Schrijven voor Google

Britse en Amerikaanse media doen het en in Nederland zijn De Telegraaf en VNU Business Publications er mee bezig: journalisten die op het web zo schrijven dat Google ze beter weet te vinden. Hoe moeilijk is dat? In deze stoomcursus van DNR leert u waarom uw leuke woordspelingen taboe zijn, citaten niet werken en saaiheid het in Google wint van creativiteit. En toch trekt u zo meer bezoekers.

Schrijven voor Google: moet een verslaggever, columnist of interviewer dan opeens wat weten van tekstopbouw, metatags en sitemaps? Trainer Hans Postma van Entopic, de man achter ‘Schrijven voor Zoekmachines’ zegt van wel. Hij geeft les aan webredacteuren en online copywriters en voelt zich nog steeds erg nuttig. Want het is voor een zeer ruime meerderheid van Nederlandse journalisten raar om teksten zo op te schrijven dat ze blijven hangen in een zoekmachine. “Een redacteur moet zich nu ook verdiepen in zoekmachines en hun gebruikers.”

Tik maar eens een paar trefwoorden uit een eigen stuk in Google News. Postma: “Kijk goed hoe het zoekresultaat wordt weergegeven. Dit is immers de plek waar de grote verleiding moet plaatsvinden. Het dan net als de krant bij de kiosk: is er een sprake van een prikkelende en uitnodigende kop? Hoe luiden de titel en de samenvatting in Google? Die zaken kun je beïnvloeden.” Hij deed dat onder meer voor Telegraaf.nl, waar krant- en webredacteuren wegwijs werden gemaakt in het schrijven van teksten die een betere positie in de zoekmachine geven. De reacties waren laaiend enthousiast want het werkt.

KeesJan Deelstra, die bij herhaling vraagt of zijn zoekmachine marketing bureau Interneteffect en zijn Handboek zoekmachinemarketing genoemd kan worden in dit artikel (handig voor extra verwijzingen in Google) zegt dat veel media zich nog nauwelijks bewust zijn van de mogelijkheden om beter gevonden te worden. Een voorbeeld? “De politiek hernoemde de Melkertbaan tot ID-baan. Echter, in de volksmond bleef het Melkertbaan heten. Internetredacteuren op een ministerie moesten ID-baan gebruiken, maar niemand zoekt dat zo op in Google. Typisch zo’n staaltje overheidsvoorlichting: ‘wij vertellen de burger wel hoe het heet’ en dan gaan ze het wel zo gebruiken.” Moraal? “Niet luisteren en inleven.” Dat pikt Google niet.

Wasautomaat of wasmachine?
Paul Aelen, directeur van Checkit, zegt dat elke journalist beter kan scoren met zijn artikel, als hij maar eventjes nadenkt wie de consument is. “Een zoekmachine leest een artikel op een website zoals je eigenlijk ook een persbericht schrijft. De dikke kop is het belangrijkst en krijgt veel punten, de intro van de eerst vijf regels die vaak ook nog in vet is gedrukt krijgt ook extra aandacht. Zorg ervoor dat de belangrijke en relevante woorden over het onderwerp hier in worden genoemd. Ons meest gebruikte voorbeeld blijft nog steeds het verschil tussen het woord wasautomaat en wasmachine. Hier zit een factor 10 tussen aan zoekqueries: door het woordje wasmachine te gebruiken in een artikel (bijvoorbeeld door de Consumentenbond of een redacteur van Kieskeurig) kun je een veelvoud aan bezoek binnen krijgen vanuit Google en andere zoekmachines. Zet in dit artikel ook niet [test van de maand augustus] maar [Test wasmachines Bosch, Whirlpool, Siemens].” Hoe concreter, hoe beter.

Maar schrijven voor zoekmachines gaat verder. “Zorg ervoor dat je in je tekst linkt naar eerder geschreven artikelen of naar je archief, laatst gepubliceerde nieuwsbrief enzovoort. Door ook hier weer op een goede manier gebruik te maken van de elementen van internet (intern en extern linken) verhoog je de kwaliteit voor een zoekmachine van je tekst en website, maar ook het lezersgemak”, zegt Aelen, wiens bureau les gaf aan Marktplaats, Startpagina, Independer, Vodafone, Fortis en Eurorelais. Ook Aelen vraagt nadrukkelijk om een linkje naar zijn bureau ‘dat is goed voor search engine optimalisation’.

Het Utrechtse bureau eFocus, werkzaam voor de Tros, de Erasmus Universiteit en TNT Post, stelde voor DNR een spoedcursus ter beschikking. Hier zijn de belangrijkste punten:

Browser-titel
• De titel dient precies de inhoud van het artikel te omschrijven
• Verwerkt de 1-2 belangrijkste trefwoord(combinaties) in de titel
• Plaats belangrijkste woord vooraan

Meta-Description
• Beschrijf in 1 tot 2 zinnen de inhoud van de pagina
• Deze tekst moet wervend geschreven zijn

Pagina-url
• Neem de belangrijkste trefwoord(combinaties) op in de pagina-url (bijvoorbeeld een stuk over fietsen, dan www.sitenaam.nl/fietsen)

Body
• Gebruik korte alinea’s (2 – 5 schermregels)
• Voorzie alinea’s van subtitels
• Behandel één onderwerp per alinea
• Gebruik korte woorden en zinnen
• Omgeef de belangrijkste woorden door andere relevante woorden (nabijheid!)
• Geef opsommingen puntsgewijs weer
• Gebruik (voor de doelgroep) alledaagse taal

Chef internet van De Volkskrant, Geert-Jan Bogaerts plaatst kanttekeningen bij al te rigoureuze doorvoering van schrijftips die Google bevallen, maar niet de lezer. “Niet alle tradities en ervaringen uit het schrijven voor een dagblad kun je zomaar meenemen naar het schrijven voor een website.

Het is geen theoretische fysica, maar dat je op internet een tekst nog wat beter moet structureren, meer met tussenkopjes moet werken, grafische elementen belangrijker zijn, en ook je koppenkeuze van misschien wel groter belang is, zijn voor de hand liggende observaties.

En wat zal dan al gauw blijken? Dat er niet per se een discrepantie is tussen een goed gekozen kop voor menselijke lezers en een goed gekozen kop voor Google.’’

Henk van Ess –

Henk van Ess is onderzoeksjournalist, internetdeskundige en gastdocent aan Europese universiteiten. Hij is voortdurend op zoek naar slimmer gebruik van internet. Van Ess deelt zijn bevindingen met redacties in heel Europa. Zo is hij dit jaar actief voor collega’s van VG in Oslo, de grootste multimediale uitgever in Noorwegen, het Duitse Axel Springer in Berlijn en is hij docent aan de Vlaams-Nederlandse Persgroep Campus. Daarnaast geeft hij strategische adviezen voor nieuwsmedia, met name op het gebied van medialabs, sociale media en internet research. In 2014 werkt hij aan projecten op het vlak van multimedia, visualisatie, crowd sourcing, filtertechnieken voor sociale media en storytelling . Hij is mede-oprichter van het Europees Centrum voor Computer Assisted Research dat verantwoordelijk was voor de internationaal opgemerkte Wikileaks-zoekmachine Cablesearch. Henk van Ess geeft onder andere les aan de Universiteit van Amsterdam, de Erasmusuniversiteit van Rotterdam, de Katholieke Hogeschool van Mechelen en de FHW in Wenen. Van Ess schreef met Hille van der Kaa het Handboek Datajournalistiek (2013) en eerder "Google Code" dat verscheen in Franse, Duitse en Nederlandse edities.

Alle artikelen van Henk van Ess op De Nieuwe Reporter.

  • Ik ben zeer benieuwd naar de uitslag en resultaat, de richting die Paul Aelen aangeeft is dat men moet schrijven als zijnde een website maken? Of zie ik dat verkeerd?

    mvg

    Frank

  • Frank,

    Ik denk dat de waarheid in het midden ligt. Alleen maar vreugdeloze koppen en saai teksten jaagt bezoekers weg, ook al vonden ze de informatie in Google. Alleen maar een kopie van het stuk uit de krant op het web is ook niet goed. Kijk later deze week maar eens naar de DNR Google Kranten Top Tien: een zoekspecialist heeft tien koppen herschreven in Googletaal.

  • Toch jammer dat De Nieuwe Reporter nog niet alle tips zelf heeft doorgevoerd. Maar in ieder geval een leuk artikel!

  • Complimenten, goed verhaal! Heb er op mijn weblog een bericht aan gewijd.
    Niet alles is makkelijk te realiseren. Wanneer je gebruikmaakt van een CMS (zoals ook deze site) wordt de tip:
    “Neem de belangrijkste trefwoord(combinaties) op in de pagina-url”
    een beetje lastig…

  • Tegen de tijd dat je Google-vriendelijk schrijft, heeft Google zijn zoektechnieken al meer verfijnd. Het is thans toevallig zo, dat de hoogste bieder bovenaan de zoekresultaten komt. Dat heeft met geld te maken en niet met metatuning. Naar mijn ervaring heeft het bewust werken met tags – toch een soort keywords – alleen maar chaos ten gevolge op Google, die allerlei zoektermen uit totaal verschillende artikelen in één zoekresultaat kwakt. Wie wil zich nou aanpassen aan een domme zoekmachine?

  • Bert Brussen

    “Chef internet van De Volkskrant, Geert-Jan Bogaerts plaatst kanttekeningen bij al te rigoureuze doorvoering van schrijftips die Google bevallen,”

    Goh wat een verrassing, GJ Bogaerts plaatst weer eens ergens kanttekeningen. Als morgen iemand hem vertelt dat de aarde ronde de zon draait (ja echt waar!) dan plaatst hij daar waarschijnlijk ook kanttekeningen bij. Typisch Volkskrant-gedrag: wij hebben het niet bedacht dus dan is het niet zo. Uiteraard komt hij over vier weken met het verrassende nieuws dat het mogelijk is gericht voor Google te schrijven.

    Gelukkig kunnen de mensen die niet telkens achter de feiten aan willen lopen en voor een echt progressief blad of site werken dankzij DNR wel leren hoe die gevaarlijke Nieuwe Media eigenlijk werkt.

    Misschien is het een goed voorstel Bogaerts voortaan als dinosaurier in zijn grot te laten en de lezer niet lastig te vallen met standaard zure twijfel en arrogante achterdocht? Er zijn voldoende mensen die je kunt interviewen en die wel wat nuttigs te zeggen hebben, en dan niet eens over zichzelf.

  • @Alfred: met alle respect maar ik denk dat je de plank voor 100% misslaat. Voor SEO hoef je niet te betalen. Het schrijven van een goede titel is goed voor de lezer en de zoekachine. Wie schrijft er nu in zijn titel het woord N.-Ierland i.p.v. Noord Ierland.

    Verder is het systeem zo ontworpen dat je ook kunt adverteren. Hier speelt bijvoorbeeld de clickratio een erg belangrijke rol waardoor je goedkoper kunt adverteren dan iemand die een ‘domme campagne’ heeft opgezet. Uit een presentatie van Speld in de Hooiberg werd trots verteld dat ze in de financiele hoek met een CPC van 1,30 werken. Wij hebben bijvoorbeeld een campagne draaien die voor dezelfde groep woorden slechts 1/3 van dit bedrag is. Dit heeft te maken met een stuk geschiedenis en goede creatives schrijven…

    Ofwel probeer het nog eens en wellicht sta ook jij verbaast van de hoeveelheid traffic die je extra kunt krijgen :-)

  • Een heleboel zaken kloppen niet, of niet echt.

    1. Zorg dat je artikel verspreid wordt. Links vanop andere blogs, andere websites, en in planet/RSS feeds verhogen je ranking. Dit is de basis van google (en tegenwoordig ook MSN, en Yahoo/Inktomi) en heet bij google PageRank[tm]. Hoe meer links, geplaatst op andere hoog-rankende sites, hoe beter je resultaat in de zoekmachines.

    2. Google doet alsof het een mens is. Schrijf je voor mensen (publiek) dan schrijf je voor Google. Geen enkel truckje, metaword of kop-titel kan daar ooit iets aan veranderen.

    3. Toegankelijkheid matters. Een validerende site, en een toegankelijke site is van cruciaal belang. Het is triest, maar dit is vor velen de belangrijkste reden om de site toegankelijk te maken. Flash, mooie plaatjes in je navigatie, geile designer-ditjes-en-datjes zijn funest voor je site.

    Klooien met kop/body tekst, met pagina urls en met highlights moet je als niet meer dan ‘finetunen zien’. Je kunt daarmee die procentpunten extra halen. De bulk van de ‘Google Shmoogle’ haal je altijd uit de ovenstaande drie punten. Pas als je die drie punten helemaal op orde hebt kun je gaan prutsen aan de kleine dingetjes zoals in het artikel beschreven.

    Verder is Meta-Description niet alleen volledig overbodig, in de meeste gevallen heeft het zelfs een negatieve invloed op je ranking.

    Verder klopt het gegeven dat je woorden goed moet kiezen ook niet helemaal. Een stuk met de kop “hoe je hoog in Google komt” doet het een stuk minder dan “hoe je hoog in Inktomi komt”. Eenvoudigweg omdat de spoeling dunner is: er zijn veel meer artikelen over Google dan over Inktomi. Bedenk dat je schrijft voor een niche. Eens die niche je omarmt heeft, tilt die niche jou boven het maaiveld uit. Een paar tweaks hier en daar in je body tillen je echt niet boven dat maaiveld uit. Vergeet dat.

    Kortom: vergeet “schrijven voor Google” Schrijf voor je publiek, en zorg dat ze fans worden. Dan gaat dat gegoogle vanzelf! Dan wordt Google vanzelf ook fan.

  • Tja…het een sluit het ander toch niet uit?

    Het artikel gaat over hoe je een bestaande werkwijze kunt verbeteren, waardoor deze effectiever wordt voor mens en machine…

  • @paul
    Nee, het een sluit het ander niet uit. Maar wat het artikel beschrijft is ‘peanuts’ vergeleken bij de drie belangrijkste punten. Dat is de ‘sugar on top’. Trucjes die leuk zijn om, na de grote bulk, je artikelen nog nét een plekje omhoog te persen. Maar absoluut geen trucjes om bovenaan te komen of zelfs maar opgenomen te worden.

  • @ BER

    Eerlijk duurt het langst, was de titel van een presentatie die ik onlangs mocht geven in het hol van de leeuw: een zaal vol met SEO en SEM-specialisten. De presentatie kan je downloaden op http://www.speldinhooiberg.nl/index.asp?navid=7&id=7118

    Ik ben met de grondtoon van je bericht eens dat gewoon schrijven beter is dan rare trucs. Het punt is dat niet alle journalisten gewoon schrijven :)

    De trucjes kun je verafschuwen, maar ze zijn er en hebben effect. Met je opmerking “Metadiscription overbodig” sla je m.i de plank mis.

    Kijk maak eens wat het effect is van

  • (reactie werd afgebroken)

    wat het effect is van –META NAME=”description”— op Google. Ik had per ongeluk deze tag meegekopieerd in een nieuwe site. Google nam de omschrijving exact over. Zie
    http://www.google.com/search?hl=en&q=searchbistro

  • Die toevoegingen van Bogaerts zijn inderdaad tamelijk overbodig. De eerste zin is zelfs volledig irrelevant – tenminste, indien hij wordt gelezen als losstaande observatie. Daar gáát het helemaal niet om, denk je dan. Maar wanneer hij slechts wordt gelezen als inleiding op de volgende zin, die echter een eigen alinea heeft gekregen, klopt er opeens heel wat meer van.
    Om maar te zeggen: korte alinea’s mag volgens de auteur Google-vriendelijk zijn, dat wil niet zeggen dat je een citaat van drie zinnen in drie verschillende alinea’s moet opsplitsen, als daarmee de betekenis van het gezegde een volkomen ander karakter krijgt. Zo belangrijk is zoekmachine-optimalisatie nu ook weer niet.
    Hier staat dan weer tegenover dat het er bij mij niet omgaat dat Google per se van korte alinea’s houdt, die zijn enkel prettig voor mensenogen. Ook belangrijk, maar niet het onderwerp van dit stuk. Waar komt dat citaat eigenlijk vandaan? Volgens mij heeft Bogaerts het hier helemaal niet over schrijven voor zoekmachines, maar schrijven voor mensen die naar een scherm kijken, een ander aspect van schrijven voor het web, waar dit artikel echter niet over gaat. Het was beter geweest om duidelijk op te sommen welke technische criteria Google gebruikt, om vervolgens daaruit aanbevelingen te destilleren.

  • @BER: Het betreft hier juist geen trucje! Je hebt de mogelijkheid om je koppen slimmer te schrijven waardoor je ook gebruik kunt maken van de traffic uit Google die op dit soort woorden zoekt. Het schrijven op Internet verschilt van het schrijven voor een traditionele krant. Wat we zien is dat deze kennis ontbreekt bij veel journalisten (no offense)

    Een ardige reactie van MarketSharer die schrijft:
    Dat is nu net het verschil tussen de gedrukte media en internet. Push of Pull. In een krant kan je uitdagen en verrassen. Voor SEO moet je je richten op de mogelijke zoekacties (zolang ze nog niet op je site zijn).
    Lees ook: http://www.dutchcowboys.nl/search/9470

    Doe je dit niet prima! Maar dan gaan Nu.nl en de Telegraaf er met de lezers vandoor :-)

    Verder is het goed schrijven van content een van de specialisme binnen SEO. Een goede technische doorcrawlbare website is van belang, maar ook een goede interne en externe linkstrategie.

  • Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » DNR Google Koppen Top Tien()

  • @Paul
    We zeggen hetzelfde, zij het vanuit een andere kant benaderd. Wat ik zeg is: Schrijf je artikelen voor je lezers. Dat impliceert dus vanzelf dat je voor een internetpubliek ook “internets” moet schrijven. Dat is logsicherwijs geheel anders dan “krants”.

    Het verschil zit hem echter in de intentie. JE schrijft je artikelen toch in het “internets” omdat je lezers dáár zitten. En niet omdat dan een of andere robot je site beter indexeerd? Ik ken geen enkele journalist die het fijn vind heel veel gelezen te worden door computerprogramma’s. Ik ken er velen die het leuk vinden om gelezen te worden door mensen.

    Dat het een feit is dat meer mensen je artikel zullen lezen als ook die machine je artikel beter leest is daaraan ondergeschikt. Dat moet je namelijk omgedraaid zien.
    Het is niet zo dat “veel mensen een stuk lezen omdat google het hoger in haar resultaten weergeeft”. Het is zo dat “omdat veel mensen het artikel (willen) lezen het door google hoger wordt weergegeven”.

    Dat is de basis van Google. En ook de basis van haar succes. En velen zijn het er over eens dat het niet eens echt een kip-ei probleem is: Het blijkt uit veel onderzoek, maar ook uit de dagelijkse realiteit, dat zoekmachines de mensen volgen, en niet andersom. Hoe graag we dat laatste ook willen geloven: de internetter is minder volgzaam dan we zouden willen geloven.

  • Goed om te zien dat er wordt benoemd dat het goed is om in je tekst te focussen op onderwerp (per alinea), maar niet op 1 mogelijk zoekwoord en juist relevante woorden in de nabijheid van je optimalisatie onderwerp mee te nemen. Nu de experts meeschrijven / lezen: richting uiteindelijke conversie toch beter om een goede toegankelijk te bieden met optimalisatie op onderwerp (en binnenkomst bezoek via long tail zoekopdrachten), dan optimalisatie op dat geweldige ene keyword? Dit lijkt mij ook een gezondere (en meer plezierige) schrijfstijl te zijn voor je bezoekers (die dan niet het idee hebben op een zoekmachine optimimalisatie pagina te zitten).

  • @Paul, ik heb moeite met het principe. Ikzelf krijg al zat traffic op mijn site van mensen die mij of mijn producten helemaal niet zoeken en zó weer vertrokken zijn. Ik gebruik bijvoorbeeld The Ultimate Tag Warrior, met als gevolg dat Google mij op verschillende manieren indexeert, dus zowel op tags als op inhoud. Aan de zoektermen die mensen invullen zie ik dat zij vaak bij mij terechtkomen zonder er iets te zoeken te hebben. Als ze nu zó gaat leren schrijven, dat Google je nóg hoger rankt, dan krijg je wel meer traffic maar wat moet je daar dan mee? Je maakt een buiging voor een domme zoekmachine, vind ik, als je Google-vriendelijk gaat schrijven. Als we allemaal gaan schrijven voor traffic, waar gaat het dan uiteindelijk nog om?

  • Dat schrijven voor google kan wel eens anders uitpakken.
    Wat ik ook merk is dat het opnemen van een link door google afhangt van de site waar deze op staat.
    Bijvoorbeeld de link in dit reactieformulier zal google overslaan. vergelijk je site met een concurent en je zal verbaasd staan van de uitkomst.

    bekijk http://www.marketleap.com/publinkpop/

  • ‘Het is zo dat “omdat veel mensen het artikel (willen) lezen het door Google hoger wordt weergegeven”.’

    Daar ben ik het helemaal mee eens, althans, dat het zo zou moeten zijn.

    Dat is ook het uitgangspunt van Google zelf: ‘maak een website voor lezers en niet voor ons’. In de praktijk werkt het nog niet 100% perfect, zoals we allemaal weten, maar het moge duidelijk zijn dat Google dit nastreeft en beloont.

    Door het gebruik van zoekmachines, is er echter een nieuwe dimensie toegevoegd aan het eisenpakket dat al gesteld werd aan teksten: zorg dat een zoekmachine begrijpt waar de tekst over gaat en plaats de juiste woorden/tags op de juiste plaatsen. Om ervoor te zorgen dat een zoekmachine begrijpt waar je tekst over gaat, moet je voorzichtig zijn met beeldende uitspraken: Google snapt metaforen niet want die neemt alles letterlijk.

    Als je dit niet doet, wordt je tekst niet of veel minder gelezen en dan ben je dus een roepende in de woestijn. Je moet dus me ALLEBEI rekening houden: met mensen en zoekmachines.

    Als je allebei doet word je beloond (door zoekmachine en menselijke lezers); als je een van de twee niet doet, word je niet beloond.

    Overigens een tip voor degenen die meer informatie willen: ikzelf vind het weblog http://www.copyblogger.com/ erg goed.

  • Het valt me op dat persberichten vaak hoog scoren in de zoekresultaten van Google. Ook al is het een spam bericht.

  • @ monchito: Copyblogger is een goede website ja. Het kan ook handig zijn om zelf een zoekmachine marketing cursus te volgen (overichtje vind je hier: http://www.mediaplaza.nl/mp.php/marketingplaza/agenda/agenda.php?id=241 ) De SEO weblogs zoals Copyblogger praten toch vaak over geavanceerde technieken, niet over de beginnerspunten. Deze punten zijn vaak juist wel het belangrijkste.

  • Pingback: Zoekmachine-optimalisatie voor journalisten « De nieuwe reporter()