Eén maand De Pers: gratis maar niet gratuit

de pers Dagblad De Pers bestaat vandaag, 23 februari, precies een maand. Jelle Leenes, oud-hoofdredacteur van de freesheet Metro, las de nieuwe krant. Zijn conclusie: er is sprake van verbetering, maar de juiste balans ontbreekt nog. En mogen de redactionele glimlachbalken onder aan de pagina’s met weetjes, feitjes, quootjes en agendapuntjes weg? Ze ademen wel erg de belegen sfeer van de Enkuizer Almanak.

De definitieve verdeling van de ministersposten in een nieuw kabinet. Is dat nieuws? Je zou zeggen van wel. Alle kranten besteedden er dinsdag 13 februari op hun voorpagina’s in in elk geval aandacht aan. De betaalde dagbladen. De gratis tabloïds. Zelfs Sp!ts opende met het onderwerp. Middels een ANP-bericht. En ook Metro verwees met een kort bericht op de cover naar een langer artikel op pagina twee. Eveneens van het persbureau.

Alleen De Pers oordeelde die dag anders. Haar opening: navigator TomTom denkt mee over de kilometerheffing. Verder op de cover een trotse verwijzing naar de eerste spread in het hart van de krant over Geert Wilders. Diens ‘eerste grote interview sinds zijn Partij voor de Vrijheid met negen zetels in het parlement kwam’, meldde de redactie trots.

De verdeling van de ministersposten vonden we bij De Pers eerst op ‘binnenland nieuws’, pagina vijf. Met een eigen tekst, dat wel. Maar onduidelijk en warrig. Want waar ging dat artikel nu over? Over de toen nog beoogde minister van vreemdelingenzaken Ahmed Aboutaleb (‘wachten op het beslissende telefoontje’) of over het ministersakkoord?

Vergis ik mij of was het de (eind)redactie van De Pers de volgende dag ook opgevallen dat de lezer over deze voortgang van de kabinetsformatie matig was bediend? Hoe dat ook zij, de krant opende er een dag later alsnog mee. Kabinet klaar, luidde de kop. Gelukkig voor de redactie konden ook al namen (nieuwe informatie!) worden genoemd.

Hoofdredacteur Bart Brouwers van Sp!ts had al na lezing van het eerste nummer van De Pers op 23 januari ‘niet het gevoel helemaal op de hoogte te zijn wat er afgelopen 24 uur aan belangrijks is gebeurd’. Inmiddels zijn we één maand verder. Schrijver dezes heeft – na screening van vrijwel alle nummers van De Pers tot nu toe – qua nieuws nog altijd niet de indruk door de nieuwe gratis krant steeds optimaal te worden ‘bijgepraat’.

Verbetering
Wel is er wat dit betreft sprake van enige verbetering, getuige het nummer van 20 februari, daags na het aftreden van advocaat Bram Moszkowicz als verdediger van Willem Holleeder. De Pers opende weliswaar toch weer met verondersteld eigen nieuws over het zakelijke verleden van de nieuwe CDA-staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën.

Maar ook op de cover die morgen een foto met korte ankeilende tekst over de bekende strafpleiter met vervolgen op pagina 3 en, blader-blader-blader, op pagina 16. Waarom naar goed journalistiek gebruik deze teksten niet gegroepeerd werden op één pagina, was niet duidelijk, maar vooruit: de krant besteedde tenminste aandacht aan hét onderwerp van die dag, zij het magertjes: anders dan gebruikelijk geen commentaar, nauwelijks reacties, geen duiding van het belang van dit nieuws voor samenleving en rechtspraak.

Wat deze voorbeelden duidelijk maken is dat de redactie van De Pers nog niet de juiste balans heeft gevonden. Nog onvoldoende koersvast is. Nog té veel op verschillende gedachten hinkt. Wellicht het gevolg van de gekozen, deels contradictionaire uitgangspunten. De Pers moet immers een ‘frisse’ en ‘geestige’ krant worden. Een krant ‘met een glimlach’ met andere woorden. Maar volgens uitgever Cornelis van den Berg (in Trouw) tegelijk een dagblad dat door goede analyses, achtergronden en zelfs primeurs – de redactie telt niet voor niets ruim dertig medewerkers, veel voor een gratis tabloïd – van hoog niveau is.

Eigen smoel
Het gevolg tot nu toe? Duidelijk zichtbaar en zeer te waarderen, is de soms al geslaagde hang naar eigen verhalen, invalshoeken en primeurs. De redactie heeft wat betreft dat streven naar eigen smoel evenwel nog niet de juiste balans gevonden. Nog te vaak wordt gekozen voor uitgebreide aandacht voor tijdloze c.q. belegen onderwerpen. Over de machtsstrijd aan Het Vaticaan bijvoorbeeld. Of over de zesde baan van Schiphol.

Voorts: al dan niet veronderstelde primeurs zijn mooi, in de eerste plaats voor de redactie zelf, maar niet elke primeur is even gewichtig. Het feit dat enige duizenden aardlekschakelaars in Nederlandse woningen onveilig zouden zijn (‘Groot risico met stroom in huis’) staat niet op gelijke voet met het prima spitwerk naar interne stukken waaruit blijkt dat bij de verkiezings-campagne van de PvdA van alles misging (‘Wanhoop over campagne PvdA’). Onnodig met andere woorden om primeurproducties altijd prominent op de cover brengen. Dat getuigt niet van het journalistieke onderscheidingsvermogen waar lezers op wachten. In het verlengde daarvan: stop met de wel vaker in de media vertoonde pedanterie van het even opvallend brengen (‘gister in deze krant’) van follow-ups op die eigen primeurs.

Wat ook opvalt: de journalistieke medewerkers van De Pers staan als de eerste de beste schoolkrantredactie voortdurend te trappelen om commentaar te leveren. Commentaar in de vorm van ten onrechte als nieuws gepresenteerde analyses (‘Balkenende IV het kabinet van de bedilzucht’) of stiekem commentaar tussen de regels van menig bericht door (‘Advocaten mogen de remmen losgooien als zij reclame willen maken voor zichzelf’).

Krant of tijdschrift?
Is De Pers een krant of eerder een tijdschrift, vroeg tabloïdmaker Bart Brouwers zich af. Afgaande op één maand ‘leesplezier’ luidt het antwoord: soms het een, soms het ander. Onduidelijk in elk geval wanneer en waarom. Actueel nieuws troffen we geregeld op achtergrondpagina’s en omgekeerd: achtergronden, reportages en analyses waren herhaaldelijk te vinden op als zodanig aangeduide nieuwspagina’s.

De eerste weken verwarden vooral de pagina’s twee en drie de lezer. De bedoeling is (was?) kennelijk om juist daar op zijn minst ook glimlach-items te etaleren. Ongeacht het soort nieuws: binnenland, buitenland, economie, sport, wetenschap. Of het soort artikelen: nieuws, achtergrond, reportage. Neem het nummer van 1 februari. Welke andere krant zou het durven om pagina drie te openen met tijdloze en nauwelijks van belang zijnde artikelen over té dure tortilla’s in Mexico en het levensverlengende (bij muizen) hormoon Melatonine? Eigenzinnig is zo’n aanpak zeker. Maar of de serieuze lezer daar nu op zit te wachten?

Bart Brouwers vond de artikelen in het eerste nummer van De Pers wel goed en zorgvuldig geschreven. Is die conclusie gerechtvaardigd? Duidelijk is dat de redactie van De Pers zoals beloofd als het even kan inderdaad geen genoegen neemt met de integrale plaatsing van bijvoorbeeld artikelen van haar nieuwsleverancier Novum. Maar of dat leidt tot sterkere teksten? Aan de eigen artikelen is zichtbaar aandacht besteed. Dat wel. Maar de ‘kleur’ van de bijdragen is nog allerminst eenduidig. De toonzetting in De Pers varieert van onverwacht zakelijk, saai zelfs, tot plotseling overmatig jolig en/of kritisch.

De eenvoudige en daardoor sterke vormgeving van het Spaanse bureau Cases i Associats haalt intussen een ruime voldoende. De krant oogt herkenbaar rustig. Is qua indeling overzichtelijk en leesbaar. Anders dan Metro en Sp!ts meer voor alle leeftijden. Styling is altijd een kwestie van smaak maar (niet representatieve) navraag bij flink wat lezers van De Pers leert dat de krant volgens velen flets oogt. Het gevolg vermoedelijk van de lichtblauwe huiskleur in combinatie met de ruime opmaak. De fotografie behoeft veel aandacht. De Pers gebruikt wel erg veel stockmateriaal van Hollands Hoogte (eigen, actuele foto’s té duur?). En: de drukkwaliteit van de krant laat vaak te wensen over. Dat wreekt zich vooral bij de foto’s.

Lacunes
Is De Pers, gegeven het tabloïdformaat, haar betrekkelijk geringe omvang van gemiddeld twintig pagina’s (bijzonder weinig betaalde advertenties nog) en bovengenoemde kritiek intussen aan te merken als een echte krant? Het antwoord is bevestigend. De Pers brengt het nodige nieuws uit binnenland en buitenland. De redactie schrijft over economie, sport en wetenschap. De selectie is in de loop van de eerste weken verbeterd. Meer newsy. Toch: wie het dagelijkse nieuws goed volgt, valt niettemin dagelijks lacunes op. Lacunes die zich niet alleen laten verklaren door het tabloïd-gebrek aan ruimte.

Een volwassen krant dus met, zoals het betaamt, de nodige varia-aandacht voor lifestyle, auto’s en – helemaal van deze tijd – het edele pokerspel. Een krant ook met cartoons, een lezersrubriek inmiddels, puzzels, tv-gegevens (nietszeggend, want zonder enige toelichting), het weerbericht en natuurlijk enkele vaste columnisten. Wat dat laatste aangaat: de redactie doet er goed aan de keuze van de columnisten c.q. de aanpak van opinievorming te heroverwegen. De bijdragen tot nu toe prikkelen doorgaans weinig. Té voorspelbaar, té plichtmatig. Het is al vaker betoogd: het aantrekken van BN-ers á la Hans Wiegel of Maarten van Rossum als columnisten is geen reden voor succes.

Een hartekreet tot slot: de redactionele glimlachbalken onder aan de pagina’s met weetjes, feitjes, quootjes en agendapuntjes ademen wel erg de belegen sfeer van de Enkuizer Almanak sfeer en menig agenda. Niet meer van deze tijd.


1 reactie:

Carel Brendel
26 februari, 2007

Als ik met de trein ga, is het meestal na 9 uur; je hebt een voordeelkaart of niet. Altijd vind ik lege bakken bij De Pers. Dat zou een goed teken kunnen zijn. De reizigers hunkeren naar De Pers en daardoor is hij snel weg. Het zou ook een slecht teken kunnen zijn. Een krant, waarvan ik vooral hoor zeggen dat hij heel aardig zou zijn, bereikt een belangrijk deel van de potentiële lezers niet.


Laat een reactie achter »