwijnen. Daaruit concludeer ik, enigzins kort door de bocht, dat mensen nog steeds samen tv kijken en dat mensen nog steeds passief vermaak zoeken in de vorm van een aantal lineair opgestelde beelden. Tuurlijk, het apparaat heeft concurrentie gekregen van andere apparaten met beeldschermen, maar toch…

    In het tweede geval zie ik dat de industrie nog steeds druk bezig is met het maken van programma’s. En dat de vraag naar programma’s eerder toe- dan afneemt. Op al die apparaten met een beeldscherm moet wel wat te zien zijn. En het liefst een beetje goed gemaakt ook.

    In het derde geval zie ik dat het aantal zenders, ofwel playlist, hand over hand toeneemt. Niet alleen de digitale kanalen van de publieke en commerciële omroepen, maar ook de playlist die mensen zelf maken, bijvoorbeeld op sites als Youtube. Iemand, mogelijk jezelf op een Tivo of op een on-demand website, maakt een lijst van programma’s die achter elkaar en in lineaire vorm te bekijken zijn.

    In het vierde geval, het distributiekanaal, zijn natuurlijk wel erg veel veranderingen geweest en gaande. Televisie als distributiekanaal wordt volledig overgenomen door het internet als distributiekanaal. De sneeuwbui wordt vervangen door een stelsel van kanalen. Maar dat gebeurt achter de schermen, onzichtbaar voor het grote publiek.

    En dan is er nog de mogelijkheid dat je met televisie een mix van de bovenstaande ‘definities’ bedoelt. En ja, die mix zal verdwijnen. In de plaats daarvan komt een andere mix. Uitgebreider, gevarieerder. Die mix noemen we misschien geen televisie. Dan kijken we wellicht met het gezin naar een livestream op de plasma. Maar kijken zullen we.

  2. Theo van Stegeren schreef op 8 december 2006 om 10:04

    Marko, Jean-Louis Missika heeft het in zijn boek La fin de la télévision over drie ontwikkelingen:

    - een in de kinderschoenen staande vermenigvuldiging van themakanalen
    - veranderingen in televisie als distributiekanaal onder invloed van video-on-demand en IP-televisie
    - de opkomst van doe-het-zelf-televisie, vooral op het internet

    Kijkend naar ontwikkelingen in de VS en Frankrijk stelt Missika vast dat we van gespecialiseerde themakanalen (sport) naar ultragespecialiseerde themakanalen (extreme sporten, basketbal, voetbal etc.) gaan. Daarnaast wordt het maken van televisie volgens hem, refererend aan ontwikkelingen in de bloggerswereld, wat minder een professie, wat meer een passie of liefhebberij.
    Tegelijkertijd kiezen producenten voor meerdere distributievormen die tegelijkertijd of na elkaar worden benut (tv, mobiel, dvd) en bekijken mensen, met name jongeren, het aanbod op hun eigen plek en vooral hun eigen moment.
    Dit alles tesamen doet Missika concluderen dat de televisie als medium verdwijnt; binnen onze ‘publieke sfeer’ was (en is) de televisie het belangrijkste constituerende medium. Als de televisie desintegreert, desintegreert de publieke sfeer mee, kijkt men in afnemende mate naar hetzelfde en zal men het dus ook in afnemende mate dezelfde informatie, genoegens en debatten delen.

  3. Marko schreef op 8 december 2006 om 13:09

    @ Theo: Ik moet toegeven dat ik het boek niet heb gelezen, maar ik heb wel kanttekeningen bij jouw korte samenvatting.

    Als ik kijk naar die bloggerswereld, zie ik dat de beste blogs door professionals of door heel erg getalenteerde hobbyisten wordt gemaakt. Mensen willen hoe dan ook kwaliteit. Waarom zou dat met beeld anders zijn?

    Verder zie ik dat er ontelbare blogs zijn die nauwelijks worden bezocht, en dat er enkele zijn die, al dan niet in een bepaalde groep of context, vreselijk populair zijn. Hetzelfde geldt voor televisieprogramma’s of evenemenenten.

    Vroeger keken we met zn allen naar Nederland 1. Nu bezoeken we massaal Geenstijl, we bekijken allemaal hetzelfde filmpje op Youtube. Met een belangrijke voetbalwedstrijd verhuizen we naar vrienden of een cafe en we gaan met half Nederland naar een concert van Marco Borsato. Bij verkiezingen bezoekt heel Nederland de stemwijzer en de kijkcijfers van programma’s als Friends of Onderweg naar morgen zijn nog steeds fenomenaal hoog.

    Het is logisch dat met de komst van meer kanalen, mensen minder naar dezelfdde programma’s kijken. Maar het desintegreren van de ‘televisie’ lijkt me niet gelijk aan het desinteregeren van de publieke sfeer.

  4. gijsbregt schreef op 12 december 2006 om 17:04

    Het onderscheid tussen platform, content, device en aggregator dat Jack maakt is van groot belang.
    Het platform gaat van breed naar individueel (echt alleen of een huishouden). En van lineair naar interactief en zelfs naar voorspellend.
    De hoeveelheid content explodeert en de gehele hoeveelheid (professioneel en user generated) krijgt aandacht, uiteraard sommige meer dan andere, zie Chris Andersons Long Tail.
    Het device is straks bijna irrelevant en geheel ondergeschikt aan het moment en motief om te “kijken”. Wachtend op de trein, mobiel. Gezellig samen, de plasma aan de muur. Goed recept maken, het scherm in de keuken.
    De aggregator heeft de grootste opgave. Zowel de huidige TV-exploitanten vallen hieronder als de zoekmachines en alles daartussen. Zij zijn er om het keuzeproces van de consument te vereenvoudigen: door een goede relatie met hem op te bouwen (branding/connecting) of door superbe zoek- of organisatietechnologie te bieden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>