Het redactiestatuut bij de dagbladen heeft weliswaar nog altijd een belangrijke functie, maar moet op onderdelen worden gemoderniseerd. Tot die conclusie komt een onderzoekcommissie die in opdracht van het Bedrijfsfonds voor de Pers het statuut tegen het licht hield. Het rapport werd gisteren, dinsdag 13 februari, in Amsterdam gepresenteerd. Bij de presentatie werd vooral duidelijk dat de conclusies de werkgevers waarschijnlijk niet ver genoeg gaan, terwijl journalistenbond NVJ juist vond dat de onderzoekers te veel waardevols willen afschaffen. Waarmee een oude tegenstelling tussen uitgevers en journalisten opnieuw glashelder werd.
Het onderzoek werd uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht (IviR) onder leiding van prof. mr. E.J. Dommering. Deze laatste schetste bij de presentatie van het rapport hoe het redactiestatuut in de jaren zestig ontstond om redacties af te schermen van commerciële invloeden en toenemende fusies in de sector. Naast een beschrijving van de verhouding tussen uitgever, hoofdredacteur en redactie, werd in de teksten vaak een passage opgenomen waarin de identiteit van de krant werd benadrukt. Dommering: “Gebleken is dat een redactiestatuut concentratievorming niet kan tegengaan.” Wel heeft het statuut volgens hem geholpen bij het behouden van de identiteit van sommige titels.
Over de in het statuut geregelde overlegvormen tussen hoofdredacteur, redactieraad en redactievergaderigen, merkte Dommering op dat dat wel heel erg de sfeer van de jaren zeventig ademt. “Op dat punt is het redactiestatuut ingehaald door bijvoorbeeld de positie van ondernemingsraden.”
Op veel bijval van algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ kon Dommering niet rekenen. Bruning hecht aan de positie van de voltallige redactie. “Het beoordelingsvermogen van een redactie moet hoog worden ingeschat.”
NDP-voorzitter Kees Spaan vond nu juist dat het redactiestatuut een slagvaardig bedrijfsbeleid in de weg staat. En dat wreekt zich in een tijd waarin de media zich snel ontwikkelen en er dus snel besloten moet kunnen worden. Spaan zou graag een vervolgstudie zien, bijvoorbeeld naar de vraag hoe in andere landen uitgever, redactie en hoofdredactie ten opzichte van elkaar staan.
Waarmee duidelijk werd dat de strijd om aanpassingen van het redactiestatuut vooral aan de tafel van de cao-onderhandelaars gevoerd zal worden. De huidige statuten maken namelijk deel uit van de collectieve arbeidsafspraken in de dagbladsector. NVJ en NDP zullen het dus met elkaar eens moeten worden over mogelijke aanpassingen. Gezien de discussie van gisteren moet er echter nog heel wat gebeuren voor dat moment bereikt is.
De onderzoekers presenteren in het rapport ‘Het redactiestatuut bij dagbladen‘ (uitgegeven bij Het Spinhuis) elf aanbevelingen. De belangrijkste:
- Het redactiestatuut moet worden gehandhaafd,
- De onafhankelijkheid van de hoofdredacteur ten opzichte van zijn eigen redactie kan beter worden vormgegeven,
- De werking van het statuut dient te worden uitgebreid naar de internetactiviteiten van de dagbladen,
- In een redactiestatuut moeten ook kwaliteitseisen ten aanzien van de redactie worden opgenomen,
- De lezer dient geen aparte plaats in een redactiestatuut te krijgen omdat het statuut daar niet in eerste instantie voor is bedoeld.
Eén reactie