Het lijkt zo voor de hand liggend: interactie met lezers bevorderen door het e-mailadres van een redacteur onder diens artikel af te drukken. In Scandinavië is dat gebruik al volop praktijk. Sommige kranten daar voorzien stukken zelfs van het directe telefoonnummer van de schrijver. In Nederland wint deze directe vorm van interactie maar schoorvoetend terrein. Praktische bezwaren lijken de overhand te hebben.
Om lezers meer aan de krant te binden worden steeds nieuwe initiatieven genomen. Het sleutelbegrip daarbij: interactie tussen lezer en krant. Met de opkomst van internet werden de mogelijkheden stap voor stap uitgebreid. Standaardwerken over nieuwe media (We the Media – Dan Gillmor, De krant was koning – Leon de Wolff e.d.) benadrukten steeds het belang van interactie. De lezers zijn niet langer passieve ontvangers van nieuws, ze willen zelf een stem hebben, zo is de gedachte.
In een enkel geval resulteert dat in regelrechte grassroots journalism. Gewoonlijk behoudt de journalist echter zijn functie en wordt contact tussen redactie en lezers simpelweg vereenvoudigd en bevorderd. Het plaatsen van e-mailadressen van redacteuren onder een stuk moet in dat licht worden gezien: lezers worden extra gestimuleerd om te reageren op artikelen.
Redacteuren kunnen op deze manier een band opbouwen met individuele lezers, die hen bestoken met vragen, tips en opmerkingen. Dat is leuk voor de lezer, maar wellicht een tikkeltje vermoeiend voor de journalist in kwestie. En het is nog maar de vraag of alle redacteuren tijd hebben of nemen om iedereen te beantwoorden. Immers, wanneer je als lezer geen antwoord krijgt blijkt de interactiviteit een wassen neus en contraproductief.
De Scandinavische trend wordt in Nederland dan ook met argusogen bekeken. De redacties zien het fenomeen op zich wel zitten, maar struikelen massaal over praktische bezwaren.
Onlangs leek Nederland toch een primeur te krijgen op dit gebied: de dummy van het gratis Dagblad De Pers beloofde een hoge mate van interactie door het afdrukken van e-mailadressen van redacteuren. Bij het verschijnen van de eerste editie bleken de eerdere plannen echter van tafel. “We hebben er toch maar vanaf gezien omdat we in de aanloopfase te veel respons verwachtten die we niet konden gebruiken”, aldus Frank Poorthuis, adjunct hoofdredacteur van De Pers. Definitief is deze beslissing nog niet. “We zijn ons ervan bewust dat je via mails respons kunt krijgen die kan leiden tot nieuw nieuws. Wellicht dat we het later alsnog doen.”
Onpraktisch
Dat toekomstperspectief zit er bij de Volkskrant niet in. Hoofdredacteur Pieter Broertjes vindt ‘persoonlijke e-mailadressen onder nieuwsstukken plaatsen heel onpraktisch’. “Auteurs kunnen vrij zijn, geen zin hebben in een reactie, terwijl die wel op zijn plaats is. Daarom hebben we een, heel actieve, brievenredacteur.” Overigens worden lezers die echt graag met een bepaalde journalist in aanraking willen komen volgens Broertjes wel vaak met hen in contact gebracht.
Bij het AD zijn er al veel mogelijkheden om als lezer in contact te komen met de krant. Er kan gemaild worden naar de hoofdredacteur, er is het lezerspanel en in sommige edities een lezersredacteur. Er is wat het AD betreft dan ook ‘genoeg mogelijkheid tot interactie’, aldus woordvoerder Rob Okhuijsen. “Hoofdredacteur Jan Bonjer besteedt elke dag een aantal uur aan het beantwoorden van lezersmail. Daarnaast verzorgt het lezerspanel de communicatie met lezers. Bovendien hebben de redacteuren zelf al een netwerk van mensen die tips of commentaar geven.”
Het vermelden van e-mailadressen bij artikelen is dan ook niet nodig volgens Okhuijsen. “Als consument wil je graag binnen 24 uur een antwoord op je vraag. Om van onze redacteuren te eisen dat ze zich naast het produceren van artikelen ook nog intensief bezighouden met het tijdig beantwoorden van lezersmail gaat te ver. Het zou gewoonweg te veel tijd kosten. Bovendien, als je iemand echt per sé persoonlijk wilt bereiken, kan dat toch wel. Voor al het andere contact hebben wij mensen aangesteld die zich hier dagelijks mee bezig kunnen houden.”
Op de redactie van NRC Handelsblad leidt juist de wens om in contact te blijven met lezers tot het niet-publiceren van e-mailadressen – behoudens onder columns. “De hoofdredactie blijft graag op de hoogte van de reacties op stukken die binnenkomen om zo ‘feeling’ te houden met de lezer”, legt hoofdredacteur Birgit Donker uit. “Indien een mail persoonlijk aan de auteur gericht is, of we vinden om een andere reden dat ook hij of zij op de hoogte moet zijn, sturen we de reactie aan hem of haar door.”
Ook Metro, de gratis krant met Zweedse wortels, stuurt mails vanuit een centraal mailadres door naar de betreffende redacteuren. “Metro kent op dit moment geen deelredacties, wat wil zeggen dat een entertainment georiënteerde redacteur ook wel eens iets voor binnenland doet”, vertelt hoofdredacteur Rutger Huizenga. “Reacties of nieuwstips komen nu binnen op een algemeen e-mailadres. De eindredactie verdeelt die iedere dag weer over de juiste personen.” Huizenga sluit echter niet uit dat Metro in de toekomst met persoonlijke e-mailadressen zal werken. “Ik wil meer naar specialisaties toe en dan is een persoonlijk emailadres onder de stukken zeker handig. Ik heb er in principe geen problemen mee.”
Dat hebben ze bij NRC.next wel. Hoofdredacteur Hans Nijenhuis: “Een evident nadeel van het vermelden van mailadressen is dat het uitnodigt tot spam. Letterlijk: er zijn robots die het web afzoeken naar adressen en wij zouden die robots dan dus elke dag met adressen voeden. En iets minder letterlijk: behalve serieuze lezers zijn er ook mensen die graag onzin of hatemail verzenden. We willen niet dat dit soort boodschappen de persoonlijke postbussen van onze redacteuren vervuilen.” Ondanks deze bezwaren is het idee wel overwogen. “Maar zoals wel meer ideeën is het (nog) niet uitgevoerd. Er waren en zijn eenvoudigweg andere prioriteiten en geen lezer heeft er ooit om gevraagd. Om een heleboel andere dingen vragen lezers wel, dus ik ga ervan uit dat het bij hen ook geen prioriteit heeft.” (*)
Uitwerking
Poorthuis en Huizenga zijn niet de enigen die open staan voor het idee. Ook op de redactie van Dagblad De Limburger worstelen ze met de gedachte om e-mailadressen te plaatsen. Hoewel bij columns en vaste rubrieken steeds een mailadres terug te vinden is en mailadressen per deelredactie in de colofons zijn terug te vinden, twijfelt hoofdredacteur Huub Paulissen nog over de optie om dit ruimer toe te passen: “Wij buigen ons over de vraag of we dat bij alle gesigneerde berichten moeten doen. In dat geval wordt de mail waarschijnlijk onbeheersbaar. Of dat wij het alleen doen bij duiding, opinie, achtergrond en heel exclusief nieuws. De vraag is dan: hoe leg je de lezer uit waarom het ene genre wel en het andere niet? Veel lezers zullen die klik niet spontaan maken. We willen niet het beeld oproepen dat we redacteuren in bescherming nemen door het soms wel en soms niet te doen. Wij merken namelijk ook nu al dat lezers niet begrijpen waar wij de grens leggen voor naamgeving van redacteuren en waarom berichtgeving van ANP, GPD en andere persbureaus altijd met ‘van onze verslaggever’ wordt gesigneerd.”
Paulissen heeft nog eventjes bedenktijd. “Wij zijn bezig met een aantal structurele veranderingen in de kranten. In mei moeten die worden ingevoerd. Dan zijn wij ook uit de naamgeving met e-mailverwijzing.”
Paulissens voorzichtige benadering is niet verwonderlijk. In krantenland doen bezuinigingen de redacties krimpen. Met minder mensen moet evenveel worden geschreven. En dan moeten diezelfde redacteuren zich ook nog intensief bezig houden met de besognes van hun lezers? Dat zou wel eens ten koste kunnen gaan van de kwaliteit.
Daarom valt er wat te zeggen voor de werkwijze van het Dagblad van het Noorden. Deze krant publiceert al wél e-mailadressen van redacteuren. “Maar”, vertelt hoofdredacteur Pieter Sijpersma, “we plaatsen niet overal een e-mailadres bij. We denken vanuit de lezer. Bij stukken waarvan we verwachten dat ze veel ophef zullen veroorzaken en bij bijvoorbeeld onze opiniestukken doen we het wel. Om bij ieder artikel een interactiemogelijkheid te plaatsen is niet nodig. Het moet wel nuttig zijn, anders heeft de lezer er zelf ook niets aan.”
* Deze alinea is later aan het artikel toegevoegd. De reactie van Hans Nijenhuis (NRC.next) kwam pas binnen nadat het stuk op De Nieuwe Reporter was geplaatst.
In een eerdaags volgend artikel wordt getest hoe interactief genoemde kranten werkelijk zijn. En hoe zit het met al die Scandinavische redacteuren? Herkennen zij de bezwaren die in Nederland leven? Zijn zij werkelijk dagdelen bezig met het beantwoorden van telefoontjes en e-mailberichten?
13 reacties