Sinds het instorten van de Twin Towers op 11 september 2001 is de naam Al-Qaeda niet meer weg te denken uit kranten, tijdschriften, radio- en tv-programma’s. Bij het oprollen van terroristische cellen, bij iedere aanslag en bij elke nieuwe dreiging, leggen de media direct een link met Al-Qaeda en indirect met Osama bin Laden. Het is de vraag of dit terecht is. Bin Laden is zijn macht grotendeels kwijt en van het oorspronkelijke Al-Qaeda is niets of weinig meer over.
In De Balie in Amsterdam bogen verschillende deskundigen zich onlangs over de vraag: ‘Waar is Al-Qaeda?’. Over wie hebben we het, waar komt het vandaan en waar wil het heen?
Duidelijk werd dat Al-Qaeda een minder eenduidig begrip is dan veel mensen (willen) denken. Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks en de arabisten Hans Jansen en Roel Meijer wezen erop dat Al-Qaeda niet zozeer een organisatie of netwerk is, alswel een ideologie, een state of mind, een inspiratiebron en een vlag waaronder wordt geopereerd.
Onzorgvuldig
Dit is op zichzelf niets nieuws. De vooraanstaande Engelse onderzoeksjournalist Jason Burke spreekt in zijn boek ‘The true story of radical islam’ over al-qaedaism. Al-Qaeda bestaat volgens Burke al lang niet meer in de vorm die veel mensen vermoeden: als groepering met een doel, een missie een organisatiestructuur en een grote leider. Het is tegenwoordig vooral de naamdrager van een ideologie die wereldwijd steeds meer aanhangers kent. Hij omschrijft dit als ‘a way of thinking about the world, a way of understanding events, of interpreting and behaving‘.
In deze gedachte wordt hij gesteund door de Belgische socioloog Rik Coolsaet die stelt dat Al-Qaeda nergens anders bestaat dan ‘in ons hoofd’. Er is geen sprake van een gestructureerde organisatie. De internationale jihad wordt gestreden door personen en cellen die deel uitmaken van veel losse netwerkjes die via een groter netwerk losjes met elkaar zijn verbonden. Het bindmiddel is niet een organisatiestructuur maar een wereldbeeld, een manier om gebeurtenissen te interpreteren.
Juist omdat deskundigen het globaal eens zijn over deze interpretatie is het opmerkelijk dat veel media onzorgvuldig omspringen met het begrip Al-Qaeda. Na iedere nieuwe aanslag is de eerste vraag: ‘Was het Al-Qaeda?’. Een vraag die eigenlijk alleen positief kan worden beantwoord aangezien Al-Qaeda inmiddels is uitgegroeid tot een alomvattende titel voor internationaal opererende jihadistische personen, cellen en groeperingen.
De Hofstadgroep
Interessant is om in dit licht het voorbeeld te noemen van de Hofstadgroep, die zich, zo vertelde Volkskrant-journaliste Janny Groen (auteur van het boek ‘Strijdsters van Allah‘), ook laten inspireren door Osama bin Laden. Daardoor vallen zij eigenlijk ook onder de brede definitie van Al-Qaeda. Het is echter te simplistisch om de moord op Theo van Gogh af te schuiven op Bin Laden en zijn terreurnetwerk. Dat is niet alleen incorrect, het leidt bovendien de aandacht af van de werkelijke situatie. Van de achtergrond van de daden van Mohammed Bouyeri en het Hofstadnetwerk, van de plannen en voornemens, van de concrete dreiging die hiervan uitgaat en van de doelen die zij zich stellen.
Voor ons is het onderscheid tussen Al-Qaeda en het Hofstadnetwerk duidelijk omdat we alles weten en willen weten van de jongens en meisjes uit ons eigen land. Maar die scherpte ontbreekt als het gaat om de aanslag in Bali (gepleegd door Jemaah Islamiyah) of de aanslagen in Casablanca (gepleegd door Salafia Jihadia). In gevallen over de grens gaan we graag voorbij aan de concrete werkelijkheid en wijzen we direct naar Bin Laden en ‘zijn’ terreurnetwerk.
Hoewel in veel gevallen inderdaad sprake is van een ideologische of soms zelfs praktische connectie met Bin Laden of het oude Al-Qaeda, moeten we, om een juist beeld te krijgen van de internationale jihad, kijken naar de concrete factoren die een rol spelen bij het handelen van een persoon of cel die deel uitmaakt van deze strijd. Het is juist de taak van de journalistiek om op zoek te gaan naar de werkelijkheid achter het makkelijke antwoord, te kijken naar de concrete (lokale) aanleiding, de werkelijke dader, een concrete doelstelling en een concrete oorzaak van radicalisering.
Honderdtwintig seconden
Om te komen tot een juiste en volledige informatievoorziening en dus het creëren van een juist beeld is echter een omslag nodig. Dat bleek ook uit de woorden van Bertus Hendriks: “Twee minuten heten in televisieland niet voor niks ‘honderdtwintig seconden’. Ik krijg altijd van de eindredacteur de boodschap mee dat iedere kijker mijn verhaal moet kunnen begrijpen. Dat betekent dat je niet teveel de diepte in kan gaan. Je moet praten zonder al te veel nuancering. De kennis over Al-Qaeda is er echt wel op de redacties maar er is niet altijd tijd om deze uit te dragen.”
11 reacties