Lang Leve De Nieuwe Reporter
Als ook mediamacher Fons van Westerloo roept dat de oude journalistiek bloggers moet omarmen, wordt het allicht tijd het “fenomeen” van de blogs eens stevig te debunken. En niet omdat Van Westerloo zo genuanceerd is in zijn aanbeveling of een krachtig voorbehoud maakt. We moeten blogs incorporeren, zegt de man van AVRO, AT5, HMG en SBS. Want de macht van de media is tanende.
[Beweerde ik vandaag op een borrel van DeNieuweReporter, bij de presentatie van het jaarboek]
Ik kan u verzekeren: zo’n vaart loopt het nu ook weer niet. Vanaf Matt Drudge en Monica Lewinsky hebben blogs van burgers spectaculaire primeurs gehad, maar het waren er maar een paar, twee handen vol, zeker als je het aantal bloggers (pakweg 100 miljoen) afzet tegen het aantal professionele journalisten (minder dan 1 miljoen).
Bloggers nemen de macht niet over. Ik weet dat dankzij onderzoeksbureau Gartner en dankzij mij theewater. Gartner beweert dat de razendsnelle groei van het aantal blogs – al jaren een verdubbeling elke zes tot negen maanden – in 2007 zal afvlakken. Mijn theewater zegt dat de meute, de massa, negen van de tien mensen, helemaal geen blogs wil lezen, laat staan ze gaat volschrijven.
We praten elkaar de hype na zonder die op waarde te schatten. Slechts een paar procent van de lezers van Dagblad van het Noorden leest wel eens een weblog. Een fractie van hen onderhoudt een weblog. En ik weet vrij zeker dat het aantal bloggers op Volkskrantblogs is blijven steken op een paar duizend.
Dit is een andere wereld dan die van de web-streepje-log-dagboeken. Zodra blogs en nieuws elkaar raken, haakt de massa af. Interactiviteit moet, maar niet van het grote publiek. Op het volstrekt open, niet vooraf gemodereerde forum van mijn krant praten hooguit duizend mensen vaker dan een keer in de week mee over het nieuws. De fanatici die dat de hele week doordoen, ken ik onderhand persoonlijk.
(Een tiental – mensen als Kazonga, Veni_Vidi_Vici, Gerrit, en NAC – praat online mee over de opzet van ons forum. Ze vliegen mij en elkaar voortdurend in de haren, ze zijn lastig en lichtgeraakt, maken elkaar uit voor trol en mij voor brute censor, maar samen weten ze meer van internetfora en moderatiesystemen dan ik – het is een feest om met ze samen te werken, ook al gaat het er soms wat ruw aan toe).
Het is, bedoel ik te zeggen, hollen of stilstaan, als oude media beginnen over nieuwe. Van de week las ik in een marketingblaadje dat de hype van blogs voorbij is. De suggestie was dat de hele tweede internetbubble nu was lek geprikt. We kunnen weer gewoon aan het werk, degelijke printjournalisten als we zijn. Niks aan de hand. Veelzeggend is dat een papieren professional deze onzin opschrijft.
Van Westerloo gaat net zo kort door de bocht, niet in een kortje van tien regels maar in een sjieke Machiavellilezing. Met zijn conclusie ben ik het eens, oude media moeten iets met weblogs, maar zijn betoog is slordig. Hij relativeert blogs door te beweren dat die vorm van burgerjournalistiek notoir onbetrouwbaar is, maar het enige voorbeeld dat hij geeft gaat over Van Westerloo zelf – RTL zou samen met Audax een nieuwe krant beginnen – en was geschreven door een papieren professional, nota bene van het vakblad De Journalist.
We praten elkaar te vaak gedachteloos na. Nieuwe generaties gaan anders met nieuws om, maar het is te simpel om te beweren dat ze amusement belangrijker vinden dan nieuws. Welke jongeren bedoelen we als we dat zeggen, Groningse studenten of moslims in Bos en Lommer? Welk amusement bedoelen we: ijsdansende sterren of het raffinement waarmee RTL Boulevard nieuws verpakt? En wat eigenlijk verstaan we onder nieuws? Is dat wat Teletekst op 101 brengt, of zijn achtergronden, opinie, service-informatie, filmtips en de kookrubriek ook nieuws? En wat betekent dat dan?
Het publiek is versnipperd. Het nieuws is versnipperd. De blogosphere lijkt meer op een sterrenstelsel na de oerknal dan op de samengepakte, veelkleurige klont waarvoor men hem soms houdt. We kijken er van te grote afstand naar.
De massa bestaat nog maar wordt langzaamaan minder homogeen, minder massaal. Terwijl de macht van oude journalisten gebaseerd was op massabereik, op een massa die niets terug zei, geen mening had, behalve bij verkiezingen en zo nu en dan een peiling.
Wat de oude journalistiek bedreigt, is niet de massa. Niet de miljoenen bloggers waarover Van Westerloo het heeft. Wij krijgen last van mensen die kunnen praten, niet massaal, maar elk voor zich, individuen die veel mondiger zijn dan vroeger. Mensen die, zodra ze het over nieuws hebben, over alles in de eerste plaats een mening hebben en lang niet zo onbetrouwbaar zijn als wij, oude media, graag willen denken.










6 reacties:
25 januari, 2007
Was Fons van Westerloo ingeseind dat De Nieuwe Reporter vanavond zijn borrel annex boekpresentatie had? De timing van zijn uitspraken kon immers niet beter. Prima inhaker daarop, Henk. Waar je echter waarschuwt voor het elkaar napraten van hypes, waarschuw ik graag op mijn beurt voor het vroegtijding debunken van hypes. Daar hebben early adopters en experts vaak een handje van. Daarmee willen ze primair zeggen dat ze er o zo vroeg bij waren. Tegelijk constateer je echter het belang van diezelfde consumentenmassa. Ze mogen dan versnipperd zijn en lang niet allemaal de blogs afstruinen, maar hun invloed kan zich op allerlei fronten manifesteren: dat hoeft geen blog te zijn, maar evengoed een ingestuurde foto. Burgerparticipatie is een veelkoppig monster. De ware winst schuilt erin dat de journalistiek het niet langer als een monster gaat behandelen.
26 januari, 2007
Zoals gezegd ben ik het meer met je eens dan ooit Henk. Je post is zelfs een heel aardige samenvatting van mijn gedachten de afgelopen jaren. Rest me dus je oprecht te complimenteren.
Slechts een uitbreiding: ik vervang in je laatste alinea ‘mensen’ en ‘individuen’ door organisaties. En dan heb je precies waar ik me steeds meer zorgen over begin te maken (en dat is niet de burgerjournalistiek):
“Wij krijgen last van organisaties die kunnen praten, niet massaal, maar elk voor zich, organisaties die veel mondiger zijn dan vroeger.”
26 januari, 2007
[...] Gisteravond waren wij aanwezig bij de borrel van De Nieuwe Reporter in café De Jaren, Amsterdam. Hoofdredacteur Theo van Stegeren presenteerde het jaarboek 2007 en reikte het eerste examplaar uit aan journalist Henk Blanken (adjunct-hoofdredacteur bij Dagblad van het Noorden). In zijn korte toespraak sprak Henk lovend over De Nieuwe Reporter en gaf tegelijkertijd kritiek op de mening van Fons van Westerloo. Henk is overigens van mening dat de groei van weblogs zal gaan afnemen: Ik weet dat dankzij onderzoeksbureau Gartner en dankzij mijn theewater. Gartner beweert dat de razendsnelle groei van het aantal blogs – al jaren een verdubbeling elke zes tot negen maanden – in 2007 zal afvlakken. Mijn theewater zegt dat de meute, de massa, negen van de tien mensen, helemaal geen blogs wil lezen, laat staan ze gaat volschrijven. [...]
30 januari, 2007
Goed stuk, ben het grotendeels met u eens. Ik vind echter dat blogs niet op een lijn met de oude media hoeven te worden gezet.
Zoals meneer Mirck terecht opmerkt: burgerparticipatie is een veelkoppig monster. Maar volgens mij zal dit monster pas krachtig worden als het door gevestigde media wordt bediend.
Is het kortzichtig om te stellen, dat weblogs gezien zouden moeten worden als hulpmiddel voor de journalistiek?
2 februari, 2007
[...] Een visionair is iemand die gelijk krijgt, maar het niet heeft. Een charlatan is hetzelfde, maar omgekeerd. Schoot me te binnen nadat ik de hype van het bloggen een beetje trachtte te debunken, en ik prompt het verwijt kreeg dat ik als early adopter – wat ik niet ben – weer al te snel tegen de stroom in wil gaan. [...]
17 april, 2007
Henk Blanken schrijft: “De massa bestaat nog maar wordt langzaamaan minder homogeen, minder massaal.”
Op welke feiten is deze uitspraak gebaseerd? Hoe is de vroegere homogeniteit van de ‘massa’ onderzocht? En de huidige? En wie vormen de ‘massa’? Homogeen in welk opzicht, trouwens? Uiterlijk of innerlijk?
Henk Blanken schrijft: “Terwijl de macht van oude journalisten gebaseerd was op massabereik, op een massa die niets terug zei, geen mening had, behalve bij verkiezingen en zo nu en dan een peiling.”
Hoe weet Blanken zo zeker dat mensen (want daar gaat het toch over?) vroeger geen mening hadden? Van welke planeet komt hij?
Henk Blanken schrijft: “Wat de oude journalistiek bedreigt, is niet de massa. Niet de miljoenen bloggers waarover Van Westerloo het heeft. Wij krijgen last van mensen die kunnen praten, niet massaal, maar elk voor zich, individuen die veel mondiger zijn dan vroeger.”
Dezelfde vragen als boven. Mensen zijn niet ‘mondiger’ dan vroger, maar zij hebben nu eindelijk middelen om hun opvattingen en voorkeuren zodanig te publiceren dat politiek en journalistiek die niet langer kunnen negeren. Henks woorden ‘wij krijgen last’ zijn veelzeggend (en veelbelovend!). Dat werd tijd, want tot voor kort werd de last van de onweerspreekbare (en dus schijnbaar onweersproken) journalistiek gedragen door mensen die alleen maar mochten lezen, luisteren en kijken, maar die zelf niet konden worden gehoord en gelezen.
Mede dankzij internet begint de democratie eindelijk een beetje te functioneren en komen zaken wat meer in evenwicht. De oude monopolisten van de publieke meningsvorming hebben het daar duidelijk moeite mee.
Henk Blanken schrijft: “Mensen die, zodra ze het over nieuws hebben, over alles in de eerste plaats een mening hebben en lang niet zo onbetrouwbaar zijn als wij, oude media, graag willen denken.”
Pijnlijk, maar wel verhelderend, deze blik in de diepe, donkere kloof die al zo lang gaapt tussen burgers en de mensen die pretenderen hun democratische belangen te willen en kunnen bewaken, mar die het veel te druk hebben met het verdedigen en behartigen van hun eigen belangen en die van hun netwerken en protegés en cliënten.
Internet biedt met zijn e-mail, weblogs en reactiemogelijkheden de burgers eindelijk mogelijkheden om de journalistiek te ondervragen en weerwoord te bieden. Hiermee wordt een leemte vervuld in het stelsel van checks and balances dat onze democratie transparant, evenwichtig en rechtvaardig moet houden. Een gezonde democratie kan niet bestaan zonder een vrije en onafhankelijke pers, maar als de journalistiek geen weerwerk en tegenspraak krijgt, kan zij zich juist ontwikkelen tot een bedreiging van de democratie en de samenleving.