Column no. 10 van Charles Groenhuijsen
Wie wint in Amerika de verkiezingen op 4 november 2008? Geen idee! En gelukkig maar. Dan is het niet spannend meer.
Er is een andere voorspelling die ik wél aandurf: De verkiezingen leveren een klinkende overwinning op voor de onofficiële nieuwsmedia. De roddelsites dus. De flodderige praatshows waar het om vermaak gaat en niet om informatie. En vergeet ook niet de radicale – meestal heel rechtse – radiotalkshows. En louche actiegroepen met slimme mediacontacten. Meer dan ooit krijgen kiezers karrenvrachten ongecontroleerde informatie over zich uitgestort.
Het patroon ligt vast. Op een website duikt een pikant politiek bericht op. Zonder serieuze bron. Zonder wederhoor. Maar dat doet er niet toe. Het gerucht is er ineens. De 24-uurs nieuwsmachine zuigt het bericht (Breaking News!!!…) gretig op en gaat er als een wilde mee aan de slag.
Gerucht als feit de ether in
Andere websites pikken het op. CNN, MSNBC en FOX laten er deskundigen over praten. Radiotalkshows genieten met volle teugen. Jay Leno en Dave Letterman maken er zich – hoe pikanter, hoe beter – vrolijk over. Zelfs serieuze ochtendbladen schrijven er over. En binnen 24 uur zijn er de eerste opiniepeilingen, waaruit blijkt hoeveel Amerikanen het kwaadaardige gerucht geloven.
Als het 24 uur later allemaal onzin blijkt te zijn, is het kwaad al geschied. Grappen over de ontkenning zijn minder leuk dan over het gerucht zelf. Wie wil horen over een financieel of seksueel schandaaltje dat toch níet plaats vond? Dus blijft een fikse groep kiezers in dat valse gerucht geloven. Treurig maar waar: de leugen regeert.
Het eerste voorbeeld in de 2008-campagne was er eind januari al. Democratisch presidentskandidaat Barack Obama zou ooit in Indonesië op een radicale moslimschool hebben gezeten. Is dat waar of verzonnen?
Héél vroeger stapte een chef-nieuwsdienst met zo’n bericht naar een ervaren bureauredacteur: “Waar komt dit vandaan? Doe eens een paar belletjes. Kan wat zijn. Waarschijnlijk niet. Maar je weet maar nooit.” Insight.com de website die het verhaal over Obama bracht, blijft er volgens de New York Times nogal vaag over. Waarschijnlijk valt dit dus in de categorie valse roddel.
Nu meer dan 20 maanden voor de verkiezingsdatum – 4 november 2008 – begint dit al! Wat staat ons te wachten als de strijd over een jaar écht losbrandt. Dan krijgen we vast ook veel sappiger geruchten te horen over het persoonlijk leven van kandidaten of hun gezinnen. Dan wordt de valse informatie veel kwaadaardiger.
De onjournalistieke wetten van Freak Show
Journalisten Mark Halperin en John Harris noemen dit fascinerende schouwspel van ongecontroleerde berichtgeving in hun boek ‘How To Win’ treffend ‘the freak show’. In dat klimaat geldt geen enkele traditionele journalistieke wet meer. We zagen er in eerdere campagnes verontrustende voorbeelden van. Zowel Al Gore (2000) als John Kerry (2004) weten wat de gevolgen zijn als je je niet wapent tegen de anonieme samenzweerders in de coulissen van de Freak Show.
Gore en Kerry verloren de controle over hun publieke imago door de fall-out van de informele media. De zwakke kanten van Republikein George Bush bleven vaak onderbelicht. Maar Gore en Kerry werden ongenadig gepakt op hun (vermeende) zwakheden. Was er in 2000 en 2004 zonder de valkuilen van de Freak Show een andere president gekozen? And how about 2008?
Halperin en Harris hebben een paar dringende adviezen voor politici in de 2008-campagne: neem schandaalnieuws op internet altijd serieus. Elke kandidaat en elke campagnemedewerker kan er zo maar slachtoffer van worden. Miljoenen lezers en luisteraars worden beïnvloed door deze berichten. Oude nieuwsfilters gelden niet meer. De Freak Show bepaalt – leuk of niet – de toon en inhoud van het debat.
5 reacties